Regeling houdende bepalingen omtrent de instelling van een gezamenlijke schadebeoordelingcommissie ten behoeve van de coördinatie van verzoeken om schadevergoeding in verband met de aanleg van de Tweede Maasvlakte (Schaderegeling Tweede Maasvlakte)

Type Ministeriële regeling
Publication 2008-06-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende in overeenstemming met het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland, en de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de Gemeenten Rotterdam en Westvoorne;

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en onder meer artikel 31 Natuurbeschermingswet 1998, artikel 49 Wet op de Ruimtelijke Ordening en artikel 26 Ontgrondingenwet;

Besluiten:

tot vaststelling van de navolgende beleidsregeling en het navolgende instellingsbesluit en het navolgende mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit.

§ 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Beleidsregeling coördinatie schadevergoeding Tweede Maasvlakte

Artikel 2. Toepassingsbereik
1.

Deze regeling is van toepassing op verzoeken om vergoeding van geleden of te lijden schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte:

2.

Deze regeling is tot en met 30 juni 2014 eveneens van toepassing op verzoeken om vergoeding van geleden of te lijden schade als gevolg van:

Artikel 3. Eén loket voor verzoeken
1.

Het bevoegd gezag legt de verzoeken voor aan de commissie voor advies over de op het verzoek te nemen beslissing.

2.

Een bij de commissie ingediend verzoek wordt geacht te zijn ingediend bij het bevoegd gezag.

Artikel 4. Procedure en advies
1.

Op de voorbereiding van het advies zijn de artikelen 13 en 16 tot en met 19 van de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999 van overeenkomstige toepassing, tenzij het verzoek betrekking heeft, of mede betrekking heeft, op een besluit als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de voorzitter van de commissie een vereenvoudigd advies uitbrengen indien naar zijn oordeel sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid of kennelijke ongegrondheid.

3.

Indien de commissie van oordeel is dat naast de gestelde schadeoorzaak of –oorzaken, andere uit de aanleg van de Tweede Maasvlakte voortvloeiende schadeoorzaken aan te wijzen zijn, kan zij tevens adviseren over die andere schadeoorzaken, tenzij de belangen van de verzoeker zich daartegen verzetten.

4.

Indien schade aan meer dan één schadeoorzaak is toe te rekenen, bevat het advies een verdeling van de schade per oorzaak.

§ 3. Instellingsbesluit schadebeoordelingscommissie Tweede Maasvlakte

Artikel 5. Instelling commissie

Er is een schadebeoordelingscommissie Tweede Maasvlakte.

Artikel 6. Samenstelling
1.

De commissie bestaat uit drie leden onder wie de voorzitter, alsmede drie plaatsvervangende leden.

2.

De commissie kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.

3.

De leden en de plaatsvervangende leden voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 32 van de Natuurbeschermingswet 1998 en artikel 2, tweede lid, van de Planschaderegeling 2005 van de gemeente Rotterdam.

4.

De voorzitter heeft de hoedanigheid van meester in de rechten.

5.

Aan de commissie kan een secretaris worden toegevoegd.

Artikel 7. Vergoeding

Aan de leden en de plaatsvervangende leden wordt een vergoeding toegekend voor werkzaamheden, alsmede voor het bijwonen van vergaderingen en reis- en verblijfkosten.

Artikel 8. Archief

De commissie brengt en bewaart de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat. Indien de commissie wordt opgeheven, wordt het archief overgedragen aan de beheerder van het archief van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, met inachtneming van het bepaalde in het Besluit archiefoverdrachten rijksadministratie.

§ 4. Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit

Artikel 9. Mandaat, volmacht en machtiging
1.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het college van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Rotterdam en Westvoorne verlenen de Minister van Verkeer en Waterstaat mandaat, volmacht en machtiging om de voor deze regeling noodzakelijke besluiten te nemen en handelingen te verrichten.

2.

De Minister van Verkeer en Waterstaat kan van het aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan een rechtstreeks onder hem ressorterende functionaris en toestaan dat deze vervolgens ondermandaat verleent aan een rechtstreeks onder hem ressorterende functionaris.

3.

De Minister van Verkeer en Waterstaat kan de aan hem verleende volmacht en machtiging aan een rechtstreeks onder hem ressorterende functionaris doorgeven. De tweede volzin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 10. Inwerkingtreding en verval van de regeling en overgangsbepaling
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2008.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024.

3.

Verzoeken die voor 1 januari 2024 zijn ingediend, worden ook na deze datum afgehandeld volgens de bepalingen van deze regeling.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Schaderegeling Tweede Maasvlakte.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.