Besluit van 3 juli 2008, houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de verloskundige (Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige 2008)

Type AMvB
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 april 2008, MEVA/BO-2839188;

Gelet op de artikelen 30 en 31 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

De Raad van State gehoord (advies van 8 mei 2008, no. W13.08.0119/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 juni 2008, MEVA/BO-2851158;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Titel

Artikel 2

Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van verloskundigen te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen heeft afgelegd van een opleiding tot verloskundige die is opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen, genoemd in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en die voldoet aan de artikelen 3 en 4.

§ 3. Opleiding

Artikel 3
1.

Een opleiding als bedoeld in artikel 2 duurt voltijds ten minste drie jaar en omvat ten minste 4.600 uur theoretisch en praktisch onderwijs, waarbij de duur van het klinisch onderwijs ten minste een derde van de minimumduur van de opleiding bedraagt.

2.

Het theoretisch en praktisch onderwijs is gericht op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de beroepsuitoefening van de verloskundige die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5:

3.

Het praktische onderwijs omvat naast vaardigheidsonderwijs in ieder geval stages in het werkveld inzake het toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5, onder toezicht van een verloskundige.

4.

De stages vinden gespreid over de gehele opleiding plaats en hebben een omvang van in totaal ten minste 100 studiepunten, waarvan ten minste 60 studiepunten worden besteed aan stages in de zelfstandige verloskundige praktijk en de resterende 40 studiepunten flexibel zijn te verdelen over de overige relevante sectoren.

5.

De stages zijn eerst afgerond indien op de volgende gebieden van zorg ten minste de daarbij genoemde verrichtingen zijn uitgevoerd:

6.

Onverminderd het vierde en het vijfde lid voldoen het theoretische en praktische onderwijs ten minste aan de eisen, gesteld in punt 5.5.1 van Bijlage V van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005, betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255).

7.

Een wijziging van punt 5.5.1 van Bijlage V, bedoeld in het zesde lid, gaat voor de toepassing van het zesde lid gelden met ingang van de dag waarop aan die wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.

8.

De onderwijsinstellingen die de opleiding verzorgen zijn gedurende het gehele studieprogramma verantwoordelijk voor de coördinatie tussen het theoretisch en praktisch onderwijs.

Artikel 4
1.

Het aspect stellen van een diagnose gebaseerd op anamnese en onderzoek is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

2.

Het aspect opstellen van een behandelplan gebaseerd op risicoselectie en beleid is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

3.

Het aspect verloskundige zorgverlening is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

4.

Het aspect evaluatie van het zorgproces is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

5.

Het aspect preventie en voorlichting is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

6.

Het aspect professionele ontwikkeling is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

7.

Het aspect ontwikkeling van de beroepsgroep is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

8.

Het aspect verantwoording van verloskundige zorg is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

9.

Het aspect beroepsgeoriënteerd wetenschappelijk onderzoek is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

10.

Het aspect functioneren in relatie tot de andere bij de verloskundige zorgverlening betrokken beroepsbeoefenaren is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

11.

Het aspect praktijkvoering en ondernemerschap is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

12.

Het aspect kwaliteit van zorg is zodanig ingericht dat de betrokkene in staat is tot:

§ 4. Deskundigheid

Artikel 5

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.