Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214, houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het hoger onderwijs (Regeling financiën hoger onderwijs)
Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 4.9, vierde lid, 4.10, 4.17, derde lid, 4.19, 4.20, vierde lid, 4.23, eerste en tweede lid, 4,25, vierde lid, 4.26, vijfde lid en 4.27, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, artikel 7 van het Besluit decentralisatie arbeidsvoorwaardenvorming academische ziekenhuizen en de artikelen 3.3, tweede lid, 7.43, vierde lid, 7.50, tweede lid, 7.51, zevende lid en 7.52, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- accreditatieorgaan: de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, bedoeld in artikel 1 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs, met bijlage; Den Haag, 3 september 2003 (Trb. 2003, 167);
- afsluitend examen: het examen bedoeld in artikel 7.10 van de wet;
- basisregister onderwijs: basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;
- besluit: het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;
- examencommissie: de examencommissie, bedoeld in artikel 7.12, van de wet;
- hogeschool: hogeschool als bedoeld in onderdeel g van de bijlage van de wet;
- inspectie: de inspectie, bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
- kwaliteitsafspraken: kwaliteitsafspraken als bedoeld in het akkoord ‘Investeren in Onderwijskwaliteit, Kwaliteitsafspraken 2019–2024’, bijlage bij Kamerstukken II 2017/18, 31 288, nr. 621;
- kwaliteitsbekostiging: een aanvullende rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van de wet;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, dan wel het door de minister uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in artikel 7.31e, derde lid;
- studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;
- universiteit:
- 1°. universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage van de wet,
- 2°. de Open Universiteit, bedoeld in onderdeel h van de bijlage van de wet, en
- 3°. levensbeschouwelijke universiteit als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet;
Paragraaf 2. Onderwijs
Artikel 2. Factoren onderwijs
De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor bacheloropleidingen en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs:
- a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
- b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,5, en
- c. voor een top bekostigingsniveau: 3.
De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:
- a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
- b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,28, en
- c. voor een top bekostigingsniveau: 1,5.
De bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1. van het besluit, behorend bij opleidingen of groepen van opleidingen, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 13 bij deze regeling.
Artikel 3. Onderwijsopslag
De onderwijsopslag van een universiteit, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:
- a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling, en
- b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende universiteit is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.
De onderwijsopslag van een hogeschool, bedoeld in artikel 4.11 van het besluit, bestaat uit:
- a. het bedrag, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 3 bij deze regeling, en
- b. het percentage, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, dat voor de desbetreffende hogeschool is opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling.
Paragraaf 3. Onderzoek
Artikel 4. Bedragen onderzoek
De bedragen, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 5 bij deze regeling.
De verdeling, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 6 bij deze regeling.
De bedragen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 9 bij deze regeling.
Het deel van het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, van het besluit, is 14,65024%.
Het deel van het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, van het besluit, is 19,39371%.
De bedragen, bedoeld in artikel 4.21, tweede lid, van het besluit, zijn € 80.091 voor een promotie en € 66.743 voor een ontwerperscertificaat.
Paragraaf 2a. Beleidsregels kwaliteitsbekostiging
Artikel 5. Rentepercentage
Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.27, tweede lid, van het besluit is 5%.
Artikel 6. Bedragen en percentages academische ziekenhuizen
Het bedrag, bedoeld in artikel 4.27, derde lid, onderdeel c, van het besluit, wordt vastgesteld overeenkomstig bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer bedragen.
De percentages, bedoeld in artikel 4.27, vierde lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling, onder de noemer percentages.
De investeringsbedragen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.
Artikel 7. Toelage raad van toezicht academische ziekenhuizen
Vervallen
Paragraaf 5. Collegegeld
Artikel 8. Consumentenprijsindex
Vervallen
Artikel 9. Bedragen wettelijk collegegeld
Voor het in de volgende tabel genoemde studiejaar worden na de toepassing van artikel 2.2, tweede lid, 2.4a, tweede lid, en 2.4b, tweede lid, van het besluit, de volgende bedragen van het wettelijk collegegeld vastgesteld:
| Vorm wettelijk collegegeld | Studiejaar 2018–2019 | Studiejaar 2019–2020 |
|---|---|---|
| Volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit | € 2.060 | € 2.083 |
| Gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, van het besluit | Minimumbedrag: € 1.226 Maximumbedrag: € 2.060 | Minimumbedrag: € 1.240 Maximumbedrag: € 2.083 |
| Collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, van de wet, per studiepunt | Minimumbedrag: € 34,33 Maximumbedrag: € 68,67 | Minimumbedrag: € 34,71 Maximumbedrag: € 69,43 |
| Hoger collegegeld, bedoeld in artikel 6.7, vierde lid, van de wet | Minimumbedrag: € 2.060 Maximumbedrag: € 10.300 | Minimumbedrag: € 2.083 Maximumbedrag: € 10.414 |
| Verlaagd wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit | € 1.030 | € 1.041 |
| Verlaagd gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit | Minimumbedrag: € 613 Maximumbedrag: € 1.030 | Minimumbedrag: € 620 Maximumbedrag: € 1.041 |
| Verlaagd collegegeld OU, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit, per studiepunt | Minimumbedrag: € 17,17 Maximumbedrag: € 34,33 | Minimumbedrag: € 17,36 Maximumbedrag: € 34,71 |
| Verlaagd hoger collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit | Minimumbedrag: € 1.030 Maximumbedrag: € 5.150 | Minimumbedrag: € 1.041 Maximumbedrag: € 5.207 |
Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen
Artikel 10. Organisaties
Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht.
Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de minister om te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51k, van de wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd:
- a. de statuten of reglementen van de organisatie;
- b. een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat de organisatie ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvat, dan wel uit een samenwerkingsverband bestaat van instellingen, organisaties of rechtspersonen die samen ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvatten;
- c. in het geval van een politieke jongerenorganisatie: de schriftelijke verklaring van de politieke partij, vertegenwoordigd in de beide Kamers der Staten Generaal, waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie met die politieke partij is gelieerd;
- d. een verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit.
Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de minister slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden.
De minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in kennis van zijn beslissing.
Artikel 11. Vertegenwoordigers
Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiële ondersteuning vanwege het daadwerkelijk vervullen van een bestuursfunctie tijdens een studiejaar in aanmerking komen, met inachtneming van artikel 7.51k van de wet en verstrekt aan de minister voor 1 november van het desbetreffende studiejaar de volgende gegevens over deze vertegenwoordiger of vertegenwoordigers:
- a. de naam, het adres en de woonplaats, alsmede de geboortedatum;
- b. een kopie van een identiteitsbewijs met daarop het burgerservice- of sofinummer;
- c. een bankafschrift met daarop het relevante banknummer;
- d. de gewenste subsidieperiode in maanden.
Financiële ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel 10, tweede lid.
Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en financiële ondersteuning wordt toegekend, maakt de minister deze beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger.
Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de minister.
Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.
Artikel 12. Aanspraak
De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 11 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.
Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning.
Artikel 13. Hoogte van de aanspraak
De financiële ondersteuning is gelijk 115% van het brutominimumloon voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een volledig dienstverband per maand.
De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand.
Artikel 14. Wijze van verstrekking
Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid en vijfde lid, van de wet, tezamen met het persoonsgebonden nummer op elektronische wijze aan de minister.
Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens overeenkomstig de specificatie als opgenomen in bijlage 12.
Indien een gemeente de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder a., en het vijfde lid, van de wet, niet aan de minister verstrekt, verzoekt de minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing betreffende de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder b., van de wet, indien deze al zijn opgenomen in het basisregister onderwijs. Indien deze gegevens nog niet zijn opgenomen in het basisregister onderwijs verzoekt de minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken.
De verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder i van de wet is niet van toepassing op de Open Universiteit. Het gegeven onderwijseenheid, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, onder e van de wet, omvat tevens het aantal studiepunten van de onderwijseenheid.
Artikel 14a. Toelage raad van toezicht
Vervallen
Paragraaf 5. Collegegeld
Artikel 15. Tijdstip van melding
Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat alle op de inschrijving betrekking hebbende gegevens of mutaties uiterlijk binnen 8 weken na het besluit inzake de inschrijving, bedoeld in artikel 7.32, van de wet, of wijziging van deze gegevens, aan de minister zijn gemeld, onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 van het besluit.
Het instellingsbestuur draagt er zorg voor dat alle op het afsluitende examen betrekking hebbende gegevens daarop uiterlijk binnen 8 weken nadat de examencommissie, conform artikel 7.12, van de wet, heeft vastgesteld dat het examen met succes is afgerond aan Onze minister zijn gemeld, onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 van het besluit.
Artikel 16. Gebruik van gegevens uit het basisregister onderwijs door minister en Inspectie
Uit het basisregister onderwijs verstrekt de minister voor iedere universiteit en hogeschool afzonderlijk aan de minister en de Inspectie de gegevens, bedoeld in artikel 7.52, tweede lid, van de wet, met uitzondering van de persoonsgebonden nummers, de geslachtsnamen, de voornamen en de geboortedata van de studenten.
Bij de verstrekking, bedoeld in het eerste lid, vervangt de minister elk persoonsgebonden nummer door een ander nummer of een code op een zodanige wijze dat de student of extranei niet geïdentificeerd of identificeerbaar is.
Artikel 17. Bekostiging sectoroverstijgende opleidingen ten laste van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken
Vervallen
Paragraaf 8. Sectoroverstijgende opleidingen
Artikel 18. Experiment prestatiebekostiging
Vervallen
Artikel 19. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 13, eerste lid, artikel 18, onderdelen d en f, en bijlage 12, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt, met uitzondering van artikel 5, eerste lid, terug tot en met 1 januari 2008.
Artikel 5, eerste lid, werkt terug tot en met 1 januari 2007.
Artikel 13, eerste lid treedt in werking met ingang van 1 september 2008.
Artikel 18, onderdelen d en f, treedt in werking met ingang van 1 september 2008.
Bijlage 12, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.
Artikel 20. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financiën hoger onderwijs.
Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling
| Universiteit | Universiteit | kwaliteit | kwetsbare opleidingen | bijzondere voorzieningen | totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 272.913 | € 272.913 | ||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 2.815.000 | € 3.684.577 | € 6.499.577 | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 3.361.579 | € 1.437.337 | € 4.798.916 | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 5.871.166 | € 2.158.679 | € 8.029.845 | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 292.315 | € 9.206.103 | € 9.498.418 | |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 5.685.010 | € 15.999.518 | € 21.684.528 | |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 3.038.772 | € 589.039 | € 3.627.811 | |
| 21PH | Universiteit Twente | € 3.161.852 | € 14.842.415 | € 18.004.267 | |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 1.090.525 | € 2.636.123 | € 3.726.648 | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 3.664.841 | € 4.708.758 | € 8.373.599 | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 1.983.471 | € 2.602.066 | € 4.585.537 | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 2.865.898 | € 1.537.548 | € 4.403.446 | |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | € 441.522 | € 352.899 | € 794.421 | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | ||||
| 22NC | Open Universiteit | € 505.640 | € 505.640 | ||
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | ||||
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | ||||
| € 34.777.591 | € 60.027.975 | € 94.805.566 | |||
| Universiteit | Universiteit | kwaliteit | kwetsbare opleidingen | bijzondere voorzieningen | totaalbedrag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PI | Wageningen University | € 15.000 | € 726.840 | € 741.840 |
Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling
| Universiteit | Universiteit | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 283.799 | € 283.799 | ||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 4.874.005 | € 2.870.180 | € 7.744.185 | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 4.220.548 | € 579.223 | € 4.799.771 | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 6.520.332 | € 3.196.046 | € 9.716.378 | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 469.945 | € 8.843.872 | € 9.313.817 | |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 270.370 | € 15.239.751 | € 15.510.121 | |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 195.767 | € 419.759 | € 615.526 | |
| 21PH | Universiteit Twente | € 195.767 | € 15.416.976 | € 15.612.743 | |
| 21PI | Wageningen University | € 45.467 | € 45.467 | ||
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 2.362.645 | € 2.107.455 | € 4.470.100 | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 5.534.343 | € 3.600.812 | € 9.135.155 | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 3.399.345 | € 2.450.489 | € 5.849.834 | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 3.325.487 | € 2.080.470 | € 5.405.957 | |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | € 561.301 | € 45.467 | € 606.768 | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | € 3.201 | € 3.201 | ||
| 22NC | Open Universiteit | € 802.398 | € 802.398 | ||
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | ||||
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | € 2.561 | € 2.561 | ||
| Totaal | € 32.732.253 | € 57.185.528 | € 89.917.781 | ||
| Universiteit | Universiteit | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PI | Wageningen University | € 15.000 | € 15.000 |
Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling
| Universiteit | Universiteit | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 290.720 | € 290.720 | ||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 2.480.727 | € 2.651.314 | € 5.132.041 | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 2.057.052 | € 801.342 | € 2.858.394 | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 5.374.710 | € 2.907.407 | € 8.282.117 | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 485.313 | € 8.494.838 | € 8.980.151 | |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 15.412.474 | € 15.412.474 | ||
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 4.433 | € 397.847 | € 402.280 | |
| 21PH | Universiteit Twente | € 13.850.192 | € 13.850.192 | ||
| 21PI | Wageningen University | € 4.433 | € 85.087 | € 89.520 | |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 584.231 | € 2.186.865 | € 2.771.096 | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 2.769.927 | € 3.540.973 | € 6.310.900 | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 838.789 | € 2.896.989 | € 3.735.778 | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 1.513.512 | € 2.037.340 | € 3.550.852 | |
| 21PN | Universiteit van Tilburg | € 511.202 | € 64.142 | € 575.344 | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | ||||
| 22NC | Open Universiteit | € 332.803 | € 495.697 | € 828.500 | |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | € 654 | € 654 | ||
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | € 2.618 | € 2.618 | ||
| Totaal | € 16.957.132 | € 56.116.499 | € 73.073.631 | ||
| Universiteit | Universiteit | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PI | Wageningen University | € 0 |
Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 302.650 | € 302.650 | ||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 2.465.028 | € 2.580.067 | € 5.045.095 | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 2.079.001 | € 1.028.154 | € 3.107.155 | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 5.473.298 | € 2.682.148 | € 8.155.446 | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 491.410 | € 9.205.477 | € 9.696.887 | |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 15.786.856 | € 15.786.856 | ||
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 566.246 | € 566.246 | ||
| 21PH | Universiteit Twente | € 14.204.748 | € 14.204.748 | ||
| 21PI | Wageningen University | € 302.091 | € 302.091 | ||
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 592.613 | € 2.473.370 | € 3.065.983 | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 2.792.645 | € 4.139.780 | € 6.932.425 | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 1.025.170 | € 3.316.115 | € 4.341.285 | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 1.520.459 | € 2.056.593 | € 3.577.052 | |
| 21PN | Tilburg University | € 517.897 | € 247.423 | € 765.320 | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | € 4.272 | € 4.272 | ||
| 22NC | Open Universiteit | € 335.377 | € 489.866 | € 825.243 | |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | € 3.639 | € 3.639 | ||
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | € 4.238 | € 4.238 | ||
| Totaal | € 17.292.898 | € 59.393.733 | € 76.686.631 |
Bijlage 2. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Percentage |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,88461% |
| 21PB | Universiteit Leiden | 9,35199% |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 8,99909% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 11,76390% |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 6,56247% |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | 8,09805% |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 5,13676% |
| 21PH | Universiteit Twente | 5,42191% |
| 21PI | Wageningen University | 3,88027% |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 5,24245% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 12,34374% |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,15050% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 8,35222% |
| 21PN | Tilburg University | 3,74281% |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,12093% |
| 22NC | Open Universiteit | 2,63124% |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,21764% |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,09942% |
| Totaal | 100,00000% |
Bijlage 3. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling
| Hogeschool | Hogeschool | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 151.421 | € 61.443 | € 212.864 | |
| 00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | € 382.427 | € 311.898 | € 694.325 | |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 411.867 | € 642.940 | € 1.054.807 | |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | € 828.666 | € 105.230 | € 933.896 | |
| 02NR | Hotelschool The Hague | € 743.876 | € 743.876 | ||
| 02NT | Design Academy Eindhoven | € 378.443 | € 30.032 | € 408.475 | |
| 07GR | Avans Hogeschool | € 505.525 | € 329.955 | € 835.480 | |
| 08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | € 278.616 | € 65.089 | € 343.705 | |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | € 189.781 | € 79.759 | € 269.540 | |
| 10IZ | Marnix Academie | € 646.066 | € 144.126 | € 790.192 | |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | € 657.665 | € 175.745 | € 833.410 | |
| 15BK | Driestar educatief | € 99.982 | € 99.982 | ||
| 21CW | HAS Hogeschool | € 37.927 | € 37.927 | ||
| 21MI | HZ University of Applied Sciences | € 720.767 | € 1.377.560 | € 2.098.327 | |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 646.172 | € 599.762 | € 1.245.934 | |
| 21RI | Hogeschool Leiden | € 965.409 | € 188.477 | € 1.153.886 | |
| 21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | € 563.288 | € 64.330 | € 627.618 | |
| 21UI | NHTV internationale hogeschool Breda | € 234.535 | € 234.535 | ||
| 22HH | Viaa-Gereformeerde Hogeschool | € 961.023 | € 95.893 | € 1.056.916 | |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 4.173.659 | € 717.707 | € 4.891.366 | |
| 23AH | Saxion Hogeschool | € 1.372.055 | € 638.690 | € 2.010.745 | |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 599.848 | € 149.729 | € 749.577 | |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 858.056 | € 558.679 | € 1.416.735 | |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 1.776.693 | € 861.643 | € 2.638.336 | |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | € 3.002.349 | € 627.281 | € 3.629.630 | |
| 25JX | Zuyd Hogeschool | € 1.496.777 | € 615.471 | € 2.112.248 | |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 1.429.582 | € 871.448 | € 2.301.030 | |
| 27NF | ArtEZ | € 1.037.987 | € 291.257 | € 1.329.244 | |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 3.306.783 | € 446.134 | € 3.752.917 | |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | € 1.984.634 | € 411.188 | € 2.395.822 | |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 1.273.961 | € 1.154.268 | € 2.428.229 | |
| 30GB | Fontys Hogescholen | € 4.086.768 | € 1.154.075 | € 5.240.843 | |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | € 77.162 | € 77.162 | ||
| 30TX | Aeres Hogeschool | € 64.717 | € 64.717 | ||
| 30VP | Hogeschool Thomas More | € 51.587 | € 51.587 | ||
| 31FR | NHL Stenden Hogeschool | € 2.293.534 | € 599.027 | € 2.892.561 | |
| Totaal | € 36.979.822 | € 14.678.622 | € 51.658.444 |
Bijlage 4. bij artikel 3, tweede lid, van de regeling
| Hogeschool | Hogeschool | Percentage |
|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | 0,15236% |
| 00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | 4,46788% |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | 1,63412% |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | 1,50475% |
| 02NR | Hotelschool The Hague | 0,23776% |
| 02NT | Design Academy Eindhoven | 0,64468% |
| 07GR | Avans Hogeschool | 2,55522% |
| 08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | 0,24968% |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | 0,17681% |
| 10IZ | Marnix Academie | 0,37985% |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | 4,04117% |
| 15BK | Driestar educatief | 0,31487% |
| 21CW | HAS Hogeschool | 1,18994% |
| 21MI | HZ University of Applied Sciences | 0,87693% |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | 10,32129% |
| 21RI | Hogeschool Leiden | 1,34981% |
| 21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | 0,40112% |
| 21UI | NHTV internationale hogeschool Breda | 0,42740% |
| 22HH | Viaa-Gereformeerde Hogeschool | 0,20393% |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | 4,64702% |
| 23AH | Saxion Hogeschool | 3,08990% |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | 5,11851% |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | 0,27853% |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | 5,74675% |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | 4,02182% |
| 25JX | Zuyd Hogeschool | 5,50238% |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | 4,10447% |
| 27NF | ArtEZ | 7,18346% |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | 6,81071% |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | 2,46711% |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | 3,48280% |
| 30GB | Fontys Hogescholen | 8,86237% |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | 2,31956% |
| 30TX | Aeres Hogeschool | 1,20073% |
| 30VP | Hogeschool Thomas More | 0,10310% |
| 31FR | NHL Stenden Hogeschool | 3,93121% |
| Totaal | 100,00000% |
Bijlage 5. bij artikel 4, eerste lid, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Bedrag |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 9.242.489 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 6.129.411 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 10.714.179 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 3.809.259 |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 8.352.783 |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 3.121.903 |
| 21PH | Universiteit Twente | € 7.082.775 |
| 21PI | Wageningen University | € 1.408.130 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 131.743 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 3.750.419 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 9.257.451 |
| 21PN | Tilburg University | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | |
| 22NC | Open Universiteit | |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | |
| Totaal | € 63.000.542 |
Bijlage 6. bij artikel 4, tweede lid, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Percentage |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,25747% |
| 21PB | Universiteit Leiden | 7,78527% |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 8,38126% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 11,24031% |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 5,05120% |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | 14,16543% |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 7,17056% |
| 21PH | Universiteit Twente | 5,92703% |
| 21PI | Wageningen University | 7,39466% |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 4,90842% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 9,56558% |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,45566% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 6,82153% |
| 21PN | Tilburg University | 2,61632% |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,01103% |
| 22NC | Open Universiteit | 1,08434% |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,14522% |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,01871% |
| Totaal | 100,00000% |
Bijlage 7. bij artikel 6 van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Bedrag | Percentage |
|---|---|---|---|
| 21PB | Universiteit Leiden | 12,39730% | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 12,84522% | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 13,69763% | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 13,35443% | |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 9,11353% | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 16,69170% | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 10,87244% | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 11,02775% | |
| Totaal | 100,00000% |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 8. bij artikel 6, van de regeling
| universiteit | universiteit | 2000 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 21PB | Universiteit Leiden | € 78.408.876 | € 4.741.483 | € 5.566.058 | € 5.713.494 | € 7.598.710 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 100.416.450 | € 6.434.870 | € 7.074.615 | € 7.271.719 | € 7.469.039 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 94.028.801 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 134.810.505 | € 13.911.824 | € 14.591.394 | € 15.010.906 | € 15.456.762 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 54.292.304 | € 3.074.148 | € 4.915.817 | € 5.064.233 | € 3.501.112 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 78.618.899 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 64.656.533 | € 5.835.671 | € 6.112.260 | € 6.284.843 | € 6.457.607 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 161.862.435 | € 11.827.655 | € 12.510.625 | € 12.855.360 | € 13.226.423 |
| universiteit | universiteit | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 6.060.720 | € 6.025.500 | € 8.129.295 | € 8.373.174 | € 8.624.369 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 7.692.453 | € 7.647.750 | € 19.185.583 | € 19.761.150 | € 20.353.985 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 12.221.926 | € 12.588.584 | € 12.966.241 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 15.902.916 | € 15.810.500 | € 3.946.142 | € 4.064.526 | € 4.186.462 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 5.361.407 | € 5.330.250 | € 9.554.978 | € 9.841.627 | € 10.136.876 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 8.112.969 | € 8.356.358 | € 8.607.048 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 6.630.532 | € 6.592.000 | € 10.712.669 | € 11.034.049 | € 11.365.070 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 13.597.770 | € 13.518.750 | € 3.699.042 | € 3.810.013 | € 3.924.314 |
| universiteit | universiteit | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 8.883.100 | € 9.149.593 | € 13.766.975 | € 14.179.984 | € 14.605.384 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 20.964.605 | € 21.593.543 | € 4.800.906 | € 4.944.933 | € 5.093.281 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 13.355.228 | € 13.755.885 | € 12.295.484 | € 12.664.348 | € 13.044.279 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 4.312.056 | € 4.441.417 | € 10.436.088 | € 10.749.171 | € 11.071.646 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 10.440.982 | € 10.754.212 | € 6.849.292 | € 7.054.771 | € 7.266.414 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 8.865.260 | € 9.131.218 | € 27.650.616 | € 28.480.135 | € 29.334.539 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 11.706.022 | € 12.057.203 | € 3.640.397 | € 3.749.609 | € 3.862.097 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 4.042.043 | € 4.163.304 | € 8.158.008 | € 8.402.748 | € 8.654.831 |
| universiteit | universiteit | 2022 | 2023 | |||
| --- | --- | --- | --- | |||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 15.043.545 | € 15.494.851 | |||
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 5.246.080 | € 5.403.462 | |||
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 13.435.607 | € 13.838.675 | |||
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 11.403.795 | € 11.745.909 | |||
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 7.484.406 | € 7.708.939 | |||
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 30.214.575 | € 31.121.012 | |||
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 3.977.960 | € 4.097.298 | |||
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 8.914.476 | € 9.181.910 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 9. behorend bij artikel 4, derde lid, van de regeling
| Hogeschool | Hogeschool | Bedrag |
|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 63.239 |
| 00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | € 24.543 |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 263.526 |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | |
| 02NR | Hotelschool The Hague | |
| 02NT | Design Academy Eindhoven | |
| 07GR | Avans Hogeschool | € 41.920 |
| 08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | € 57.417 |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | € 28.753 |
| 10IZ | Marnix Academie | € 97.546 |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | € 10.749 |
| 15BK | Driestar educatief | € 82.856 |
| 21CW | HAS Hogeschool | |
| 21MI | HZ University of Applied Sciences | € 23.200 |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 28.216 |
| 21RI | Hogeschool Leiden | € 106.682 |
| 21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | € 67.628 |
| 21UI | NHTV internationale hogeschool Breda | |
| 22HH | Viaa-Gereformeerde Hogeschool | € 30.993 |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 245.253 |
| 23AH | Saxion Hogeschool | € 71.928 |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 4.389 |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 42.727 |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 110.534 |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | € 308.492 |
| 25JX | Zuyd Hogeschool | € 26.514 |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 336.081 |
| 27NF | ArtEZ | € 54.640 |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 136.242 |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | € 81.781 |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 317.360 |
| 30GB | Fontys Hogescholen | € 482.354 |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | |
| 30TX | Aeres Hogeschool | € 41.204 |
| 30VP | Hogeschool Thomas More | € 50.161 |
| 31FR | NHL Stenden Hogeschool | € 255.375 |
| Totaal | € 3.492.303 |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 3a. Historisch bestand hoger onderwijs
Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit zijn de gegevens uit het basisregister onderwijs vastgelegd in het historisch bestand hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door instellingen aan het basisregister onderwijs aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit.
Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs, bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april 2010.
Paragraaf 3. Onderzoek
Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen
Paragraaf 5. Collegegeld
Paragraaf 3. Onderzoek
Paragraaf 7. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs
Paragraaf 8a. Experimenten
Bijlage 10. bij artikel 14, tweede lid, van de regeling
| Naam | Formaat | Lengte | Definitie |
|---|---|---|---|
| Burgerservicenummer | Alfanumeriek | 9 | Het burgerservicenummer (BSN) is het nummer dat de natuurlijke persoon uniek identificeert in overheidsadministraties. Het burgerservicenummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11-proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| Onderwijsnummer | Alfanumeriek | 9 | Het uniek identificerende nummer dat aan een onderwijsontvanger wordt toegekend indien deze niet of niet verifieerbaar over een BSN beschikt. Het onderwijsnummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| BRIN | Alfanumeriek | 4 | Een unieke code voor een onderwijsinstelling. Het BRIN bestaat uit 2 cijfers gevolgd door 2 hoofdletters |
| BrinVolgnummer | Alfanumeriek | 2 | Een volgnummer bij het BRIN-nummer dat een onderwijslocatie uniek identificeert. Het BRIN-volgnummer bestaat uit 2 cijfers. |
| Inschrijvingvolgnummer | Alfanumeriek | 20 | Een door de instelling aan de inschrijving toegekend volgnummer voor de registratie van een inschrijving bij DUO. Het inschrijvingvolgnummer moet per BRIN uniek zijn. Het inschrijvingsvolgnummer bestaat uit cijfers, hoofdletters (A–Z), kleine letters (a–z) of een combinatie daarvan. |
| Inschrijvingsvorm | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | De hoedanigheid waarin de onderwijsvolger zich heeft aangemeld; Mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Opleidingcode | Alfanumeriek | 5 | De code van de opleiding binnen het codestelsel |
| Onderwijsvorm | Alfanumeriek, waardelijst | 2 | Uitputtende lijsten voor het hoger onderwijs voor de manier waarop de kennisoverdracht is ingericht wat betreft fysieke aanwezigheid op de onderwijslocatie en de duur daarvan; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Opleidingsfase | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | Aanduiding van een deel van opleiding; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| DatumInschrijving | Datum | 8 | De datum vanaf wanneer de betrokkene is ingeschreven |
| DatumUitschrijving | Datum | 8 | De datum waarop de betrokkene is uitgeschreven ic de laatste datum waarop de inschrijving daadwerkelijk actief was. |
| RedenUitschrijving | Alfanumeriek, waardelijst | 40 | Codering voor de reden van de uitschrijving; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| EersteInschrijving | Boolean (J/N) | 1 | EersteInschrijving geeft aan of het om de opleiding van eerste inschrijving van de student gaat, te weten: 1. de opleiding waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, eerste lid van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van de wet is verkregen, tenzij er sprake is van een vermindering als bedoeld in artikel 7.48, derde en vierde lid, of, 2. opleiding waarvoor een persoon die het collegegeld, bedoeld in artikelen 7.43, tweede lid, of 7.44 van de wet is verschuldigd, zich als eerste heeft ingeschreven. |
| Aantal studiepunten onderwijseenheid | Numeriek | 3.1 | Een getal, uitgedrukt in studiepunten (ECTS), dat de inspanning weergeeft die een onderwijseenheid aan de Open Universiteit vergt. |
| Studentnummer | Alfanumeriek | 12 | Het studentnummer is het identificerende nummer waarmee de student in de administratie van de instelling bekend is. |
| Indicatie Intensief Programma | Boolean | J/N | Geeft aan of er sprake is van deelname aan een intensief programma voor een opleiding of een programma binnen de opleiding. |
| Naam | Formaat | Lengte | Definitie |
| --- | --- | --- | --- |
| AanmeldNummer | Alfanumeriek | 18 | De unieke aanduiding van een aanmelding |
| Geslachtsaanduiding | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | De aanduiding van het geslacht van de natuurlijke persoon; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Geslachtsnaam | Alfanumeriek | 200 | De naamgegevens van de persoon met uitzondering van de voornamen. Indien de natuurlijke persoon geen vastgestelde geslachtsnaam heeft wordt de waarde - (liggend streepje) opgenomen. |
| Geboortedatum | Datum | 8 | De datum waarop de natuurlijke persoon is geboren; indien de dag of de dag en maand niet bekend is bevat(ten) deze 00. |
| Geboorteplaats | Alfanumeriek | 40 | De naam van de plaats |
| Code geboorteland | Alfanumeriek | 4 | De code van het land cf de Landelijke tabel |
| Voorvoegsel | Alfanumeriek | 10 | Het deel van de geslachtsnaam dat voorkomt in de voorvoegseltabel en door een spatie van de geslachtsnaam is gescheiden |
| Voornamen | Alfanumeriek | 200 | De verzameling namen, die gescheiden door spaties, aan de geslachtsnaam voorafgaat. Indien de natuurlijke persoon geen vastgestelde voornamen heeft, wordt de waarde - (liggend streepje) opgenomen. Zolang LO3 nog gebruikt wordt kunnen voornamen ook leeg zijn. |
| Of binnenlands adres of buitenlands adres | Of binnenlands adres of buitenlands adres | Of binnenlands adres of buitenlands adres | Of binnenlands adres of buitenlands adres |
| Binnenlands adres | Binnenlands adres | Binnenlands adres | Binnenlands adres |
| DatumBegin | Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) | 10 | Eerste dag waarop het adres geldig is. Indien de dag of de dag en maand niet bekend is bevat(ten) deze dan 00. |
| Straatnaam | Alfanumeriek | 80 | De straatnaam zoals die officieel is vastgesteld door de gemeente |
| Huisnummer | Alfanumeriek | 5 | De numerieke aanduiding zoals deze door het gemeentebestuur aan het object is toegekend |
| Huisletter | Alfanumeriek | 1 | De alfabetische aanduiding zoals deze door het gemeentebestuur aan de locatie is toegekend ter aanvulling op het huisnummer |
| HuisnummerToevoeging | Alfanumeriek | 5 | Die letters of tekens die noodzakelijk zijn om, naast het juiste huisnummer de brievenbus te vinden |
| Postcode | Alfanumeriek | 6 | De door de PTT vastgestelde code behorende bij de straatnaam en het huisnummer |
| AanduidingLocatie | Alfanumeriek | 35 | De nadere aanduiding van de locatie waar de persoon is ingeschreven of het adres indien daarbij geen officiële straatnaam hoort. |
| Plaatsnaam | Alfanumeriek | 40 | De naam van de plaats cf de landelijke tabel (in LO4) |
| HuisnummerAanduiding | Alfanumeriek | 2 | De aanduiding die wordt gebruikt voor adressen die niet zijn voorzien van de gebruikelijke straatnaam en huisnummering; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Buitenlands adres | Buitenlands adres | Buitenlands adres | Buitenlands adres |
| DatumBegin | Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) | 10 | Eerste dag waarop het adres geldig is. Indien de datum waarvan de dag of de dag en maand niet bekend is dan bevat(ten) deze 00. |
| AdresregelBuitenland1 | Alfanumeriek | 35 | De eerste regel van het buitenlands adres |
| AdresregelBuitenland2 | Alfanumeriek | 35 | De tweede regel van het buitenlands adres |
| AdresregelBuitenland3 | Alfanumeriek | 35 | De derde regel van het buitenlands adres |
| LandCode | Alfanumeriek | 4 | De code van het land cf de landelijke tabel |
| Nationaliteitscode | Alfanumeriek | 4 | Een code voor de nationaliteit van een natuurlijke persoon cf de landelijke tabel: nationaliteit |
| DatumBegin | Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) | 10 | Eerste dag dat de nationaliteit geldig is. Indien van de datum de dag of de dag en maand niet bekend is dan bevat(ten) deze 00. |
| VerblijfsdocumentCode | Alfanumeriek | 1 | Aanduiding van het type verblijfsdocument in de communicatie met HO-Instellingen en Studielink; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| DatumBegin | Datum | 8 | De datum waarop het verblijfsdocument zijn geldigheid krijgt. |
| DatumEinde | Datum | 8 | De datum waarop het verblijfsdocument zijn geldigheid verliest. |
| Naam | Formaat | Lengte | Definitie |
| --- | --- | --- | --- |
| Burgerservicenummer | Alfanumeriek | 9 | Het burgerservicenummer (BSN) is het nummer dat de natuurlijke persoon uniek identificeert in overheidsadministraties. Het burgerservicenummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| Onderwijsnummer | Alfanumeriek | 9 | Het uniek identificerende nummer dat aan een onderwijsontvanger wordt toegekend indien deze niet of niet verifieerbaar over een BSN beschikt. Het onderwijsnummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| BRIN | Alfanumeriek | 4 | Een unieke code voor een onderwijsinstelling. Het BRIN bestaat uit 2 cijfers gevolgd door 2 hoofdletters |
| BrinVolgnummer | Alfanumeriek | 2 | Een volgnummer bij het BRIN-nummer dat een onderwijslocatie uniek identificeert. Het BRIN-volgnummer bestaat uit 2 cijfers. |
| Resultaatvolgnummer | Alfanumeriek | 20 | Een door de instelling aan het onderwijsresultaat toegekend volgnummer ten behoeve van de registratie van een onderwijsresultaat bij DUO. Het Resultaat-volgnummer moet per BRIN uniek zijn. Het resultaatvolgnummer bestaat uit cijfers, hoofdletters (A–Z), kleine letters (a–z) of een combinatie daarvan. |
| Opleidingcode | Alfanumeriek, waardelijst | 5 | De code van de opleiding binnen het codestelsel |
| Onderwijsvorm | Alfanumeriek, waardelijst | 2 | Uitputtende lijst voor het hoger onderwijs voor de manier waarop de kennisoverdracht is ingericht wat betreft fysieke aanwezigheid op de onderwijslocatie en de duur daarvan; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Opleidingsfase | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | Aanduiding van een deel van opleiding; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| DatumDiploma | Datum | 8 | De datum waarop het diploma behaald is. |
| EersteGraad | Boolean (J/N) | 1 | eersteGraad geeft aan of het onderwijsresultaat voor bekostiging in aanmerking moet worden genomen. |
| Studentnummer | Alfanumeriek | 12 | Het studentnummer is het identificerende nummer waarmee de student in de administratie van de instelling bekend is. |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Paragraaf 7. Persoonsgebonden nummer in het hoger onderwijs
Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen
Paragraaf 9. Slotbepalingen
Artikel 3b. Inschrijvingen met terugwerkende kracht
Indien een inschrijving heeft plaatsgevonden in de maand oktober, heeft een instellingsbestuur niet de bevoegdheid die inschrijving met terugwerkende kracht te laten ingaan.
Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen
Paragraaf 5. Collegegeld
Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen
Paragraaf 8a. Experimenten
Paragraaf 7. Persoonsgebonden nummer in het hoger onderwijs
Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | € 320.993 | € 320.993 | ||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 2.515.626 | € 2.314.292 | € 4.829.918 | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 2.121.675 | € 1.060.008 | € 3.181.683 | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 5.585.643 | € 2.798.451 | € 8.384.094 | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 501.497 | € 9.367.577 | € 9.869.074 | |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 16.021.924 | € 16.021.924 | ||
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 503.881 | € 503.881 | ||
| 21PH | Universiteit Twente | € 14.604.662 | € 14.604.662 | ||
| 21PI | Wageningen University | € 259.331 | € 259.331 | ||
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 604.777 | € 2.757.921 | € 3.362.698 | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 2.849.968 | € 4.743.699 | € 7.593.667 | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 1.046.213 | € 3.398.532 | € 4.444.745 | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 1.551.668 | € 1.103.559 | € 2.655.227 | |
| 21PN | Tilburg University | € 528.527 | € 254.061 | € 782.588 | |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | € 4.572 | € 4.572 | ||
| 22NC | Open Universiteit | € 342.261 | € 339.139 | € 681.400 | |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | € 4.394 | € 4.394 | ||
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | € 18.197 | € 18.197 | ||
| Totaal | € 17.647.855 | € 59.875.193 | € 77.523.048 |
A. Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs.
CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
B. Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs.
CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
Geen uitzonderingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 3c. Reikwijdte
Paragraaf 2a bevat, met uitzondering van de artikelen 3h en 3i, beleidsregels met betrekking tot de wijze waarop de minister gebruik maakt van de bevoegdheid tot het toekennen van kwaliteitsbekostiging als bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van de wet voor het tijdvak 2021 tot en met 2024.
Artikel 3d. Aanvraag- en beslistermijnen kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling
Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit wordt uiterlijk zes weken voor het afgesproken tijdstip van het bezoek van de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onderdeel b, van de wet, ingediend bij het accreditatieorgaan.
Indien er geen sprake is van een commissie als bedoeld in het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit uiterlijk acht weken voor het afgesproken tijdstip van bezoek van de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 18a, onderdeel d, ingediend bij het accreditatieorgaan.
De minister besluit binnen achtentwintig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het eerste lid.
De minister besluit binnen dertig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het tweede lid.
Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit wordt uiterlijk een jaar na het besluit tot afwijzing van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, ingediend bij het accreditatieorgaan.
De minister besluit binnen dertig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 3e. Besluit kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling
Een besluit tot toekenning van kwaliteitsbekostiging als bedoeld in artikel 3d, derde of zesde lid, betreft een gehele toekenning of een gehele weigering van de voor de desbetreffende universiteit of hogeschool op grond van artikel 3h berekende kwaliteitsbekostiging.
Artikel 3f. Aanvraag en beslistermijnen kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie
De minister besluit voor 1 december 2022 de kwaliteitsbekostiging, bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, van het besluit toe te kennen of te weigeren.
Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.32, derde lid, van het besluit wordt uiterlijk een jaar na een besluit van de minister de kwaliteitsbekostiging niet toe te kennen als bedoeld in artikel 4.32, derde lid, van het besluit, ingediend bij het accreditatieorgaan.
De minister besluit binnen dertig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 3g. Besluit kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie
Een besluit tot toekenning van de kwaliteitsbekostiging als bedoeld in artikel 3f, eerste of derde lid, betreft een gehele toekenning of een gehele weigering van de voor de desbetreffende universiteit of hogeschool op grond van artikel 3h berekende kwaliteitsbekostiging.
Artikel 3h. Berekening, verdeling en betaling bedrag
De hoogte van de kwaliteitsbekostiging wordt berekend:
- a. indien de ontvanger een universiteit betreft, op basis van het aandeel van de ontvanger in de studentgebonden financiering, bedoeld in artikel 4.7, derde lid, onder a en onder b, van het besluit, van de desbetreffende universiteit voor het desbetreffende begrotingsjaar;
- b. indien de ontvanger een hogeschool betreft, op basis van het aandeel van de ontvanger in de studentgebonden financiering, bedoeld in artikel 4.7, derde lid, onder a en onder b, van het besluit, en de onderwijsopslag in percentages, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit, van de desbetreffende hogeschool voor het desbetreffende begrotingsjaar.
Bedragen voor kwaliteitsbekostiging die als gevolg van afwijzingen door de minister van een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit niet worden toegekend, of die als gevolg van het niet doen van een aanvraag niet worden toegekend, worden volgens de uitgangspunten van het eerste lid verdeeld over de universiteiten respectievelijk de hogescholen, waaraan wel een bedrag is toegekend.
De minister betaalt een voor enig jaar toegekend bedrag op dezelfde wijze als en gelijktijdig met de jaarlijkse rijksbijdrage, bedoeld in de artikelen 2.5 en 2.6 van de wet.
Artikel 3i. Bedragen kwaliteitsbekostiging
De bedragen van de kwaliteitsbekostiging, bedoeld in de artikelen 4.30, eerste lid en 4.32, eerste lid, van het besluit, voor universiteiten onderscheidenlijk hogescholen worden bekendgemaakt in de bijlagen 10 respectievelijk 11 van deze regeling.
Paragraaf 4. Academische ziekenhuizen
Paragraaf 8. Sectoroverstijgende opleidingen
Paragraaf 8a. Experimenten
Paragraaf 8b. Aanvullende taken accreditatieorgaan in verband met kwaliteitsafspraken
Artikel 18a
Het accreditatieorgaan heeft in aanvulling op artikel 5.2, vierde lid, van de wet tot taak:
- a. de minister te adviseren de aanvragen, bedoeld in de artikelen 4.30, eerste en tweede lid, en 4.32, derde lid, van het besluit;
- b. in 2022 de minister te adviseren of voldaan is aan de maatstaven, bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, van het besluit;
- c. uiterlijk zes jaar na het besluit, bedoeld in artikel 3d, derde of zesde lid, de verwezenlijking te evalueren van de in de aanvraag in het vooruitzicht gestelde kwaliteit, bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit, van een universiteit of hogeschool en daarover de minister te adviseren;
- d. een commissie van deskundigen in te stellen in het geval het:
- 1°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en de desbetreffende universiteit of hogeschool geen erkenning ITK als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de wet, heeft verkregen;
- 2°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en voor de desbetreffende instelling niet reeds een commissie van deskundigen is ingesteld in het kader van een instellingstoets kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van de wet;
- 3°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit;
- 4°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.32, eerste en derde lid, van het besluit;
- e. het in 2020 of 2022 of op verzoek van de minister opmaken van een landelijk beeld van de stand van zaken van de kwaliteitsafspraken.
Het accreditatieorgaan stelt een toetsingsprotocol vast voor de advisering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Het toetsingsprotocol wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de minister daarmee heeft ingestemd.
Paragraaf 9. Slotbepalingen
Bijlage 2. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Percentage |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,55460% |
| 21PB | Universiteit Leiden | 8,90219% |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 9,29374% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 11,71346% |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 6,99842% |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | 9,36100% |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 5,36549% |
| 21PH | Universiteit Twente | 5,02853% |
| 21PI | Wageningen University | 4,44149% |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 5,78505% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 11,41236% |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,52692% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 7,73544% |
| 21PN | Tilburg University | 3,59619% |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,08109% |
| 22NC | Open Universiteit | 1,96866% |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,16838% |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,06699% |
| Totaal | 100,00000% |
Bijlage 3. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling
| Hogeschool | Hogeschool | Kwaliteit | Kwetsbare opleidingen | Bijzondere voorzieningen | Totaalbedrag |
|---|---|---|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 167.416 | € 167.416 | ||
| 00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | € 391.406 | € 379.072 | € 770.478 | |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 1.130.675 | € 1.130.675 | ||
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | € 848.122 | € 102.727 | € 950.849 | |
| 02NR | Hotelschool The Hague | € 634.098 | € 634.098 | ||
| 02NT | Design Academy Eindhoven | € 387.328 | € 35.045 | € 422.373 | |
| 07GR | Avans Hogeschool | € 354.151 | € 576.047 | € 930.198 | |
| 08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | € 183.838 | € 183.838 | ||
| 09OT | Iselinge Hogeschool | € 79.731 | € 79.731 | ||
| 10IZ | Marnix Academie | € 250.371 | € 250.371 | ||
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | € 673.106 | € 208.388 | € 881.494 | |
| 15BK | Driestar educatief | € 263.311 | € 263.311 | ||
| 21CW | HAS Hogeschool | € 55.646 | € 55.646 | ||
| 21MI | HZ University of Applied Sciences | € 1.467.801 | € 1.467.801 | ||
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 661.344 | € 512.771 | € 1.174.115 | |
| 21RI | Hogeschool Leiden | € 126.016 | € 397.389 | € 523.405 | |
| 21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | € 174.894 | € 174.894 | ||
| 21UI | Breda University of Applied Sciences | € 247.685 | € 247.685 | ||
| 22HH | Viaa-Gereformeerde Hogeschool | € 153.144 | € 153.144 | ||
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 902.469 | € 1.352.347 | € 2.254.816 | |
| 23AH | Saxion Hogeschool | € 162.021 | € 871.683 | € 1.033.704 | |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 613.932 | € 175.701 | € 789.633 | |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 652.293 | € 652.293 | ||
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 1.626.043 | € 1.137.310 | € 2.763.353 | |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | € 945.124 | € 1.195.824 | € 2.140.948 | |
| 25JX | Zuyd Hogeschool | € 1.088.616 | € 667.396 | € 1.756.012 | |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 1.098.144 | € 1.579.135 | € 2.677.279 | |
| 27NF | ArtEZ | € 1.062.358 | € 402.780 | € 1.465.138 | |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 405.053 | € 755.443 | € 1.160.496 | |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | € 566.425 | € 566.425 | ||
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 2.056.174 | € 2.056.174 | ||
| 30GB | Fontys Hogescholen | € 1.090.748 | € 2.567.233 | € 3.657.981 | |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | € 96.109 | € 96.109 | ||
| 30TX | Aeres Hogeschool | € 139.398 | € 139.398 | ||
| 30VP | Hogeschool Thomas More | € 140.481 | € 140.481 | ||
| 31FR | NHL Stenden Hogeschool | € 1.158.270 | € 1.158.270 | ||
| Totaal | € 12.435.981 | € 22.534.051 | € 34.970.032 |
Bijlage 4. behorend bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling
| Hogeschool | Hogeschool | Percentage |
|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | 0,16192% |
| 00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | 2,95721% |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | 3,13760% |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | 0,92937% |
| 02NR | Hotelschool The Hague | 0,41329% |
| 02NT | Design Academy Eindhoven | 0,43719% |
| 07GR | Avans Hogeschool | 4,52941% |
| 08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | 0,21867% |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | 0,13625% |
| 10IZ | Marnix Academie | 0,35713% |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | 2,34323% |
| 15BK | Driestar educatief | 0,28706% |
| 21CW | HAS Hogeschool | 1,17854% |
| 21MI | HZ University of Applied Sciences | 0,96918% |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | 6,03195% |
| 21RI | Hogeschool Leiden | 1,83771% |
| 21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | 0,31466% |
| 21UI | Breda University of Applied Sciences | 0,94421% |
| 22HH | Viaa-Gereformeerde Hogeschool | 0,26970% |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | 6,22923% |
| 23AH | Saxion Hogeschool | 4,10900% |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | 2,99548% |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | 0,55466% |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | 5,93758% |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | 5,60889% |
| 25JX | Zuyd Hogeschool | 4,54666% |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | 5,54212% |
| 27NF | ArtEZ | 4,30487% |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | 6,45220% |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | 3,97154% |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | 6,14154% |
| 30GB | Fontys Hogescholen | 8,92975% |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | 1,86391% |
| 30TX | Aeres Hogeschool | 1,06677% |
| 30VP | Hogeschool Thomas More | 0,11927% |
| 31FR | NHL Stenden Hogeschool | 4,17225% |
| Totaal | 100,00000% |
Bijlage 5. bij artikel 4, eerste lid, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Bedrag |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 19.538.160 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 11.232.177 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 16.234.138 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 6.190.723 |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | € 19.424.102 |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | € 11.521.807 |
| 21PH | Universiteit Twente | € 15.154.386 |
| 21PI | Wageningen University | € 3.398.179 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 2.810.238 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 10.165.142 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 7.363.019 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 14.017.102 |
| 21PN | Tilburg University | € 1.162.319 |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | |
| 22NC | Open Universiteit | € 320.088 |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | |
| Totaal | € 138.531.580 |
Bijlage 6. bij artikel 4, tweede lid, van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Percentage |
|---|---|---|
| 00DV | Protestantse Theologische Universiteit | 0,25699% |
| 21PB | Universiteit Leiden | 7,77084% |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 8,36572% |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 11,21946% |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 5,04184% |
| 21PF | Technische Universiteit Delft | 14,13916% |
| 21PG | Technische Universiteit Eindhoven | 7,15727% |
| 21PH | Universiteit Twente | 5,91604% |
| 21PI | Wageningen University | 7,56635% |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 4,89932% |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 9,54785% |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 7,44184% |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 6,80888% |
| 21PN | Tilburg University | 2,61147% |
| 21QO | Theologische Universiteit Apeldoorn | 0,01101% |
| 22NC | Open Universiteit | 1,08233% |
| 23BF | Universiteit voor Humanistiek | 0,14495% |
| 25AV | Theologische Universiteit Kampen | 0,01868% |
| Totaal | 100,00000% |
Bijlage 7. bij artikel 6 van de regeling
| Universiteit | Universiteit | Bedrag | Percentage |
|---|---|---|---|
| 21PB | Universiteit Leiden | 12,39730% | |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | 12,84522% | |
| 21PD | Universiteit Utrecht | 13,69763% | |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | 13,35443% | |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | 9,11353% | |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | 16,69170% | |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | 10,87244% | |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | 11,02775% | |
| Totaal | 100,00000% |
Bijlage 8. bij artikel 6, van de regeling
| universiteit | universiteit | 2000 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 21PB | Universiteit Leiden | € 78.408.876 | € 4.741.483 | € 5.566.058 | € 5.713.494 | € 7.598.710 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 100.416.450 | € 6.434.870 | € 7.074.615 | € 7.271.719 | € 7.469.039 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 94.028.801 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 134.810.505 | € 13.911.824 | € 14.591.394 | € 15.010.906 | € 15.456.762 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 54.292.304 | € 3.074.148 | € 4.915.817 | € 5.064.233 | € 3.501.112 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 78.618.899 | € 9.144.289 | € 8.531.154 | € 8.778.004 | € 9.025.089 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 64.656.533 | € 5.835.671 | € 6.112.260 | € 6.284.843 | € 6.457.607 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 161.862.435 | € 11.827.655 | € 12.510.625 | € 12.855.360 | € 13.226.423 |
| universiteit | universiteit | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 6.060.720 | € 6.025.500 | € 8.129.295 | € 8.373.174 | € 8.624.369 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 7.692.453 | € 7.647.750 | € 19.185.583 | € 19.761.150 | € 20.353.985 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 12.221.926 | € 12.588.584 | € 12.966.241 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 15.902.916 | € 15.810.500 | € 3.946.142 | € 4.064.526 | € 4.186.462 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 5.361.407 | € 5.330.250 | € 9.554.978 | € 9.841.627 | € 10.136.876 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 9.272.384 | € 9.218.500 | € 8.112.969 | € 8.356.358 | € 8.607.048 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 6.630.532 | € 6.592.000 | € 10.712.669 | € 11.034.049 | € 11.365.070 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 13.597.770 | € 13.518.750 | € 3.699.042 | € 3.810.013 | € 3.924.314 |
| universiteit | universiteit | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 21PB | Universiteit Leiden | € 8.883.100 | € 9.149.593 | € 13.766.975 | € 14.179.984 | € 14.605.384 |
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 20.964.605 | € 21.593.543 | € 4.800.906 | € 4.944.933 | € 5.093.281 |
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 13.355.228 | € 13.755.885 | € 12.295.484 | € 12.664.348 | € 13.044.279 |
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 4.312.056 | € 4.441.417 | € 10.436.088 | € 10.749.171 | € 11.071.646 |
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 10.440.982 | € 10.754.212 | € 6.849.292 | € 7.054.771 | € 7.266.414 |
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 8.865.260 | € 9.131.218 | € 27.650.616 | € 28.480.135 | € 29.334.539 |
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 11.706.022 | € 12.057.203 | € 3.640.397 | € 3.749.609 | € 3.862.097 |
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 4.042.043 | € 4.163.304 | € 8.158.008 | € 8.402.748 | € 8.654.831 |
| universiteit | universiteit | 2022 | 2023 | |||
| --- | --- | --- | --- | |||
| 21PB | Universiteit Leiden | € 15.043.545 | € 15.494.851 | |||
| 21PC | Rijksuniversiteit Groningen | € 5.246.080 | € 5.403.462 | |||
| 21PD | Universiteit Utrecht | € 13.435.607 | € 13.838.675 | |||
| 21PE | Erasmus Universiteit Rotterdam | € 11.403.795 | € 11.745.909 | |||
| 21PJ | Universiteit Maastricht | € 7.484.406 | € 7.708.939 | |||
| 21PK | Universiteit van Amsterdam | € 30.214.575 | € 31.121.012 | |||
| 21PL | Vrije Universiteit Amsterdam | € 3.977.960 | € 4.097.298 | |||
| 21PM | Radboud Universiteit Nijmegen | € 8.914.476 | € 9.181.910 |
Bijlage 9. behorend bij artikel 4, derde lid, van de regeling
| Hogeschool | Hogeschool | Bedrag |
|---|---|---|
| 00IC | Katholieke PABO Zwolle | € 64.756 |
| 00MF | Hogeschool voor de Kunsten Utrecht | € 23.250 |
| 01VU | Christelijke Hogeschool Windesheim | € 264.835 |
| 02BY | Gerrit Rietveld Academie | |
| 02NR | Hotelschool The Hague | |
| 02NT | Design Academy Eindhoven | |
| 07GR | Avans Hogeschool | € 41.778 |
| 08OK | Pedagogische Hogeschool De Kempel | € 62.303 |
| 09OT | Iselinge Hogeschool | € 29.699 |
| 10IZ | Marnix Academie | € 104.990 |
| 14NI | Codarts, Hogeschool voor de Kunsten | € 11.716 |
| 15BK | Driestar educatief | € 82.193 |
| 21CW | HAS Hogeschool | |
| 21MI | HZ University of Applied Sciences | € 22.887 |
| 21QA | Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten | € 30.698 |
| 21RI | Hogeschool Leiden | € 111.256 |
| 21UG | Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar | € 72.839 |
| 21UI | Breda University of Applied Sciences | |
| 22HH | Viaa-Gereformeerde Hogeschool | € 34.785 |
| 22OJ | Hogeschool Rotterdam | € 248.487 |
| 23AH | Saxion Hogeschool | € 78.470 |
| 23KJ | Hogeschool der Kunsten Den Haag | € 4.359 |
| 25BA | Christelijke Hogeschool Ede | € 44.321 |
| 25BE | Hanzehogeschool Groningen | € 117.886 |
| 25DW | Hogeschool Utrecht | € 313.879 |
| 25JX | Zuyd Hogeschool | € 29.063 |
| 25KB | Hogeschool van Arnhem en Nijmegen | € 342.851 |
| 27NF | ArtEZ | € 56.491 |
| 27PZ | Hogeschool INHolland | € 147.494 |
| 27UM | De Haagse Hogeschool | € 83.283 |
| 28DN | Hogeschool van Amsterdam | € 325.413 |
| 30GB | Fontys Hogescholen | € 464.733 |
| 30HD | Hogeschool Van Hall Larenstein | |
| 30TX | Aeres Hogeschool | € 35.057 |
| 30VP | Hogeschool Thomas More | € 47.045 |
| 31FR | NHL Stenden Hogeschool | € 277.459 |
| Totaal | € 3.574.276 |
Bijlage 12. bij artikel 14, tweede lid, van de regeling
| Naam | Formaat | Lengte | Definitie |
|---|---|---|---|
| Burgerservicenummer | Alfanumeriek | 9 | Het burgerservicenummer (BSN) is het nummer dat de natuurlijke persoon uniek identificeert in overheidsadministraties. Het burgerservicenummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11-proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| Onderwijsnummer | Alfanumeriek | 9 | Het uniek identificerende nummer dat aan een onderwijsontvanger wordt toegekend indien deze niet of niet verifieerbaar over een BSN beschikt. Het onderwijsnummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| BRIN | Alfanumeriek | 4 | Een unieke code voor een onderwijsinstelling. Het BRIN bestaat uit 2 cijfers gevolgd door 2 hoofdletters |
| BrinVolgnummer | Alfanumeriek | 2 | Een volgnummer bij het BRIN-nummer dat een onderwijslocatie uniek identificeert. Het BRIN-volgnummer bestaat uit 2 cijfers. |
| Inschrijvingvolgnummer | Alfanumeriek | 20 | Een door de instelling aan de inschrijving toegekend volgnummer voor de registratie van een inschrijving bij DUO. Het inschrijvingvolgnummer moet per BRIN uniek zijn. Het inschrijvingsvolgnummer bestaat uit cijfers, hoofdletters (A–Z), kleine letters (a–z) of een combinatie daarvan. |
| Inschrijvingsvorm | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | De hoedanigheid waarin de onderwijsvolger zich heeft aangemeld; Mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Opleidingcode | Alfanumeriek | 5 | De code van de opleiding binnen het codestelsel |
| Onderwijsvorm | Alfanumeriek, waardelijst | 2 | Uitputtende lijsten voor het hoger onderwijs voor de manier waarop de kennisoverdracht is ingericht wat betreft fysieke aanwezigheid op de onderwijslocatie en de duur daarvan; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Opleidingsfase | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | Aanduiding van een deel van opleiding; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| DatumInschrijving | Datum | 8 | De datum vanaf wanneer de betrokkene is ingeschreven |
| DatumUitschrijving | Datum | 8 | De datum waarop de betrokkene is uitgeschreven ic de laatste datum waarop de inschrijving daadwerkelijk actief was. |
| RedenUitschrijving | Alfanumeriek, waardelijst | 40 | Codering voor de reden van de uitschrijving; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| EersteInschrijving | Boolean (J/N) | 1 | EersteInschrijving geeft aan of het om de opleiding van eerste inschrijving van de student gaat, te weten: 1. de opleiding waarvoor een persoon het collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, eerste lid van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van de wet is verkregen, tenzij er sprake is van een vermindering als bedoeld in artikel 7.48, derde en vierde lid, of, 2. opleiding waarvoor een persoon die het collegegeld, bedoeld in artikelen 7.43, tweede lid, of 7.44 van de wet is verschuldigd, zich als eerste heeft ingeschreven. |
| Aantal studiepunten onderwijseenheid | Numeriek | 3.1 | Een getal, uitgedrukt in studiepunten (ECTS), dat de inspanning weergeeft die een onderwijseenheid aan de Open Universiteit vergt. |
| Studentnummer | Alfanumeriek | 12 | Het studentnummer is het identificerende nummer waarmee de student in de administratie van de instelling bekend is. |
| Indicatie Intensief Programma | Boolean | J/N | Geeft aan of er sprake is van deelname aan een intensief programma voor een opleiding of een programma binnen de opleiding. |
| Naam | Formaat | Lengte | Definitie |
| --- | --- | --- | --- |
| AanmeldNummer | Alfanumeriek | 18 | De unieke aanduiding van een aanmelding |
| Geslachtsaanduiding | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | De aanduiding van het geslacht van de natuurlijke persoon; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Geslachtsnaam | Alfanumeriek | 200 | De naamgegevens van de persoon met uitzondering van de voornamen. Indien de natuurlijke persoon geen vastgestelde geslachtsnaam heeft wordt de waarde - (liggend streepje) opgenomen. |
| Geboortedatum | Datum | 8 | De datum waarop de natuurlijke persoon is geboren; indien de dag of de dag en maand niet bekend is bevat(ten) deze 00. |
| Geboorteplaats | Alfanumeriek | 40 | De naam van de plaats |
| Code geboorteland | Alfanumeriek | 4 | De code van het land cf de Landelijke tabel |
| Voorvoegsel | Alfanumeriek | 10 | Het deel van de geslachtsnaam dat voorkomt in de voorvoegseltabel en door een spatie van de geslachtsnaam is gescheiden |
| Voornamen | Alfanumeriek | 200 | De verzameling namen, die gescheiden door spaties, aan de geslachtsnaam voorafgaat. Indien de natuurlijke persoon geen vastgestelde voornamen heeft, wordt de waarde - (liggend streepje) opgenomen. Zolang LO3 nog gebruikt wordt kunnen voornamen ook leeg zijn. |
| Of binnenlands adres of buitenlands adres | Of binnenlands adres of buitenlands adres | Of binnenlands adres of buitenlands adres | Of binnenlands adres of buitenlands adres |
| Binnenlands adres | Binnenlands adres | Binnenlands adres | Binnenlands adres |
| DatumBegin | Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) | 10 | Eerste dag waarop het adres geldig is. Indien de dag of de dag en maand niet bekend is bevat(ten) deze dan 00. |
| Straatnaam | Alfanumeriek | 80 | De straatnaam zoals die officieel is vastgesteld door de gemeente |
| Huisnummer | Alfanumeriek | 5 | De numerieke aanduiding zoals deze door het gemeentebestuur aan het object is toegekend |
| Huisletter | Alfanumeriek | 1 | De alfabetische aanduiding zoals deze door het gemeentebestuur aan de locatie is toegekend ter aanvulling op het huisnummer |
| HuisnummerToevoeging | Alfanumeriek | 5 | Die letters of tekens die noodzakelijk zijn om, naast het juiste huisnummer de brievenbus te vinden |
| Postcode | Alfanumeriek | 6 | De door de PTT vastgestelde code behorende bij de straatnaam en het huisnummer |
| AanduidingLocatie | Alfanumeriek | 35 | De nadere aanduiding van de locatie waar de persoon is ingeschreven of het adres indien daarbij geen officiële straatnaam hoort. |
| Plaatsnaam | Alfanumeriek | 40 | De naam van de plaats cf de landelijke tabel (in LO4) |
| HuisnummerAanduiding | Alfanumeriek | 2 | De aanduiding die wordt gebruikt voor adressen die niet zijn voorzien van de gebruikelijke straatnaam en huisnummering; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Buitenlands adres | Buitenlands adres | Buitenlands adres | Buitenlands adres |
| DatumBegin | Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) | 10 | Eerste dag waarop het adres geldig is. Indien de datum waarvan de dag of de dag en maand niet bekend is dan bevat(ten) deze 00. |
| AdresregelBuitenland1 | Alfanumeriek | 35 | De eerste regel van het buitenlands adres |
| AdresregelBuitenland2 | Alfanumeriek | 35 | De tweede regel van het buitenlands adres |
| AdresregelBuitenland3 | Alfanumeriek | 35 | De derde regel van het buitenlands adres |
| LandCode | Alfanumeriek | 4 | De code van het land cf de landelijke tabel |
| Nationaliteitscode | Alfanumeriek | 4 | Een code voor de nationaliteit van een natuurlijke persoon cf de landelijke tabel: nationaliteit |
| DatumBegin | Alfanumeriek (DD-MM-JJJJ) | 10 | Eerste dag dat de nationaliteit geldig is. Indien van de datum de dag of de dag en maand niet bekend is dan bevat(ten) deze 00. |
| VerblijfsdocumentCode | Alfanumeriek | 1 | Aanduiding van het type verblijfsdocument in de communicatie met HO-Instellingen en Studielink; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| DatumBegin | Datum | 8 | De datum waarop het verblijfsdocument zijn geldigheid krijgt. |
| DatumEinde | Datum | 8 | De datum waarop het verblijfsdocument zijn geldigheid verliest. |
| Naam | Formaat | Lengte | Definitie |
| --- | --- | --- | --- |
| Burgerservicenummer | Alfanumeriek | 9 | Het burgerservicenummer (BSN) is het nummer dat de natuurlijke persoon uniek identificeert in overheidsadministraties. Het burgerservicenummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| Onderwijsnummer | Alfanumeriek | 9 | Het uniek identificerende nummer dat aan een onderwijsontvanger wordt toegekend indien deze niet of niet verifieerbaar over een BSN beschikt. Het onderwijsnummer moet 9 cijfers bevatten en voldoen aan de 11 proef. Eventuele voorloopnullen dienen altijd aangeleverd te worden. |
| BRIN | Alfanumeriek | 4 | Een unieke code voor een onderwijsinstelling. Het BRIN bestaat uit 2 cijfers gevolgd door 2 hoofdletters |
| BrinVolgnummer | Alfanumeriek | 2 | Een volgnummer bij het BRIN-nummer dat een onderwijslocatie uniek identificeert. Het BRIN-volgnummer bestaat uit 2 cijfers. |
| Resultaatvolgnummer | Alfanumeriek | 20 | Een door de instelling aan het onderwijsresultaat toegekend volgnummer ten behoeve van de registratie van een onderwijsresultaat bij DUO. Het Resultaat-volgnummer moet per BRIN uniek zijn. Het resultaatvolgnummer bestaat uit cijfers, hoofdletters (A–Z), kleine letters (a–z) of een combinatie daarvan. |
| Opleidingcode | Alfanumeriek, waardelijst | 5 | De code van de opleiding binnen het codestelsel |
| Onderwijsvorm | Alfanumeriek, waardelijst | 2 | Uitputtende lijst voor het hoger onderwijs voor de manier waarop de kennisoverdracht is ingericht wat betreft fysieke aanwezigheid op de onderwijslocatie en de duur daarvan; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| Opleidingsfase | Alfanumeriek, waardelijst | 1 | Aanduiding van een deel van opleiding; mogelijke waarden conform waardelijst Programma van Eisen |
| DatumDiploma | Datum | 8 | De datum waarop het diploma behaald is. |
| EersteGraad | Boolean (J/N) | 1 | eersteGraad geeft aan of het onderwijsresultaat voor bekostiging in aanmerking moet worden genomen. |
| Studentnummer | Alfanumeriek | 12 | Het studentnummer is het identificerende nummer waarmee de student in de administratie van de instelling bekend is. |
Bijlage 13. behorend bij artikel 2, derde lid, van de regeling
A. Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs
B. Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs
CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)
Geen uitzonderingen.
CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)
Geen uitzonderingen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.