Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing vanaf 1945 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Type Archiefselectielijst
Publication 2008-07-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 18 maart 2008 nr. bca-2008.04829/2);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Basisselectiedocument

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag van de zorgdragers

Minister van Algemene Zaken

Minister van Binnenlandse Zaken

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

Minister van Financiën

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Minister van Verkeer en Waterstaat

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

op het beleidsterrein

BRANDWEERZORG, RAMPENBESTRIJDING EN CRISISBEHEERSING

1945–

Versie juni 2008

Lijst van afkortingen

ABGB: Hoofdafdeling Algemene, Beleids- en Gezondheidsbeschermingsaangelegenheden in Bijzondere Omstandigheden

AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur

B: Bewaren

BSD: Basis Selectie Document

CdK: Commissaris van de Koningin

CRM: (minister/ministerie van) Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk

CVVC: Directie Civiele Verdediging en Vredescalamiteiten

EZ: (minister/ministerie van) Economische Zaken

KMC: Korps Mobiele Colonnes

LCC: Landelijk Coördinatie Centrum

LNV: (minister/ministerie van) Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit/ Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

MIBO: Afdeling Materieelvoorziening in Bijzondere Omstandigheden

MMK: Afdeling Maatschappelijke Zorg, Media en Kunstbescherming in Bijzondere Omstandigheden

NAVO: Noord-Atlantische Verdragsorganisatie

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne

V Vernietigen

VIBO: Afdeling Volksgezondheidszorg in Bijzondere Omstandigheden

VMMK: Hoofdafdeling Volksgezondheidszorg, Maatschappelijke Zorg, Media en Kunstbescherming in Bijzondere Omstandigheden

VROM: (minister/ministerie van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

VWS: (minister/ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WVC: (minister/ministerie van) Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Verantwoording

Doel en werking van het Basis Selectie Document

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (financieel beleid, bijvoorbeeld) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Dit BSD is gebaseerd op het RIO (nr. 49) ‘Van Pro-actie tot nazorg. Een institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing vanaf 1952’. De auteur van dit rapport is W.D. Küller.

Het BSD is reeds in 1999 vastgesteld voor de zorgdragers de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Economische Zaken, de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (de huidige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) (Stcrt. 1999/216). In 2004 is een aanvulling op het BSD vastgesteld voor de zorgdrager de minister van Binnenlandse Zaken (Stcrt. 2005/112). Tenslotte is in 2007 een organisatiegericht BSD opgesteld van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (Stcrt 2007/144).

Handeling 452 uit het BSD Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing van de actor de minister van Binnenlandse Zaken (Stcrt. 1999/ 216) wordt ingetrokken bij de vaststelling van dit nieuwe BSD.

Definitie en afbakening van het beleidsterrein

Rampenbestrijding gaat in dit BSD over rampen die gevolgen hebben voor burgers. Dierenziekten of milieurampen die geen gevaar vormen voor de burgers, komen in dit BSD dus niet aan bod.

Het BSD Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing is reeds in 1999 vastgesteld voor de zorgdragers de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Economische Zaken, de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (de huidige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) (Stcrt. 1999/216). Dit BSD bevat contextinformatie en informatie over de actoren.

Dit BSD heeft verder raakvlakken met het BSD Vergoeding van materiële oorlogs- en watersnoodschaden. Met name handelingen met betrekking tot de Watersnoodramp uit 1953 komen ook in dit BSD aan de orde.

Daarnaast kunnen een aantal algemene handelingen met betrekking tot het voorkomen/ bestrijden van epidemieën en het gezondheidsonderzoek na een ramp, worden teruggevonden in het de organisatiegerichte selectielijst van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne.

In het BSD Milieubeheer staan handelingen met betrekking tot drinkwatervoorziening.

Handelingen betreffende het voorkomen van rampen op internationaal niveau (bijvoorbeeld bescherming van de bevolking tegen de gevaren van atoomenergie) staan in het BSD Internationale Volksgezondheid.

In het BSD Militaire Operatiën komen handelingen van de minister van Defensie voor die te maken hebben met de inzet van militairen op het gebied van rampenbestrijding, o.a. voor de Watersnoodramp 1953.

Tenslotte komen in het BSD Politie vanaf 1994 handelingen voor met betrekking tot het rampenidentificatieteam.

Doelstellingen van de overheid op het beleidsterrein

In dit BSD Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing speelt het woord ‘crisis’ een belangrijke rol. Een crisis is een ernstige verstoring van de basisstructuren dan wel aantasting van de fundamentele waarden en normen van een maatschappelijk systeem.1Küller, Van pro-actie tot nazorg, 23. Rampenbestrijding wordt gezien als een vorm van crisisbeheersing. Crisisbeheersing is het geheel van maatregelen en voorzieningen die de overheid in samenwerking met andere organisaties treft met het oog op (acute) noodsituaties ter waarborging van de veiligheid in brede zin.2Ibidem. In het RIO Van pro-actie tot nazorg staat een uitgebreide omschrijving van de begrippen ‘crisis’ en ‘ramp’.

Na de Tweede Wereldoorlog werd onder ‘ramp’ verstaan dat de burgerbevolking te lijden had onder een oorlog. De burgerbevolking moest beschermd worden tegen de dagelijkse gevolgen van een oorlog en de wetten waren dus ook op die manier ingericht. Van 1952 tot 1985 stond de rampenbestrijding in teken van de civiele verdediging. Hieronder wordt verstaan ‘een geheel van niet-militaire maatregelen die gericht zijn op het voortzetten en in stand houden van de samenleving in geval van oorlog of omstandigheden die daarmee verband houden’.3http://www.ncbb.nl/menu%27s/Menu_2_Algemeen/ index_algemeen.htm (januari 2008). De zorg voor de brandweer en de zorg voor rampenbestrijding waren twee afzonderlijke taken en werden ook organisatorisch en functioneel van elkaar gescheiden.4Küller, Van pro-actie tot nazorg, 33. Na de watersnoodramp van 1953 werden de wetten voor rampenbestrijding ook van toepassing op het beschermen van de bevolking na rampen door natuurgeweld.

Vanaf 1985 werd de organisatie rondom rampenbestrijding anders ingericht. De focus lag nu niet meer op de bescherming van de bevolking als gevolg van een oorlog, maar op ongevallen in de industrie. Het inrichten van de betrokken organisaties werd regionaal en nationaal in plaats van gemeentelijk. De brandweer bleef de spin in het web. Hoe groter de omvang van de ramp, hoe hoger de inschaling: van gemeentelijk naar regionaal, naar nationaal of zelfs internationaal.

Begin jaren negentig werden de ingezette veranderingen geëvalueerd. De volgende voornemens werden aan de hand van deze evaluatie geformuleerd:

Op het gebied van rampenbestrijding is de focus van de overheid tussen 1945 en heden drastisch veranderd. De rampenbestrijding stond aanvankelijk in teken van de bescherming van de bevolking tegen een oorlog. Deze bescherming werd heel letterlijk genomen. In Nederland waren op 22 vestigingsplaatsen een 55-tal magazijnen waarin opgeslagen ziekenhuisbedden, genees- en verbandmiddelen bedoeld voor burger- en militaire gewonden in buitengewone omstandigheden. Ook was hier opgeslagen het klinisch- en chirurgisch materiaal van de landelijke Organisatie Trauma Teams(LOTT), de goederen voor de economische verdedigingsvoorbereiding uit de door EZ afgestoten 10 magazijnen, evenals 30 kilometer nooddrinkwatervoorziening met toebehoren. Daarnaast waren er 8 rijksbergplaatsen voor cultuurgoederen. Eind jaren tachtig kwam er een omslag in het denken. Door het einde van koude oorlog werd de oorlogsdreiging een stuk minder reëel. Door de overheid werd de gedachte dat de Ministeries zelf de organisatie rond rampenbestrijding in handen moest houden, losgelaten. De organisatie rondom de rampenbestrijding werd in de jaren negentig gedecentraliseerd.

De rampenbestrijding is nu neergelegd bij bestaande instellingen, zoals ziekenhuizen. Deze instellingen maken zelf plannen hoe op te treden bij een ramp. Er is dus een omslag gemaakt van een regelende naar een voorwaarde scheppende overheid.6Interview met dhr. A.H. Zwennes, crisiscoördinator bij het ministerie van VWS (directie Publieke Gezondheid, afdeling Crisisbeheersing Volksgezondheid; d.d. 4 december 2007). De overheid zorgt nu voor de structuur om taken op het gebied van rampenbestrijding uit te kunnen voeren, adviseert of er een (gezondheids)- onderzoek na een ramp moet komen en stelt de middelen beschikbaar. Verschillende Ministeries hebben een crisiscentrum om de verschillende instellingen/ diensten aan te sturen in het geval van een crisis die een boven-territoriale inzet vereist. Aan het begin van de 21e eeuw zijn de accenten verschoven binnen rampenbestrijding en crisisbeheersing, maar de organisatie zelf is niet wezenlijk veranderd.7Beleidsplan crisisbeheersing 2004-2007, juni 2004, ministerie van BZK.

De Minister van Binnenlandse Zaken is de eerste verantwoordelijke op het beleidsterrein brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Tot de hoofdlijnen van het handelen van de actoren binnen het deelbeleidsterrein brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing behoort het bevorderen van de openbare veiligheid onder andere door het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van het proactie-, preventie-, preparatie-, repressie en nazorgbeleid met betrekking tot branden, ongevallen, rampen en overige crises. Dit wil zeggen dat vanaf 1952 het beleid van de Minister van Binnenlandse Zaken, in samenwerking met de andere actoren, voortdurend is gericht op het aan de veranderende eisen van de tijd aanpassen van de taakstelling, structuur, capaciteit en het technische niveau van de organisaties op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing.8BSD Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing vastgesteld voor de minister van Binnenlandse Zaken (Stcrt. 1999/216).

Op het gebied van rampenbestrijding spelen, naast gemeenten en provincies, verschillende Ministeries een rol. Anno 2000 waren dit Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (o.a. coördinatie), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (o.a. ruimtelijke ordening en bouwvoorschriften), Verkeer en Waterstaat (o.a. grote infrastructurele projecten), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (o.a. arbeidsomstandigheden van werknemers, incl. rampenbestrijders), Defensie (o.a. ondersteuning bij bepaalde rampen, zoals grootschalige wateroverlast) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De Minister van VWS is verantwoordelijk voor de basisorganisatie in de geneeskundige hulpverlening bij rampen en de kwaliteit van de hulpverlening bij rampen.9Rapport Algemene Rekenkamer inzake voorbereiding rampenbestrijding (Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27795, nrs. 1-2, p. 14-15.

In het RIO Van pro-actie tot nazorg staat een uitgebreide beschrijving van de doelstellingen vanaf 1945 tot en met de jaren negentig.

Totstandkoming van het BSD

Dit BSD is gebaseerd op het PIVOT-rapport 49.10W.D. Küller, Van pro-actie tot nazorg. Een institutioneel onderzoek naar het deelbeleidsterrein brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing vanaf 1952 (Den Haag 1998). Op basis van dit rapport is in 1999 het BSD voor de zorgdragers de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Economische Zaken, de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (de huidige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (NIBRA) vastgesteld, Stcrt. 1999/216. Deze zorgdragers worden om die reden grotendeels niet meegenomen in dit BSD. In 2005 is een aanvulling op het BSD vastgesteld voor de zorgdrager de minister van Binnenlandse Zaken. In deze aanvulling zijn enkele handelingen ‘opgerekt’ wat betreft de periodisering en zijn handelingen toegevoegd (Stcrt. 2005/112). In 2007 tenslotte is een organisatiegericht BSD opgesteld van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (Stcrt. 2007/144). Daarom zal ook deze Raad niet voorkomen als actor in dit BSD.

Vervallen actoren

Er zijn enkele actoren niet opgenomen in dit BSD, die wel vermeld zijn in het RIO Van pro-actie tot nazorg. Dit betreft de actor de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en de actor de minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting. Van de eerste zijn de handelingen al gedekt in het BSD Organisatie van de Rijksoverheid. Stukken met betrekking tot de Tsjernobylramp worden meegenomen in het BSD Milieubeheer. Van de actor de minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting stonden in het RIO handelingen betreffende de watersnoodramp uit 1953. Al deze stukken zijn al overgebracht naar het Nationaal Archief. De betreffende handelingen voor deze actor zijn dus niet meer nodig.

Onder de archiefzorg van de minister van Algemene Zaken zijn de volgende actoren vervallen: de minister van Algemene Zaken/ Regeringsvoorlichtingsdienst en de minister-president. De handelingen van beide actoren zijn onder de minister van Algemene Zaken geplaatst.

De volgende, onder de archiefzorg van de minister van Defensie ressorterende, actoren zijn komen te vervallen: Chef van staven der drie krijgsmachtonderdelen, Chef Generale Staf, Nederlandse Territoriaal Bevelhebber, Chef van de Marinestaf.

De handelingen van deze actoren zijn namelijk al gedekt door handeling 179 van het BSD Militaire Operatiën. De volgende handelingen zijn uit dit BSD geschrapt:

De actor de Nationale Raad voor de Volksgezondheid is komen te vervallen. De handeling behorend bij deze actor (289) is daarmee niet in dit BSD opgenomen. Het geven van advies door deze raad aan de minister is opgenomen in het BSD Advisering in de gezondheidszorg vanaf 1945 (Stcrt. 2007/145).

De actor de inspectie van de volksgezondheid van het Staatstoezicht op de volksgezondheid is komen te vervallen. De handeling behorend bij deze actor (31) is daarmee niet in dit BSD opgenomen. Ook de actor de (hoofd)inspecteur geneeskundige hoofdinspectie van het Staatstoezicht op de volksgezondheid is komen te vervallen. De handelingen van deze actor (287, 290, 299) zijn niet opgenomen. De handelingen van beide actoren zijn, op een hoger niveau, terug te vinden in het BSD Inspectie voor de Gezondheidszorg (Stcrt. 2002/ 149).

Vervallen handelingen

Een aantal handelingen dat te maken heeft met de (schade)vergoedingen door de minister van Financiën of onder de zorg van de minister van Financiën vallende actoren na de Watersnoodramp 1953, is komen te vervallen en dus niet uit het RIO Van pro-actie tot nazorg overgenomen. Deze handelingen zijn opgenomen in het BSD Materiële Oorlogs- en Watersnoodschaden. Uit het RIO zijn daarom de volgende handelingen niet in het BSD overgenomen:

De actoren Bureau Financiering Wederopbouw en Centraal Verrekenkantoor van het Commissariaat voor Oorlogsschaden zijn daarmee niet opgenomen.

Opnieuw vast te stellen handeling

Handeling 452 uit het RIO, vastgesteld in het BSD Brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing (Stcrt. 1999/ 216), wordt opnieuw vastgesteld in dit BSD. De tekst is aangepast en de vernietigingstermijn is in plaats van 10 jaar 12 jaar geworden. Deze vernietigingstermijn is verlengd in verband met de Europese regelgeving. Deze handeling wordt zowel voor de minister van Binnenlandse Zaken als voor de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Toegevoegde handelingen

Tijdens de totstandkoming van het BSD Bestuurlijke en financiële organisatie lagere overheden, Stcrt. 2007/21, is afgesproken dat de handelingen met betrekking tot het ruimen van bommen in het BSD Brandweerzorg, Rampenbestrijding en Crisisbeheersing zouden worden meegenomen. De taken betreffende het ruimen van bommen zijn zowel door de minister van Binnenlandse Zaken als door de minister van Financiën uitgevoerd. Het ministerie van Binnenlandse Zaken lift dit BSD alleen mee voor deze handelingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.