Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 september 2008, nr. TRCJZ/2007/3190, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de visserij (Uitvoeringsregeling visserij)
Gelet op de artikelen 1, tweede lid, onderdelen a en b, en vijfde lid, 2c, eerste lid, 17, eerste en derde lid, en 24 van de Visserijwet 1963;
Gelet op de artikelen 3, 4 en 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;
Gelet op de artikelen 1, eerste lid, onderdeel g, tweede en derde lid, 6, derde lid, 8, 10a, eerste en tweede lid, 11, 12 en 13 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- b. visserijzone: in artikel 1, vierde lid, onder a, van de wet (Stb. 312) bedoelde zone;
- c. zeegebied: als zodanig in artikel 1 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 (Stb. 176) aangewezen wateren;
- d. kustwateren: als zodanig in artikel 2 van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970 aangewezen wateren;
- e. binnenwateren: wateren als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de wet;
- f. riviervisserij: visserij die op de Westerschelde ten oosten van de lijn van de coördinaten 51°26.57’ NB en 003°33.07’ OL naar de coördinaten 51°24.25’ NB en 003°31.17’ OL wordt uitgeoefend;
- g. rapen: vergaren, niet zijnde het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van schelpdieren;
- h. handmatig: met de hand, zonder gebruikmaking van enig hulpmiddel, dan wel louter met gebruikmaking van een riek of een spade;
- i. merkje: door of vanwege de Minister verstrekt, bij een vergunning behorend merkteken;
- j. verordening: verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van de Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad;
- k. producentenorganisatie: organisatie als bedoeld in artikel 14 van de verordening;
- l. aangeslotene: aangeslotene bij een erkende producentenorganisatie voor het IJsselmeer;
- m. grote fuik: aalfuik die met behulp van stokken of palen wordt uitgezet en verbonden is aan schutwant, al dan niet deeluitmakend van een fuikregel;
- n. schietfuik binnenvisserij: aalfuik die door een vleugel met een tweede aalfuik wordt verbonden, welke beide fuiken paarsgewijs worden uitgezet;
- o. bordennet: vistuig dat bestaat uit één net dat bij het vissen wordt opengehouden door twee aan het net verbonden visborden;
- p. handzeef: zeef met een lengte en breedte van ten minste 80 centimeter respectievelijk 60 centimeter, in de lengterichting voorzien van gladde draadvormige spijlen, die op gelijke hoogte en met een onderlinge afstand van ten minste 7 millimeter zijn aangebracht;
- q. functionaris: functionaris als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
- r. visvak: in een tussen de Staat der Nederlanden en de huurder gesloten overeenkomst tot verhuur van het visrecht nader aangeduid visgebied, waarin op grond van deze overeenkomst met een aalfuik, staand want, hoekwant, aalkistje, ankerkuil of enig ander vast vistuig mag worden gevist;
- s. staatswateren: wateren waarvan de Staat der Nederlanden de eigendom heeft van de grond eronder;
- t. IJsselmeer: IJsselmeer zoals afgebakend in artikel 1, tweede en derde lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
- u. garnaal: noordzeegarnaal (Crangon crangon).
- v. spieringdrijfnet: ieder een- of meerwandig wargaren, dat bij gebruik door de stroom wordt voortbewogen, met een maaswijdte van 45 mm of minder;
- w. recreatieve visserij: het vissen met vaste vistuigen, waarbij de vangst uitsluitend bestemd is voor eigen gebruik;
- x. mosselzaadinvanginstallatie: al dan niet drijvend, aan de bodem verankerd of bevestigd vistuig, bestaande uit verbindingsmateriaal waaraan met het oogmerk om periodiek mosselzaad te oogsten invangsubstraat is bevestigd waaraan mossellarven zich kunnen hechten;
- y. vergunning voor een mosselzaadinvanginstallatie: vergunning als bedoeld in artikel 36 voor het vissen met een mosselzaadinvanginstallatie;
- z. mosselperceel: perceel dat zich bevindt in een kustwater en dat bestemd is voor het kweken van mosselen;
- aa. wet: Visserijwet 1963;
- bb. vistuig van het type staand want: kieuwnetten en warnetten als bedoeld in bijlage XI van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PbEU 2011, L 112);
- cc. haven: het water dat begrensd wordt door havendammen en de uiteinden van deze dammen. De grens tussen het open water en de haven wordt gevormd door de lijn tussen de uiteinden van de havendammen;
- dd. effectieve visduur: de periode tussen het in het water brengen van een vistuig en het lichten daarvan;
- ee. overlevingsbun: opvangbak, ten minste een meter hoog, bestemd voor het ter verhoging van de overlevingskans van bijvangst in de aal- of schubvisvisserij, opvangen en automatisch sorteren van de bijvangst door middel van waterwervelingen, waarna terugvoer van de bijvangst plaatsvindt middels wateruitstroom door een in het water stekende afvoer;
- ff. coördinaten: coördinaten, uitgedrukt in lengte en breedte volgens het World Geodetic System 84 (WGS84), in graden en minuten;
- gg. verordening vangstmogelijkheden: verordening vangstmogelijkheden als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling zeevisserij;
- hh. kubbe: fuik met maximaal vijf hoepels, zonder vleugels of schutwant, die wordt opengehouden door hoepels van maximaal 60 centimeter en twee horizontaal geplaatste stokken met een inkeling in één uiteinde of aan beide uiteinden;
- ii. blackbox-systeem: een systeem dat voldoet aan NTA 8390:2025.
Hoofdstuk 2. Aanwijzingsbepalingen
§ 2.1. Aanwijzingen op grond van de Visserijwet 1963
Artikel 2
Als vissen, onderscheidenlijk schaal- en schelpdieren als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de wet, worden aangewezen de in de bijlage 1 opgenomen soorten.
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Als middelen, bedoeld in artikel 2c, eerste lid, van de wet, waarmee het verboden is vis te bedwelmen, te verwonden of te doden, worden aangewezen:
- a. kokkelbonen;
- b. tjoekvisje;
- c. ongebluste kalk;
- d. dynamiet, en
- e. andere vergiftigende, bedwelmende en ontplofbare stoffen.
Artikel 5
Als water waarvoor de bepalingen van paragraaf 5 van de wet betreffende de huur en verhuur van visrecht niet gelden, wordt aangewezen: het Grevelingenmeer.
§ 2.2. Aanwijzingen op grond van het Reglement voor de binnenvisserij 1985
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Degene die vissen van de vissoorten alver, baars, barbeel, beekforel, blankvoorn, bot, brasem, giebel, graskarper, karper, kolblei, kopvoorn, kroeskarper, pos, rietvoorn, riviergrondel, rivierprik, roofblei, snoek, snoekbaars, spiering, winde, witvingrondel, zeelt, niet inheemse rivierkreeft en Chinese wolhandkrab aanvoert, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf deze vissoorten afneemt en degene die bemiddeling verleent bij het veilen van deze vissoorten als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, zijn verplicht dagelijks een administratie bij te houden van de overdracht en de opslag van deze vissoorten.
Degene die bemiddeling verleent bij het veilen van de vissoorten, genoemd in het eerste lid, is verplicht er voor zorg te dragen dat op bij de op de veiling aanwezige vissoorten de naam van de aanvoerder is vermeld alsmede de herkomst van de vissoorten.
Artikel 8
In het geval een aanvoerder van aal als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, deze soort onder zich houdt, blijkt uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid:
- a. de hoeveelheid;
- b. de plaats van opslag;
- c. de datum van aanvoer en de datum van verkoop;
- d. de herkomst, en
- e. de naam van de afnemer.
In het geval een aanvoerder van vis meer dan 5 kilogram, die in overeenstemming met artikel 7a van het Reglement voor de binnenvisserij 1985 is gevangen, onder zich houdt, als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van het Reglement voor de binnenvisserij 1985, moet uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, blijken:
- a. de vissoort;
- b. de hoeveelheid per vissoort;
- c. de plaats van opslag;
- d. de datum van aanvoer van de vissoorten en de datum van verkoop;
- e. de herkomst van de vissoort, en
- f. de naam van de afnemer.
In het geval de vissoorten, bedoeld in het eerste en tweede lid, zonder bemiddeling van een veiling of visafslag worden verkocht, moet uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de afnemer blijken:
- a. de vissoort;
- b. per vissoort de hoeveelheid;
- c. de datum van aanvoer van de vissoorten en de datum van verkoop;
- d. de naam van de aanvoerder en diens woonadres, en
- e. de herkomst van de vissoort.
In het geval de vissoorten, bedoeld in het eerste en tweede lid, via de bemiddeling van een veiling ter verkoop worden aangeboden, moet uit de administratie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van degene die deze bemiddeling verleent, blijken:
- a. de vissoort;
- b. per vissoort de hoeveelheid;
- c. de naam van de aanvoerder;
- d. de naam van de afnemer;
- e. de datum van aanvoer van de vissoort en de datum van verkoop, en
- f. de herkomst van de vissoort.
Artikel 9
Alle bewijsstukken of bescheiden waarin de gegevens, bedoeld in artikel 8, zijn vastgelegd, moeten vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip waarop drie kalenderjaren zijn verlopen, worden bewaard.
Artikel 10
De verplichting om een administratie bij te houden als bedoeld in artikel 7, eerste lid, is niet van toepassing op:
- a. inrichtingen waarvoor een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet is vereist,
- b. ondernemingen waarin de detailhandel wordt uitgeoefend voor zover het de uitoefening van detailhandel betreft,
- c. ondernemingen waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het partycateringbedrijf wordt uitgeoefend dan wel anderszins verstrekking van logies, gepaard gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft.
Hoofdstuk 3. Verbodsbepalingen
§ 3.1. Verbodsbepalingen visserijzone, zeegebied en kustwateren
Artikel 11
Het is verboden te vissen in het gebied, genoemd in bijlage 3.
Artikel 12
Het is verboden te vissen in het zeegebied en de kustwateren met een aalfuik, staand want, hoekwant, aalkistje, ankerkuil of enig ander vast vistuig, niet zijnde een vistuig, bestemd voor het vangen van schelpdieren.
Het is verboden in de kustwateren te vissen met een zegen.
Artikel 13
Het is verboden te vissen met:
- a. sleepnetten al dan niet met wekkerkettingen in de Oosterschelde ten oosten van de Oosterscheldekering, en
- b. sleepnetten met wekkerkettingen in de gebieden, genoemd in de bijlagen 3a en 5.
Artikel 14
Het is verboden in het zeegebied en de kustwateren te vissen met:
- a. de harpoen, de elger, de aalschaar, of enig ander vistuig, hetwelk geëigend is de vis te verwonden, met uitzondering van het hoekwant, de reep, de dobber, de zetangel of fleur, de hengel of spieringtuig, en
- b. een visnet waarvan het netwerk van metaalgaas is vervaardigd, met uitzondering van de kreeftenkorf en enig ander net, bestemd of mede bestemd tot het vangen van schaal- en schelpdieren, zeesterren en zee- of koraalmos.
Het is verboden in de kustwateren, genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, te vissen met een kuilnet waarvan de maaswijdte kleiner is dan 17 mm.
Het is verboden in de kustwateren, genoemd in artikel 2, derde tot en met zevende lid, van het Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970, met de hierna genoemde vistuigen te vissen, indien de maaswijdte kleiner is dan het aantal millimeters, vermeld achter het desbetreffende vistuig:
- a. de ankerkuil 13 mm;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.