Besluit van 24 juni 2008, houdende regels ten aanzien van de in-, uit- en doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik en militaire goederen (Besluit strategische goederen)

Type AMvB
Publication 2025-02-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 oktober 2007, nr. WJZ 7122174, gedaan na overleg met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik en de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1 van de Algemene douanewet;

De Raad van State gehoord (advies van 10 april 2008, nr. W10.07.0401/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 23 juni 2008, nr. WJZ 8056339;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Goederen voor tweeërlei gebruik

Artikel 2

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste, tweede en derde lid, 5, eerste, tweede lid en derde lid, 7, 10, eerste lid, 11, eerste en negende lid, en 27, eerste, derde en vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, voor zover het goederen betreft.

Artikel 3
1.

Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste en tweede lid, 5, eerste en tweede lid, 7, 10, eerste lid, 11, eerste en tweede lid, 12, tweede tot en met vijfde lid, zesde lid, onderdeel c, en zevende lid, 14, eerste lid, 16, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 21, derde en vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.

2.

Indien Onze Minister bij beschikking, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, heeft bepaald dat de uitvoer of de wederuitvoer van de daarbij aangewezen goederen zonder vergunning is verboden, is de adressaat van deze beschikking, zodra voor hem aannemelijk is dat de desbetreffende goederen een andere bestemming zullen krijgen dan in de beschikking is vermeld, verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming mededeling te doen aan Onze Minister.

Artikel 4

Bij ministeriële regeling kan Onze Minister om redenen van openbare veiligheid, waaronder het voorkomen van terreurdaden, of uit mensenrechtenoverwegingen een verbod instellen op, of een vergunning verplicht stellen voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet zijn genoemd in bijlage I van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.

§ 3. Militaire goederen

Artikel 5
1.

Het is verboden om militaire goederen door te voeren door Nederland zonder individuele of algemene doorvoervergunning.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op:

3.

Onze Minister kan besluiten dat voor de doorvoer door Nederland van militaire goederen in situaties als bedoeld in het tweede lid een vergunning is vereist:

4.

Een vergunning wordt in ieder geval niet verleend voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.

Artikel 6
1.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 5, eerste lid.

2.

Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van artikel 5, eerste lid.

3.

Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.

Artikel 7
1.

Onze Minister verleent op aanvraag een individuele doorvoervergunning.

2.

Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en kan aan een vergunning voorschriften en voorwaarden verbinden.

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd.

§ 4. Vergunningverlening

Artikel 8

Onze Minister kan een individuele doorvoervergunning in ieder geval intrekken, indien:

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 9

Het is verboden om de goederen, bedoeld in lijst 2 van onderdeel B van de Bijlage inzake stoffen bij het op 3 september 1992 tot stand gekomen Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 2006, 26) in te voeren in Nederland uit landen, die geen partij zijn bij dit verdrag.

Artikel 10
1.

Indien geen vergunning is vereist voor de doorvoer van militaire goederen, vindt een melding plaats.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

3.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van het eerste lid.

4.

Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.

5.

Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid.

6.

Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.

Artikel 11
1.

Het is verboden om militaire goederen uit te voeren uit Nederland zonder individuele, globale of algemene uitvoervergunning.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoer uit Nederland van militaire goederen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens.

3.

Een vergunning wordt in ieder geval niet verleend voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4a
1.

Onze Minister kan de doorvoer van niet-communautaire goederen voor tweeërlei gebruik verbieden, als deze goederen bestemd zijn voor één van de doeleinden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik. Voordat Onze Minister de doorvoer verbiedt, kan hij een vergunningplicht opleggen.

2.

Onze Minister kan besluiten dat een vergunning is vereist voor de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik vanuit Nederland naar een andere lidstaat van de Europese Unie indien op het tijdstip van de overbrenging voldaan wordt aan de eisen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.

§ 3. Militaire goederen

§ 4. Vergunningverlening

§ 5. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4b
1.

Onze Minister verleent een vergunning als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.

2.

Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en kan aan een vergunning voorschriften en voorwaarden verbinden.

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:

4.

Bij ministeriële regeling kunnen rapportageverplichtingen en registratievoorschriften worden gesteld voor een vergunning als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.

5.

Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften en voorwaarden die zijn verbonden aan een vergunning, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 4c

Onze Minister kan een door hem afgegeven vergunning als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, in ieder geval intrekken indien:

§ 3. Invoer en doorvoer van militaire goederen

§ 4. Uitvoer van militaire goederen

Artikel 12
1.

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 11, eerste lid.

2.

Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van artikel 11, eerste lid.

3.

Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.

Artikel 13
1.

Een algemene uitvoervergunning wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

2.

Een algemene uitvoervergunning kan onder beperkingen worden vastgesteld en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan verbonden worden.

3.

Onze Minister kan een beschikkingsbevoegde uitsluiten van het gebruik van een algemene uitvoervergunning ter bescherming van wezenlijke veiligheidsbelangen, openbare orde of openbare veiligheid.

Artikel 14
1.

Onze Minister verleent op aanvraag een individuele uitvoervergunning of een globale uitvoervergunning.

2.

Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en kan aan een vergunning voorschriften en voorwaarden verbinden.

3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd.

Artikel 15

Onze Minister kan een individuele uitvoervergunning of een globale uitvoervergunning in ieder geval intrekken indien:

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17
1.

Voorafgaand aan het eerste gebruik van een algemene uitvoervergunning vinden gelijktijdig een verzoek tot registratie en een melding plaats.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.