Regeling houdende vaststelling van de eisen rijgedrag (Regeling eisen rijgedrag)
Gelet op richtlijn nr. 2000/56/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 14 september 2000 tot wijziging van richtlijn nr. 91/439/EEG van de Raad betreffende het rijbewijs (PbEG L 237) en de artikelen 111, vierde lid, 131, eerste en zesde lid, en 134 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 136, tweede lid, van het Reglement rijbewijzen;
Besluit:
Artikel 1
Bij het onderzoek naar de rijvaardigheid als bedoeld in artikel 134a van het Reglement rijbewijzen dient betrokkene blijk te geven kennis en inzicht te bezitten van de volgende voorschriften:
- a. voor de rijbewijscategorie A: de eisen genoemd in de artikelen 3 en 4 van de Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorie A;
- b. voor de rijbewijscategorie B, respectievelijk de rijbewijscategorie E bij B: de eisen genoemd in de artikelen 3 en 4 van de Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën B en E bij B;
- c. voor de rijbewijscategorie C, respectievelijk de rijbewijscategorie E bij C: de eisen genoemd in onderdelen 3.1, 3.2, 3.3, 4.1 en 4.2 van de bijlage bij de Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën C en E bij C;
- d. voor de rijbewijscategorie D, respectievelijk de rijbewijscategorie E bij D: de eisen genoemd in onderdelen 3.1, 3.2, 3.3, 4.1 en 4.2 van de Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën D en E bij D.
Artikel 2
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen rijgedrag.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2008.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.