Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214, houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het hoger onderwijs (Regeling financiën hoger onderwijs)
Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 4.9, vierde lid, 4.10, 4.17, derde lid, 4.19, 4.20, vierde lid, 4.23, eerste en tweede lid, 4,25, vierde lid, 4.26, vijfde lid en 4.27, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, artikel 7 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming academische ziekenhuizen en de artikelen 3.3, tweede lid, 7.43, vierde lid, 7.50, tweede lid, 7.51, zevende lid en 7.52, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. besluit: het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;
- c. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, de Minister van Economische Zaken;
- d. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;
- e. persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 7.31d, derde lid;
- f. basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;
- g. inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
- h. afsluitend examen: het examen bedoeld in artikel 7.10 van de wet;
- i. examencommissie: de examencommissie, bedoeld in artikel 7.12, van de wet.
Paragraaf 2. Onderwijs
Artikel 2. Factoren onderwijs
De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het besluit zijn voor bacheloropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs gelijk aan de factoren, bedoeld in artikel 4.20, derde lid van het besluit.
De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het besluit zijn voor bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:
- a. voor opleidingen met een laag bekostigingsniveau 1,
- b. voor opleidingen met een hoog bekostigingsniveau 1,28, en
- c. voor opleidingen met een top bekostigingsniveau 1,5.
De factoren bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het besluit zijn voor masteropleidingen gelijk aan die voor bacheloropleidingen.
Artikel 3. Onderwijsopslag
De onderwijsopslag van een universiteit, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:
- a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en
- b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
De onderwijsopslag van een hogeschool, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:
- a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling, en
- b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.
Paragraaf 3. Onderzoek
Artikel 4. Bedragen onderzoek
De bedragen bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.
De verdeling bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.
De bedragen bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 9 van deze regeling.
Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van het besluit is € 95.434.
Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit is € 79.529.
Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen
Artikel 5. Rentepercentage
Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.27, tweede lid, van het besluit is 5%.
Artikel 6. Bedragen en percentages academische ziekenhuizen
Het bedrag, bedoeld in artikel 4.27, derde lid, onderdeel c, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer bedragen.
De percentages, bedoeld in artikel 4.27, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer percentages.
De investeringsbedragen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel 7. Toelage raad van toezicht academische ziekenhuizen
Vervallen
Paragraaf 5. Collegegeld
Artikel 8. Consumentenprijsindex
Vervallen
Artikel 9. Vaststelling collegegeld
Het volledig wettelijk collegegeld volgens het basistarief, bedoeld in artikel 18.78, tweede lid juncto het vierde lid, van de wet bedraagt voor het studiejaar 2012–2013 € 1.771.
Het volledig wettelijk collegegeld volgens het verhoogd tarief, bedoeld in artikel 18.78, derde lid juncto het vierde lid, van de wet bedraagt voor het studiejaar 2012–2013 € 4.834.
Het minimumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld volgens het basistarief, bedoeld in artikel 18.79, tweede lid juncto het zesde lid, van de wet bedraagt voor het studiejaar 2012–2013 € 1.003.
Het maximumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld volgens het basistarief, bedoeld in artikel 18.79, derde lid juncto het zesde lid, van de wet is overeenkomstig het bepaalde eerste lid.
Het minimumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld volgens het verhoogd tarief, bedoeld in artikel 18.79, vierde lid juncto het zesde lid, van de wet bedraagt voor het studiejaar 2012–2013 € 4.066.
Het maximumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld volgens het verhoogd tarief, bedoeld in artikel 18.79, vijfde lid juncto het zesde lid, van de wet is overeenkomstig het bepaalde tweede lid.
Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen
Artikel 10. Organisaties
Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht.
Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de Minister om te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51, zesde lid van de wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd:
- a. de statuten of reglementen van de organisatie;
- b. een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat de organisatie ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvat, dan wel uit een samenwerkingsverband bestaat van instellingen, organisaties of rechtspersonen die samen ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvatten;
- c. in het geval van een politieke jongerenorganisatie: de schriftelijke verklaring van de politieke partij, vertegenwoordigd in de beide Kamers der Staten Generaal, waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie met die politieke partij is gelieerd;
- d. een verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit.
Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de Minister slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden.
De Minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in kennis van zijn beslissing.
Artikel 11. Vertegenwoordigers
Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiële ondersteuning tijdens een studiejaar in aanmerking komen. Van die aanwijzing doet dat bestuur mededeling aan de Minister vóór 1 november van het desbetreffende studiejaar.
Financiële ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel 10, tweede lid.
Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en financiële ondersteuning wordt toegekend, maakt de Minister deze beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger.
Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de Minister.
Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.
Artikel 12. Aanspraak
De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 11 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.
Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning.
Artikel 13. Hoogte van de aanspraak
De financiële ondersteuning is gelijk 115% van het brutominimumloon voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een volledig dienstverband per maand.
De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand.
Artikel 14. Wijze van verstrekking
Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid en vijfde lid, van de wet, tezamen met het persoonsgebonden nummer op elektronische wijze aan de Minister.
Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens overeenkomstig de specificatie als opgenomen in bijlage 10.
Indien een gemeente de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder a., en het vijfde lid, van de wet, niet aan de minister verstrekt, verzoekt de Minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing betreffende de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder b., van de wet, indien deze al zijn opgenomen in het basisregister onderwijs. Indien deze gegevens nog niet zijn opgenomen in het basisregister onderwijs verzoekt de Minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken.
De verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder c., f. tot en met i. van de wet is niet van toepassing op Open Universiteit.
Artikel 14a. Toelage raad van toezicht
Vervallen
Paragraaf 7. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs
Artikel 15. Tijdstip van melding
Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat alle op de inschrijving betrekking hebbende gegevens of mutaties uiterlijk binnen 8 weken na het besluit inzake de inschrijving, bedoeld in artikel 7.32, van de wet, of wijziging van deze gegevens, aan de Minister zijn gemeld, onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 van het besluit.
Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat alle op het afsluitende examen betrekking hebbende gegevens daarop uiterlijk binnen 8 weken nadat de examencommissie, conform artikel 7.12, van de wet, heeft vastgesteld dat het examen met succes is afgerond aan Onze Minister zijn gemeld, onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 van het besluit.
Artikel 16. Gebruik van gegevens uit het basisregister onderwijs door Minister en Inspectie
Uit het basisregister onderwijs verstrekt de Minister voor iedere universiteit en hogeschool afzonderlijk aan de Minister en de Inspectie de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, van de wet, met uitzondering van de persoonsgebonden nummers, de geslachtsnamen, de voornamen en de geboortedata van de studenten.
Bij de verstrekking, bedoeld in het eerste lid, vervangt de Minister elk persoonsgebonden nummer door een ander nummer of een code op een zodanige wijze dat de student of extranei niet geïdentificeerd of identificeerbaar is.
Artikel 17. Beheer
Vervallen
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 18. Intrekking andere regelingen
Vervallen
Artikel 19. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 13, eerste lid, artikel 18, onderdelen d en f, en bijlage 10, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt, met uitzondering van artikel 5, eerste lid, terug tot en met 1 januari 2008.
Artikel 5, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2007.
Artikel 13, eerste lid treedt in werking met ingang van 1 september 2008.
Artikel 18, onderdelen d en f, treedt in werking met ingang van 1 september 2008.
Bijlage 10, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.
Artikel 20. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiën hoger onderwijs.
Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling
| Universiteit | Universiteit | kwaliteit | kwetsbare opleidingen | bijzondere voorzieningen | totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 272.551 | € 272.551 | ||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 2.811.264 | € 2.961.569 | € 5.772.833 | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 3.357.117 | € 1.263.228 | € 4.620.345 | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 5.863.374 | € 1.610.498 | € 7.473.872 | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 291.927 | € 9.099.891 | € 9.391.818 | |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 5.677.464 | € 15.046.734 | € 20.724.198 | |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 3.034.739 | € 440.809 | € 3.475.548 | |
| 21PH | Universiteit Twente | € 3.157.655 | € 14.793.606 | € 17.951.261 | |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 1.089.078 | € 3.063.586 | € 4.152.664 | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 3.659.976 | € 3.903.828 | € 7.563.804 | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 1.980.838 | € 2.491.920 | € 4.472.758 | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 2.862.094 | € 1.359.790 | € 4.221.884 | |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | € 440.936 | € 352.430 | € 793.366 | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | ||||
| 22NC | Open Universiteit | € 504.969 | € 504.969 | ||
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | ||||
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | ||||
| € 34.731.431 | € 56.660.440 | € 91.391.871 | |||
| Universiteit | Universiteit | kwaliteit | kwetsbare opleidingen | bijzondere voorzieningen | totaalbedrag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PI | Wageningen University | € 15.000 | € 726.840 | € 741.840 |
Bijlage 2. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling
| universiteit | universiteit | percentage |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,86580% |
| 21PB | Universiteit Leiden | 9,71574% |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 9,12568% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 12,37723% |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 6,97834% |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | 7,97546% |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 4,98686% |
| 21PH | Universiteit Twente | 5,29008% |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 5,35656% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 12,76314% |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,28442% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 8,52506% |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | 3,98001% |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,11567% |
| 22NC | Open Universiteit | 4,32280% |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,23143% |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,10572% |
| universiteit | universiteit | percentage |
| --- | --- | --- |
| 21PI | Wageningen University | 100,00000% |
Bijlage 3. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling
| hogeschool | hogeschool | kwaliteit | kwetsbare opleidingen | bijzondere voorzieningen | totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 97.869 | € 97.869 | ||
| 00MF | HKU | € 18.345 | € 181.642 | € 184.454 | € 384.441 |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 123.723 | € 165.416 | € 88.927 | € 378.066 |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | € 3.863 | € 396.593 | € 413.865 | € 814.321 |
| 02NR | Hotelschool Den Haag | € 8.776 | € 64.415 | € 73.191 | |
| 02NT | The Design Academy Eindhoven | € 3.226 | € 179.364 | € 151.291 | € 333.881 |
| 07GR | Avans Hogeschool | € 135.733 | € 249.594 | € 166.710 | € 552.037 |
| 08OK | Hogeschool De Kempel | € 108.421 | € 108.421 | ||
| 09OT | Iselinge Hogeschool | € 68.419 | € 68.419 | ||
| 10IZ | PC Hogeschool Marnix Academie | € 161.185 | € 161.185 | ||
| 14NI | Codarts, Hs voor Muziek en Dans Rotterdam | € 3.980 | € 312.392 | € 245.978 | € 562.350 |
| 15BK | Christelijke Hogeschool De Driestar | € 166.888 | € 4.579 | € 171.467 | |
| 21MI | HZ | € 19.945 | € 74.923 | € 237.286 | € 332.154 |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 11.026 | € 307.634 | € 475.528 | € 794.188 |
| 21RI | Hogeschool Leiden | € 37.234 | € 184.771 | € 236.404 | € 458.409 |
| 21UG | Hs Interconfessionele PABO | € 127.073 | € 230.916 | € 357.989 | |
| 21UI | NHTV internationaal hoger onderwijs Breda | € 35.039 | € 118.865 | € 153.904 | |
| 21WN | NHL Hogeschool | € 88.863 | € 104.431 | € 231.922 | € 425.216 |
| 22EX | Stenden Hogescholen | € 40.361 | € 170.511 | € 670.574 | € 881.446 |
| 22HH | Gereformeerde Hogeschool | € 4.512 | € 87.561 | € 94.971 | € 187.044 |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 184.748 | € 707.250 | € 493.738 | € 1.385.736 |
| 23AH | Saxion Hogescholen | € 107.468 | € 215.009 | € 623.622 | € 946.099 |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 7.182 | € 287.123 | € 517.995 | € 812.300 |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 16.886 | € 95.537 | € 724.042 | € 836.465 |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 113.785 | € 569.351 | € 377.689 | € 1.060.825 |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | € 135.789 | € 760.401 | € 715.303 | € 1.611.493 |
| 25JX | Hogeschool Zuyd | € 123.439 | € 663.119 | € 326.613 | € 1.113.171 |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 128.186 | € 545.705 | € 532.804 | € 1.206.695 |
| 27NF | ArtEZ Hogeschool | € 11.576 | € 494.930 | € 203.885 | € 710.391 |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 111.294 | € 577.393 | € 915.142 | € 1.603.829 |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | € 151.562 | € 103.513 | € 736.847 | € 991.922 |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 196.863 | € 164.557 | € 594.909 | € 956.329 |
| 30GB | Fontys Hogescholen | € 150.351 | € 806.732 | € 748.714 | € 1.705.797 |
| 30VP | Thomas More Hogeschool | € 174.430 | € 174.430 | ||
| Totaal | € 1.973.755 | € 9.309.737 | € 11.127.988 | € 22.411.480 | |
| hogeschool | hogeschool | kwaliteit | kwetsbare opleidingen | bijzondere voorzieningen | totaalbedrag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21CW | Hogeschool HAS Den Bosch | € 12.831 | € 3.231.864 | € 3.244.695 | |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 2.917 | € 829.130 | € 832.047 | |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | € 18.746 | € 3.663.927 | € 3.682.673 | |
| 30TX | Vilentum Hogeschool | € 8.591 | € 13.614 | € 2.697.282 | € 2.719.487 |
| Totaal | € 43.085 | € 13.614 | € 10.422.203 | € 10.478.902 |
Bijlage 4. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling
| hogeschool | hogeschool | percentage |
|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | 0,16030% |
| 00MF | HKU | 4,70070% |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | 1,71927% |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | 1,58316% |
| 02NR | Hotelschool Den Haag | 0,25015% |
| 02NT | The Design Academy Eindhoven | 0,67827% |
| 07GR | Avans Hogeschool | 2,68837% |
| 08OK | Hogeschool De Kempel | 0,26269% |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | 0,18602% |
| 10IZ | Protestants Christelijke Hogeschool Marnix Academie | 0,39964% |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor Muziek en Dans Rotterdam | 4,25175% |
| 15BK | Christelijke Hogeschool De Driestar | 0,33128% |
| 21MI | HZ | 0,92263% |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | 10,85912% |
| 21RI | Hogeschool Leiden | 1,42015% |
| 21UG | Hs Interconfessionele PABO Amsterdam/Alkmaar | 0,42202% |
| 21UI | NHTV internationaal hoger onderwijs Breda | 0,44967% |
| 21WN | NHL Hogeschool | 2,15036% |
| 22EX | Stenden Hogescholen | 1,98570% |
| 22HH | Gereformeerde Hogeschool | 0,21456% |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | 4,88917% |
| 23AH | Saxion Hogescholen | 3,25091% |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | 5,38523% |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | 0,29304% |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | 6,04621% |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | 4,23139% |
| 25JX | Hogeschool Zuyd | 5,78910% |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | 4,31835% |
| 27NF | ArtEZ Hogeschool | 7,55778% |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | 6,91040% |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | 2,59567% |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | 3,66429% |
| 30GB | Fontys Hogescholen | 9,32418% |
| 30VP | Thomas More Hogeschool | 0,10847% |
| hogeschool | hogeschool | percentage |
| --- | --- | --- |
| 21CW | Hogeschool HAS Den Bosch | 20,90739% |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | 5,21712% |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | 49,89022% |
| 30TX | Vilentum Hogeschool | 23,98527% |
Bijlage 5. bij artikel 4, eerste lid, van de Regeling
| universiteit | universiteit | bedrag |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 13.310.203 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 5.657.070 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 16.592.877 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 3.801.270 |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 9.182.286 |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 4.228.136 |
| 21PH | Universiteit Twente | € 8.003.552 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 190.843 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 6.525.730 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 1.190.606 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 12.686.689 |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | |
| 22NC | Open Universiteit | |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | |
| Totaal | € 81.369.262 | |
| universiteit | universiteit | bedrag |
| --- | --- | --- |
| 21PI | Wageningen University | € 2.256.935 |
Bijlage 6. bij artikel 4, tweede lid, van de Regeling
| universiteit | universiteit | Percentage |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,29025% |
| 21PB | Universiteit Leiden | 8,45489% |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 8,67729% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 12,27935% |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 5,20318% |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | 16,32514% |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 7,70196% |
| 21PH | Universiteit Twente | 6,53046% |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 4,70515% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 10,62218% |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,70759% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 7,44800% |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | 2,77500% |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,01685% |
| 22NC | Open Universiteit | 1,11237% |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,14228% |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,00806% |
| Totaal | 100,00000% | |
| universiteit | universiteit | bedrag |
| --- | --- | --- |
| 21PI | Wageningen University | 100,00000% |
Bijlage 7. bij artikel 6, van de Regeling
| universiteit | universiteit | bedrag | percentage |
|---|---|---|---|
| 21PB | Universiteit Leiden | 12,48621% | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 494.895 | 12,74455% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 13,67214% | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 13,20988% | |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 320.809 | 9,07152% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 16,90025% | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 110.179 | 10,93124% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 91.634 | 10,98421% |
| Totaal | € 1.017.517 | 100,00000% |
Bijlage 8. bij artikel 6, van de Regeling
| universiteit | universiteit | 2000 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 21PB | Universiteit Leiden | € 78.408.876 | € 4.741.483 | € 5.566.058 | € 5.713.494 | € 7.598.710 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 100.416.450 | € 6.434.870 | € 7.074.615 | € 7.271.719 | € 7.469.039 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 94.028.801 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 134.810.505 | € 13.911.824 | € 14.591.394 | € 15.010.906 | € 15.456.762 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 54.292.304 | € 3.074.148 | € 4.915.817 | € 5.064.233 | € 3.501.112 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 78.618.899 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 64.656.533 | € 5.835.671 | € 6.112.260 | € 6.284.843 | € 6.457.607 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 161.862.435 | € 11.827.655 | € 12.510.625 | € 12.855.360 | € 13.226.423 |
| universiteit | universiteit | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 6.060.720 | € 6.025.500 | € 8.129.295 | € 8.373.174 | € 8.624.369 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 7.692.453 | € 7.647.750 | € 19.185.583 | € 19.761.150 | € 20.353.985 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 12.221.926 | € 12.588.584 | € 12.966.241 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 15.902.916 | € 15.810.500 | € 3.946.142 | € 4.064.526 | € 4.186.462 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 5.361.407 | € 5.330.250 | € 9.554.978 | € 9.841.627 | € 10.136.876 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 8.112.969 | € 8.356.358 | € 8.607.048 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 6.630.532 | € 6.592.000 | € 10.712.669 | € 11.034.049 | € 11.365.070 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 13.597.770 | € 13.518.750 | € 3.699.042 | € 3.810.013 | € 3.924.314 |
| universiteit | universiteit | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 8.883.100 | € 9.149.593 | € 13.766.975 | € 14.179.984 | € 14.605.384 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 20.964.605 | € 21.593.543 | € 4.800.906 | € 4.944.933 | € 5.093.281 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 13.355.228 | € 13.755.885 | € 12.295.484 | € 12.664.348 | € 13.044.279 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 4.312.056 | € 4.441.417 | € 10.436.088 | € 10.749.171 | € 11.071.646 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 10.440.982 | € 10.754.212 | € 6.849.292 | € 7.054.771 | € 7.266.414 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 8.865.260 | € 9.131.218 | € 27.650.616 | € 28.480.135 | € 29.334.539 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 11.706.022 | € 12.057.203 | € 3.640.397 | € 3.749.609 | € 3.862.097 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 4.042.043 | € 4.163.304 | € 8.158.008 | € 8.402.748 | € 8.654.831 |
| universiteit | universiteit | 2022 | 2023 | |||
| --- | --- | --- | --- | |||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 15.043.545 | € 15.494.851 | |||
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 5.246.080 | € 5.403.462 | |||
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 13.435.607 | € 13.838.675 | |||
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 11.403.795 | € 11.745.909 | |||
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 7.484.406 | € 7.708.939 | |||
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 30.214.575 | € 31.121.012 | |||
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 3.977.960 | € 4.097.298 | |||
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 8.914.476 | € 9.181.910 |
Bijlage 9. bij artikel 4, derde lid, van de Regeling
| hogeschool | hogeschool | bedrag |
|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 43.065 |
| 00MF | HKU | € 19.530 |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 249.234 |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | |
| 02NR | Hotelschool Den Haag | |
| 02NT | The Design Academy Eindhoven | |
| 07GR | Avans Hogeschool | € 35.053 |
| 08OK | Hogeschool De Kempel | € 49.217 |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | € 25.896 |
| 10IZ | Protestants Christelijke Hogeschool Marnix Academie | € 82.482 |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor Muziek en Dans Rotterdam | € 9.228 |
| 15BK | Christelijke Hogeschool De Driestar | € 70.678 |
| 21MI | HZ | € 29.688 |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 27.399 |
| 21RI | Hogeschool Leiden | € 111.311 |
| 21UG | Hs Interconfessionele PABO Amsterdam/Alkmaar | € 60.091 |
| 21UI | NHTV internationaal hoger onderwijs Breda | |
| 21WN | NHL Hogeschool | € 126.763 |
| 22EX | Stenden Hogescholen | € 86.631 |
| 22HH | Gereformeerde Hogeschool | € 37.056 |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 207.170 |
| 23AH | Saxion Hogescholen | € 75.400 |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 1.860 |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 46.356 |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 94.357 |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | € 313.331 |
| 25JX | Hogeschool Zuyd | € 29.616 |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 260.250 |
| 27NF | ArtEZ Hogeschool | € 40.847 |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 165.607 |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | € 86.416 |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 270.122 |
| 30GB | Fontys Hogescholen | € 508.697 |
| 30VP | Thomas More Hogeschool | |
| Totaal | € 3.163.351 | |
| hogeschool | hogeschool | bedrag |
| --- | --- | --- |
| 21CW | Hogeschool HAS Den Bosch | |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | |
| 30TX | Vilentum Hogeschool | € 62.615 |
| Totaal | € 62.615 |
Bijlage 10. bij artikel 4, zesde en zevende lid
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 10. bij artikel 4, zesde en zevende lid
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 11. bij artikel 4, zesde lid
| Hogeschool | Hogeschool | bedrag |
|---|---|---|
| 00BH | Saxion Hogeschool IJselland | € 36.928 |
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 34.987 |
| 00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | € 15.581 |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 260.601 |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | |
| 02NR | Hotelschool Den Haag | |
| 02NT | Design Academy Eindhoven | |
| 04CS | Hogeschool Helicon | € 15.026 |
| 07GR | Avans Hogeschool Breda/Tilburg | € 38.425 |
| 08OK | Hogeschool De Kempel | € 48.461 |
| 08YJ | Hogeschool Edith Stein | € 55.891 |
| 09OR | Hogeschool Domstad | € 48.294 |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | € 27.446 |
| 10IZ | Marnix Academie | € 63.265 |
| 10KK | Fontys PABO Eindhoven | € 53.451 |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | € 6.099 |
| 15BK | Christelijke Hogeschool Driestar | € 62.600 |
| 15CL | Fontys Hogescholen Eindhoven | |
| 17XA | Fontys PABO Limburg | € 29.165 |
| 21IY | Stenden Hogeschool (Emmen) | € 54.338 |
| 21MI | Hogeschool Zeeland | € 30.385 |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 26.005 |
| 21QL | Avans Hogeschool ’s-Hertogenbosch | |
| 21RI | Hogeschool Leiden | € 78.956 |
| 21UG | Hogeschool IPABO | € 80.010 |
| 21UI | NHTV internationale hogeschool Breda | |
| 21WN | NHL Hogeschool | € 128.193 |
| 21WO | Fontys Hogescholen Venlo | |
| 22BO | Fontys Hogescholen Tilburg | € 257.274 |
| 22BP | Fontys PABO ‘s Hertogenbosch | € 26.947 |
| 22BQ | Fontys Hogescholen Sittard | € 40.864 |
| 22EX | Stenden Hogeschool (Leeuwarden) | € 54.227 |
| 22HH | Gereformeerde Hogeschool voor Beroepsonderwijs | € 34.488 |
| 22JA | Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool | € 33.213 |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 201.882 |
| 23AH | Saxion Hogeschool Enschede | |
| 23KJ | Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans Den Haag | € 1.830 |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 47.019 |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 98.917 |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | € 260.379 |
| 25JX | Hogeschool Zuyd | € 42.472 |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 251.396 |
| 27NF | ArtEZ hogeschool | € 35.652 |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 190.183 |
| 27UM | Haagse Hogeschool | € 82.727 |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 255.943 |
| Totaal | € 3.109.520 | |
| Hogeschool | Hogeschool | bedrag |
| --- | --- | --- |
| 01DZ | STOAS Hogeschool | € 64.000 |
| 01MY | CAH Dronten | |
| 21CW | HAS Den Bosch | |
| 22ND | Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein | |
| 24LE | Van Hall Instituut | |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | |
| Totaal | € 64.000 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 3a. Historisch bestand hoger onderwijs
Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit zijn de gegevens uit het CRIHO vastgelegd in het historisch bestand hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door instellingen aan het CRIHO aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit.
Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs, bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april 2010.
Paragraaf 3. Onderzoek
Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen
Paragraaf 5. Collegegeld
Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen
Paragraaf 7. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Bijlage 12. bij artikel 4, zevende en achtste lid
| universiteit | universiteit | Percentage onderzoekscholen | Percentage toponder zoekscholen |
|---|---|---|---|
| 21PB | Universiteit Leiden | 9,153% | 7,492% |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 9,662% | 22,104% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 12,809% | 19,408% |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 5,279% | 2,908% |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | 14,802% | 5,078% |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 8,000% | 22,780% |
| 21PH | Universiteit Twente | 6,228% | 0,00000% |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 3,814% | 0,00000% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 11,851% | 12,397% |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 8,036% | 6,066% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 8,075% | 1,767% |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | 2,291% | 0,00000% |
| 22NC | Open Universiteit | 0,00000% | 0,00000% |
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,00000% | 0,00000% |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,00000% | 0,00000% |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,00000% | 0,00000% |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,00000% | 0,00000% |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.