Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M
35b.2. Volgorde aansprakelijkstelling bij kopersaansprakelijkheid
Voor de koper van een bestaande zaak in de confectiesector gelden met betrekking tot de volgorde van aansprakelijkstelling dezelfde uitgangspunten als opgenomen in artikel 35.11 van deze leidraad.
Dit betekent dat het uitgangspunt is dat de koper van de bestaande zaak in beginsel niet direct aansprakelijk wordt gesteld, maar dat hij pas in laatste instantie wordt aangesproken, omdat de kopersaansprakelijkheid het karakter van een uiterst middel heeft.
Artikel 36. Bestuurdersaansprakelijkheid
36.5.6. Surseance en melding betalingsonmacht
Bij de beoordeling of sprake is van betalingsonmacht speelt het begrip ‘liquide middelen’ een rol. Voor de toepassing van artikel 36, tweede lid, van de wet worden onder liquide middelen verstaan de kasmiddelen, waaronder de banktegoeden, en de direct opneembare kredietruimte van het lichaam. De melding van betalingsonmacht dient schriftelijk te geschieden door de bestuurder of de gemachtigde van de belastingschuldige. De wijze waarop de schriftelijke melding moet plaatsvinden, is vormvrij. Artikel 7, derde lid, van het besluit is echter onverminderd van toepassing. Voor de melding kan gebruik worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst in het zogenoemde Persoonlijk Domein van de belastingschuldige beschikbaar stelt.
36.5.1. Betalingsonmacht en de wijze van melding daarvan
Omdat ook de bestuurdersaansprakelijkheid van artikel 36 van de wet gericht is op kennelijk onbehoorlijk bestuur, kunnen in bepaalde gevallen beide regelingen van toepassing zijn. In dat geval moet er naar worden gestreefd om slechts één van de regelingen toe te passen.
36.5.5. Uitstel van betaling in verband met bezwaar en (hoger) beroep en melding betalingsonmacht
Bij de beoordeling of sprake is van betalingsonmacht speelt het begrip ‘liquide middelen’ een rol. Voor de toepassing van artikel 36, tweede lid, van de wet worden onder liquide middelen verstaan de kasmiddelen, waaronder de banktegoeden, en de direct opneembare kredietruimte van het lichaam. De melding van betalingsonmacht dient schriftelijk te geschieden door de bestuurder of de gemachtigde van de belastingschuldige. De wijze waarop de schriftelijke melding moet plaatsvinden, is vormvrij. Artikel 7, derde lid, van het besluit is echter onverminderd van toepassing. Voor de melding kan gebruik worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst in het zogenoemde Persoonlijk Domein van de belastingschuldige beschikbaar stelt.
De Belastingdienst verstrekt desgevraagd aan de curator in het faillissement van een vennootschap – als bedoeld in de artikelen 2:50a, 2:138, 2:248 of 2:300a BW – gegevens over de bestuurders van deze vennootschap als deze gegevens worden verzocht in het kader van:
36.5.7. Faillissement en melding betalingsonmacht
Gegevensverstrekking aan de curator blijft achterwege voor zover met die verstrekking geen fiscaal belang is gediend.
36.3. Curator is niet aansprakelijk op grond van artikel 36
De curator in het faillissement van een rechtspersoon kan niet op grond van artikel 36 van de wet aansprakelijk worden gesteld, ook al zou hij onder omstandigheden het beleid van de rechtspersoon gedurende het faillissement feitelijk bepalen als ware hij bestuurder.
Als de belastingschuldige ter plekke aan de meldingsverplichting wil voldoen, doet hij dat schriftelijk onder vermelding van:
De ontvanger wijst erop dat hij de melding als niet-rechtsgeldig zal aanmerken, als later blijkt dat de melder niet bevoegd is.
De vraag of in een bepaalde situatie sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur zal naar redelijkheid en billijkheid – met inachtneming van de concrete omstandigheden van het geval – moeten worden beantwoord.
36.5.5. Uitstel van betaling in verband met bezwaar en (hoger) beroep en melding betalingsonmacht
Een verzoek om uitstel van betaling in verband met bezwaar, beroep of hoger beroep merkt de ontvanger niet aan als een melding van betalingsonmacht.
36.5.10. Na melding betalingsonmacht 1e fase – opvragen nadere gegevens
Als de betalingsonmacht ontstaat buiten de termijn waarbinnen de verschuldigde belasting moest zijn afgedragen of voldaan dan wel buiten de termijn waarbinnen de naheffingsaanslag moest zijn betaald moet de belastingschuldige daarvan onverwijld mededeling doen aan de ontvanger. Onverwijld houdt in dat de belastingschuldige de mededeling aan de ontvanger moet doen binnen twee weken na het ontstaan van de betalingsonmacht.
De ontvanger controleert of de nadere gegevens en inlichtingen tijdig en volledig zijn verstrekt, dan wel of de gevraagde gegevensdragers tijdig en volledig voor raadpleging ter beschikking zijn gesteld, en hij beoordeelt de gegevens.
36.5.11. Beoordeling van de melding betalingsonmacht – 2e fase
36.5.7. Faillissement en melding betalingsonmacht
Bij de beoordeling of sprake is van betalingsonmacht speelt het begrip ‘liquide middelen’ een rol. Voor de toepassing van artikel 36, tweede lid, van de wet worden onder liquide middelen verstaan de kasmiddelen, waaronder de banktegoeden, en de direct opneembare kredietruimte van het lichaam. De melding van betalingsonmacht dient schriftelijk te geschieden door de bestuurder of de gemachtigde van de belastingschuldige. De wijze waarop de schriftelijke melding moet plaatsvinden, is vormvrij. Artikel 7, derde lid, van het besluit is echter onverminderd van toepassing. Voor de melding kan gebruik worden gemaakt van het formulier dat de Belastingdienst in het zogenoemde Persoonlijk Domein van de belastingschuldige beschikbaar stelt.
36.5.2. Verzoek waaruit betalingsproblemen blijken en melding betalingsonmacht
Een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling dan wel een schriftelijk verzoek of brief – niet zijnde de melding van betalingsonmacht als bedoeld in artikel 36.5.1 – waaruit betalingsproblemen blijken, merkt de ontvanger in beginsel aan als een schriftelijke melding van betalingsonmacht. Daarbij geldt dat in het verzoek of de brief inzicht gegeven moet worden in de oorzaak van de betalingsproblemen. Wanneer in het schriftelijke verzoek of de brief geen inzicht wordt gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald, gelden het verzoek en de brief niet als melding van betalingsonmacht.
Een verzoek om kort uitstel van betaling voor ondernemers als bedoeld in artikel 25.6.2D wordt in beginsel niet aangemerkt als een melding van betalingsonmacht.
36.5.3. Melding betalingsonmacht ten kantore
36.6.2. Disculpatiemogelijkheid gewezen bestuurder
Als de belastingschuldige ter plekke aan de meldingsverplichting wil voldoen, doet hij dat schriftelijk onder vermelding van:
De ontvanger wijst erop dat hij de melding als niet-rechtsgeldig zal aanmerken, als later blijkt dat de melder niet bevoegd is.
36.5.9. Beoordeling van de melding betalingsonmacht – 1e fase
De ontvanger laat altijd weten dat hij de melding in twee fasen kan beoordelen en dat zonodig nadere gegevens zullen worden opgevraagd.
36.5.4. Termijn melding betalingsonmacht
Hoofdstuk III van het besluit regelt binnen welke termijn de belastingschuldige de betalingsonmacht aan de ontvanger moet melden. Voor de beantwoording van de vraag of de per post verzonden schriftelijke melding de ontvanger tijdig heeft bereikt, wordt aangesloten bij artikel 6:9 van de Awb. Als de belastingschuldige over een bepaald tijdvak geen aangifte heeft gedaan, mag een bestuurder de betalingsonmacht voor dat tijdvak wel melden, mits hij dit doet binnen de termijn die is genoemd in artikel 7, eerste en tweede lid, van het besluit.
36.6. Aansprakelijkheid bestuurder
Daarbij moet de ontvanger er altijd op wijzen dat hij die gegevens en inlichtingen en/of gegevensdragers vraagt in verband met de meldingsregeling als bedoeld in artikel 36 van de wet. Ook moet hij summier aangeven wat die regeling inhoudt, ook als hij er van uit mag gaan dat de belastingschuldige voldoende op de hoogte is met de regeling. Daarnaast moet de ontvanger erop wijzen dat het niet, niet tijdig of onvolledig verstrekken van de gevraagde gegevens en inlichtingen en/of gegevensdragers tot een niet rechtsgeldige melding leidt met consequenties voor de bewijslastverdeling, als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de wet.
36.6.2. Disculpatiemogelijkheid gewezen bestuurder
Bij een verzoek om uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) tegen een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, moet voor het niet betwiste deel van de belastingaanslag (zo nodig op de gebruikelijke wijze) afzonderlijk worden gemeld dat de rechtspersoon niet in staat is dit deel van de naheffingsaanslag te voldoen.
36.5.12. Geldigheidsduur van de melding betalingsonmacht
Daarbij kunnen zich de volgende situaties voordoen:
36.6.3. Aansprakelijkheid nieuwe bestuurder
De ontvanger maakt in alle bovenstaande situaties zijn beslissing binnen acht weken bekend bij beschikking. De termijn van acht weken vangt aan op het moment dat de nadere gegevens en inlichtingen tijdig en volledig zijn verstrekt, dan wel de gevraagde gegevensdragers tijdig en volledig voor raadpleging ter beschikking zijn gesteld.
36.5.12. Geldigheidsduur van de melding betalingsonmacht
Als een tijdige schriftelijke melding is gedaan en de ontvanger voorafgaand aan het faillissement om ontbrekende informatie dan wel nadere gegevens en inlichtingen of gegevensdragers heeft gevraagd (als bedoeld in de artikelen 36.5.9 tot en met 36.5.11 van deze leidraad) en het faillissement wordt uitgesproken voordat de gestelde termijn verstrijkt, dan wordt de melding als rechtsgeldig aangemerkt. Het lichaam hoeft de gevraagde gegevens niet meer te verstrekken.
36.5.8. Melding betalingsonmacht – twee fasen
Bij de melding van de betalingsonmacht worden twee fasen onderscheiden:
36.5.9. Beoordeling van de melding betalingsonmacht – 1e fase
Bij de melding van de betalingsonmacht (in de eerste fase) kunnen zich de volgende situaties voordoen:
De ontvanger verzendt in beginsel geen ontvangstbevestiging van de melding.
36.5.10. Na melding betalingsonmacht 1e fase – opvragen nadere gegevens
Als de ontvanger naar aanleiding van een tijdige en volledige melding nadere gegevens, inlichtingen en/of gegevensdragers wenst te verkrijgen omtrent de oorza(a)k(en) van de betalingsonmacht en/of de financiële positie van het lichaam, dan vraagt hij deze op binnen acht weken na ontvangst van die melding of na ontvangst van de in de eerste fase aanvankelijk ontbrekende gegevens.
37.2. Volgorde aansprakelijkstelling loonheffingen ter zake van beroepssporters en dergelijke
De ontvanger moet per geval een redelijke termijn stellen waarbinnen de nadere gegevens en inlichtingen en/of gegevensdragers moeten zijn verstrekt.
36.5.11. Beoordeling van de melding betalingsonmacht – 2e fase
De ontvanger controleert of de nadere gegevens en inlichtingen tijdig en volledig zijn verstrekt, dan wel of de gevraagde gegevensdragers tijdig en volledig voor raadpleging ter beschikking zijn gesteld, en hij beoordeelt de gegevens.
Artikel 39
Daarbij moet de ontvanger het voorbehoud maken dat de melding alsnog als niet rechtsgeldig wordt aangemerkt, als later blijkt dat onjuiste gegevens en inlichtingen werden verstrekt, dan wel gegevensdragers die onjuiste gegevens bevatten.
36a.1. Disculpatiemogelijkheid bestuurder aansprakelijkheid vennootschapsbelasting
Als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat aansprakelijkstelling niet tot voldoening van de schuld zal leiden, worden één of meer andere personen of lichamen die bij de organisatie van het optreden of de sportmanifestatie betrokken zijn, aansprakelijk gesteld. De mate van betrokkenheid bij het evenement en de aanwezige verhaalsmogelijkheden zullen daarbij de keuze bepalen.
Artikel 38. Aansprakelijkheid voor loon- en kansspelbelasting
Als de toestand van betalingsonmacht blijft voortduren, dan hoeft dit voor de belasting – die na de melding op aangifte verschuldigd wordt – en de vervallen naheffingsaanslagen niet opnieuw te worden gemeld. De vorige volzin geldt niet voor belasting die het lichaam na de melding verschuldigd wordt en waarvoor de inspecteur een naheffingsaanslag oplegt omdat niet of niet tijdig aangifte is gedaan. De toestand van betalingsonmacht als bedoeld in de tweede volzin eindigt in beginsel eerst vanaf het tijdstip waarop de naheffingsaanslagen waarvoor de melding geldig is, zijn betaald. Dit is alleen anders als naar het oordeel van de ontvanger feitelijk geen sprake meer is van een toestand van betalingsonmacht omdat afdracht en voldoening op aangifte zijn hervat. In dat geval herleeft de meldingsplicht op voorwaarde dat de ontvanger het lichaam daarover tijdig en schriftelijk heeft geïnformeerd.
Als de ontvanger bestuurders van verschillende vennootschappen die deel uitmaken van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting aansprakelijk kan stellen op grond van artikel 36b van de wet en het de ontvanger bekend is bij welk onderdeel van de fiscale eenheid de materiële omzetbelastingschuld is ontstaan, zal hij als eerste de bestuurder van dat onderdeel aansprakelijk stellen. Dat betekent dat bestuurders van andere onderdelen van de fiscale eenheid pas aansprakelijk kunnen worden gesteld indien de invordering ten laste van de in de vorige volzin bedoelde bestuurder onvoldoende soelaas biedt.
Artikel 36b. Aansprakelijkheid bestuurder voor aansprakelijkheidsschuld lichaam
Bij een aansprakelijkstelling voor deze belastingaanslag moet het kennelijk onbehoorlijk bestuur zich hebben afgespeeld in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop uiterlijk betalingsonmacht had moeten worden gemeld, als geen sprake zou zijn van een doorlopende melding.
36.6. Aansprakelijkheid bestuurder
Als de ontvanger bestuurders van verschillende vennootschappen die deel uitmaken van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting aansprakelijk kan stellen op grond van artikel 36b van de wet en het de ontvanger bekend is bij welk onderdeel van de fiscale eenheid de materiële omzetbelastingschuld is ontstaan, zal hij als eerste de bestuurder van dat onderdeel aansprakelijk stellen. Dat betekent dat bestuurders van andere onderdelen van de fiscale eenheid pas aansprakelijk kunnen worden gesteld indien de invordering ten laste van de in de vorige volzin bedoelde bestuurder onvoldoende soelaas biedt.
Een bestuurder is slechts aansprakelijk als aannemelijk is dat de niet-betaling door het lichaam aan de bestuurder is te wijten als gevolg van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
40.1. Vervreemding van aandelen
Als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat aansprakelijkstelling niet tot voldoening van de schuld zal leiden, worden één of meer andere personen of lichamen die bij de organisatie van het optreden of de sportmanifestatie betrokken zijn, aansprakelijk gesteld. De mate van betrokkenheid bij het evenement en de aanwezige verhaalsmogelijkheden zullen daarbij de keuze bepalen.
Als een gewezen bestuurder die door de ontvanger aansprakelijk is gesteld, geen bestuurder meer was op het moment dat voldaan moest worden aan de meldingsplicht, wordt hij direct toegelaten tot de weerlegging van het wettelijk vermoeden van artikel 36, vierde lid, van de wet.
In aansluiting op artikel 38 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen aansprakelijkheid bij goede trouw.
38.1. Geen aansprakelijkstelling voor loon- en kansspelbelasting bij goede trouw
Als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat aansprakelijkstelling niet tot voldoening van de schuld zal leiden, worden één of meer andere personen of lichamen die bij de organisatie van het optreden of de sportmanifestatie betrokken zijn, aansprakelijk gesteld. De mate van betrokkenheid bij het evenement en de aanwezige verhaalsmogelijkheden zullen daarbij de keuze bepalen.
Artikel 38. Aansprakelijkheid voor loon- en kansspelbelasting
In aansluiting op artikel 38 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen aansprakelijkheid bij goede trouw.
In artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is bepaald dat publiekrechtelijke rechtspersonen, niet zijnde de Staat, zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting voor zover zij een onderneming drijven. De bestuurders van een dergelijke rechtspersoon vallen dus onder de werking van artikel 36 van de wet. De aansprakelijkheid beperkt zich tot de in artikel 36, eerste lid, van de wet genoemde belastingen die de publiekrechtelijke rechtspersoon verschuldigd is ter zake van de ondernemingsactiviteiten.
Artikel 36a. Aansprakelijkheid bestuurder voor vennootschapsbelasting
Bij het eindigen van het ambt van notaris, kan de ex-notaris nog aansprakelijk worden gesteld voor de overdrachtsbelasting waarvoor hij ten tijde van zijn ambtsperiode hoofdelijk aansprakelijk was.
Artikel 36b. Aansprakelijkheid bestuurder voor aansprakelijkheidsschuld lichaam
In aansluiting op artikel 36b van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de fiscale eenheid voor de omzetbelasting.
36b.1. Fiscale eenheid voor de omzetbelasting
Als de ontvanger bestuurders van verschillende vennootschappen die deel uitmaken van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting aansprakelijk kan stellen op grond van artikel 36b van de wet en het de ontvanger bekend is bij welk onderdeel van de fiscale eenheid de materiële omzetbelastingschuld is ontstaan, zal hij als eerste de bestuurder van dat onderdeel aansprakelijk stellen. Dat betekent dat bestuurders van andere onderdelen van de fiscale eenheid pas aansprakelijk kunnen worden gesteld indien de invordering ten laste van de in de vorige volzin bedoelde bestuurder onvoldoende soelaas biedt.
Artikel 37. Aansprakelijkheid voor loon- en omzetbelasting
In aansluiting op artikel 37 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
37.1. Aansprakelijkheid voor loon- en omzetbelasting voor leider van in Nederland verrichte werkzaamheden
De aansprakelijkheid van artikel 37 van de wet heeft niet alleen betrekking op de als zodanig aangewezen leider van de vaste inrichting, de vaste vertegenwoordiger en degene die de leiding heeft van de (in Nederland verrichte) werkzaamheden, maar ook op een ieder die zich als zodanig gedraagt.
37.2. Volgorde aansprakelijkstelling loonheffingen ter zake van beroepssporters en dergelijke
Als eerste wordt aansprakelijk gesteld degene die een optreden of een sportmanifestatie organiseert waarvoor buitenlandse artiesten, beroepssporters of buitenlandse gezelschappen zijn uitgenodigd of toegelaten.
Artikel 41
Er zijn in deze leidraad op artikel 41 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 42. Aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting
In aansluiting op artikel 42 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van de aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting.
Uitgangspunt is dat de aansprakelijke weet of behoort te weten dat de inhouding ten onrechte achterwege is gebleven. Als de werknemer, de artiest, de beroepssporter, het buitenlands gezelschap, de belastingplichtige of de leden van een buitenlands gezelschap meenden of redelijkerwijze mochten menen dat de inhoudingsplichtige aan zijn verplichting tot inhouding zou voldoen, zijn zij niet aansprakelijk.
Artikel 39
Er zijn in deze leidraad op artikel 39 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
De aansprakelijkheid strekt zich niet uit tot de belasting die wordt nageheven op grond van bijvoorbeeld:
In aansluiting op artikel 40 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
40.1. Vervreemding van aandelen
De vervreemding van het aandelenpakket als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet is de verkooptransactie en niet de (doorgaans latere) levering van de aandelen.
Artikel 42d. Aansprakelijkheid voor verschuldigde omzetbelasting door pandhouder, hypotheekhouder of executant
In aansluiting op artikel 42d van de wet beschrijft dit artikel het beleid over aansprakelijkheid bij verhaal op de in de verkoopprijs begrepen omzetbelasting.
42d.1. Hoofdelijke aansprakelijkheid en verhaal op de opbrengst
44a.1. Aansprakelijkstelling van verzekeraar van lijfrenten en beroepspensioenen blijft achterwege
De ontvanger wint de gestelde zekerheid uit voordat hij derden aansprakelijk stelt. Dat is anders indien de waarde van de zekerheid in de loop der tijd is gedaald of indien een zekerheid is teloorgegaan dan wel moeilijk, niet meer of slechts tegen onevenredig hoge kosten kan worden uitgewonnen (bijvoorbeeld als een borg is geëmigreerd).
In aansluiting op artikel 43 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
Er zijn in deze leidraad op artikel 41 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 42. Aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting
In aansluiting op artikel 42 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van de aansprakelijkheid voor overdrachtsbelasting.
Als er geen sprake is van een aanwijzing en het is de ontvanger niet duidelijk wie de rechthebbende is, dan kan hij de teruggaaf rechtsgeldig uitbetalen aan één van de personen of lichamen die deel uitmaken van de fiscale eenheid.
Artikel 44b
In het geval dat lasten of andere bestanddelen van de tegenprestatie in de akte worden genoemd maar deze niet in geld zijn gewaardeerd, is de notaris ook voor de daarover verschuldigde belasting aansprakelijk.
De aansprakelijkheid strekt zich niet uit tot de belasting die wordt nageheven op grond van bijvoorbeeld:
Bij het eindigen van het ambt van notaris, kan de ex-notaris nog aansprakelijk worden gesteld voor de overdrachtsbelasting waarvoor hij ten tijde van zijn ambtsperiode hoofdelijk aansprakelijk was.
Er zijn in deze leidraad op artikel 43a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 44. Aansprakelijkheid voor aan een derde toegerekende inkomensbestanddelen
In aansluiting op artikel 44 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de aansprakelijkheid van een kind voor inkomensbestanddelen die aan de ouder zijn toegerekend.
In aansluiting op artikel 42d van de wet beschrijft dit artikel het beleid over aansprakelijkheid bij verhaal op de in de verkoopprijs begrepen omzetbelasting.
Op grond van het bepaalde in artikel 2.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn de volgende inkomensbestanddelen toegerekend aan de ouder (belastingschuldige) die het gezag over het kind uitoefent:
46.2. Buiten Nederland wonende verkrijgers en successierecht of erfbelasting
Een aanspraak die is omgezet in een andere zodanige aanspraak in de zin van artikel 3.135, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt gezien als een voortzetting van de eerste aanspraak.
In aansluiting op artikel 43 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
Als deze genoemde feiten blijken nadat tot aansprakelijkstelling is overgegaan, dan wordt de aansprakelijkstelling bij beschikking ingetrokken; deze beschikking wordt bekendgemaakt.
44a.2. Omvang aansprakelijkheid verzekeraar van lijfrenten en beroepspensioenen
Als geen aanwijzing heeft plaatsgevonden, wordt uitbetaald aan – dan wel verrekend met de openstaande belastingschuld van – het onderdeel waarbij de teruggaaf is opgekomen of dat de naheffingsaanslag heeft betaald.
Artikel 44b
De ontvanger is bevoegd een teruggaaf die materieel is opgekomen bij een onderdeel met een belastingschuld te verrekenen met de belastingschuld van dat onderdeel, ook al heeft aanwijzing van een ‘derde’ plaatsgevonden.
43.2. Uitstel van betaling – verzoek om verrekening en fiscale eenheid omzetbelasting
Als een onderdeel van de fiscale eenheid – met een beroep op het bepaalde in artikel 30 van de Uitvoeringsregeling AWR – uitstel vraagt voor de betaling van loonheffingen omdat ten name van de fiscale eenheid een verzoek om teruggaaf is gedaan op grond van het feit dat de verschuldigde omzetbelasting minder bedraagt dan de voor aftrek in aanmerking komende omzetbelasting, dan wordt zo’n verzoek alleen ingewilligd als het onderdeel dat het uitstel vraagt ook is ‘aangewezen’ in de zin als bedoeld in artikel 43.1 van deze leidraad. Als de bedoelde aanwijzing (nog) niet zou hebben plaatsgevonden, dan moet dit alsnog gebeuren voordat de inspecteur het verzoek kan inwilligen.
Artikel 43a
Er zijn in deze leidraad op artikel 43a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 44. Aansprakelijkheid voor aan een derde toegerekende inkomensbestanddelen
In aansluiting op artikel 44 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de aansprakelijkheid van een kind voor inkomensbestanddelen die aan de ouder zijn toegerekend.
De ontvanger zal – als beide aansprakelijkheidsregelingen van toepassing zijn – trachten de belastingschuld eerst te verhalen op de erfgenamen.
46.2. Buiten Nederland wonende verkrijgers en successierecht of erfbelasting
Als het gezag over het (minderjarige) kind aan meer dan één ouder toekomt, dan worden de genoemde inkomensbestanddelen in gelijke delen aan ieder van de ouders toegerekend. Op grond van artikel 44, eerste lid, van de wet is het kind waarvan inkomensbestanddelen aan de ouder(s) is (zijn) toegerekend, naar evenredigheid aansprakelijk voor de verschuldigde inkomstenbelasting over de inkomensbestanddelen die aan de ouder(s) zijn toegerekend.
Artikel 44a. Aansprakelijkheid verzekeraars van lijfrenten en beroepspensioenen
In aansluiting op artikel 44a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
44a.1. Aansprakelijkstelling van verzekeraar van lijfrenten en beroepspensioenen blijft achterwege
49.1. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete
Een aanspraak die is omgezet in een andere zodanige aanspraak in de zin van artikel 3.135, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt gezien als een voortzetting van de eerste aanspraak.
49.2a. Vooraankondiging aansprakelijkstelling
Als deze genoemde feiten blijken nadat tot aansprakelijkstelling is overgegaan, dan wordt de aansprakelijkstelling bij beschikking ingetrokken; deze beschikking wordt bekendgemaakt.
Er zijn in deze leidraad op artikel 47 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Als de aansprakelijkheid betrekking heeft op de afkoop van meer dan één contract, dan moet toerekening van het totaal verschuldigde bedrag over de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen plaatsvinden aan de onderscheiden contracten, naar evenredigheid van de betaalde premies.
In aansluiting op artikel 48 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
48.1. Beneficiaire aanvaarding
Artikel 45
Er zijn in deze leidraad op artikel 45 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
In aansluiting op artikel 48a van de wet beschrijft dit artikel het beleid dat de ontvanger hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor belastingaanslagen die samenhangen met bedragen inkomstenbelasting die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.
Artikel 49. Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling
Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten invordering te laten.
Artikel 48a. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting
49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering
Als geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid om de gronden, waarop het voornemen tot een aansprakelijkstelling voor de vergrijpboete berust, te betwisten of de ontvanger is van oordeel dat de betwisting van de aansprakelijke ongegrond is, dan zal hij de derde daarvan op de hoogte stellen en overgaan tot aansprakelijkstelling voor de bestuurlijke boete op de voet van artikel 49, eerste lid, van de wet.
De hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 46, tweede lid, van de wet bestaat voor het recht van successie of erfbelasting waarvoor buiten Nederland wonende verkrijgers hoofdelijk schuldenaar zijn.
49.1. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete
Als de erfgenamen niet met de afwikkeling van de nalatenschap waren belast, zijn zij slechts aansprakelijk tot het bedrag dat overeenkomt met het vermogen van de erflater dat zich ten tijde van diens overlijden in Nederland bevond. De (binnenlandse) erfgenamen kunnen zich dan daarop verhalen. De aansprakelijkheid wordt echter niet beperkt in situaties waarin de ontvanger aannemelijk maakt dat sprake is van misbruik.
Artikel 47
Er zijn in deze leidraad op artikel 47 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Als aan de aansprakelijkgestelde invorderingsrente in rekening moet worden gebracht, dan wordt de rente berekend over het bedrag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.
In aansluiting op artikel 48 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
48.1. Beneficiaire aanvaarding
Als een nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, wordt de vereffening van de boedel afgewacht, met dien verstande dat de ontvanger maatregelen neemt ter beveiliging van zijn rechten (zie artikel 14.1.3 van deze leidraad).
Aantasting van het vermogen van de erfgenamen blijft uiteraard achterwege.
48.2. Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege
Als voor een belastingaanslag ten name van een overledene niet meer tegen de gezamenlijke erfgenamen kan worden opgetreden, blijft invordering ten laste van een erfgenaam van wie minder dan € 49 moet worden ingevorderd achterwege.
Er kan ook aanleiding bestaan een gering restbedrag op tactische gronden buiten invordering te laten.
Artikel 48a. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting
In aansluiting op artikel 48a van de wet beschrijft dit artikel het beleid dat de ontvanger hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor belastingaanslagen die samenhangen met bedragen inkomstenbelasting die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.
Artikel 49. Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling
In aansluiting op artikel 49 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
49.1. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete
De ontvanger kan de beschikking aansprakelijkstelling voor de bestuurlijke boete opnemen in dezelfde brief waarbij hij ook de beschikking voor de aansprakelijkstelling voor de belastingschuld bekendmaakt. De ontvanger moet dan in de beschikking de gronden vermelden waarop de aansprakelijkstelling voor de boete berust.
Als geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid om de gronden, waarop het voornemen tot een aansprakelijkstelling voor de vergrijpboete berust, te betwisten of de ontvanger is van oordeel dat de betwisting van de aansprakelijke ongegrond is, dan zal hij de derde daarvan op de hoogte stellen en overgaan tot aansprakelijkstelling voor de bestuurlijke boete op de voet van artikel 49, eerste lid, van de wet.
Tot de gegevens die op grond van genoemde bepaling moeten worden verstrekt, behoren in elk geval de stukken die op de zaak betrekking hebben als bedoeld in de artikelen 7:4 en 8:42 Awb. Hieronder worden verstaan alle stukken die bij het nemen van het besluit een rol hebben gespeeld. Naast de gegevens die zijn vastgelegd in de genoemde stukken moeten desgevraagd ook andere gegevens worden verstrekt, mits die gegevens redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht voor het maken van bezwaar of het instellen van beroep.
49.7. Volgorde van aansprakelijk stellen
Voor zover in het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking tevens een bedrag aan invorderingsrente is opgenomen, wordt over dat bedrag geen rente in rekening gebracht.
49.2a. Vooraankondiging aansprakelijkstelling
Voordat de ontvanger een beschikking aansprakelijkstelling uitbrengt waarin omzetbelasting, accijns, energiebelasting of rechten bij invoer en bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewet zijn begrepen, stuurt hij een vooraankondiging. In die vooraankondiging geeft de ontvanger de gronden aan waarop hij de aansprakelijkstelling baseert, bijvoorbeeld de resultaten uit een boekenonderzoek. Als bijlage stuurt de ontvanger de conceptbeschikking mee. De ontvanger stelt de belanghebbende in de gelegenheid om binnen drie weken na de dagtekening van de vooraankondiging zijn zienswijze kenbaar te maken.
In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
Als de ontvanger een derde aansprakelijk kan stellen op grond van meer dan één fiscale of civielrechtelijke aansprakelijkheidsbepaling, dan hoeft hij daarbij geen volgorde in acht te nemen. Hetzelfde geldt als de ontvanger verscheidene derden op grond van dezelfde dan wel op grond van verschillende aansprakelijkheidsbepalingen aansprakelijk kan stellen.
De belastingschuldige is in gebreke als de betaling van zijn belastingschuld niet heeft plaatsgevonden binnen de betalingstermijn die voor de belastingaanslag geldt.
Als de inspecteur de aanslag vermindert, past de ontvanger het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking aan voor zover dat voortvloeit uit de vermindering en deelt dat mee aan de aansprakelijkgestelde.
De belastingschuldige wordt ook geacht in gebreke te zijn als de belastingaanslag op grond van artikel 10 van de wet terstond invorderbaar is.
49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’
Als de ontvanger aan de belastingschuldige een beschikking heeft gestuurd waarin hij toezegt geen verdere invorderingsmaatregelen tegen de belastingschuldige meer te nemen, kan een derde voor de desbetreffende belastingschuld niettemin aansprakelijk worden gesteld, mits die mogelijkheid uitdrukkelijk in de beschikking is vermeld.
49.4. Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid
Als de ontvanger een derde aansprakelijk stelt op grond van artikel 34, 35, 35a of 35b van de wet, neemt de ontvanger – naast de op grond van de wet te vermelden gegevens – de volgende gegevens op:
49.5. Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden
Op grond van het bepaalde in artikel 49, zesde lid, van de wet moet de ontvanger de aansprakelijkgestelde desgevraagd op de hoogte stellen van de gegevens over de belasting waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.
Artikel 59. Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde
De gegevens worden – na een daartoe strekkend verzoek van de aansprakelijk gestelde – vooruitlopend op het indienen van een bezwaarschrift of op het instellen van beroep verstrekt.
Hoewel artikel 49, zesde lid, van de wet betrekking heeft op de gegevens over de belasting, is goedgekeurd dat de gegevensverstrekking zich daartoe niet beperkt, maar mede betrekking heeft op (alle) andere aspecten van de aansprakelijkheidsbeslissing. Voorwaarde is wel dat deze gegevens hetzij gerekend kunnen worden tot de stukken die op de zaak betrekking hebben als hiervoor genoemd, hetzij redelijkerwijs van belang kunnen worden geacht voor het maken van bezwaar tegen de aansprakelijkheidsbeschikking of het instellen van beroep tegen daarop volgende beslissingen.
In deze periode kan de belastingschuldige – als de derde zich al voor de aansprakelijkheidsschuld op hem heeft verhaald – derdenbeslag leggen onder de ontvanger op het bedrag van de teruggaaf. In de derdenbeslagprocedure zal worden uitgemaakt aan wie de ontvanger het bedrag van de teruggaaf moet betalen.
Artikel 55. tot en met 57
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 55, 56 en 57 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Als de ontvanger een derde aansprakelijk kan stellen op grond van meer dan één fiscale of civielrechtelijke aansprakelijkheidsbepaling, dan hoeft hij daarbij geen volgorde in acht te nemen. Hetzelfde geldt als de ontvanger verscheidene derden op grond van dezelfde dan wel op grond van verschillende aansprakelijkheidsbepalingen aansprakelijk kan stellen.
Artikel 53. Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding
In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
49.8.1. Uitstel in verband met bezwaar tegen een beschikking aansprakelijkstelling
58.2. Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden
Onder gegevens die voor de invordering van de ‘eigen’ belastingschulden van de belastingschuldige van belang zijn, vallen ook de gegevens die de ontvanger nodig heeft om te beoordelen of hij mogelijk derden aansprakelijk kan stellen.
De ontvanger verleent geen ontslag van betalingsverplichting als sprake is van verwijtbaarheid van de kant van de aansprakelijk gestelde. Dit volgt uit artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de regeling. De vraag of sprake is van verwijtbaarheid beoordeelt de ontvanger op basis van gedragingen van de aansprakelijk gestelde. Dit betekent dat als de aansprakelijkstelling van een bestuurder is gebaseerd op artikel 36, vierde lid, van de wet, het enkele feit dat het lichaam niet op de juiste wijze heeft gemeld niet in de weg hoeft te staan aan ontslag van betalingsverplichting.
In deze periode kan de belastingschuldige – als de derde zich al voor de aansprakelijkheidsschuld op hem heeft verhaald – derdenbeslag leggen onder de ontvanger op het bedrag van de teruggaaf. In de derdenbeslagprocedure zal worden uitgemaakt aan wie de ontvanger het bedrag van de teruggaaf moet betalen.
In aansluiting op artikel 54 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het aanhouden van de betaling van een teruggaaf bij aansprakelijkstelling.
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 55, 56 en 57 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 58. Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde
In deze periode kan de belastingschuldige – als de derde zich al voor de aansprakelijkheidsschuld op hem heeft verhaald – derdenbeslag leggen onder de ontvanger op het bedrag van de teruggaaf. In de derdenbeslagprocedure zal worden uitgemaakt aan wie de ontvanger het bedrag van de teruggaaf moet betalen.
Als er conservatoir beslag ligt en de aansprakelijkgestelde verzoekt om uitstel van betaling in verband met een bezwaar tegen de beschikking, dan verleent de ontvanger alleen uitstel van betaling als er zekerheid wordt gesteld.
Artikel 52. Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling
In aansluiting op artikel 52 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over vermindering van de belastingaanslag.
52.1. Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling
Als de inspecteur de aanslag vermindert, past de ontvanger het bedrag van de aansprakelijkstellingsbeschikking aan voor zover dat voortvloeit uit de vermindering en deelt dat mee aan de aansprakelijkgestelde.
Het is de ontvanger niet toegestaan een invorderingsonderzoek te doen instellen, nadat de rechter de ontvanger in de gelegenheid heeft gesteld bewijs te leveren voor in een procedure aangevoerde stellingen, indien en voor zover dat onderzoek wordt ingesteld om gegevens te verwerven om dat bewijs te kunnen leveren.
In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
53.1. Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld
Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag waarvoor aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering.
In faillissement worden de belangen van de ontvanger – naast die van andere schuldeisers – feitelijk behartigd door de curator. Als de ontvanger een verzoek krijgt van de curator om een onderzoek in te stellen, moet het onderzoek in het teken van het invorderingsbelang staan. De ontvanger stelt geen onderzoek in als hij vermoedt dat de informatie er slechts toe strekt dat de curator de (niet fiscale) boedelschulden kan innen.
Artikel 59. Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde
In aansluiting op artikel 59 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de teruggave van gegevensdragers aan derde.
In aansluiting op artikel 54 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het aanhouden van de betaling van een teruggaaf bij aansprakelijkstelling.
54.1. Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling
Artikel 62bis
In deze periode kan de belastingschuldige – als de derde zich al voor de aansprakelijkheidsschuld op hem heeft verhaald – derdenbeslag leggen onder de ontvanger op het bedrag van de teruggaaf. In de derdenbeslagprocedure zal worden uitgemaakt aan wie de ontvanger het bedrag van de teruggaaf moet betalen.
In aansluiting op artikel 60 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
60.1. Redelijke termijn voor verstrekken van informatie
De ontvanger stelt een redelijke termijn voor het verstrekken van de gegevens en inlichtingen of het ter beschikking stellen van de gegevensdragers.
In aansluiting op artikel 58 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure.
Er zijn in deze leidraad op artikel 62bis van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Het is de ontvanger niet toegestaan een invorderingsonderzoek te doen instellen, nadat de rechter de ontvanger in de gelegenheid heeft gesteld bewijs te leveren voor in een procedure aangevoerde stellingen, indien en voor zover dat onderzoek wordt ingesteld om gegevens te verwerven om dat bewijs te kunnen leveren.
58.2. Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden
Onder gegevens die voor de invordering van de ‘eigen’ belastingschulden van de belastingschuldige van belang zijn, vallen ook de gegevens die de ontvanger nodig heeft om te beoordelen of hij mogelijk derden aansprakelijk kan stellen.
Doorgaans zijn de beroepsvertrouwelijke gegevens en de financiële gegevens gescheiden. Als het onvermijdelijk is dat de ontvanger privacygegevens onder ogen krijgt, vormt dit geen grond om de verstrekking van gegevens of de beschikbaarstelling van gegevensdragers te weigeren. De ontvanger is op grond van artikel 67, eerste lid, van de wet gehouden tot geheimhouding van die gegevens.
In faillissement worden de belangen van de ontvanger – naast die van andere schuldeisers – feitelijk behartigd door de curator. Als de ontvanger een verzoek krijgt van de curator om een onderzoek in te stellen, moet het onderzoek in het teken van het invorderingsbelang staan. De ontvanger stelt geen onderzoek in als hij vermoedt dat de informatie er slechts toe strekt dat de curator de (niet fiscale) boedelschulden kan innen.
Artikel 59. Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde
In aansluiting op artikel 59 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de teruggave van gegevensdragers aan derde.
Doorgaans zijn de beroepsvertrouwelijke gegevens en de financiële gegevens gescheiden. Als het onvermijdelijk is dat de ontvanger privacygegevens onder ogen krijgt, vormt dit geen grond om de verstrekking van gegevens of de beschikbaarstelling van gegevensdragers te weigeren. De ontvanger is op grond van artikel 67, eerste lid, van de wet gehouden tot geheimhouding van die gegevens.
De ontvanger geeft de gegevensdragers die hem op basis van artikel 59 van de wet ter beschikking zijn gesteld, ook weer terug aan de derde en niet aan de belastingschuldige. Dit ter voorkoming van geschillen over een eventueel aan die derde toekomend retentierecht.
Artikel 65a. en artikel 66
De boete wordt opgelegd aan degene die niet aan zijn verplichting voldoet. Dit kan een ander zijn dan de belastingschuldige.
63b.3. Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.
De ontvanger stelt een redelijke termijn voor het verstrekken van de gegevens en inlichtingen of het ter beschikking stellen van de gegevensdragers.
Als de ontvanger belang heeft bij een spoedige verstrekking of beschikbaarstelling kan deze termijn ook terstond zijn.
60.2. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen
Als de opgevraagde gegevens niet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden verstrekt, herhaalt de ontvanger zijn verzoek en vordert hij op basis van artikel 60, eerste lid, van de wet correcte en concrete gegevens.
Artikel 63c. en 64
Gegevensverstrekking vindt in beginsel uitsluitend schriftelijk plaats. In uitzonderingssituaties kan de ontvanger toestaan dat de gegevens mondeling worden verstrekt. In verband met de bewijsvoering zorgt de ontvanger voor een vastlegging van het gesprek.
In aansluiting op artikel 63b van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
63b.1. Algemene uitgangspunten
Bij het opleggen van bestuurlijke verzuimboeten op grond van hoofdstuk VIIA van de wet zijn, naast de bepalingen van de AWR die in artikelen 63b van de wet worden genoemd, de voorschriften van titel 5.1 en titel 5.4 van de Awb van toepassing. Ook zijn de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst van toepassing, voor zover deze een invulling geven aan het geldende wettelijke kader.
De ontvanger heeft alleen belang bij die gegevens en inlichtingen en gegevensdragers die hem inzicht verschaffen in de financiële positie van de belastingschuldige.
63b.3. Verzuimboete bij niet nakomen verplichting artikel 60, tweede lid van de wet
Ter zake van een verzuim als bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van de wet kan de ontvanger een boete opleggen van 5 procent van de niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting tot het wettelijk maximum van die bepaling. De boete wordt minimaal gesteld op € 50. In afwijking hiervan kan de ontvanger in uitzonderlijke gevallen een boete tot het in artikel 63b, eerste lid, van de wet genoemde maximum opleggen, zonder rekening te houden met de genoemde 5 procent. Als het bedrag waarover de bestuurlijke boete is berekend wordt verlaagd door een vermindering of teruggaaf van belasting over dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak, wordt de opgelegde boete naar evenredigheid verlaagd, tot een minimum van € 50.
In aansluiting op artikel 62 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de gerechtelijke verklaringsprocedure.
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.
Artikel 62 van de wet strekt er niet toe de verklaring te toetsen die door de derde-beslagene tijdens de gerechtelijke verklaringsprocedure wordt afgelegd.
Ter zake van het verzuim als bedoeld in artikel 63b, tweede lid, van de wet kan de ontvanger een verzuimboete opleggen van 50 procent van het in dat artikel genoemde wettelijk maximum. In afwijking hiervan kan in uitzonderlijke gevallen een boete tot het in artikel 63b, tweede lid, van de wet genoemde maximum worden opgelegd.
Artikel 65. Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf
Artikel 62a
Er zijn in deze leidraad op artikel 62a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 63. tot en met 63ab
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 63, 63a, 63aa en 63ab van de wet geen beleidsregels gemaakt.
In aansluiting op artikel 65 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte opzetcriterium bij een misdrijf.
65.1. Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf
De vereiste opzet voor de toepassing van artikel 65, eerste en tweede lid, van de wet behoeft zich niet uit te strekken tot het feit dat te weinig belasting wordt ingevorderd.
Bij het opleggen van bestuurlijke verzuimboeten op grond van hoofdstuk VIIA van de wet zijn, naast de bepalingen van de AWR die in artikelen 63b van de wet worden genoemd, de voorschriften van titel 5.1 en titel 5.4 van de Awb van toepassing. Ook zijn de algemene bepalingen in hoofdstuk 1 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst van toepassing, voor zover deze een invulling geven aan het geldende wettelijke kader.
63b.2. Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen
Voor het opleggen van de boete wordt een systematiek gehanteerd waarbij de boete wordt gerelateerd aan de hoogte van de niet, gedeeltelijk niet of niet binnen de termijn betaalde belasting.
73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures
Als een aanslag in meerdere termijnen betaald mag worden, kunnen er met betrekking tot die aanslag ook meerdere verzuimen als bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van de wet voorkomen. Als er meerdere dergelijke verzuimen zijn, zijn er even zoveel beboetbare feiten. Bij de bepaling van de hoogte van de boete vanwege een verzuim, houdt de ontvanger alleen rekening met de belasting die betrekking heeft op de desbetreffende betalingstermijn.
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.
63b.3. Verzuimboete bij niet nakomen verplichting artikel 60, tweede lid van de wet
Ter zake van het verzuim als bedoeld in artikel 63b, tweede lid, van de wet kan de ontvanger een verzuimboete opleggen van 50 procent van het in dat artikel genoemde wettelijk maximum. In afwijking hiervan kan in uitzonderlijke gevallen een boete tot het in artikel 63b, tweede lid, van de wet genoemde maximum worden opgelegd.
De boete wordt opgelegd aan degene die niet aan zijn verplichting voldoet. Dit kan een ander zijn dan de belastingschuldige.
Artikel 73. Insolventieprocedures
Artikel 63c. en 64
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 63c en 64 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
De ontvanger wint beslagen op zaken van derden niet uit, dan in het geval de verwachting gerechtvaardigd is dat de schuld niet geheel uit de boedel zal worden voldaan, tenzij de belangen van de ontvanger een ander standpunt rechtvaardigen. Voor bodemzaken ex artikel 22 van de wet behoudt de ontvanger het recht om lopende de insolventieprocedure over te gaan tot beslaglegging en executie. Het voorgaande is zowel van toepassing in faillissement als bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.
In aansluiting op artikel 65 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte opzetcriterium bij een misdrijf.
65.1. Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf
De vereiste opzet voor de toepassing van artikel 65, eerste en tweede lid, van de wet behoeft zich niet uit te strekken tot het feit dat te weinig belasting wordt ingevorderd.
Artikel 65a. en artikel 66
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 65a en 66 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 70d, 70e, 70ea, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 73. Insolventieprocedures
Aan de tweede eis is in elk geval niet voldaan, wanneer de bestuurder ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tot afkoop van deze verplichtingen met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid kon voorzien dat de afwikkeling van die overeenkomst tot gevolg heeft dat er voor de voldoening van de ten gevolge van de afkoop verschuldigde vennootschapsbelasting geen of onvoldoende middelen beschikbaar zijn.
De geheimhoudingsplicht geldt niet voor de bekendmaking van gegevens aan degene op wie zij betrekking hebben (de belastingschuldige) voor zover deze gegevens door of namens hem zijn verstrekt. Ook het verstrekken van informatie over belastingschulden aan de belastingschuldige zelf valt niet onder de geheimhoudingsplicht. Onder belastingschuldige moet hier mede worden verstaan: diens vertegenwoordiger, curator, bewindvoerder of erfgenaam.
67.2. Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering
De geheimhoudingsplicht geldt niet voor zover de bekendmaking van gegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van de Invorderingswet 1990. Dat laatste moet ruim worden opgevat. Als bekendmaking van belang is voor de invordering van de verschuldigde belasting (aanslag) dan wel een vooraankondiging aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49.2a van deze leidraad of een aansprakelijkheidsvordering (beschikking), kan de bekendmaking (aan derden) plaatsvinden zonder dat daarmee de geheimhoudingsplicht wordt geschonden. Het bepaalde in de artikelen 36.1 en 36.2 van deze leidraad geldt in dit verband niet als een beperking ter zake van de informatieverstrekking aan curatoren.
67.3. Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen
Desgevraagd is de ontvanger op grond van artikel 475g, derde lid, Rv verplicht aan de gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is beslag te leggen tegen een schuldenaar, schriftelijk informatie te verstrekken over periodieke betalingen die hij aan die schuldenaar verricht of gaat verrichten op grond van een verleende voorlopige teruggaafbeschikking.
Deze informatieplicht behelst uitsluitend gegevens met betrekking tot:
73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot WSNP en faillissement
Artikel 67a
Er zijn in deze leidraad op artikel 67a van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 68. tot en met 70ca
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c en 70ca van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Artikel 70cc. Overgangsrecht in verband met vervallen artikel 36a per 1 april 2017
73.1.3. Boedelschulden
De ontvanger ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden voldaan, wendt de ontvanger zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnog voldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de ontvanger zich met zijn grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de ontvanger rechtstreeks verhaal zoeken op de boedel.
Voor vennootschapsbelasting die een lichaam is verschuldigd op grond van het tot 1 april 2017 geldende artikel 23a van de Wet op de vennootschapsbelasting, is de bestuurder niet aansprakelijk als hij bewijst dat:
Aan de tweede eis is in elk geval niet voldaan, wanneer de bestuurder ten tijde van het sluiten van de overeenkomst tot afkoop van deze verplichtingen met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid kon voorzien dat de afwikkeling van die overeenkomst tot gevolg heeft dat er voor de voldoening van de ten gevolge van de afkoop verschuldigde vennootschapsbelasting geen of onvoldoende middelen beschikbaar zijn.
Artikel 70d. tot en met 72
Er zijn in deze leidraad op de artikelen 70d, 70e, 70ea, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.
Als de curator een gerechtelijke procedure (niet zijnde de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure) moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, en de aanwezige baten van de boedel niet toereikend zijn om de proceskosten te voldoen, kan de curator bij de ontvanger een gemotiveerd verzoek indienen om garantstelling voor het bedrag dat niet uit de boedel kan worden voldaan.
73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement
Daarnaast stelt de ontvanger de eis dat de schuldeisers – die bij een verdeling van de activa eveneens zullen profiteren van de vermoedelijke opbrengst van de procedure – bereid zijn om naar evenredigheid mee garant te staan voor de proceskosten. Dit geldt ook voor boedelschuldeisers. Als een bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling de ontvanger een verzoek om garantstelling doet, treedt de ontvanger in overleg met het ministerie.
Zie voor bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot faillissement artikel 36.1, 36.2, 36.3 en 36.5.7 van deze leidraad.
Uiterlijk veertien dagen vóór de verificatievergadering meldt de ontvanger zijn vorderingen ter verificatie aan bij de bewindvoerder. Daarbij wordt er van uitgegaan dat belastingschulden die naar tijdvak worden geheven, geacht worden van dag tot dag te ontstaan.
73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar
Voor het indienen van vorderingen in het faillissement wordt verwezen naar artikel 19.2 van deze leidraad. De ontvanger maakt ook voor rechten bij invoer gebruik van deze vordering.
Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de ontvanger bij de bewindvoerder zijn aangemeld.
73.2. insolventieprocedure – wettelijke schuldsanering
Na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger voor belastingaanslagen die als natuurlijke verbintenissen moeten worden aangemerkt, geen bodembeslag meer leggen. Ook een reeds gelegd bodembeslag kan de ontvanger dan niet meer uitwinnen. Daarom zal de ontvanger in elk geval vóór het einde van de wettelijke schuldsaneringsregeling overgaan tot verkoop van de inbeslaggenomen bodemgoederen. Aansprakelijkstelling voor belastingaanslagen tijdens zowel het faillissement als tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling is mogelijk.
Voor bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar wordt verwezen naar artikel 22.6 van deze leidraad.
73.1.8. Uitstel in relatie tot WSNP en faillissement
Het voorgaande is ook van toepassing bij een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Bij de invordering van boedelschulden kan de ontvanger tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling niet het faillissement van de schuldenaar aanvragen.
Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in het faillissement (zie artikel 19.2.2 van deze leidraad).
73.1.4. Proceskostengarantie
Als de curator een gerechtelijke procedure (niet zijnde de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure) moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, en de aanwezige baten van de boedel niet toereikend zijn om de proceskosten te voldoen, kan de curator bij de ontvanger een gemotiveerd verzoek indienen om garantstelling voor het bedrag dat niet uit de boedel kan worden voldaan.
Bij de beoordeling van het verzoek neemt de ontvanger als uitgangspunt dat:
Daarnaast stelt de ontvanger de eis dat de schuldeisers – die bij een verdeling van de activa eveneens zullen profiteren van de vermoedelijke opbrengst van de procedure – bereid zijn om naar evenredigheid mee garant te staan voor de proceskosten. Dit geldt ook voor boedelschuldeisers. Als een bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling de ontvanger een verzoek om garantstelling doet, treedt de ontvanger in overleg met het ministerie.
73.1.5. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator
De ontvanger moet erop toezien dat de bewindvoerder of de curator zijn belangenbehartigingsplicht – als neergelegd in artikel 57, derde lid, Fw – op juiste wijze nakomt. De bevoegdheid ex artikel 57, derde lid, FW kan eerst door de bewindvoerder dan wel de curator worden uitgeoefend indien en voor zover vaststaat dat de vordering van de ontvanger waarvoor het bodemvoorrecht geldt, niet uit het vrije boedelactief kan worden voldaan.
73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei
Als de ontvanger niet alleen een boven de pandhouder bevoorrechte vordering ter verificatie heeft ingediend, maar ook een vordering waarvoor het bodemvoorrecht niet geldt, dan vindt voor de beantwoording van de vraag of en in hoeverre, voldoening uit het vrije boedelactief mogelijk is, primair toerekening plaats van het vrije boedelactief aan de laatstgenoemde vordering.
Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de ontvanger in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:
73.3a.1. Geldend beleid bij aangeboden WHOA-akkoord
Met betrekking tot belastingteruggaven die betrekking hebben op de periode voor de beëindiging (met schone lei) van de wettelijke schuldsaneringsregeling en die worden vastgesteld na beëindiging van die regeling, geldt het volgende. Teruggaven (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) van minder dan € 500 worden uitbetaald aan de belastingschuldige zelf. Indien de belastingteruggave (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) € 500 of meer bedraagt, zal de ontvanger contact opnemen met de gewezen bewindvoerder om met hem te overleggen of de vereffening moet worden heropend.
Voor bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar wordt verwezen naar artikel 22.6 van deze leidraad.
Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de ontvanger in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:
Voor uitstel van betaling in relatie tot WSNP en faillissement wordt verwezen naar artikel 25.1.4 en 25.4.4 van deze leidraad.
73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot WSNP en faillissement
Zie voor kwijtschelding in relatie tot WSNP en faillissement artikel 26.1.9 van deze leidraad.
73.1.10. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot WSNP en faillissement
Zie voor ketenaansprakelijkheid in relatie tot WSNP en faillissement onderaannemer artikel 35.5.2, 35.6.2 en 35.12.11 van deze leidraad.
73.3.1. Uitstel, kwijtschelding en surséance
Voor uitstel van betaling in relatie tot surséance wordt verwezen naar artikel 25.1.4 en 25.4.4 van deze leidraad.
73.4. Insolventieprocedure – faillissement
Belastingteruggaven met een dagtekening gelegen na de datum van homologatie van een akkoord die materieel betrekking hebben op een periode waarop het akkoord betrekking heeft, zal de ontvanger in beginsel niet verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. De ontvanger verrekent deze belastingteruggaven alleen als het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als hij de belastingteruggaaf niet kan verrekenen. Daarvan is in ieder geval sprake als de vordering van de ontvanger en de belastingteruggaaf zien op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.
Zie voor verplichtingensignaal in relatie tot MSNP, WSNP en faillissement artikel 77.3 en 77.5 van deze leidraad.
73.2. insolventieprocedure – wettelijke schuldsanering
Voor kwijtschelding in relatie tot surséance wordt verwezen naar artikel 26.1.9 van deze leidraad.
Voor de situatie dat een belastingschuldige, ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, verzoekt om kwijtschelding van nadien opgekomen belastingschulden die niet zijn aan te merken als boedelschuld, wordt verwezen naar artikel 26.2.17 van deze leidraad.
Zie voor surséance in relatie tot ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid artikel 35.5.4, 35.6.2 en 35.12.11 onderscheidenlijk artikel 36.5.6 van deze leidraad.
73.3a. WHOA-akkoord
Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de ontvanger in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:
73.4.2. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag
Met betrekking tot belastingteruggaven die betrekking hebben op de periode voor de beëindiging (met schone lei) van de wettelijke schuldsaneringsregeling en die worden vastgesteld na beëindiging van die regeling, geldt het volgende. Teruggaven (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) van minder dan € 500 worden uitbetaald aan de belastingschuldige zelf. Indien de belastingteruggave (na mogelijke verrekening met openstaande schulden) € 500 of meer bedraagt, zal de ontvanger contact opnemen met de gewezen bewindvoerder om met hem te overleggen of de vereffening moet worden heropend.
Ook na beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan de ontvanger derden nog aansprakelijk stellen voor niet-betaalde belastingaanslagen die als natuurlijke verbintenissen moeten worden aangemerkt.
73.4.4. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)