Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 25 maart 2008, houdende de vaststelling van een aan telers van en handelaren in bloembollen op te leggen heffing voor het oogstjaar 2008 (Verordening PT vakheffing bloembollen oogstjaar 2008)
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.
In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 1 en artikel 3:1, en de werkwijze zoals beschreven in hoofdstuk 3 van de Verordening PT algemene bepalingen 2007.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
| a. | bloembollen | : | 1. bollen of knollen van bloemgewassen; |
|---|---|---|---|
| 2. afgebroeide bloembollen; | |||
| 3. geholde en gesneden hyacinten; | |||
| 4. eenjarige bollen van geholde en gesneden hyacinten, voor zover verhandeld per bed of per mand; | |||
| 5. bollen van hyacinten, die zijn verkocht onder uitdrukkelijke voorwaarde dat deze zullen worden gebruikt als werkbolIen, in welk geval deze voorwaarde op het koopbriefje dient te worden vermeld; | |||
| 6. groen te velde per bed of per mand voor 15 juni van het kalenderjaar waarin het koopseizoen aanvangt verhandelde hyacinten, geplant in de maat onder zift 10, droog gesorteerd; | |||
| 7. schubbollen van lelies; | |||
| 8. voortkwekingsmateriaal, voor zover bestemd voor de teelt van bloembollen, met uitzondering van zaden; | |||
| b. | factuurbedrag | : | het bedrag van de factuur, exclusief behandelingskosten en exclusief kosten kleinverpakkingsmateriaal; |
| c. | veiling | : | Hobaho BV, Coöperatieve Nederlandse Bloembollencentrale (b.a.), en Floralia; |
| d. | koopseizoen | : | de periode van 1 juni 2008 tot en met 31 mei 2009; |
| e. | oogstjaar: | : | de periode van 1 juni 2008 tot en met 31 mei 2009; |
Deze verordening is niet van toepassing indien het betreft:
- a. bloembollen, waarvan wordt aangetoond door overlegging van aankoopnota’s dat deze in Nederland zijn geïmporteerd en nadien niet in Nederland zijn opgeplant;
- b. transacties waarbij partijen groen te velde worden verhandeld en die de koper direct accepteert en waarvan hij het telen voortzet
§ 2. Heffingsplicht
Artikel 2
De koper en verkoper van bloembollen zijn aan het productschap een heffing verschuldigd.
De heffing is verschuldigd ten behoeve van de algemene kosten van het productschap, alsmede ten behoeve van promotionele- en marketingsactiviteiten, economische-, kwaliteits-, milieuaangelegenheden, technisch onderzoek en voorlichting.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd bij wege van een aanslag, met in achtneming van het in de volgende artikelen bepaalde.
Artikel 3
Ter uitvoering van artikel 2 doen de koper en verkoper bij het productschap aangifte van de door hen gekochte, respectievelijk verkochte bloembollen.
De opgave als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan op een door het productschap te verstrekken aangifteformulier, met inachtneming van de daarop gestelde vragen en gegeven aanwijzingen.
§ 3. Grondslag en hoogte
Artikel 4
De heffing die de koper en verkoper van bloembollen zijn verschuldigd, wordt over iedere transactie opgelegd
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt:
| voor de verkoper: | 1,3% van het factuurbedrag. |
|---|---|
| voor de koper: | 1,0% van het factuurbedrag. |
Artikel 5
Degene die bloembollen verkoopt of heeft verkocht door tussenkomst van een veiling, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
De heffing is bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 1,3% van het factuurbedrag.
De in het eerste lid bedoelde heffing wordt door de verkoper betaald aan de desbetreffende veiling, die – voor het productschap – het heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom. De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
Artikel 6
Degene die bloembollen koopt of heeft gekocht door tussenkomst van een veiling is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 1,0% van het factuurbedrag.
De heffing als bedoeld in het eerste lid wordt door de koper betaald aan de desbetreffende veiling, die daartoe – voor het productschap – het heffingsbedrag inhoudt. De aldus geïncasseerde heffing wordt rechtstreeks aan het productschap overgemaakt. Door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.
Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
Artikel 7
Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen verkoopt is verplicht: 1,0% van het factuurbedrag van de door hem aldus verkochte bollen aan de desbetreffende kopers door te berekenen.
Artikel 8
Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen koopt van een teler is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 1,0% van het factuurbedrag.
De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de koper te worden betaald aan de desbetreffende verkoper, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag in rekening brengt bij de koper en de aldus geïncasseerde heffing, aan het productschap afdraagt.
Door deze betaling voldoet de koper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid. Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van het ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
Indien en voor zover daartoe termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen op het tijdstip van koop.
Artikel 9
Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen verkoopt is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.
De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,3% van het factuurbedrag.
De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden afgedragen aan het productschap tezamen met de bij de koper geïncasseerde heffing volgens artikel 8, derde lid.
Door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid. Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van het ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.
Indien en voor zover daartoe termen aanwezig zijn, kan bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen op het tijdstip van verkoop.
Artikel 10
Degene die bloembollen afkomstig uit eigen kraam aanwendt voor de teelt van bolbloemen is over die bloembollen aan het productschap een heffing verschuldigd.
De heffing als bedoeld in het eerste lid bedraagt: 1,3% van de verkoopwaarde van de desbetreffende bloembollen.
De verkoopwaarde van de bloembollen wordt door het PT vastgesteld op basis van de gemiddelde verkoopprijzen in het betreffende oogstjaar.
Artikel 11
Degene die aantoont:
- a. dat hij door hem in een verkoopseizoen ingekochte bloembollen in datzelfde seizoen door tussenkomst van een veiling heeft doorverkocht, en
- b. dat de over deze inkoop en verkoop op grond van de bepalingen van deze verordening verschuldigde vakheffing, door de veiling aan het productschap is overgemaakt, kan restitutie van de betaalde vakheffing ontvangen van het productschap.
De restitutie bedraagt het vakheffingspercentage bij aankoop, vermeerderd met het vakheffingspercentage bij verkoop, berekend over het verkoopfactuurbedrag van de bloembollen.
Aanvragen tot restituties dienen bij het productschap te worden ingediend binnen twee jaar na de datum van de betaling van de betreffende bloembollen.
§ 4. Oplegging en inning
§ 4. Oplegging en inning
gelet op de artikelen 95, en 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, en
gelet op de artikelen 12 tot en met 14 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw;
gehoord de Commissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen, d.d. 18 maart 2008;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
§ 2. Heffingsplicht
§ 3. Grondslag en hoogte
Artikel 12
In die gevallen dat de heffing niet is voldaan op de wijze bedoeld in de artikelen 5, derde lid, 6, derde lid, 8, derde lid, en artikel 9, derde lid, vindt de oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt deze door toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota.
Artikel 13
Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming, niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.
Artikel 14
Een koper of verkoper van bloembollen wordt geacht, indien hij bloembollen door tussenkomst van een veiling verhandelt, aan zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 ten aanzien van de op vorenbedoelde wijze verhandelde producten te hebben voldaan, indien hij de desbetreffende veiling heeft gemachtigd namens hem aan het productschap de door hem verschuldigde heffing te voldoen en de verschuldigde heffing door het productschap is ontvangen.
Artikel 15
De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening dienen m handen van de voorzitter of door deze aan te wijzen personen van het secretariaat van het productschap te worden gesteld.
Deze gegevens mogen slechts worden gebezigd voor de vervulling van de taak van het productschap.
§ 5. Slotbepalingen
Artikel 16
Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel 17
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT vakheffing bloembollen oogstjaar 2008.
Deze verordening en de daarbij behorende toelichting worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.