Besluit van 24 juni 2008, houdende regels ten aanzien van de in-, uit- en doorvoer van goederen voor tweeërlei gebruik en militaire goederen (Besluit strategische goederen)
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 oktober 2007, nr. WJZ 7122174, gedaan na overleg met de Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van de Europese Unie van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik en de artikelen 1:4, eerste en tweede lid, en 3:1 van de Algemene douanewet;
De Raad van State gehoord (advies van 10 april 2008, nr. W10.07.0401/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 23 juni 2008, nr. WJZ 8056339;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- –. algemene doorvoervergunning: een bij ministeriële regeling verleende toestemming aan in Nederland gevestigde beschikkingsbevoegden voor de doorvoer van militaire goederen door Nederland;
- –. algemene overdrachtsvergunning: een bij ministeriële regeling verleende toestemming aan in Nederland gevestigde beschikkingsbevoegden voor de overdracht van militaire goederen aan in een andere lidstaat gevestigde ontvanger;
- –. algemene uitvoervergunning: een bij ministeriële regeling verleende toestemming aan in Nederland gevestigde beschikkingsbevoegden voor de uitvoer van militaire goederen uit Nederland naar een derde land;
- –. beschikkingsbevoegde: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die bevoegd is over militaire goederen te beschikken;
- –. derde land: een land niet zijnde een lidstaat;
- –. doorvoer door Nederland: het vervoer van militaire goederen die uitsluitend het Nederlands grondgebied worden binnengebracht om via dat gebied te worden vervoerd naar een bestemming buiten het Nederlands grondgebied;
- –. globale overdrachtsvergunning: een op aanvraag aan een beschikkingsbevoegde verleende vergunning voor de overdracht van militaire goederen aan ontvangers of categorieën van ontvangers in één of meer andere lidstaten;
- –. globale uitvoervergunning: een op aanvraag aan een beschikkingsbevoegde verleende vergunning voor de uitvoer van militaire goederen aan ontvangers of categorieën van ontvangers in één of meer derde landen;
- –. individuele doorvoervergunning: een op aanvraag aan een in Nederland gevestigde beschikkingsbevoegde verleende vergunning voor de doorvoer van militaire goederen door Nederland;
- –. individuele overdrachtsvergunning: een op aanvraag aan een beschikkingsbevoegde verleende vergunning voor de overdracht van militaire goederen aan een individuele ontvanger in een andere lidstaat;
- –. individuele uitvoervergunning: een op aanvraag aan een beschikkingsbevoegde verleende vergunning voor de uitvoer van militaire goederen aan een individuele ontvanger in een derde land;
- –. invoer in Nederland: het binnenbrengen van militaire goederen in Nederlands grondgebied, anders dan voor doorvoer door Nederland;
- –. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein;
- –. militaire goederen: de militaire goederen, bedoeld in een door Onze Minister na overleg met Onze Minister wie het mede aangaat vast te stellen ministeriële regeling;
- –. Nederlands grondgebied: het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa;
- –. Onze Minister: Onze Minister van Buitenlandse Zaken;
- –. overdracht uit Nederland: elke overbrenging of verplaatsing van een militair goed van het Nederlands grondgebied naar een bestemming in een andere lidstaat;
- –. uitvoer uit Nederland: het doen verlaten van goederen van Nederlands grondgebied naar een derde land, anders dan voor doorvoer door Nederland;
- –. richtlijn 2009/43/EG: richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PbEU 2009, L 146);
- –. Verordening producten voor tweeërlei gebruik: Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206);
- –. wet: de Algemene douanewet.
§ 2. Goederen voor tweeërlei gebruik
Artikel 2
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste, tweede en derde lid, 5, eerste, tweede lid en derde lid, 7, 10, eerste lid, 11, eerste en negende lid, en 27, eerste, derde en vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, voor zover het goederen betreft.
Artikel 3
Onze Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, eerste en tweede lid, 5, eerste en tweede lid, 7, 10, eerste lid, 11, eerste en tweede lid, 12, tweede tot en met vijfde lid, zesde lid, onderdeel c, en zevende lid, 14, eerste lid, 16, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 21, derde en vierde lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.
Indien Onze Minister bij beschikking, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, heeft bepaald dat de uitvoer of de wederuitvoer van de daarbij aangewezen goederen zonder vergunning is verboden, is de adressaat van deze beschikking, zodra voor hem aannemelijk is dat de desbetreffende goederen een andere bestemming zullen krijgen dan in de beschikking is vermeld, verplicht onder opgave van redenen van deze gewijzigde bestemming mededeling te doen aan Onze Minister.
Artikel 4
Bij ministeriële regeling kan Onze Minister om redenen van openbare veiligheid, waaronder het voorkomen van terreurdaden, of uit mensenrechtenoverwegingen een verbod instellen op, of een vergunning verplicht stellen voor de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik die niet zijn genoemd in bijlage I van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.
§ 3. Militaire goederen
Artikel 5
Het is verboden om militaire goederen door te voeren door Nederland zonder individuele of algemene doorvoervergunning.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
- a. de doorvoer door Nederland van militaire goederen die uitsluitend worden vervoerd door de territoriale wateren of door het luchtruim;
- b. de doorvoer door Nederland van militaire goederen die afkomstig zijn uit, of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland, Zwitserland, een lidstaat of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische verdragsorganisatie en die Nederland verlaten met hetzelfde vervoermiddel als waarmee ze zijn binnengekomen zonder overlading in Nederland;
- c. de doorvoer door Nederland van militaire goederen die afkomstig zijn uit, en als eindbestemming hebben een lidstaat.
Onze Minister kan besluiten dat voor de doorvoer door Nederland van militaire goederen in situaties als bedoeld in het tweede lid een vergunning is vereist:
- a. indien het belang van de internationale rechtsorde of een daarop betrekking hebbende internationale afspraak dat vereist of
- b. indien Onze Minister dit noodzakelijk acht voor de bescherming van de wezenlijke belangen van de nationale veiligheid.
Een vergunning wordt in ieder geval niet verleend voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.
Artikel 6
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 5, eerste lid.
Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van artikel 5, eerste lid.
Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.
Artikel 7
Onze Minister verleent op aanvraag een individuele doorvoervergunning.
Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en kan aan een vergunning voorschriften en voorwaarden verbinden.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd.
§ 4. Vergunningverlening
Artikel 8
Onze Minister kan een individuele doorvoervergunning in ieder geval intrekken, indien:
- a. de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens of
- b. de voorschriften en voorwaarden van de vergunning niet in acht zijn genomen.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 9
Het is verboden om de goederen, bedoeld in lijst 2 van onderdeel B van de Bijlage inzake stoffen bij het op 3 september 1992 tot stand gekomen Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Trb. 2006, 26) in te voeren in Nederland uit landen, die geen partij zijn bij dit verdrag.
Artikel 10
Indien geen vergunning is vereist voor de doorvoer van militaire goederen, vindt een melding plaats.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. bij wie, de wijze waarop en door wie een melding wordt gedaan;
- b. het tijdstip van een melding;
- c. de inhoud van een melding.
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van het eerste lid.
Een vrijstelling kan onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.
Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid.
Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.
Artikel 11
Het is verboden om militaire goederen uit te voeren uit Nederland zonder individuele, globale of algemene uitvoervergunning.
Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoer uit Nederland van militaire goederen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringswet verdrag chemische wapens.
Een vergunning wordt in ieder geval niet verleend voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4a
Onze Minister kan de doorvoer van niet-communautaire goederen voor tweeërlei gebruik verbieden, als deze goederen bestemd zijn voor één van de doeleinden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik. Voordat Onze Minister de doorvoer verbiedt, kan hij een vergunningplicht opleggen.
Onze Minister kan besluiten dat een vergunning is vereist voor de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik vanuit Nederland naar een andere lidstaat van de Europese Unie indien op het tijdstip van de overbrenging voldaan wordt aan de eisen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.
§ 3. Militaire goederen
§ 4. Vergunningverlening
§ 5. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4b
Onze Minister verleent een vergunning als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.
Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en kan aan een vergunning voorschriften en voorwaarden verbinden.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
- a. de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd;
- b. de aard van de vergunning.
Bij ministeriële regeling kunnen rapportageverplichtingen en registratievoorschriften worden gesteld voor een vergunning als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik.
Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften en voorwaarden die zijn verbonden aan een vergunning, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4c
Onze Minister kan een door hem afgegeven vergunning als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, in ieder geval intrekken indien:
- a. de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens of
- b. de voorschriften en voorwaarden van de vergunning niet in acht zijn genomen.
§ 3. Invoer en doorvoer van militaire goederen
§ 4. Uitvoer van militaire goederen
Artikel 12
Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van artikel 11, eerste lid.
Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van artikel 11, eerste lid.
Vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan worden verbonden.
Artikel 13
Een algemene uitvoervergunning wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
Een algemene uitvoervergunning kan onder beperkingen worden vastgesteld en er kunnen voorschriften en voorwaarden aan verbonden worden.
Onze Minister kan een beschikkingsbevoegde uitsluiten van het gebruik van een algemene uitvoervergunning ter bescherming van wezenlijke veiligheidsbelangen, openbare orde of openbare veiligheid.
Artikel 14
Onze Minister verleent op aanvraag een individuele uitvoervergunning of een globale uitvoervergunning.
Onze Minister kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid onder beperkingen verlenen en kan aan een vergunning voorschriften en voorwaarden verbinden.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd.
Artikel 15
Onze Minister kan een individuele uitvoervergunning of een globale uitvoervergunning in ieder geval intrekken indien:
- a. de vergunning is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens of
- b. de voorschriften en voorwaarden van de vergunning niet in acht zijn genomen.
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Voorafgaand aan het eerste gebruik van een algemene uitvoervergunning vinden gelijktijdig een verzoek tot registratie en een melding plaats.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.