Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 juli 2008, nr. VGP/PSL 2862172, houdende aanwijzing van nadere eisen betreffende de veiligheid van kinderbedden en -boxen gebruikt in de kinderopvang en van nadere eisen voor te gebruiken methoden van onderzoek (Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen kinderopvang)
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, en 8, tweede lid, van het Warenwetbesluit kinderbedden en -boxen;
Besluit:
Artikel 1
Als normen, bedoeld in artikel 3, derde lid, van het Warenwetbesluit kinderbedden en -boxen, worden aangewezen de in bijlage I bij deze regeling vermelde normen.
Als nadere eisen voor kinderbedden en -boxen die in een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang, worden gebruikt en voor te gebruiken methoden van onderzoek worden aangewezen de in de bijlage II bij deze regeling opgenomen eisen.
Artikel 2
Deze regeling wordt aangehaald als:
Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen.
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Bijlage I. bij de Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen
Normen voor kinderbedden en -boxen
Bijlage II. bij de Warenwetregeling nadere eisen kinderbedden en -boxen
*Eisenpakket voor kinderbedden en boxen in kindercentra*
1. Doel
Deze eisen zijn opgesteld voor kinderbedden en boxen gebruikt in kindercentra voor kinderen tot 4 jaar. De eisen zijn van toepassing op bedden, evacuatiebedden en opvouwbare bedden met een inwendige lengte vanaf 900 mm. Bedden met een inwendige lengte kleiner of gelijk aan 900 mm worden beschouwd als wieg en moeten als zodanig voldoen aan de Europese norm voor wiegen (EN 1130).
Deze eisen zijn van toepassing op alle boxen en inklapbare boxen.
Kinderbedden waarvan de bovenkant van de bedbodem zich op minder dan 200 mm boven het vloeroppervlak bevindt, worden alleen uitgesloten van de eisen voor vallen van hoogte.
Trappen en ladders die gebruikt worden om in en uit bed te klimmen behoren in gebruikstoestand te voldoen aan de gestelde eisen. Indien het product voorzien is van onderdelen die vallen onder andere wetgeving dan moet ook aan wetgeving die daarvoor geldt, worden voldaan.
2. Definities
Kinderbed: een meubel, voorzien van een uitvalbeveiliging met een inwendige lengte vanaf 900 mm, dat bestemd is als slaapplaats voor een kind van 0 tot 4.
Box: een meubel volledig omsloten door een uitvalbeveiliging, bestemd om de actieradius van een hierin geplaatst kind te beperken en waarin een kind ruimte heeft om te spelen.
Uitvalbeveiliging: Opstaande rand met een gedefinieerde hoogte die ervoor zorgt dat het kind niet uit het kinderbed of de box valt.
Sluiten: het dicht maken van een (deel van een) te openen zijde zonder te vergrendelen.
Vergrendelen: het blokkeren van de gesloten zijde.
Hoge box: box waarbij de bovenzijde van de bodem tussen de 85 en 110 cm ligt.
Optrede: de afstand van de bovenzijde van een trede of sport tot de bovenzijde van een eronder of erboven gelegen trede of sport. De eerste optrede is de afstand van de vloer tot de bovenzijde van de laagste trede of sport.
Aantrede: De diepte van een trede van een trap, gemeten vanaf de voorzijde van een trede tot de voorzijde van de bovenliggende trede.
Verblijfsruimte: deel van het product binnen de uitvalbeveiliging en vaste zijwanden.
Ladder: toegangsmiddel voorzien van treden of sporten met een hellingshoek tussen de 60 en 90 graden
Trap: Toegangsmiddel voorzien van treden met een hellingshoek tussen de 15 en 60 graden.
3. Eisen
Alle eisen zijn van toepassing zowel voor als na het uitvoeren van de testen.
3.1 Beknelling
3.1.1 Indien getest volgens 6.1.1, mogen er geen openingen aanwezig zijn met een grootte tussen 7 mm en 12 mm uitgezonderd die openingen die minder dan 10 mm diep zijn.
3.1.2 Indien getest volgens 6.1.2, mogen er geen openingen aanwezig zijn met een grootte tussen 25 en 45 mm.
3.1.3 Indien getest volgens 6.1.3, mogen er geen openingen tussen bodem en opstaande zijden aanwezig zijn groter dan 25 mm.
3.1.4 Indien getest volgens 6.1.4, mogen er geen openingen aanwezig zijn met een grootte tussen 65 mm en 230 mm.
3.1.5 Indien getest volgens 6.1.5. mogen openingen groter dan 230 mm uitsluitend voorkomen:
3.1.6 Indien getest volgens 6.1.6. mogen er geen V-vormige openingen voorkomen.
3.1.7 Als de bedbodem is uitgevoerd als lattenbodem of als gaasbodem, dan mogen, indien getest volgens 6.1.7, parallelle openingen niet groter zijn dan 60 mm en maasvormige gaten niet groter zijn dan 85 mm en moet uiteraard ook voldaan worden aan de eisen gesteld in 3.1.1 en 3.1.2.
3.1.8 Ieder matras moet een dusdanige lengte en breedte hebben dat de opening tussen het matras en bedombouw niet meer dan 20 mm is.
3.1.9 De matras of een bevestiging van de matras aan het bed moet voorkomen dat een kind onder de matras kan komen.
3.2 Gevaren van bewegende delen
3.2.1 Als 3.2.2 en 3.2.3 niet van toepassing zijn, mogen scharende delen en beknellingpunten uitsluitend voorkomen bij het opzetten, openen, sluiten en uit elkaar halen van het product.
3.2.2 Indien aangedreven of ‘veer’mechanismen gebruikt worden, moet de afstand tussen twee bereikbare bewegende delen altijd kleiner dan 5 mm of groter dan 18 mm zijn, indien getest volgens 6.2.1.
3.2.3 Als na testen volgens 6.2.1 een defect ontstaat dat een onbedoelde beweging veroorzaakt, moet de afstand tussen twee bereikbare delen altijd kleiner dan 5 mm of groter dan 18 mm.
3.2.4 Als het product kan worden ineengevouwen dan mag dit niet gebeuren, indien getest volgens 6.2.2.
Onbedoeld inklappen moet worden voorkomen door een vergrendeling die aan de volgende eisen voldoet:
Bedden en boxen die naar binnen inklappen dienen te zijn voorzien van twee vergrendelmechanismen. Elk vergrendelmechanisme moet individueel in staat zijn het inklappen te voorkomen bij het bezwijken van één ervan. Als het gewicht van het kind een positief effect heeft op de vergrendeling dan wordt dit geaccepteerd als zijnde één van de vergrendelingen.
3.2.5 Een product met een beweegbare zijde mag in geopende toestand niet onbedoeld dichtvallen.
3.2.6 Een product mag tijdens openen en sluiten geen klap, beknelling en scharend- effect veroorzaken. Hieraan wordt voldaan indien:
De uitvalbeveiliging van zone A moet altijd buiten de verblijfsruimte van het kind in zone B bewegen.
Figuur 1 zones waarin het hekwerk kan bewegen.
3.3 Vallen van hoogte
3.3.1 Indien getest volgens 6.3.1 moet een uitvalbeveiliging minimaal 600 mm hoog zijn, gemeten vanaf de bovenkant van de bodem of van delen van de zijden waarop het kind kan staan.
3.3.2 Bedden met een bedbodem hoger dan 200 mm en alle boxen moeten voorzien zijn van een uitvalbeveiliging.
3.3.3 Indien getest volgens 6.3.2, moeten bedden met een hoogte van het laagst overklimbaar punt van meer dan 900 mm boven het vloeroppervlak zo zijn geconstrueerd dat het kind niet over de zijden kan klimmen.
3.3.4 Indien getest volgens 6.3.1. moet bij een verstelbare bodem van een standaardbox de afstand tussen de bovenzijde van de bodem in de hoogste positie en bovenkant van de zijde in de laagste positie minimaal 300 mm zijn.
3.3.5 Uitstekende randen of inkepingen aan de binnenkant van het product van meer dan 5 mm mogen uitsluitend voorkomen op een afstand van meer dan 600 mm gemeten vanaf de bed- of boxbodem of van delen van de zijden waarop het kind kan staan.
3.3.6 In afwijking van het in 3.3.1 bepaalde mogen in een opstaande zijde van een box met een verstelbare bodem, niet zijnde een hoge box, op minder dan 600 mm afstand van de bovenrand wel beklimbare onderdelen aanwezig zijn mits de afstand tot een lager gelegen beklimbaar punt of de bodem, geplaatst in de laagste stand, ten minste 300 mm bedraagt.
3.3.7 Als een bodem verstelbaar is van een hoge naar een lage positie dan moet dit alleen kunnen met gebruik van gereedschap of door het bedienen van een vergrendeling.
3.3.8 Delen van het product die geopend kunnen worden, moeten voorzien zijn van een vergrendeling. Het moet duidelijk zichtbaar zijn dat het product vergrendeld is.
3.3.9 Een vergrendeling moet voldoen aan één van de volgende eisen:
Voor bediening van de vergrendeling is geen gereedschap nodig.
3.3.10 De beweegbare zijde moet met maximaal één hand geopend en gesloten kunnen worden. Voor het vergrendelen mogen twee handen nodig zijn.
3.3.11 Indien getest volgens 6.3.3.dient de beweegbare zijde in gesloten onvergrendelde toestand voldoende weerstand te bieden tegen passief uitvallen van het kind.
3.3.12 De trap of ladder moet zijn voorzien van een handgreep of leuning (doorlopend tot) boven de matras van het bovenste bed, waarbij de handgreep of de leuning een diameter van minimaal 16 mm en maximaal 45 mm heeft.
3.3.13 De bruikbare breedte van de treden/sporten moet minstens 300 mm zijn waarbij de sporten niet kunnen draaien. Bovendien moet de optrede 200 mm ± 50 mm zijn en overal even groot, met uitzondering van de afstand tussen het vloeroppervlak en de bovenzijde van de eerste sport/trede.
3.3.14 Voor een juiste plaatsing van de voet moet er een open ruimte achter een ladder zijn van minimaal 70 mm, gemeten in het horizontale vlak en vanaf de achterzijde van de sport.
3.3.15 De aantrede van een trap moet minimaal 140 mm zijn waarbij de voorzijde van de trede boven de trede eronder moet liggen, zodat, als er van boven af op gekeken wordt, er geen opening zichtbaar is.
3.3.16 De sporten of treden moeten horizontaal liggen. De afwijking ten opzichte van het horizontale vlak mag niet groter zijn dan 3°.
3.3.17 De trap of ladder moet een constante hellingshoek hebben.
3.4 Sterkte
3.4.1 Zelftappende schroeven mogen niet gebruikt worden op die onderdelen die ontworpen zijn om uit elkaar gehaald te worden voor transport, verplaatsing of opslag.
3.4.2 Gedurende en na de test volgens 6.4.1 voor bedden of 6.4.2 voor boxen zal de bodem van het product niet breken of los raken en vertoont het gehele product geen beschadigingen.
3.4.3 Bedden en boxen waarvan de bovenkant van de bodem hoger dan 200 mm is, moeten voorzien zijn van een bodem die niet zonder gereedschap los te maken is.
3.4.4. Gedurende en na de test volgens 6.4.3 en 6.4.4 vertonen de zijden, hoeken, spijlen en latten geen breuken of raken niet los. Het functioneren van het product wordt niet beïnvloed.
3.4.5 Gedurende en na de test volgens 6.4.5 mag de vergrendeling geen beschadigingen vertonen en nog functioneren.
3.4.6 Gedurende en na de test volgens 6.4.6 mag de beweegbare zijde geen beschadigingen vertonen en functioneren en nog voldoen aan de eis gesteld in 3.3.11.
3.4.7 De sterkte van gaas en textiele zijkanten mogen, na testen volgens 6.4.7, geen breuken of andere beschadigingen opleveren.
3.4.8 Gedurende en na de test volgens 6.4.8 mogen verstelbare zijkanten geen breuken of andere beschadigingen hebben opgelopen en nog normaal te openen of te sluiten zijn.
3.4.9 De sterkte en bevestiging van de trap of ladder moeten geen beschadiging vertonen en functioneren, indien getest volgens 6.4.9.
3.4.10 De trap of ladder moet tijdens het in- en uitklimmen van het kinderbed bevestigd zijn aan het product.
3.5 Stabiliteit
3.5.1 indien getest volgens 6.5.2 mag niet meer dan 1 poot of hoek loskomen van de vloer.
3.5.2 Het product mag niet voorzien zijn van wielen behalve in de onderstaande toepassing:
Indien getest volgens 6.5.1. zorgt de blokkering ervoor dat de wielen niet gaan rollen.
3.6 Verstikking
3.6.1 Indien getest volgens 6.6.1 mogen er geen kleine onderdelen vrijkomen die passen in de testcilinder en er mogen geen scherpe randen vóórkomen.
3.6.2 Er mogen geen stickers of plakplaatjes in de verblijfsruimte van het kind zijn aangebracht.
3.6.3 Indien getest volgens 6.6.2 mogen stickers, opschriften ed. niet loslaten, omkrullen of onleesbaar zijn.
3.6.4 Indien getest volgens 6.6.3, mag het niet mogelijk zijn om schuim of vulmateriaal los te trekken als het buitenste materiaal van de rand door de tanden kapot gebeten wordt.
3.7 Verstrikking
3.7.1 Indien getest volgens 6.7 mag de testketting of de disk niet blijven hangen bij enig onderdeel van het product dat van binnenuit bereikbaar is. Delen van het product meer dan 1400 mm boven de bedbodem worden hierbij beschouwd als niet bereikbaar.
3.7.2 Indien belast met een kracht van 25N mogen koordjes, linten en andere dunne draden een vrije lengte hebben van maximaal 220 mm.
3.7.3 Lussen, onder een belasting van 25 N, mogen een omtrek hebben van maximaal 360 mm.
3.8 Scherpe randen
Indien getest volgens 6.8. mag het product geen, voor het kind of de leidster bereikbare, scherpe delen bevatten.
3.9 Constructie en materialen
3.9.1 De bedbodem moet voldoende en gelijkmatig verdeeld over het oppervlak luchtdoorlaatbaar zijn.
3.9.2 Het product moet voldoende luchtdoorlaatbaar zijn.
3.9.3 Materiaal mag niet splinteren of delamineren.
3.9.4 Hout, materiaal met als basis hout, en materiaal van plantaardige oorsprong moet vrij zijn van aantasting door schimmels of insecten.
3.9.5 De materialen en oppervlakten moeten voldoen aan de eisen gesteld in de EN 71-3.
3.9.6 Metalen onderdelen en bevestigingsmiddelen moeten gemaakt zijn van corrosiebestendig materiaal of beschermd zijn tegen corrosie.
3.9.7 Indien van toepassing moet de afstand tussen de bovenzijde van het matras van het onderbed en de onderzijde van de bedbodem van het bovenbed minimaal 680 mm zijn.
Indien van toepassing moet de afstand tussen de bovenzijde van de matras van het bovenbed en de onderzijde van het dakje minimaal 680 mm zijn.
3.10 Brandveiligheid
Wanneer textiel, behandeld textiel of plastic hoes een oppervlak heeft van meer dan 5 procent van het totale oppervlak dan moet de mate waarin de vlammen zich verspreiden kleiner of gelijk zijn aan 30 mm per seconde en er mag geen flitseffect optreden wanneer het onderdeel getest wordt in overeenstemming met 5.7 van EN 71-2. Deze eis geldt alleen voor textiel dat verwerkt is in een box of bedombouw en niet voor een matras die zich daarin bevindt of los beddengoed.
3.11 Eisen fysieke belasting
3.11.1 Voor een bed van kinderen die niet zelfstandig in het bed kunnen klimmen ligt de bovenkant van het matras op een hoogte van 850–1100 mm boven de vloer.
3.11.2 Een bed voor kinderen die wel zelfstandig in bed kunnen klimmen heeft een maximale opstap van vloer of de bovenzijde van de bovenste trede of sport naar de bovenzijde van de matras van 300 mm.
3.11.3 Een (gedeelte) van de lange zijden van het kinderbed of de box kan gemakkelijk worden weggeschoven of opengeklapt.
3.11.4 Indien aanwezig, heeft een constructiebalk boven de toegangszijde op hoofdhoogte van de leidsters een minimale afstand tot de vloer van 1.800 mm
3.11.5 De maximale diepte van een hoge box is 900 mm wanneer de box aan één zijde te openen is.
3.11.6 De maximale diepte van een hoge box is 1600 mm wanneer die aan twee tegenovergestelde zijden te openen is.
3.12 Opschriften en gebruiksaanwijzing
Het product moet voorzien zijn van de opschriften en de aanwijzingen voor een juist en veilig gebruik zoals beschreven in paragraaf 8.
4 Algemene testvoorwaarden
4.1 Voorbereiding testen
De testen zijn ontwikkeld om uitgevoerd te worden op een product dat volledig in elkaar is gezet en klaar is voor gebruik.
Het te testen product moet binnen worden opgeslagen onder de voorgeschreven condities voor minimaal één week voordat de testen kunnen worden uitgevoerd. Indien afgeweken wordt van deze procedure moet dit worden vastgelegd.
Voordat het testen plaatsvindt, moet textiel dat bedoeld is om te kunnen worden verwijderd, tweemaal schoongemaakt en gewassen worden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant.
De testen moeten binnenshuis uitgevoerd worden bij kamertemperatuur.
Het product wordt getest zoals geleverd. Indien het een bouwpakket is, wordt het gemonteerd volgens de bijgeleverde instructies. Als het product op meerdere manieren in elkaar kan worden gezet, dan wordt voor iedere test de meest ongunstige samenstelling gebruikt. De testen worden altijd in de meest ongunstigste positie uitgevoerd.
Montagevoorzieningen moeten voor het testen worden vastgemaakt en worden niet opnieuw vastgemaakt gedurende het testen.
In het geval een ontwerp niet geschikt is om een test op uit te voeren, dan moet de test zo goed mogelijk worden uitgevoerd en worden afwijkingen van de testprocedure vastgelegd.
4.2 Testvolgorde
De testen worden uitgevoerd in de volgorde zoals deze hieronder staat beschreven en op hetzelfde exemplaar. Een aantal testen worden voor een tweede keer uitgevoerd na de duurzaamheidtesten.
Constructie en materialen
Scherpe randen en verstrikking
Metingen
Kleine onderdelen
Bijttest
Sterkte bodem
Sterkte zijden
Sterkte hoeken
Sterkte trap
Sterkte van het frame en de bevestiging
Sterkte draadgaas en flexibele zijkanten
Stabiliteit
Sluitmechanisme
Vergrendelmechanisme
– opvouwbare bedden
Brandveiligheid
4.3 Toleranties
Tenzij anders vermeld, gelden de volgende toleranties:
Krachten ±5% van de nominale kracht
Massa’s ± 0.5% van de nominale massa
Dimensies; ± 0,5 mm van de nominale dimensie/afmeting
Hoeken; ± 2° van de nominale hoek
Temperaturen: ± 0,5 °C van de nominale temperatuur
Positie van het belastingskussen: ± 5 mm
Tijdsduur dat de kracht uitgeoefend wordt:
(2 ± 1) seconde voor duurzaamheidtesten
(10 ± 2) seconde voor statische belastingtesten.
5 Testapparatuur
5.1 Testkrachten
Tenzij anders aangegeven mogen de testkrachten uitgeoefend worden door elk daarvoor geschikt apparaat, omdat de resultaten alleen afhankelijk zijn van de correct uitgeoefende krachten en belastingen en niet van het apparaat.
5.2 Krachtmeetapparaat
Een conus gemaakt van kunststof of gelijkwaardig hard en glad materiaal bevestigd op een krachtmeetapparaat (figuur 2).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.