Regeling van 16 juni 2008, houdende het voorbehouden door de Staat der Nederlanden (Ministerie van Algemene Zaken) van het auteursrecht op het beeldmerk en de huisstijl voor het gebruik van het beeldmerk die zullen worden gebruikt ten behoeve van het ontwikkelen van een herkenbare Rijksoverheid
Gelet op artikel 15b van de Auteurswet 1912;
Besluit:
Artikel 1
De Staat der Nederlanden (Ministerie van Algemene Zaken) maakt een voorbehoud als bedoeld in artikel 15b van de Auteurswet 1912 met betrekking tot het ontwerp van het van nu af aan algemeen geldend Rijkslogo en huisstijl, als opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Deze regeling zal met de toelichting en bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage
Eén logo
Het rijkslogo is een samenstelling van beeld- en woordmerk.
1. Het beeldmerk
Het beeldmerk bevat een lint met een uitgespaarde illustratie geïnspireerd op het Rijkswapen. Het lint staat voor het algemeen belang, de maatschappij. Het lint wordt altijd bovenin in het midden van het communicatiemiddel geplaatst. Blauw is in de corporate uitingen de prioriteitskleur. De illustratie binnen het lint is niet een op zichzelf zichtbare vorm; dankzij het lint wordt de illustratie zichtbaar. De illustratie is geïnspireerd op het Rijkswapen. Het Rijkswapen is hier een keurmerk, een icoon. Het beeldmerk is relatief ‘klein’ om zo een overheid weer te geven die niet overheerst, maar de balans verstaat tussen ordenen, richting geven en ruimte geven.
Belangrijk om te melden is dat in samenspraak met de Hoge Raad van Adel het beeldmerk voldoet aan de heraldische wetten.
2. Het woordmerk
Naast het lint staat de naam van de organisatie vanuit wie gesproken wordt zodat duidelijk is wie de afzender is. Dat past bij een herkenbare en toegankelijke overheid. De naam van de organisatie wordt geschreven met een speciaal voor de Rijksoverheid ontworpen lettertype.
Afzenderstructuur
Laag 1 – Moeder
Op basis van de besluitvorming in de ministerraad is de eerste laag van de merkarchitectuur de ‘Rijksoverheid’.
Waar het vanuit de ontvanger logisch is om als één afzender op te treden, treedt de Rijksoverheid op als afzender. Hierbij gaat het in beginsel om voorlichting aan het grote publiek.
Laag 2 – Dochter
In relatie tot de Rijksoverheid zijn de departementen de dochters. Ook de organisaties die een relatieve onafhankelijke positie hebben ten op zicht van het moederdepartement krijgen de status van dochter (zoals het Openbaar Ministerie en de planbureaus). Daarnaast zijn (tijdelijke) interdepartementale samenwerkingsverbanden waarvoor meerdere ministers verantwoordelijk zijn ook een dochter.
Laag 3 – Kleindochter
De diensten en agentschappen worden als een kleindochter aan het logo toegevoegd.
De naam van de kleindochter komt boven en de naam van het departement italic eronder.
Logo toepassing
De overheid neemt een centrale plaats in de samenleving in en staat boven alle partijen, maar stelt zich bescheiden op in haar communicatie. Het logo wordt consistent op het exacte midden van een vlak, bovenaan, geplaatst. Dit is een zeer herkenbare plaatsing, wat bij consistent gebruik een grote herkenbaarheid zal krijgen. Daarentegen is de maatvoering weer bescheiden, wat het geheel relativeert. Hierdoor ontstaat de juiste balans tussen autoriteit en vriendelijkheid.
Kleur
Logoniveau
Voor het lint zijn vijf tinten blauw geselecteerd.
Steunkleuren
Naast de blauwtinten die we gebruiken in het logo, wordt er gewerkt aan een pallet van steunkleuren.
Typografie
Tekstletter
Als tekstletter is gekozen voor de OverheidSerif.
De OverheidSerif wordt toegepast in alle uitingen, op alle middelen, voor alle afzenders, in alle campagnes.
De OverheidSerif wordt toegepast op:
De OverheidSerif wordt niet toegepast in:
Kopletter
Er is gekozen voor een schreefloze kopletter als contrast met het traditionele karakter van logo en tekstletter.
De OverheidSans wordt toegepast op: