Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 september 2008, nr. TRCJZ/2007/3190, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de visserij (Uitvoeringsregeling visserij)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, onderdelen a en b, en vijfde lid, 2c, eerste lid, 17, eerste en derde lid, en 24 van de Visserijwet 1963;

Gelet op de artikelen 3, 4 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;

Gelet op de artikelen 1, eerste lid, onderdeel g, tweede en derde lid, 6, derde lid, 8, 10a, eerste en tweede lid, 11, 12 en 13 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Aanwijzingsbepalingen

§ 2.1. Aanwijzingen op grond van de Visserijwet 1963

Artikel 2

Als vissen, onderscheidenlijk schaal- en schelpdieren als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet, worden aangewezen de in de bijlage 1 opgenomen soorten.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Als middelen, bedoeld in artikel 2c, eerste lid, van de wet, waarmee het verboden is vis te bedwelmen, te verwonden of te doden, worden aangewezen:

Artikel 5

Als water waarvoor de bepalingen van paragraaf 5 van de wet betreffende de huur en verhuur van visrecht niet gelden, wordt aangewezen: het Grevelingenmeer.

§ 2.2. Aanwijzingen op grond van het Reglement voor de binnenvisserij 1985

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7
1.

Degene die vissen van de vissoorten alver, baars, barbeel, beekforel, blankvoorn, bot, brasem, giebel, graskarper, karper, kolblei, kopvoorn, kroeskarper, pos, rietvoorn, riviergrondel, rivierprik, roofblei, snoek, snoekbaars, spiering, winde, witvingrondel, zeelt, niet inheemse rivierkreeft en Chinese wolhandkrab aanvoert, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf deze vissoorten afneemt en degene die bemiddeling verleent bij het veilen van deze vissoorten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, zijn verplicht dagelijks een administratie bij te houden van de overdracht en de opslag van deze vissoorten.

2.

Degene die bemiddeling verleent bij het veilen van de vissoorten, genoemd in het eerste lid, is verplicht er voor zorg te dragen dat op bij de op de veiling aanwezige vissoorten de naam van de aanvoerder is vermeld alsmede de herkomst van de vissoorten.

Artikel 8
1.

In het geval een aanvoerder van aal als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, deze soort onder zich houdt, blijkt uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid:

2.

In het geval een aanvoerder van vis meer dan 5 kilogram, die in overeenstemming met artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 is gevangen, onder zich houdt, als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, moet uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, blijken:

3.

In het geval de vissoorten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zonder bemiddeling van een veiling of visafslag worden verkocht, moet uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de afnemer blijken:

4.

In het geval de vissoorten, bedoeld in het eerste en tweede lid, via de bemiddeling van een veiling ter verkoop worden aangeboden, moet uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van degene die deze bemiddeling verleent, blijken:

Artikel 9

Alle bewijsstukken of bescheiden waarin de gegevens, bedoeld in artikel 8, zijn vastgelegd, moeten vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip waarop drie kalenderjaren zijn verlopen, worden bewaard.

Artikel 10

De verplichting om een administratie bij te houden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, is niet van toepassing op:

Hoofdstuk 3. Verbodsbepalingen

§ 3.1. Verbodsbepalingen visserijzone, zeegebied en kustwateren

Artikel 11

Het is verboden te vissen in het gebied, genoemd in bijlage 3.

Artikel 12
1.

Het is verboden te vissen in het zeegebied en de kustwateren met een aalfuik, staand want, hoekwant, aalkistje, ankerkuil of enig ander vast vistuig, niet zijnde een vistuig, bestemd voor het vangen van schelpdieren.

2.

Het is verboden in de kustwateren te vissen met een zegen.

Artikel 13

Het is verboden te vissen met:

Artikel 14
1.

Het is verboden in het zeegebied en de kustwateren te vissen met:

2.

Het is verboden in de kustwateren, genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, te vissen met een kuilnet waarvan de maaswijdte kleiner is dan 17 mm.

3.

Het is verboden in de kustwateren, genoemd in artikel 2, derde tot en met zevende lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, met de hierna genoemde vistuigen te vissen, indien de maaswijdte kleiner is dan het aantal millimeters, vermeld achter het desbetreffende vistuig:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.