Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 14 juli 2008, nr. WJZ 8086374, houdende regels ten aanzien van het afnemen van examens ten behoeve van frequentiegebruik (Examenregeling frequentiegebruik 2008)
Gelet op de artikelen 11, eerste lid, onder b en c, en tweede lid, en 20, eerste lid, van het Frequentiebesluit en gelet op de artikelen 5 en 6 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. erkende instelling: een instelling die door de minister is erkend om in het kader van deze regeling één of meerdere examens feitelijk af te nemen;
- b. kandidaat: degene die zich voor deelneming aan een examen heeft aangemeld;
- c. HAREC-certificaat: geharmoniseerd amateurradiozendexamen certificaat (HAREC) als bedoeld in de Recommandatie T/R 61-02 van de Conférence Européenne des Postes et des Télécommunications (CEPT);
- d. N-certificaat: een Amateur Radio Novice Examination Certificate als bedoeld in rapport nr. 32 van het European Radiocommunications Committee;
- e. GMDSS: Global Martime Distress and Safety System, het wereldwijde radiocommunicatiesysteem ten behoeve van de veiligheid van de scheepvaart;
- f. zeevaartschool: een door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als zodanig erkende instelling, welke op MBO-niveau 3 en 4 een opleiding verzorgt op basis van opleidingscodes 25679, 25677, 25680 en 25683, en op HBO-niveau met opleidingscode 34384;
- g. radiozendamateur: degene die vanuit een persoonlijke belangstelling en zonder financieel oogmerk gebruik maakt van frequentieruimte ten behoeve van het opdoen van vaardigheden, het communiceren via de radio en het doen van technisch onderzoekingen;
- h. minister: Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- i. Regionaal akkoord: akkoord met betrekking tot de radiotelefoondienst voor de binnenvaart (Basel-overeenkomst, Stcrt. 2003, 153).
Artikel 2
De minister:
- a. stelt de theorie-examenopgaven, het vraagtype, de daarbij behorende juiste antwoorden, het aantal vragen, de tijdsduur en de minimumscore voor een geslaagd examen vast; en
- b. kan de praktijkexamenopgaven en de juiste wijze van uitvoering daarvan vaststellen.
De minister:
- a. neemt de theorie-examens af; en
- b. kan de praktijkexamens afnemen of door erkende instellingen laten afnemen.
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Indien een kandidaat zich schuldig heeft gemaakt aan onregelmatigheden voor, tijdens of na een examen, kan de minister het examen van de desbetreffende kandidaat ongeldig verklaren.
Indien feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de minister beslissen dat het examen geheel of gedeeltelijk opnieuw moet worden afgenomen.
De minister informeert de betrokken kandidaat over de verdere gang van zaken met betrekking tot het geconstateerde voorval binnen een redelijke termijn na de datum waarop de minister het besluit, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft genomen.
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Examens worden in Nederland afgenomen.
De kandidaat legitimeert zich voor de toelating tot een examen.
Paragraaf 2. Bepalingen met betrekking tot de examens ten behoeve van het gebruik van frequentieruimte ten dienste van het opdoen van vaardigheden, het communiceren via de radio en het doen van onderzoekingen
Artikel 7
Een radiozendamateur voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 opgenomen voorwaarde dat hij met goed gevolg een examen afgelegd moet hebben, indien:
- a. de minister heeft vastgesteld dat hij met goed gevolg een examen voor de categorie N heeft afgelegd, voor het gebruik van frequentiebanden die in bijlage 1 van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 zijn aangeduid met de categorie N;
- b. een andere administratie van de Conférence Européenne des Postes et des Télécommunications aan hem een certificaat of ander document heeft verstrekt dat gelijkwaardig is aan een N-certificaat, voor het gebruik van frequentiebanden die in bijlage 1 van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 zijn aangeduid met de categorie N;
- c. een administratie die geen onderdeel uitmaakt van de Conférence Européenne des Postes et des Télécommunications en die is opgenomen in Annex 4 van ECC Recommendation (05) 06, aan hem een certificaat of ander document heeft verstrekt dat gelijkwaardig is aan een N-certificaat, voor het gebruik van frequentiebanden die in bijlage 1 van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 zijn aangeduid met de categorie N;
- d. de minister heeft vastgesteld dat een kandidaat met goed gevolg een examen voor de categorie F heeft afgelegd voor het gebruik van frequentiebanden die in bijlage 1 van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 zijn aangeduid met de categorie F, of
- e. een andere administratie van de Conférence Européenne des Postes et des Télécommunications aan hem een HAREC-certificaat heeft verstrekt, voor het gebruik van frequentiebanden die in bijlage 1 van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 zijn aangeduid met de categorie F;
- f. een administratie die geen onderdeel uitmaakt van de Conférence Européenne des Postes et des Télécommunications en die is opgenomen in Annex 4 van CEPT Recommendation T/R 61-02, aan hem een certificaat of ander document heeft verstrekt dat gelijkwaardig is aan een F-certificaat, voor het gebruik van frequentiebanden die in bijlage 1 van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 zijn aangeduid met de categorie F.
Artikel 8
De minister verleent op verzoek een N-certificaat, indien de minister heeft vastgesteld dat een kandidaat met goed gevolg een examen voor de categorie N heeft afgelegd.
De minister verstrekt op verzoek een HAREC-certificaat, indien de minister heeft vastgesteld dat een kandidaat met goed gevolg een examen voor de categorie F heeft afgelegd.
Artikel 9
De examens in de categorie N, genoemd in artikel 7, onder a, b en c en de examens in de categorie F, genoemd in artikel 7, onder d, e en f, voldoen aan respectievelijk de eisen, bedoeld in ERC Report 32 en CEPT Recommendation T/R 61-02.
De examens in de categorie N, bedoeld in het eerste lid, omvatten de volgende onderdelen:
- a. grootheden, eenheden, gangbare tekensymbolen, wiskundige begrippen en formules;
- b. elektriciteitsleer, elektromagnetisme en radiotheorie;
- c. componenten;
- d. schakelingen;
- e. ontvangers;
- f. zenders;
- g. antennes en transmissielijnen;
- h. propagatie en frequentiespectrum;
- i. metingen;
- j. storing en immuniteit;
- k. veiligheid;
- l. nationale en internationale gebruiksregels en procedures; en
- m. nationale en internationale regelgeving amateurdienst en amateursatellietdienst.
De examens in de categorie F, bedoeld in het eerste lid, omvatten de volgende onderdelen:
- a. grootheden, eenheden, gangbare tekensymbolen, wiskundige begrippen en formules;
- b. elektriciteitsleer, elektromagnetisme en radiotheorie;
- c. componenten;
- d. schakelingen;
- e. ontvangers;
- f. zenders;
- g. antennes en transmissielijnen;
- h. propagatie;
- i. metingen;
- j. storing en immuniteit;
- k. veiligheid;
- l. nationale en internationale gebruiksregels en procedures;
- m. nationale en internationale regelgeving amateurdienst en amateursatellietdienst; en
- n. gedragsregels.
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Paragraaf 3. Bepalingen met betrekking tot de examens ter verkrijging van een maritiem certificaat van bediening
Artikel 12
Aan de in artikel 4, eerste lid, van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 of aan de in artikel 5 Regeling aanvraag en toelating van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte opgenomen voorwaarde dat de gebruiker dan wel vergunninghouder voor maritiemmobiele communicatie dient te beschikken over een certificaat van bediening is voldaan, indien:
- a. hij beschikt over het basiscertificaat marifonie, voor het gebruik van apparatuur waarbij in bijlage 2, punt 5, van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 de aanduiding ‘X’ is geplaatst in de kolom ‘basiscertificaat’;
- b. hij beschikt over het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie, voor het gebruik van apparatuur waarbij in bijlage 2, punt 5, van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 de aanduiding ‘X’ is geplaatst in de kolom ‘MARCOM B’;
- c. hij beschikt over het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, voor het gebruik van apparatuur waarbij in bijlage 2, punt 5, van de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 de aanduiding ‘X’ is geplaatst in de kolom ‘MARCOM A’, of
- d. hij beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 18, eerste lid, voor het betreffende frequentiegebruik.
Artikel 13
De minister verleent op verzoek een basiscertificaat marifonie, indien de minister heeft vastgesteld dat een kandidaat met goed gevolg het theorie-examen basiscertificaat marifonie heeft afgelegd.
De minister verleent op verzoek een beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie, indien de minister heeft vastgesteld dat een kandidaat met goed gevolg het theorie-examen voor het basiscertificaat marifonie en de module GMDSS-B en het praktijkexamen voor het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie heeft afgelegd.
De minister verleent op verzoek een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie, indien de minister heeft vastgesteld dat een kandidaat met goed gevolg het theorie-examen voor de module voorschriften, procedures & techniek en voor de module Engels, alsmede het praktijkexamen voor het algemene certificaat maritieme radiocommunicatie heeft afgelegd.
Een verzoek als bedoeld in het eerste tot en met derde lid wordt uiterlijk vijf jaar na het met goed gevolg afleggen van het examen of de examens ingediend.
Artikel 14
De examens, bedoeld in artikel 13, eerste, tweede en derde lid, voldoen aan respectievelijk de eisen gesteld in het Regionaal akkoord ERC/DEC/(99)/01 Annex 1 en ERC/DEC/(99)/01 Annex 2.
Het theorie-examen basiscertificaat marifonie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, omvat de volgende onderdelen:
- a. de algemene principes en basiskenmerken van de Maritime Mobile Service;
- b. kennis van het gebruik van de basisapparatuur van een scheepsstation;
- c. kennis van de operationele procedures, en
- d. overige kennis en operationele procedures voor algemene communicatie.
Het theorie-examen basiscertificaat marifonie en de module GMDSS-B, bedoeld in artikel 13, tweede lid, omvatten de volgende onderdelen:
- a. kennis van de basiskenmerken van de Maritime Mobile Service en de Maritime Mobile-satellite service;
- b. kennis van de praktijk en vaardigheid in het gebruik van de basisapparatuur van een scheepsstation;
- c. kennis van de operationele procedures en uitgebreide vaardigheden met het GMDSS-systeem en subsystemen binnen zeegebied A1;
- d. overige kennis en vaardigheden en operationele procedures voor algemene communicatie, en
- e. internationale en nationale regelgeving met betrekking tot de radiodienst.
Het theorie-examen algemene certificaat maritieme radiocommunicatie, bedoeld in artikel 13, derde lid, omvat de volgende onderdelen:
- a. kennis van de basiskenmerken van de Maritime Mobile Service en de Maritime Mobile-satellite service;
- b. kennis van de praktijk en vaardigheid in het gebruik van de basisapparatuur van een scheepsstation;
- c. grondige kennis van de operationele procedures en uitgebreide vaardigheden met het GMDSS-systeem en de subsystemen, en
- d. overige kennis en vaardigheden, en operationele procedures voor algemene communicatie.
Artikel 15
De minister kan een kandidaat die een voltijdopleiding volgt aan een zeevaartschool, vrijstelling geven voor het onderdeel Engels, indien de kandidaat in het kader van zijn opleiding aan die zeevaartschool voor de toets op dit onderdeel ten minste een 6,0 heeft behaald.
Artikel 16
Bij een praktijkexamen heeft een kandidaat het examen met goed gevolg afgelegd indien de minister aan de hand van de door de erkende instelling verstrekte gegevens heeft vastgesteld dat de kandidaat ten aanzien van het betreffende over voldoende kennis bezit op het gebied van radiotechniek en de voorschriften.
Artikel 17
Voor deelname aan een examen als bedoeld in artikel 13 moet de kandidaat de leeftijd van elf jaar hebben bereikt.
Artikel 18
De minister erkent op verzoek als geldige maritieme certificaten van bediening:
- a. een certificaat van bediening dat conform ERC/DEC (99)01, ECC/REC (10)03 of ERC/REC 31-04 is afgegeven door of namens een land dat lid is van de CEPT en de genoemde internationale afspraken heeft geïmplementeerd; of
- b. een certificaat van bediening dat conform het Regionaal akkoord is afgegeven door of namens een land dat het Regionaal akkoord met betrekking tot de radiocommunicatiedienst voor de binnenvaart heeft ondertekend en geïmplementeerd.
Het verzoek wordt door de kandidaat schriftelijk onderbouwd ingediend bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
Paragraaf 4. Erkende instellingen
Artikel 19
De minister kan op aanvraag instellingen erkennen waar kandidaten het praktijkexamen afleggen.
De erkenning wordt afgegeven voor ten hoogste vijf jaar en is niet overdraagbaar.
De minister kan op aanvraag een erkenning verlengen met een door hem te bepalen termijn die niet langer is dan vijf jaar.
Artikel 20
De aanvraag heeft betrekking op één of meer praktijkexamensoorten.
De Minister toetst de aanvraag aan de eisen, bedoeld in artikel 21.
Artikel 21
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.