Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 19 november 2008, nr. MEVA/BO-2890092, houdende regels in verband met de erkenning van EG beroepskwalificaties in de individuele gezondheidszorg

Type Ministeriële regeling
Publication 2022-07-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 11 en 33, eerste en tweede lid, van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

Gelet op artikel 41, zesde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De aanvraag tot een erkenning van beroepskwalificaties, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel c, en artikel 45, eerste lid, onderdeel c, van de wet BIG, geschiedt met gebruikmaking van een daarvoor door de minister beschikbaar te stellen aanvraagformulier.

2.

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

3.

De bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c tot en met g, zijn gesteld in het Nederlands of Engels, dan wel door een beëdigd vertaler in een van deze talen vertaald.

4.

Indien het document, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest, niet ouder dan drie maanden, afgegeven door een bevoegde, gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het land van herkomst, waaruit blijkt dat de aanvrager tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig heeft verklaard, dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e.

5.

Van de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c tot en met g, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de instelling die het desbetreffende document heeft afgegeven, of door de daartoe bevoegde autoriteit in een lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland. Van het attest, bedoeld in het vierde lid, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de betreffende autoriteit, notaris, bevoegde beroepsvereniging als bedoeld in dat artikellid, dan wel door een in Nederland gevestigde notaris.

Artikel 3
1.

Teneinde te kunnen beoordelen of een van de situaties, genoemd in artikel 11, eerste lid, van de wet zich voordoet, wint de minister, alvorens te beslissen op een aanvraag tot het verkrijgen van een erkenning voor beroepskwalificaties, advies in van de commissie.

2.

De commissie laat de minister weten of naar haar oordeel een van de situaties, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet zich voordoet en adviseert de minister over de beroepservaring die de aanvrager moet aantonen, dan wel de proeve van bekwaamheid die de aanvrager moet afleggen of de aanpassingsstage die de aanvrager moet doorlopen.

3.

Indien de aanvrager een proeve van bekwaamheid heeft afgelegd of een aanpassingsstage heeft doorlopen, raadpleegt de minister de commissie over de vraag of de aanvrager voldoende gescoord heeft op de proeve van bekwaamheid of de aanpassingsstage met succes is afgesloten om de wezenlijke verschillen te compenseren.

Artikel 4

Indien een erkenning van beroepskwalificaties wordt aangevraagd voor het beroep van apotheker, arts, tandarts, verloskundige of verpleegkundige en een van de situaties, genoemd in artikel 11, eerste lid, van de wet van toepassing is, wordt een aanpassingsstage doorlopen van een periode van ten hoogste drie jaar.

Artikel 5
1.

Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting doet de dienstverrichter, die een beroep uitoefent als genoemd in artikel 3 van de wet BIG, melding aan de minister en verstrekt daarbij de volgende documenten:

2.

De dienstverrichter verstrekt de in het eerste lid bedoelde verklaring een maal per jaar indien hij voornemens is gedurende dat jaar in Nederland diensten te verrichten. Daarbij verstrekt de dienstverrichter opnieuw de documenten genoemd in het eerste lid voor zover zich daarin een wijziging heeft voorgedaan.

3.

De bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c tot en met en g, zijn gesteld in het Nederlands of Engels, dan wel door een beëdigd vertaler in een van deze talen vertaald.

4.

Indien het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, niet wordt afgegeven door de bevoegde autoriteiten, wordt dit vervangen door een attest, niet ouder dan drie maanden, afgegeven door een bevoegde, gerechtelijke autoriteit, een andere bevoegde overheidsautoriteit, een notaris of een bevoegde beroepsvereniging in het land van herkomst, waaruit blijkt dat de aanvrager tegenover die instantie of functionaris onder ede, dan wel plechtig heeft verklaard, dat ten aanzien van hem geen maatregel van kracht is als bedoeld in het eerste lid, onder e.

5.

Van de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met g, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de instelling die het desbetreffende document heeft afgegeven, of door de daartoe bevoegde autoriteit in een lidstaat van de Europese Unie of andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland. Van het attest, bedoeld in het vierde lid, wordt het originele exemplaar verstrekt dan wel een kopie die is gewaarmerkt door de betreffende autoriteit, notaris, bevoegde beroepsvereniging als bedoeld in dat artikellid, dan wel door een in Nederland gevestigde notaris.

Artikel 6
1.

Voorafgaand aan de eerste dienstverrichting controleert de minister de beroepskwalificaties van de dienstverrichter die een beroep uitoefent waarvoor op grond van artikel 3 of 14 van de Wet BIG een register is ingesteld en de beroepsbeoefenaar niet op grond van titel III, hoofdstuk III, van de richtlijn in aanmerking komt voor erkenning op basis van de coördinatie van de minimumopleidingseisen.

2.

In aanvulling op de documenten genoemd in artikel 5, eerste lid, verstrekt de dienstverrichter voor de controle de documenten, genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen d en g.

3.

Teneinde te kunnen beoordelen of de situatie, genoemd in artikel 27, derde lid, van de wet zich voordoet, wint de minister advies in van de commissie.

De commissie laat de minister weten of naar haar oordeel de situatie bedoeld in artikel 27, derde lid, van de wet zich voordoet en adviseert de minister over de wijze waarop de dienstverrichter kan aantonen dat deze de ontbrekende kennis en vaardigheden inmiddels heeft verworven.

4.

De minister kan de commissie raadplegen over de vraag of de aanvrager voldoende heeft aangetoond dat hij de ontbrekende kennis en vaardigheden heeft verworven.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties beroepen in de individuele gezondheidszorg.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.