Regeling houdende regels met betrekking tot onderhoudserkenningen en erkenningen van geluidmeetorganisaties (Regeling erkenningen luchtwaardigheid 2008)
Gelet op artikel 3.25 van de Wet luchtvaart en de artikelen 18, tweede lid, 19, tweede lid, onderdelen c en g, en 20, van het Besluit luchtvaartuigen 2008;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- autoriseringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd geluidsmeetrapporten af te geven nadat geluidsmetingen zijn verricht;
- BvL-acceptatiekeuring: inspectie zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen;
- BvL-verlengingsinspectie: inspectie zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen;
- CAMO-erkenning: erkenning voor het beheren van de blijvende luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en de onderdelen daarvan, als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014, Part M, section A, subpart G;
- certificeringspersoneel: personeel dat door de houder van een erkenning volgens een door de Minister aanvaarde procedure is gemachtigd luchtvaartuigen of onderdelen daarvan als geschikt voor gebruik te certificeren;
- ernstig defect of gebrek: defect of gebrek van zodanige aard, dat als gevolg hiervan de veilige uitvoering van de vlucht niet meer is gewaarborgd of een ernstige verwonding van een inzittende tot gevolg kan hebben of zijn leven in gevaar kan brengen;
- houder van een erkenning: natuurlijk of rechtspersoon, erkend door de minister voor de werkzaamheden die zijn opgenomen in het bewijs van erkenning;
- kwaliteitssysteem: stelsel van vastgelegde bedrijfskundige procedures, regels en voorzieningen dat betrekking heeft op het productieproces en ten doel heeft te verzekeren dat de resultaten van het productieproces aan de vooraf gestelde eisen voldoen;
- kwaliteitsborging: het aantoonbaar op het vereiste peil houden van het kwaliteitssysteem;
- kwaliteitsborgingsfunctie: inspectie- en kwaliteitsorganisatie, aanvaard door de Minister voor het houden van toezicht en het beoordelen van de kwaliteit van de werkzaamheden, teneinde het vereiste kwaliteitsniveau te handhaven;
- luchtwaardigheidsgegevens: alle informatie die nodig is om ervoor te zorgen dat het luchtvaartuig of het onderdeel daarvan in een zodanige staat kan worden gehouden dat de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig of het goed functioneren van de operationele uitrusting of de nooduitrusting verzekerd is;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- MOA: erkenning voor het onderhoud van vliegtuigen, helikopters en luchtschepen of onderdelen daarvan, als bedoeld in bijlage II bij verordening (EU) nr. 1321/2014, (Maintenance Organisation Approval).
In deze regeling wordt onder productie mede verstaan: het verrichten van diensten.
Hoofdstuk 2. Europese erkenningen
Artikel 2
De aanvraag voor een erkenning als bedoeld in verordening (EU) nr. 1321/2014 en verordening (EU) nr. 748/2012 wordt ingediend door de functionaris van het bedrijf, die de eindverantwoordelijkheid draagt ten aanzien van het door het bedrijf gevoerde beleid.
Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager naast de in de van toepassing zijnde Parts genoemde gegevens de volgende gegevens
- a. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister; en
- b. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Artikel 3
Artikel 2 is van toepassing op de aanvraag voor een wijziging van een erkenning, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 4
Vanaf het tijdstip van schorsing van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen toont de houder aan, dat de redenen, die tot schorsing hebben geleid, zijn vervallen.
Artikel 5
Vanaf het tijdstip van intrekking van een erkenning mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 6
De houder van een POA zal de te melden afwijkingen volgens 21 A.165(f)2 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012 schriftelijk en onverwijld maar uiterlijk binnen 72 uur na constatering aan de Minister melden.
Hoofdstuk 3. Erkend inspecteur
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Hoofdstuk 4. Erkend zweefvliegtechnicus (EZT)
Artikel 18
Vervallen
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Hoofdstuk 5. Bedrijfserkenningen op basis van Nederlandse eisen
Artikel 30
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, af nadat de aanvrager heeft aangetoond:
- a. dat hij in Nederland is gevestigd; en
- b. dat hij aan de erkenningsvoorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage C voldoet; of
- c. indien hij een MOA of MOA-F bezit, zijn handboek voorziet van een aanvulling waarin het verschil tussen zijn MOA of MOA-F en de erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel a, is opgenomen.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel b, af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:
- a. hij in Nederland is gevestigd;
- b. hij voldoet aan de overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van Part M, subpart G, van verordening (EU) nr. 1321/2014 en
- c. zijn handboek voorziet van een aanvulling waarin de verschillen ten opzichte van Part M en Hoofdstuk 5 van de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen worden vermeld.
De minister geeft een aanvullende onderhoudserkenning als bedoeld in artikel 29a, tweede lid, onderdelen a en b, af indien de aanvrager zijn handboek heeft aangevuld met een procedure met betrekking tot deze keuringen, inspecties en verklaringen.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, af nadat de aanvrager heeft aangetoond, dat:
- a. hij in Nederland is gevestigd en
- b. hij voldoet aan:
- 1°. de overeenkomstig van toepassing zijnde voorwaarden van Part 21, subpart J, van verordening (EU) nr. 748/2012; en
- 2°. de aanvullende of afwijkende voorwaarden opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage E.
De minister geeft een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel d, af nadat de aanvrager heeft aangetoond dat:
- a. hij een vestiging in Nederland heeft;
- b. hij aan de criteria voor gekwalificeerde instanties, opgenomen in Bijlage VI van de basisverordening voldoet en
- c. zijn handboek een door de minister goedgekeurde keuringsmethodiek bevat voor de keuring van RPA’s tot 150 kg.
Artikel 31
Bij de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, het hoofd van de kwaliteitsafdeling, de gemachtigden, alsmede overige leden van het personeel die met betrekking tot de erkenning van het bedrijf een belangrijke functie vervullen, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. een globale opsomming van de werkzaamheden, die het bedrijf uitbesteedt aan andere bedrijven;
- c. een opgave van de potentiële afnemers van de resultaten van het productieproces ten behoeve waarvan een erkenning wordt aangevraagd;
- d. een exemplaar van het handboek, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage C;
- e. een exemplaar van te gebruiken modellen van het certificaat van vrijgave en het certificaat van vrijgave voor gebruik;
- f. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister;
- g. een zelfevaluatie, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, en waar dit in het handboek staat beschreven.
Bij de aanvraag voor een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdeel c, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
- a. een korte levensbeschrijving van de aanvrager, het hoofd van de kwaliteitsafdeling, de gemachtigden, alsmede overige leden van het personeel die met betrekking tot de erkenning van het bedrijf een belangrijke functie vervullen, waarin in ieder geval opleiding, ervaring en vroegere functies zijn opgenomen;
- b. een exemplaar van het handboek, als bedoeld in onderdeel 21.A.243 van Part 21 bij verordening (EU) nr. 748/2012;
- c. een uittreksel, niet ouder dan drie maanden, uit het Handelsregister;
- d. een zelfevaluatie betreffende de aanvrager, waarin is opgenomen op welke wijze de aanvrager aan de in de van toepassing zijnde regelgeving bedoelde eisen voldoet, onder verwijzing naar de passages in het handboek waar dit staat beschreven.
Artikel 32
Van de erkenning wordt een bewijs afgegeven.
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
De houder van een erkenning bereidt wijzigingen in het functioneren van de organisatie zodanig voor en voert deze zodanig uit, dat het kwaliteitssysteem van de houder van de erkenning aantoonbaar in stand en effectief blijft.
De houder van een erkenning dient een aanvraag in voor acceptatie van wijziging van de bij de oorspronkelijke aanvraag verstrekte gegevens bij wijziging van:
- a. de benaming van de organisatie;
- b. de locatie van de organisatie;
- c. de aanvullende locaties van de organisatie;
- d. de verantwoordelijke manager;
- e. het personeel verantwoordelijk voor de naleving door de organisatie van de van toepassing zijnde eisen;
- f. de faciliteiten, procedures, reikwijdte van werkzaamheden en personeel die de erkenning kunnen beïnvloeden.
Artikel 35
Een aanvraag tot wijziging wordt door de minister goedgekeurd nadat is aangetoond, dat het bedrijf ook na de invoering van de wijziging aan de voor de verkrijging van een erkenning gestelde voorwaarden zal blijven voldoen.
De artikelen 30 en 31 zijn van toepassing, met dien verstande dat kan worden volstaan met de gegevens, die voor de aangevraagde wijziging relevant zijn.
Bij wijziging wordt zo nodig een nieuw bewijs van erkenning afgegeven.
Een aanvraag om wijziging wordt uiterlijk vier weken voor de gewenste datum van wijziging ingediend.
Artikel 36
Vanaf het tijdstip van schorsing mag de houder die bevoegdheden, waarop de schorsing van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
Om een schorsing op te heffen wordt aangetoond, dat de omstandigheden, die tot schorsing hebben geleid, zijn opgeheven.
Artikel 37
Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de erkenning betrekking heeft, niet uitoefenen.
De houder van de erkenning is verplicht het bewijs van erkenning zo spoedig mogelijk aan de minister te zenden.
De minister neemt het bewijs van erkenning in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van erkenning af.
Artikel 38
Het handboek van de aanvrager van een erkenning als bedoeld in artikel 29a, eerste lid, onderdelen a en b, bevat in ieder geval de informatie die is voorgeschreven in de bij deze regeling behorende bijlage C.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.