← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214, houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het hoger onderwijs (Regeling financiën hoger onderwijs)

Geldende tekst a fecha 2017-01-01

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 4.9, vierde lid, 4.10, 4.17, derde lid, 4.19, 4.20, vierde lid, 4.23, eerste en tweede lid, 4,25, vierde lid, 4.26, vijfde lid en 4.27, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, artikel 7 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming academische ziekenhuizen en de artikelen 3.3, tweede lid, 7.43, vierde lid, 7.50, tweede lid, 7.51, zevende lid en 7.52, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Onderwijs

Artikel 2. Factoren onderwijs
1.

De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het besluit zijn voor bacheloropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs gelijk aan de factoren, bedoeld in artikel 4.20, derde lid van het besluit.

2.

De factoren, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, van het besluit zijn voor bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:

3.

De factoren bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het besluit zijn voor masteropleidingen gelijk aan die voor bacheloropleidingen.

Artikel 3. Onderwijsopslag
1.

De onderwijsopslag van een universiteit, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:

2.

De onderwijsopslag van een hogeschool, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:

Paragraaf 3. Onderzoek

Artikel 4. Bedragen onderzoek
1.

De bedragen bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.

2.

De verdeling bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.

3.

De bedragen bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 9 van deze regeling.

4.

Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van het besluit is € 98.624.

5.

Het bedrag, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit is € 82.187.

Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen

Artikel 5. Rentepercentage

Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.27, tweede lid, van het besluit is 5%.

Artikel 6. Bedragen en percentages academische ziekenhuizen
1.

Het bedrag, bedoeld in artikel 4.27, derde lid, onderdeel c, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer bedragen.

2.

De percentages, bedoeld in artikel 4.27, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer percentages.

3.

De investeringsbedragen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel 7. Toelage raad van toezicht academische ziekenhuizen

Vervallen

Paragraaf 5. Collegegeld

Artikel 8. Consumentenprijsindex

Vervallen

Artikel 9
1.

Het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit bedraagt na toepassing van artikel 2.2, derde en vierde lid, van het besluit, voor het studiejaar 2016–2017 € 1.984.

2.

Het minimumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van het besluit bedraagt na toepassing van artikel 2.2, derde en vierde lid, van het besluit, voor het studiejaar 2016–2017 € 1.163.

Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen

Artikel 10. Organisaties
1.

Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht.

2.

Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de Minister om te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51k, van de wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd:

3.

Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de Minister slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden.

4.

De Minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in kennis van zijn beslissing.

Artikel 11. Vertegenwoordigers
1.

Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiële ondersteuning vanwege het daadwerkelijk vervullen van een bestuursfunctie tijdens een studiejaar in aanmerking komen, met inachtneming van artikel 7.51k van de wet en verstrekt aan de minister voor 1 november van het desbetreffende studiejaar de volgende gegevens over deze vertegenwoordiger of vertegenwoordigers:

2.

Financiële ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel 10, tweede lid.

3.

Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en financiële ondersteuning wordt toegekend, maakt de Minister deze beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger.

4.

Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de Minister.

5.

Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.

Artikel 12. Aanspraak
1.

De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 11 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.

2.

Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning.

Artikel 13. Hoogte van de aanspraak
1.

De financiële ondersteuning is gelijk 115% van het brutominimumloon voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een volledig dienstverband per maand.

2.

De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand.

Artikel 14. Wijze van verstrekking
1.

Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid en vijfde lid, van de wet, tezamen met het persoonsgebonden nummer op elektronische wijze aan de Minister.

2.

Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens overeenkomstig de specificatie als opgenomen in bijlage 10.

3.

Indien een gemeente de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder a., en het vijfde lid, van de wet, niet aan de minister verstrekt, verzoekt de Minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken.

4.

Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing betreffende de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder b., van de wet, indien deze al zijn opgenomen in het basisregister onderwijs. Indien deze gegevens nog niet zijn opgenomen in het basisregister onderwijs verzoekt de Minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken.

5.

De verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder i van de wet is niet van toepassing op de Open Universiteit. Het gegeven onderwijseenheid, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder e van de wet, omvat tevens het aantal studiepunten van de onderwijseenheid.

Artikel 14a. Toelage raad van toezicht

Vervallen

Paragraaf 7. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs

Artikel 15. Tijdstip van melding
1.

Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat alle op de inschrijving betrekking hebbende gegevens of mutaties uiterlijk binnen 8 weken na het besluit inzake de inschrijving, bedoeld in artikel 7.32, van de wet, of wijziging van deze gegevens, aan de Minister zijn gemeld, onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 van het besluit.

2.

Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat alle op het afsluitende examen betrekking hebbende gegevens daarop uiterlijk binnen 8 weken nadat de examencommissie, conform artikel 7.12, van de wet, heeft vastgesteld dat het examen met succes is afgerond aan Onze Minister zijn gemeld, onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 van het besluit.

Artikel 16. Gebruik van gegevens uit het basisregister onderwijs door Minister en Inspectie
1.

Uit het basisregister onderwijs verstrekt de Minister voor iedere universiteit en hogeschool afzonderlijk aan de Minister en de Inspectie de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, van de wet, met uitzondering van de persoonsgebonden nummers, de geslachtsnamen, de voornamen en de geboortedata van de studenten.

2.

Bij de verstrekking, bedoeld in het eerste lid, vervangt de Minister elk persoonsgebonden nummer door een ander nummer of een code op een zodanige wijze dat de student of extranei niet geïdentificeerd of identificeerbaar is.

Artikel 17. Bekostiging sectoroverstijgende opleidingen ten laste van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken

De bacheloropleiding Tourism, verzorgd door Wageningen University en NHTV internationaal hoger onderwijs Breda gezamenlijk, is een sectoroverstijgende opleiding als bedoeld in artikel 4.2, eerste en derde lid, van het besluit.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 18. Experiment prestatiebekostiging
1.

De Minister kent de middelen die in verband met het niet of in onvoldoende mate presteren, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs, voor het jaar 2017 bij hogescholen of universiteiten in mindering zijn gebracht op de middelen voor onderwijskwaliteit en studiesucces, toe aan de hogescholen of universiteiten die de prestaties met betrekking tot alle drie de aspecten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen a, b en c, van het Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs in voldoende mate hebben behaald.

2.

Toekenning vindt uiterlijk in november 2016 plaats.

3.

Kortingen die hebben plaatsgevonden bij hogescholen worden overeenkomstig het eerste lid uitsluitend verdeeld over hogescholen.

4.

Kortingen die hebben plaatsgevonden bij universiteiten worden overeenkomstig het eerste lid uitsluitend verdeeld over universiteiten.

5.

De toe te kennen bedragen worden berekend overeenkomstig artikel 10, tweede en vierde lid, eerste volzin, van het Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs, met dien verstande dat het aandeel in de studentgebonden financiering, bedoeld in artikel 4.7 van het besluit, en in de onderwijsopslag in percentages, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, van de hogescholen en universiteiten die niet in voldoende mate hebben gepresteerd, bij deze berekening buiten beschouwing wordt gelaten.

6.

Betaling vindt plaats in 2017 vanaf de maand februari.

Artikel 19. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 13, eerste lid, artikel 18, onderdelen d en f, en bijlage 10, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt, met uitzondering van artikel 5, eerste lid, terug tot en met 1 januari 2008.

2.

Artikel 5, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2007.

3.

Artikel 13, eerste lid treedt in werking met ingang van 1 september 2008.

4.

Artikel 18, onderdelen d en f, treedt in werking met ingang van 1 september 2008.

5.

Bijlage 10, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.

Artikel 20. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiën hoger onderwijs.

Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling

Universiteit Universiteit kwaliteit kwetsbare opleidingen bijzondere voorzieningen totaalbedrag
00DV Protestantse Theologische Universiteit € 272.913 € 272.913
21PB Universiteit Leiden € 2.815.000 € 3.684.577 € 6.499.577
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 3.361.579 € 1.437.337 € 4.798.916
21PD Universiteit Utrecht € 5.871.166 € 2.158.679 € 8.029.845
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 292.315 € 9.206.103 € 9.498.418
21PF Technische Universiteit Delft € 5.685.010 € 15.999.518 € 21.684.528
21PG Technische Universiteit Eindhoven € 3.038.772 € 589.039 € 3.627.811
21PH Universiteit Twente € 3.161.852 € 14.842.415 € 18.004.267
21PJ Universiteit Maastricht € 1.090.525 € 2.636.123 € 3.726.648
21PK Universiteit van Amsterdam € 3.664.841 € 4.708.758 € 8.373.599
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 1.983.471 € 2.602.066 € 4.585.537
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 2.865.898 € 1.537.548 € 4.403.446
21PN Universiteit van Tilburg € 441.522 € 352.899 € 794.421
21QO Theologische Universiteit Apeldoorn
22NC Open Universiteit € 505.640 € 505.640
23BF Universiteit voor Humanistiek
25AV Theologische Universiteit Kampen
€ 34.777.591 € 60.027.975 € 94.805.566
Universiteit Universiteit kwaliteit kwetsbare opleidingen bijzondere voorzieningen totaalbedrag
--- --- --- --- --- ---
21PI Wageningen University € 15.000 € 726.840 € 741.840

Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling

Universiteit Universiteit Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag
00DV Protestantse Theologische Universiteit € 283.799 € 283.799
21PB Universiteit Leiden € 4.874.005 € 2.870.180 € 7.744.185
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 4.220.548 € 579.223 € 4.799.771
21PD Universiteit Utrecht € 6.520.332 € 3.196.046 € 9.716.378
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 469.945 € 8.843.872 € 9.313.817
21PF Technische Universiteit Delft € 270.370 € 15.239.751 € 15.510.121
21PG Technische Universiteit Eindhoven € 195.767 € 419.759 € 615.526
21PH Universiteit Twente € 195.767 € 15.416.976 € 15.612.743
21PI Wageningen University € 45.467 € 45.467
21PJ Universiteit Maastricht € 2.362.645 € 2.107.455 € 4.470.100
21PK Universiteit van Amsterdam € 5.534.343 € 3.600.812 € 9.135.155
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 3.399.345 € 2.450.489 € 5.849.834
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 3.325.487 € 2.080.470 € 5.405.957
21PN Universiteit van Tilburg € 561.301 € 45.467 € 606.768
21QO Theologische Universiteit Apeldoorn € 3.201 € 3.201
22NC Open Universiteit € 802.398 € 802.398
23BF Universiteit voor Humanistiek
25AV Theologische Universiteit Kampen € 2.561 € 2.561
Totaal € 32.732.253 € 57.185.528 € 89.917.781
Universiteit Universiteit Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag
--- --- --- --- --- ---
21PI Wageningen University € 15.000 € 15.000

Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling

Universiteit Universiteit Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag
00DV Protestantse Theologische Universiteit € 284.446 € 284.446
21PB Universiteit Leiden € 2.413.371 € 2.574.889 € 4.988.260
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 2.015.481 € 756.908 € 2.772.389
21PD Universiteit Utrecht € 5.282.022 € 2.715.990 € 7.998.012
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 469.955 € 8.311.527 € 8.781.482
21PF Technische Universiteit Delft € 14.772.511 € 14.772.511
21PG Technische Universiteit Eindhoven € 396.972 € 396.972
21PH Universiteit Twente € 13.780.874 € 13.780.874
21PI Wageningen University € 119.753 € 119.753
21PJ Universiteit Maastricht € 571.622 € 1.960.495 € 2.532.117
21PK Universiteit van Amsterdam € 2.690.813 € 3.296.719 € 5.987.532
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 820.687 € 1.783.418 € 2.604.105
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 1.447.941 € 1.656.007 € 3.103.948
21PN Universiteit van Tilburg € 500.170 € 101.822 € 601.992
21QO Theologische Universiteit Apeldoorn € 3.201 € 3.201
22NC Open Universiteit € 325.620 € 325.620
23BF Universiteit voor Humanistiek € 3.201 € 3.201
25AV Theologische Universiteit Kampen € 3.201 € 3.201
Totaal € 16.537.682 € 52.521.934 € 69.059.616
Universiteit Universiteit Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag
--- --- --- --- --- ---
21PI Wageningen University € 0

Bijlage 2. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling

Universiteit Universiteit Percentage
00DV Protestantse Theologische Universiteit 0,83535%
21PB Universiteit Leiden 9,59462%
21PC Rijksuniversiteit Groningen 9,23258%
21PD Universiteit Utrecht 12,06911%
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam 6,73273%
21PF Technische Universiteit Delft 8,30815%
21PG Technische Universiteit Eindhoven 5,27003%
21PH Universiteit Twente 5,56258%
21PI Wageningen University 0,00000%
21PJ Universiteit Maastricht 5,37846%
21PK Universiteit van Amsterdam 12,66400%
21PL Vrije Universiteit Amsterdam 7,33602%
21PM Radboud Universiteit Nijmegen 8,56892%
21PN Universiteit van Tilburg 3,83992%
21QO Theologische Universiteit Apeldoorn 0,11160%
22NC Open Universiteit 4,17065%
23BF Universiteit voor Humanistiek 0,22328%
25AV Theologische Universiteit Kampen 0,10200%
Totaal 100,00000%
Universiteit Universiteit Percentage
--- --- ---
21PI Wageningen University 100,00000%

Bijlage 3. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling

Hogeschool Hogeschool Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag
00IC Katholieke PABO Zwolle € 243.358 € 3.215 € 246.573
00MF HKU € 365.113 € 18.005 € 383.118
01VU Christelijke Hogeschool Windesheim € 610.985 € 134.937 € 745.922
02BY Gerrit Rietveld Academie € 791.149 € 28.293 € 819.442
02NR Hotelschool Den Haag
02NT The Design Academy Eindhoven € 361.309 € 18.005 € 379.314
07GR Avans Hogeschool € 409.754 € 165.496 € 575.250
08OK Hogeschool De Kempel € 300.314 € 300.314
09OT Iselinge Hogeschool € 270.973 € 270.973
10IZ PC Hogeschool Marnix Academie € 717.993 € 3.858 € 721.851
14NI Codarts, Hs voor Muziek en Dans Rotterdam € 627.889 € 23.792 € 651.681
15BK Christelijke Hogeschool De Driestar € 144.979 € 144.979
21CW Hogeschool HAS Den Bosch € 5.144 € 5.144
21MI HZ University of Applied Sciences € 362.448 € 1.254.829 € 1.617.277
21QA Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten € 616.917 € 55.944 € 672.861
21RI Hogeschool Leiden € 634.582 € 12.860 € 647.442
21UG Hs Interconfessionele PABO € 336.559 € 336.559
21UI NHTV internationaal hoger onderwijs Breda € 18.005 € 18.005
21WN NHL Hogeschool € 141.527 € 91.736 € 233.263
22EX Stenden Hogescholen € 1.358.320 € 131.619 € 1.489.939
22HH Gereformeerde Hogeschool € 453.923 € 99.944 € 553.867
22OJ Hogeschool Rotterdam € 2.808.602 € 33.438 € 2.842.040
23AH Saxion Hogescholen € 692.104 € 181.338 € 873.442
23KJ Hogeschool der Kunsten Den Haag € 572.690 € 34.081 € 606.771
25BA Christelijke Hogeschool Ede € 391.789 € 576.838 € 968.627
25BE Hanzehogeschool Groningen € 1.378.555 € 66.876 € 1.445.431
25DW Hogeschool Utrecht € 1.747.872 € 53.372 € 1.801.244
25JX Hogeschool Zuyd € 1.504.471 € 51.443 € 1.555.914
25KB Hogeschool van Arnhem en Nijmegen € 1.029.878 € 279.651 € 1.309.529
27NF ArtEZ Hogeschool € 990.993 € 33.438 € 1.024.431
27PZ Hogeschool INHolland € 2.330.028 € 69.957 € 2.399.985
27UM De Haagse Hogeschool € 1.132.221 € 108.674 € 1.240.895
28DN Hogeschool van Amsterdam € 1.037.293 € 111.889 € 1.149.182
30GB Fontys Hogescholen € 2.210.197 € 267.320 € 2.477.517
30HD Hogeschool Van Hall Larenstein € 28.293 € 28.293
30TX Vilentum Hogeschool € 3.858 € 3.858
30VP Thomas More Hogeschool € 1.929 € 1.929
Totaal € 26.574.785 € 3.968.077 € 30.542.862
Hogeschool Hogeschool Kwaliteit Kwetsbare opleidingen Bijzondere voorzieningen Totaalbedrag
--- --- --- --- --- ---
21CW Hogeschool HAS Den Bosch € 14.581 € 700.000 € 714.581
27PZ Hogeschool INHolland € 3.352 € 3.352
30HD Hogeschool Van Hall Larenstein € 17.218 € 17.218
30TX Vilentum Hogeschool € 12.469 € 13.614 € 261.291 € 287.374
Totaal € 47.620 € 13.614 € 961.291 € 1.022.525

Bijlage 4. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Regeling

Hogeschool Hogeschool Percentage
00IC Katholieke PABO Zwolle 0,16030%
00MF HKU 4,70070%
01VU Christelijke Hogeschool Windesheim 1,71927%
02BY Gerrit Rietveld Academie 1,58316%
02NR Hotelschool Den Haag 0,25015%
02NT The Design Academy Eindhoven 0,67827%
07GR Avans Hogeschool 2,68837%
08OK Hogeschool De Kempel 0,26269%
09OT Iselinge Hogeschool 0,18602%
10IZ PC Hogeschool Marnix Academie 0,39964%
14NI Codarts, Hs voor Muziek en Dans Rotterdam 4,25175%
15BK Christelijke Hogeschool De Driestar 0,33128%
21CW Hogeschool HAS Den Bosch 0,00000%
21MI HZ University of Applied Sciences 0,92263%
21QA Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten 10,85912%
21RI Hogeschool Leiden 1,42015%
21UG Hs Interconfessionele PABO 0,42202%
21UI NHTV internationaal hoger onderwijs Breda 0,44967%
21WN NHL Hogeschool 2,15036%
22EX Stenden Hogescholen 1,98570%
22HH VIAA Gereformeerde Hogeschool 0,21456%
22OJ Hogeschool Rotterdam 4,88917%
23AH Saxion Hogescholen 3,25091%
23KJ Hogeschool der Kunsten Den Haag 5,38523%
25BA Christelijke Hogeschool Ede 0,29304%
25BE Hanzehogeschool Groningen 6,04621%
25DW Hogeschool Utrecht 4,23139%
25JX Hogeschool Zuyd 5,78910%
25KB Hogeschool van Arnhem en Nijmegen 4,31835%
27NF ArtEZ Hogeschool 7,55778%
27PZ Hogeschool INHolland 6,91040%
27UM De Haagse Hogeschool 2,59567%
28DN Hogeschool van Amsterdam 3,66429%
30GB Fontys Hogescholen 9,32418%
30HD Hogeschool Van Hall Larenstein 0,00000%
30TX Vilentum Hogeschool 0,00000%
30VP Thomas More Hogeschool 0,10847%
Totaal 100,00000%
Hogeschool Hogeschool Percentage
--- --- ---
21CW Hogeschool HAS Den Bosch 20,90739%
27PZ Hogeschool INHolland 5,21712%
30HD Hogeschool Van Hall Larenstein 49,89022%
30TX Vilentum Hogeschool 23,98527%
Totaal 100,00000%

Bijlage 5. bij artikel 4, eerste lid, van de Regeling

Universiteit Universiteit Bedrag
00DV Protestantse Theologische Universiteit
21PB Universiteit Leiden € 11.935.242
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 4.430.279
21PD Universiteit Utrecht € 11.546.629
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 3.681.203
21PF Technische Universiteit Delft € 6.353.188
21PG Technische Universiteit Eindhoven € 1.845.025
21PH Universiteit Twente € 6.673.214
21PI Wageningen University
21PJ Universiteit Maastricht € 184.815
21PK Universiteit van Amsterdam € 3.052.707
21PL Vrije Universiteit Amsterdam
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 9.493.748
21PN Universiteit van Tilburg
21QO Theologische Universiteit Apeldoorn
22NC Open Universiteit
23BF Universiteit voor Humanistiek
25AV Theologische Universiteit Kampen
Totaal € 59.196.050
Universiteit Universiteit Bedrag
--- --- ---
21PI Wageningen University € 1.335.805

Bijlage 6. bij artikel 4, tweede lid, van de Regeling

Universiteit Universiteit Percentage
00DV Protestantse Theologische Universiteit 0,28651%
21PB Universiteit Leiden 8,48090%
21PC Rijksuniversiteit Groningen 8,71266%
21PD Universiteit Utrecht 12,30842%
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam 5,13622%
21PF Technische Universiteit Delft 16,25561%
21PG Technische Universiteit Eindhoven 7,74702%
21PH Universiteit Twente 6,56583%
21PI Wageningen University 0,00000%
21PJ Universiteit Maastricht 4,64460%
21PK Universiteit van Amsterdam 10,61535%
21PL Vrije Universiteit Amsterdam 7,73607%
21PM Radboud Universiteit Nijmegen 7,50843%
21PN Universiteit van Tilburg 2,73929%
21QO Theologische Universiteit Apeldoorn 0,01663%
22NC Open Universiteit 1,09805%
23BF Universiteit voor Humanistiek 0,14045%
25AV Theologische Universiteit Kampen 0,00796%
Totaal 100,00000%
Universiteit Universiteit Percentage
--- --- ---
21PI Wageningen University 100,00000%

Bijlage 7. bij artikel 6 van de Regeling

Universiteit Universiteit Bedrag Percentage
21PB Universiteit Leiden € 2.824.928 12,52834%
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 4.298.192 12,73057%
21PD Universiteit Utrecht € 3.937.267 13,69339%
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 4.517.049 13,22639%
21PJ Universiteit Maastricht € 2.982.139 9,04449%
21PK Universiteit van Amsterdam € 3.483.087 16,92667%
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 2.963.145 10,89867%
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 3.568.717 10,95148%
Totaal € 28.574.524 100,00000%

Bijlage 8. bij artikel 6, van de Regeling

universiteit universiteit 2000 2008 2009 2010 2011
21PB Universiteit Leiden € 78.408.876 € 4.741.483 € 5.566.058 € 5.713.494 € 7.598.710
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 100.416.450 € 6.434.870 € 7.074.615 € 7.271.719 € 7.469.039
21PD Universiteit Utrecht € 94.028.801 € 9.144.289 € 8.531.154 € 8.778.004 € 9.025.089
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 134.810.505 € 13.911.824 € 14.591.394 € 15.010.906 € 15.456.762
21PJ Universiteit Maastricht € 54.292.304 € 3.074.148 € 4.915.817 € 5.064.233 € 3.501.112
21PK Universiteit van Amsterdam € 78.618.899 € 9.144.289 € 8.531.154 € 8.778.004 € 9.025.089
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 64.656.533 € 5.835.671 € 6.112.260 € 6.284.843 € 6.457.607
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 161.862.435 € 11.827.655 € 12.510.625 € 12.855.360 € 13.226.423
universiteit universiteit 2012 2013 2014 2015 2016
--- --- --- --- --- --- ---
21PB Universiteit Leiden € 6.060.720 € 6.025.500 € 8.129.295 € 8.373.174 € 8.624.369
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 7.692.453 € 7.647.750 € 19.185.583 € 19.761.150 € 20.353.985
21PD Universiteit Utrecht € 9.272.384 € 9.218.500 € 12.221.926 € 12.588.584 € 12.966.241
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 15.902.916 € 15.810.500 € 3.946.142 € 4.064.526 € 4.186.462
21PJ Universiteit Maastricht € 5.361.407 € 5.330.250 € 9.554.978 € 9.841.627 € 10.136.876
21PK Universiteit van Amsterdam € 9.272.384 € 9.218.500 € 8.112.969 € 8.356.358 € 8.607.048
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 6.630.532 € 6.592.000 € 10.712.669 € 11.034.049 € 11.365.070
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 13.597.770 € 13.518.750 € 3.699.042 € 3.810.013 € 3.924.314
universiteit universiteit 2017 2018 2019 2020 2021
--- --- --- --- --- --- ---
21PB Universiteit Leiden € 8.883.100 € 9.149.593 € 13.766.975 € 14.179.984 € 14.605.384
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 20.964.605 € 21.593.543 € 4.800.906 € 4.944.933 € 5.093.281
21PD Universiteit Utrecht € 13.355.228 € 13.755.885 € 12.295.484 € 12.664.348 € 13.044.279
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 4.312.056 € 4.441.417 € 10.436.088 € 10.749.171 € 11.071.646
21PJ Universiteit Maastricht € 10.440.982 € 10.754.212 € 6.849.292 € 7.054.771 € 7.266.414
21PK Universiteit van Amsterdam € 8.865.260 € 9.131.218 € 27.650.616 € 28.480.135 € 29.334.539
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 11.706.022 € 12.057.203 € 3.640.397 € 3.749.609 € 3.862.097
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 4.042.043 € 4.163.304 € 8.158.008 € 8.402.748 € 8.654.831
universiteit universiteit 2022 2023
--- --- --- ---
21PB Universiteit Leiden € 15.043.545 € 15.494.851
21PC Rijksuniversiteit Groningen € 5.246.080 € 5.403.462
21PD Universiteit Utrecht € 13.435.607 € 13.838.675
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam € 11.403.795 € 11.745.909
21PJ Universiteit Maastricht € 7.484.406 € 7.708.939
21PK Universiteit van Amsterdam € 30.214.575 € 31.121.012
21PL Vrije Universiteit Amsterdam € 3.977.960 € 4.097.298
21PM Radboud Universiteit Nijmegen € 8.914.476 € 9.181.910

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 9. bij artikel 4, derde lid, van de Regeling

Hogeschool Hogeschool Bedrag
00IC Katholieke PABO Zwolle € 45.505
00MF HKU € 22.216
01VU Christelijke Hogeschool Windesheim € 256.514
02BY Gerrit Rietveld Academie
02NR Hotelschool Den Haag
02NT The Design Academy Eindhoven
07GR Avans Hogeschool € 39.559
08OK Hogeschool De Kempel € 51.947
09OT Iselinge Hogeschool € 24.776
10IZ PC Hogeschool Marnix Academie € 92.745
14NI Codarts, Hs voor Muziek en Dans Rotterdam € 10.819
15BK Christelijke Hogeschool De Driestar € 74.741
21CW Hogeschool HAS Den Bosch
21MI HZ University of Applied Sciences € 25.437
21QA Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten € 25.684
21RI Hogeschool Leiden € 100.095
21UG Hs Interconfessionele PABO € 61.527
21UI NHTV internationaal hoger onderwijs Breda
21WN NHL Hogeschool € 153.033
22EX Stenden Hogescholen € 76.888
22HH Gereformeerde Hogeschool € 34.439
22OJ Hogeschool Rotterdam € 221.910
23AH Saxion Hogescholen € 74.906
23KJ Hogeschool der Kunsten Den Haag € 3.386
25BA Christelijke Hogeschool Ede € 46.083
25BE Hanzehogeschool Groningen € 91.176
25DW Hogeschool Utrecht € 327.291
25JX Hogeschool Zuyd € 23.620
25KB Hogeschool van Arnhem en Nijmegen € 285.007
27NF ArtEZ Hogeschool € 51.617
27PZ Hogeschool INHolland € 147.995
27UM De Haagse Hogeschool € 82.091
28DN Hogeschool van Amsterdam € 283.355
30GB Fontys Hogescholen € 490.235
30HD Hogeschool Van Hall Larenstein
30TX Vilentum Hogeschool € 5.286
30VP Thomas More Hogeschool € 40.798
Totaal € 3.270.681
Hogeschool Hogeschool Bedrag
--- --- ---
21CW Hogeschool HAS Den Bosch
27PZ Hogeschool INHolland
30HD Hogeschool Van Hall Larenstein
30TX Vilentum Hogeschool € 64.685
Totaal € 64.685

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage 10. bij artikel 14, tweede lid, van de Regeling

Naam Formaat Lengte Definitie
Burgerservicenummer Alfanumeriek 9 Het burgerservicenummer (BSN) is het nummer dat de natuurlijke persoon uniek identificeert in overheidsadministraties. Het burgerservicenummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11-proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden.
Onderwijsnummer Alfanumeriek 9 Het uniek identificerende nummer dat aan een onderwijsontvanger wordt toegekend indien deze niet of niet verifieerbaar over een BSN beschikt. Het onderwijsnummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden.
BRIN Alfanumeriek 4 Een unieke code voor een onderwijsinstelling. Het BRIN bestaat uit 2 cijfers gevolgd door 2 hoofdletters
BrinVolgnummer Alfanumeriek 2 Een volgnummer bij het BRIN-nummer dat een onderwijslocatie uniek identificeert. Het BRIN-volgnummer bestaat uit 2 cijfers.
Inschrijvingvolgnummer Alfanumeriek 20 Een door de instelling aan de inschrijving toegekend volgnummer voor de registratie van een inschrijving bij DUO. Het inschrijvingvolgnummer moet per BRIN uniek zijn. Het inschrijvingsvolgnummer bestaat uit cijfers, hoofdletters (A-Z), kleine letters (a-z) of een combinatie daarvan.
Inschrijvingsvorm Alfanumeriek, waardelijst 1 De hoedanigheid waarin de onderwijsvolger zich heeft aangemeld; Mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
Opleidingcode Alfanumeriek 5 De code van de opleiding binnen het codestelsel
Onderwijsvorm Alfanumeriek, waardelijst 2 Uitputtende lijsten voor het hoger onderwijs voor de manier waarop de kennisoverdracht is ingericht wat betreft fysieke aanwezigheid op de onderwijslocatie en de duur daarvan; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
Opleidingsfase Alfanumeriek, waardelijst 1 Aanduiding van een deel van opleiding; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
DatumInschrijving Datum 8 De datum vanaf wanneer de betrokkene is ingeschreven
DatumUitschrijving Datum 8 De datum waarop de betrokkene is uitgeschreven ic de laatste datum waarop de inschrijving daadwerkelijk actief was.
RedenUitschrijving Alfanumeriek, waardelijst 40 Codering voor de reden van de uitschrijving; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
EersteInschrijving Boolean (J/N) 1 EersteInschrijving geeft aan of het om de opleiding van eerste inschrijving van de student gaat, te weten: 1. de opleiding waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43, eerste lid van de WHW, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, derde of vierde lid, van de WHW is verkregen, of, 2. de eerste opleiding waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in artikelen 7.43, tweede lid of 7.44 van de WHW is verschuldigd.
Aantal studiepunten onderwijseenheid Numeriek 3.1 Een getal, uitgedrukt in studiepunten (ECTS), dat de inspanning weergeeft die een onderwijseenheid aan de Open Universiteit vergt.
Studentnummer Alfanumeriek 12 Het studentnummer is het identificerende nummer waarmee de student in de administratie van de instelling bekend is.
Indicatie Intensief Programma Boolean J/N Geeft aan of er sprake is van deelname aan een intensief programma voor een opleiding of een programma binnen de opleiding.
Naam Formaat Lengte Definitie
--- --- --- ---
AanmeldNummer Alfanumeriek 18 De unieke aanduiding van een aanmelding
Geslachtsaanduiding Alfanumeriek, waardelijst 1 De aanduiding van het geslacht van de natuurlijke persoon; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
Geslachtsnaam Alfanumeriek 200 De naamgegevens van de persoon met uitzondering van de voornamen. Indien de natuurlijke persoon geen vastgestelde geslachtsnaam heeft wordt de waarde – (liggend streepje) opgenomen.
Geboortedatum Datum 8 De datum waarop de natuurlijke persoon is geboren; indien de dag of de dag en maand niet bekend is bevat(ten) deze 00.
Geboorteplaats Alfanumeriek 40 De naam van de plaats
Code geboorteland Alfanumeriek 4 De code van het land cf de Landelijke tabel
Voorvoegsel Alfanumeriek 10 Het deel van de geslachtsnaam dat voorkomt in de voorvoegseltabel en door een spatie van de geslachtsnaam is gescheiden
Voornamen Alfanumeriek 200 De verzameling namen, die gescheiden door spaties, aan de geslachtsnaam voorafgaat. Indien de natuurlijke persoon geen vastgestelde voornamen heeft, wordt de waarde – (liggend streepje) opgenomen. Zolang LO3 nog gebruikt wordt kunnen voornamen ook leeg zijn.
Of binnenlands adres of buitenlands adres Of binnenlands adres of buitenlands adres Of binnenlands adres of buitenlands adres Of binnenlands adres of buitenlands adres
Binnenlands adres Binnenlands adres Binnenlands adres Binnenlands adres
DatumBegin Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) 10 Eerste dag waarop het adres geldig is. Indien de dag of de dag en maand niet bekend is bevat(ten) deze dan 00.
Straatnaam Alfanumeriek 80 De straatnaam zoals die officieel is vastgesteld door de gemeente
Huisnummer Alfanumeriek 5 De numerieke aanduiding zoals deze door het gemeentebestuur aan het object is toegekend
Huisletter Alfanumeriek 1 De alfabetische aanduiding zoals deze door het gemeentebestuur aan de locatie is toegekend ter aanvulling op het huisnummer
HuisnummerToevoeging Alfanumeriek 5 Die letters of tekens die noodzakelijk zijn om, naast het juiste huisnummer de brievenbus te vinden
Postcode Alfanumeriek 6 De door de PTT vastgestelde code behorende bij de straatnaam en het huisnummer
AanduidingLocatie Alfanumeriek 35 De nadere aanduiding van de locatie waar de persoon is ingeschreven of het adres indien daarbij geen officiële straatnaam hoort.
Plaatsnaam Alfanumeriek 40 De naam van de plaats cf de landelijke tabel (in LO4)
HuisnummerAanduiding Alfanumeriek 2 De aanduiding die wordt gebruikt voor adressen die niet zijn voorzien van de gebruikelijke straatnaam en huisnummering; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
Buitenlands adres Buitenlands adres Buitenlands adres Buitenlands adres
DatumBegin Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) 10 Eerste dag waarop het adres geldig is. Indien de datum waarvan de dag of de dag en maand niet bekend is dan bevat(ten) deze 00.
AdresregelBuitenland1 Alfanumeriek 35 De eerste regel van het buitenlands adres
AdresregelBuitenland2 Alfanumeriek 35 De tweede regel van het buitenlands adres
AdresregelBuitenland3 Alfanumeriek 35 De derde regel van het buitenlands adres
LandCode Alfanumeriek 4 De code van het land cf de landelijke tabel
Nationaliteitscode Alfanumeriek 4 Een code voor de nationaliteit van een natuurlijke persoon cf de landelijke tabel: nationaliteit
DatumBegin Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) 10 Eerste dag dat de nationaliteit geldig is. Indien van de datum de dag of de dag en maand niet bekend is dan bevat(ten) deze 00.
VerblijfsdocumentCode Alfanumeriek 1 Aanduiding van het type verblijfsdocument in de communicatie met HO-Instellingen en Studielink; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
DatumBegin Datum 8 De datum waarop het verblijfsdocument zijn geldigheid krijgt.
DatumEinde Datum 8 De datum waarop het verblijfsdocument zijn geldigheid verliest.
Naam Formaat Lengte Definitie
--- --- --- ---
Burgerservicenummer Alfanumeriek 9 Het burgerservicenummer (BSN) is het nummer dat de natuurlijke persoon uniek identificeert in overheidsadministraties. Het burgerservicenummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden.
Onderwijsnummer Alfanumeriek 9 Het uniek identificerende nummer dat aan een onderwijsontvanger wordt toegekend indien deze niet of niet verifieerbaar over een BSN beschikt. Het onderwijsnummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden.
BRIN Alfanumeriek 4 Een unieke code voor een onderwijsinstelling. Het BRIN bestaat uit 2 cijfers gevolgd door 2 hoofdletters
BrinVolgnummer Alfanumeriek 2 Een volgnummer bij het BRIN-nummer dat een onderwijslocatie uniek identificeert. Het BRIN-volgnummer bestaat uit 2 cijfers.
Resultaatvolgnummer Alfanumeriek 20 Een door de instelling aan het onderwijsresultaat toegekend volgnummer ten behoeve van de registratie van een onderwijsresultaat bij DUO. Het Resultaat-volgnummer moet per BRIN uniek zijn. Het resultaatvolgnummer bestaat uit cijfers, hoofdletters (A-Z), kleine letters (a-z) of een combinatie daarvan.
Opleidingcode Alfanumeriek, waardelijst 5 De code van de opleiding binnen het codestelsel
Onderwijsvorm Alfanumeriek, waardelijst 2 Uitputtende lijst voor het hoger onderwijs voor de manier waarop de kennisoverdracht is ingericht wat betreft fysieke aanwezigheid op de onderwijslocatie en de duur daarvan; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
Opleidingsfase Alfanumeriek, waardelijst 1 Aanduiding van een deel van opleiding; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen
DatumDiploma Datum 8 De datum waarop het diploma behaald is.
EersteGraad Boolean (J/N) 1 eersteGraad geeft aan of het onderwijsresultaat voor bekostiging in aanmerking moet worden genomen.
Studentnummer Alfanumeriek 12 Het studentnummer is het identificerende nummer waarmee de student in de administratie van de instelling bekend is.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a. Historisch bestand hoger onderwijs
1.

Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit zijn de gegevens uit het CRIHO vastgelegd in het historisch bestand hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door instellingen aan het CRIHO aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit.

2.

Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs, bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april 2010.

Paragraaf 3. Onderzoek

Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen

Paragraaf 5. Collegegeld

Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen

Paragraaf 7. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs

Paragraaf 8a. Experimenten

Bijlage 12. bij artikel 4, zevende en achtste lid

universiteit universiteit Percentage onderzoekscholen Percentage toponder zoekscholen
21PB Universiteit Leiden 9,153% 7,492%
21PC Rijksuniversiteit Groningen 9,662% 22,104%
21PD Universiteit Utrecht 12,809% 19,408%
21PE Erasmus Universiteit Rotterdam 5,279% 2,908%
21PF Technische Universiteit Delft 14,802% 5,078%
21PG Technische Universiteit Eindhoven 8,000% 22,780%
21PH Universiteit Twente 6,228% 0,00000%
21PJ Universiteit Maastricht 3,814% 0,00000%
21PK Universiteit van Amsterdam 11,851% 12,397%
21PL Vrije Universiteit Amsterdam 8,036% 6,066%
21PM Radboud Universiteit Nijmegen 8,075% 1,767%
21PN Universiteit van Tilburg 2,291% 0,00000%
22NC Open Universiteit 0,00000% 0,00000%
00DV Protestantse Theologische Universiteit 0,00000% 0,00000%
21QO Theologische Universiteit Apeldoorn 0,00000% 0,00000%
23BF Universiteit voor Humanistiek 0,00000% 0,00000%
25AV Theologische Universiteit Kampen 0,00000% 0,00000%

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Paragraaf 7. Persoonsgebonden nummer in het hoger onderwijs

Paragraaf 8. Sectoroverstijgende opleidingen

Paragraaf 9. Slotbepalingen