Besluit van 5 juli 2008, houdende regels voor de medezeggenschap van het defensiepersoneel (Besluit medezeggenschap Defensie 2008)
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 17 maart 2008, nr. P/2008006246;
Gelet op artikel 125, eerste lid, onder i, van de Ambtenarenwet en artikel 12, onder l, van de Militaire Ambtenarenwet 1931;
De Raad van State gehoord (advies van 24 april 2008, nr. WO7.08.0100/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 25 juni 2008, nr. P/2008012640;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit Besluit wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
- b. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het ministerie van Defensie;
- c. werknemer:
- 1°. de militair in werkelijke dienst, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement,
- 2°. de ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie,
- 3°. degene die in het kader van de werkzaamheden van de diensteenheid daarin ten minste 24 maanden werkzaam is op grond van detachering of een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
- d. defensieonderdeel: de Bestuursstaf, het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, de Koninklijke Marechaussee, het Commando DienstenCentra onderscheidenlijk de Defensie Materieelorganisatie;
- e. hoofd defensieonderdeel: de plaatsvervangend secretaris-generaal voor de bestuursstaf van het ministerie van Defensie, de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, de Commandant van het Commando DienstenCentra onderscheidenlijk de Directeur van de Defensie Materieelorganisatie voor dat gedeelte dat geen deel uitmaakt van de bestuursstaf;
- f. diensteenheid: een schip, een inrichting der zeemacht, een bataljon of eenheid van overeenkomstig niveau, een eenheid of groep eenheden bij het korps mariniers ter grootte van een bataljon of van een overeenkomstig niveau, een vliegbasis of een overeenkomstig onderdeel, een district of een eenheid van een overeenkomstig niveau dan wel een met een eigen taak bedeeld administratief of organisatorisch zelfstandig onderdeel van het ministerie van Defensie onderscheidenlijk een onderdeel van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten in Nederland of door Onze Minister aan te wijzen nationale of internationale overheidsdiensten waar werknemers in de zin van dit besluit werkzaam zijn;
- g. sectorcommissie Defensie: de commissie, bedoeld in artikel 2 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie;
- h. college voor geschillen: het college, bedoeld in artikel 33;
- i. centrale: een centrale van verenigingen van ambtenaren als bedoeld in artikel 4 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie;
- j. ambtelijk secretaris: een van buiten de medezeggenschapscommissie te benoemen functionaris ter ondersteuning van het secretariaat van de medezeggenschapscommissie.
Voor de toepassing van dit besluit wordt de bestuursstaf geacht te bestaan uit de diensteenheden genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van het Algemeen organisatiebesluit Defensie 2005, alsmede de staf van de Defensie Materieelorganisatie.
Voor de toepassing van dit besluit worden werknemers die hun werkzaamheden bij meer dan één diensteenheid verrichten, geacht werkzaam te zijn bij de diensteenheid waar zij in overwegende mate hun werkzaamheden verrichten.
Artikel 2. Algemene uitzondering
Het bij of krachtens dit besluit bepaalde is niet van toepassing:
- a. tijdens buitengewone omstandigheden en in de gevallen, genoemd in artikel 71 van het Wetboek van Militair Strafrecht;
- b. bij de uitoefening van bij of krachtens wet opgedragen taken voor zover de toepassing van dit besluit een goede taakuitoefening belemmert;
- c. in door Onze Minister te bepalen gevallen waarin onderdelen van de krijgsmacht worden ingezet;
- d. tijdens oefeningen;
- e. op werknemers die werkzaam zijn bij een niet of niet uitsluitend onder Nederlands gezag staand onderdeel van de krijgsmacht gevestigd in het buitenland;
- f. inzake aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de omstandigheden, bedoeld onder a, b, c en d.
Artikel 2a. Specifieke uitzondering
Onze Minister kan na overleg met de sectorcommissie Defensie bepalen dat een onderdeel van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten in Nederland of door Onze Minister aan te wijzen nationale of internationale overheidsdiensten waar werknemers in de zin van dit besluit werkzaam zijn, geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de werking van dit besluit.
Hoofdstuk 2. Instelling medezeggenschapscommissies en werkgroepen
Artikel 3. Medezeggenschapscommissie
Onze Minister stelt in het belang van het goed functioneren van de organisatie in al haar doelstellingen bij een diensteenheid een medezeggenschapscommissie in ten behoeve van het overleg met en de vertegenwoordiging van de bij de diensteenheid werkzame personen.
Onze Minister voert overleg met de sectorcommissie Defensie over de wijze waarop medezeggenschap in haar totaliteit wordt ingericht.
Artikel 4. Gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie
Onze Minister stelt bij door hem aan te wijzen diensteenheden gemeenschappelijke medezeggenschapscommissies in indien dit bevorderlijk is voor de goede werking van de medezeggenschap.
In het instellingsbesluit wordt bepaald voor welke diensteenheden en voor welke periode de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie wordt ingesteld alsmede wie als hoofd van de diensteenheid voor deze gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie wordt aangemerkt en welke functionaris het overleg met deze commissie voorzit.
De betrokken medezeggenschapscommissies worden vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over het instellen van een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie.
Een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bestaat uit leden, gekozen door de betrokken medezeggenschapscommissies uit leden van elk van die commissies. Voor ieder lid kan een plaatsvervanger worden gekozen die dezelfde rechten en plichten heeft als het lid dat hij vervangt.
Elke betrokken medezeggenschapscommissie levert een gelijk aantal leden in de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie. Onze Minister kan na overleg met de sectorcommissie Defensie hiervan afwijken voor zover de toepassing een goede werking van de medezeggenschap belemmert. In het instellingsbesluit wordt de samenstelling van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bepaald.
Een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie kan in haar reglement bepalen dat van die commissie, behalve de in het vierde lid bedoelde leden, ook deel kunnen uitmaken vertegenwoordigers van eenheden waarvoor geen medezeggenschapscommissie is ingesteld. De gemeenschappelijke medezeggenschapcommissie regelt in haar reglement het aantal en de wijze van verkiezing van de bedoelde vertegenwoordigers.
Het reglement van de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie bevat voorzieningen dat de verschillende groepen van de in de betrokken diensteenheden werkzame personen zoveel mogelijk in de gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie vertegenwoordigd zijn. De betrokken medezeggenschapscommissies worden over de vaststelling van de betrokken bepalingen in het reglement gehoord.
Het lidmaatschap van een lid of plaatsvervangend lid van een gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie eindigt van rechtswege als zijn lidmaatschap van de medezeggenschapscommissie eindigt. Het lidmaatschap van de vertegenwoordiger, bedoeld in het zesde lid, eindigt van rechtswege als hij niet langer bij de betrokken diensteenheid werkzaam is.
De gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie behandelt uitsluitend aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor een meerderheid van de diensteenheden waarvoor zij is ingesteld.
Indien een in dit artikel bedoelde gemeenschappelijke medezeggenschapscommissie uit vertegenwoordigers van diensteenheden bestaat die afkomstig zijn uit meerdere defensieonderdelen wordt de secretaris-generaal aangemerkt als hoofd defensieonderdeel.
Artikel 5. Defensieonderdeel medezeggenschapscommissie
Onze Minister stelt bij ieder defensieonderdeel een defensieonderdeel medezeggenschapscommissie in.
Een defensieonderdeel medezeggenschapscommissie behandelt uitsluitend aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor de meerderheid van de diensteenheden van dat defensieonderdeel.
Artikel 4, met uitzondering van het eerste, het derde en het negende lid, is van overeenkomstige toepassing op de defensieonderdeel medezeggenschapscommissie.
Artikel 6. Centrale medezeggenschapscommissie
Onze Minister stelt op departementsniveau een centrale medezeggenschapscommissie in, waarin iedere defensieonderdeel medezeggenschapscommissie is vertegenwoordigd.
Een centrale medezeggenschapscommissie behandelt uitsluitend aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor een meerderheid van de betrokken defensieonderdelen.
Artikel 4, met uitzondering van het eerste, het derde en het negende lid, is van overeenkomstige toepassing op de centrale medezeggenschapscommissie.
Artikel 7. Tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie
Onze Minister stelt een tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie in voor het overleg over een reorganisatie waarbij meerdere diensteenheden zijn betrokken, tenzij de reorganisatie naar het oordeel van Onze Minister in overeenstemming met de betrokken medezeggenschapscommissies behandeld kan worden binnen de bestaande medezeggenschapsstructuur.
In het instellingsbesluit wordt bepaald voor welke diensteenheden de tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld alsmede wie als hoofd van de diensteenheid voor de tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt aangemerkt en welke functionaris het overleg met deze commissie voorzit.
De tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld voor de duur van de reorganisatie, en houdt van rechtswege op te bestaan zodra overeenstemming is bereikt over de voorgenomen maatregel die verband houdt met de reorganisatie.
Indien een in dit artikel bedoelde tijdelijke reorganisatie medezeggenschapscommissie wordt ingesteld zijn de in artikelen 4, 5, 6 en 8 bedoelde medezeggenschapscommissies niet bevoegd ten aanzien van de door deze medezeggenschapscommissie te behandelen onderwerpen.
Artikel 4, met uitzondering van het eerste en het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8. Locatie medezeggenschapscommissie
Onze Minister stelt bij een groep van schepen in combinatie met de ondersteunende wal-organisatie, een inrichting der zeemacht, op een kazerne, op een vliegbasis, op een kantorencomplex of op een overeenkomstig complex een locatie medezeggenschapscommissie in indien sprake is van overleg over aangelegenheden als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder d, die betrekking hebben op personeel van verschillende diensteenheden dat op dezelfde locatie werkt of woont.
De in artikelen 4, 5, 6 en 7 bedoelde medezeggenschapscommissies zijn niet bevoegd ten aanzien van door in dit artikel bedoelde locatie medezeggenschapscommissies te behandelen onderwerpen.
Het defensieonderdeel waaruit het merendeel van de leden van de locatie medezeggenschapscommissie afkomstig is, wordt als hoofd defensieonderdeel aangemerkt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.