Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 november 2008, nr. PG/ZP-2.892.655, houdende nieuwe eisen inzake de publieke gezondheid (Regeling publieke gezondheid)
In overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op de artikelen 22, vierde lid, 24, vijfde lid, 25, zesde en zevende lid, 26, tweede lid, 48, 57, derde en vierde lid, 58, eerste en derde lid, 63, derde lid, van de Wet publieke gezondheid;
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- besluit: Besluit publieke gezondheid;
- wet: Wet publieke gezondheid;
- zorginstelling: instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen, die beschikt over een eigen of gecontracteerde hygiënische dienst.
Hoofdstuk II. Infectieziektebestrijding
§ 1. Meldingen
Artikel 2
Voor de meldingsplicht van de arts op grond van artikel 22, tweede lid, van de wet, gelden voor de hieronder genoemde infectieziekten de volgende voorwaarden:
- a. mpox, tuberculose, infectieziekten behorende tot groep B2, met uitzondering van invasieve groep A streptokokkeninfectie, en infectieziekten behorende tot groep C, met uitzondering van meningokokkenziekte: de vaststelling wordt op normale werktijden binnen 24 uur gemeld,
- b. hepatitis B: de vaststelling van chronisch dragerschap wordt alleen gemeld als de infectie voor de eerste keer wordt vastgesteld,
- c. vervallen,
- d. mrsa-infectie: alleen de vaststelling van een cluster van een mrsa-infectie veroorzaakt door een bron buiten een zorginstelling wordt gemeld,
- e. pneumokokkenziekte: alleen de vaststelling bij personen die zijn geboren na maart 2006 of bij een persoon van 60 jaar of ouder wordt gemeld,
- f. dengue en chikungunya: alleen de vaststelling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wordt gemeld.
Voor de meldingsplicht van de arts op grond van artikel 22, eerste lid, van de wet, geldt voor het Middle East respiratory syndrome coronavirus (MERS-CoV) het volgende: de meldingsplicht wordt beperkt tot de vaststelling van een infectie bij een persoon, die op grond van de ernst van dit ziektebeeld is opgenomen in een ziekenhuis, door de behandelend arts van het ziekenhuis.
Artikel 3
Voor de meldingsplicht van het hoofd van het laboratorium op grond van artikel 25, tweede lid, van de wet, gelden de volgende termijnen:
- a. de vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep A wordt onverwijld gemeld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst;
- b. de vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep B1, met uitzondering van mpox en tuberculose, alsmede de vaststelling van een invasieve groep A streptokokkeninfectie of meningokokkenziekte, wordt binnen 24 uur gemeld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst;
- c. de vaststelling van mpox of tuberculose, de vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep B2, met uitzondering van een invasieve groep A streptokokkeninfectie, alsmede de vaststelling van een verwekker van een infectieziekte behorend tot groep C, met uitzondering van meningokokkenziekte, wordt op normale werktijden binnen 24 uur gemeld aan de gemeentelijke gezondheidsdienst.
Artikel 4
De meldingsplicht van het hoofd van een instelling op grond van artikel 26, eerste lid, van de wet, wordt binnen normale werktijden zo spoedig mogelijk uitgevoerd.
Artikel 5
De gegevensverwerking bij de meldingen, bedoeld in de artikelen 21, 22 en 25, alsmede bij de aanvraag, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, voldoet aan de NEN 7510 norm voor informatiebeveiliging in de zorg.
§ 2. Plaatsen van binnenkomst
Artikel 6
Ter uitvoering van artikel 48 van de wet worden de volgende havens aangewezen:
- a. als behorende tot categorie A: de burgerhaven van de gemeente Rotterdam,
- b. als behorende tot categorie B: de burgerhavens van de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Den Helder, Delfzijl, Dordrecht, Eemsmond, Harlingen, Maassluis, Moerdijk, Schiedam, Terneuzen, Velsen, Vlaardingen, Vlissingen en Zaandam, alsmede Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Ter uitvoering van artikel 48 van de wet worden de volgende burgerluchthavens aangewezen:
- a. als behorende tot categorie A: de burgerluchthaven van de gemeente Haarlemmermeer (Schiphol),
- b. als behorende tot categorie B: de burgerluchthavens van de gemeenten Beek (Maastricht Aachen Airport), Eindhoven (Eindhoven Airport), Rotterdam (Rotterdam Airport) en Tynaarloo (Groningen Airport Eelde), alsmede Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 7
De burgemeesters van de gemeenten met de volgende burgerhavens zijn bevoegd tot afgifte van het certificaat van sanitaire controle van schepen en van het certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen: Amsterdam, Beverwijk, Den Helder, Delfzijl, Dordrecht, Eemsmond, Harlingen, Maassluis, Moerdijk, Rotterdam, Schiedam, Terneuzen, Velsen, Vlaardingen, Vlissingen en Zaandam, alsmede Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 8
Ter verkrijging van een certificaat van sanitaire controle van schepen of een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen, worden de inspecties uitgevoerd conform bijlage 1 bij deze regeling.
Indien vanwege buitengewone omstandigheden in de haven geen certificaat als bedoeld in het eerste lid kan worden afgegeven, en het schip is voorzien van een nog geldig certificaat van sanitaire controle van schepen of certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen, kan de burgemeester dit certificaat met één maand verlengen.
Artikel 9
Het tarief voor het onderzoek ter verkrijging van een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen of een certificaat van sanitaire controle van schepen als bedoeld in artikel 57 van de wet, bedraagt:
- a. € 140,40 per uur, indien het onderzoek plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag tussen 06.00 uur en 20.00 uur,
- b. € 210,61 per uur, indien het onderzoek plaatsvindt op maandag tot en met vrijdag tussen 20.00 uur en 06.00 uur, alsmede op zaterdag,
- c. € 280,79 per uur, indien het onderzoek plaatsvindt op zondag.
Het aantal uren, bedoeld in het eerste lid, dat in rekening wordt gebracht, bedraagt niet meer dan:
- –. 4 uur bij schepen met minder dan 50 opvarenden, anders dan bemanningsleden,
- –. 8 uur bij schepen met 50–500 opvarenden, anders dan bemanningsleden,
- –. 12 uur bij schepen met 500 en meer opvarenden, anders dan bemanningsleden.
Het tarief voor het verlengen van het certificaat, bedoeld in artikel 8, tweede lid, bedraagt € 140,40.
De in het eerste lid genoemde bedragen worden vermeerderd met voorrijkosten van € 35,09 per kwartier.
§ 3. Certificaten van inenting
Artikel 10
Organisaties mogen tegen gele koorts inenten indien de organisatie een certificaat ter zake van de reizigersadvisering heeft van de Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector, dan wel
- a. een arts in dienst heeft die eindverantwoordelijk is voor de vaccinaties en toeziet op de toediening van de entstof,
- b. ervoor zorgt dat degene die de indicatiestelling voor de vaccinaties verricht, beschikt over het certificaat reizigersgeneeskunde of het certificaat reizigersverpleegkundige van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of op aantoonbare wijze een kwalitatief vergelijkbaar niveau van opleiding op het terrein van reizigersgeneeskunde heeft gevolgd, en
- c. een abonnement heeft op de landelijke protocollen reizigersadvisering van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of een abonnement heeft op een kwalitatief vergelijkbare bron van informatie.
Huisartsen mogen tegen gele koorts inenten als zij:
- a. beschikken over het certificaat reizigersgeneeskunde of het certificaat reizigersgeneeskundig huisarts van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of op aantoonbare wijze een kwalitatief vergelijkbaar niveau van opleiding op het terrein van reizigersgeneeskunde hebben gevolgd, en
- b. een abonnement hebben op de landelijke protocollen reizigersadvisering van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, of een abonnement hebben op een kwalitatief vergelijkbare bron van informatie.
Artikel 11
De organisaties en huisartsen, bedoeld in artikel 10, laten zich voorafgaande aan het uitvoeren van de inentingen tegen gele koorts registreren bij het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering, postbus 1008, 1000 BA Amsterdam.
Artikel 12
De inenting van personen tegen gele koorts geschiedt uitsluitend met een door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) goedgekeurde entstof.
Artikel 13
Het internationaal certificaat, bedoeld in artikel 36 van de Internationale Gezondheidsregeling, van inenting tegen gele koorts dient:
- a. te worden ondertekend door de huisarts of, indien het een organisatie betreft, door de eindverantwoordelijke arts, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, of door de verpleegkundige, die de indicatiestelling voor de vaccinatie heeft verricht, onder verantwoordelijkheid van deze arts,
- b. volledig te zijn ingevuld in de Engelse of Franse taal,
- c. te zijn voorzien van een stempel, waarvan de afdruk voldoet aan de volgende voorwaarden:
- –. de afdruk is cirkelvormig met een middellijn van 25 millimeter,
- –. in het midden bevindt zich het Nederlandse wapen met daaronder op de eerste regel het woord ‘NEDERLAND’, op de tweede regel het woord ‘VACCINATION’ en op de derde regel ter linkerzijde de afkorting ‘NR’, met ruimte voor cijfers,
- –. tussen de buitenste rand en hetgeen hiervóór is aangegeven, bevinden zich boven de horizontale middellijn van links naar rechts de woorden ‘STAATSTOEZICHT OP DE VOLKSGEZONDHEID’ en onder deze middellijn van links naar rechts de woorden ‘PUBLIC HEALTH SERVICE’,
- –. tussen de eerste ‘S’ van STAATSTOEZICHT en de ‘P’ van PUBLIC, alsmede tussen de laatste ‘D’ van VOLKSGEZONDHEID en de laatste ‘E’ van SERVICE bevindt zich een punt.
Artikel 14
Het tarief voor de vaccinaties ter verkrijging van een internationaal certificaat, bedoeld in artikel 36 van de Internationale Gezondheidsregeling, van inenting tegen gele koorts is niet meer dan kostendekkend.
Hoofdstuk III. Overige bepalingen
Artikel 15
Wijzigt de Regeling Geneesmiddelenwet.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 december 2008.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling publieke gezondheid.
Bijlage. ex artikel 8 van de Regeling publieke gezondheid
Programma van eisen sanitaire controle van schepen
Programma van eisen sanitaire controle van schepen
In dit document staan de WHO-normen1WHO Interim technical advice for inspection and issuance of ship sanitation certificates, August 2007.http://www.who.int/csr/ihr/travel/TechnAdvSSC.pdf waaraan wordt getoetst opdat voor een schip een certificaat van sanitaire controle of een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle kan worden afgegeven.
In dit document staan de WHO-normen1WHO Interim technical advice for inspection and issuance of ship sanitation certificates, August 2007.http://www.who.int/csr/ihr/travel/TechnAdvSSC.pdf waaraan wordt getoetst opdat voor een schip een certificaat van sanitaire controle of een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle kan worden afgegeven.
Per WHO-norm worden controlepunten aangegeven waaruit kan blijken dat men aan deze norm voldoet. Deze controlepunten vormen de leidraad voor een inspectie ten behoeve van het verkrijgen van een certificaat.
In de WHO-normen zijn extra eisen opgenomen voor ‘grote schepen’. Met ‘grote schepen’ wordt door de WHO bedoeld ‘passagiersschepen’.
Programma van eisen sanitaire controle van schepen
1. Inleiding
2.1. Kennis van hygiëne en voedselveiligheid
Per WHO-norm worden controlepunten aangegeven waaruit kan blijken dat men aan deze norm voldoet. Deze controlepunten vormen de leidraad voor een inspectie ten behoeve van het verkrijgen van een certificaat.
WHO-norm 1.3
De definitie van een passagiersschip is ‘een schip ingericht voor meer dan 12 opvarenden anders dan bemanningsleden’. In dit programma van eisen zijn de extra normen voor deze passagiersschepen aangegeven via een kader om de tekst.
2. Kombuis en voedselvoorziening
2.1. Kennis van hygiëne en voedselveiligheid
WHO-norm 1.2
De keukenmedewerkers die zich bezig houden met het bereiden van voedsel, zijn op de hoogte van de reinigingsprocedures, de bewaarnormen van levensmiddelen en de bereidingswijzen. Als voorbeeld weten de betrokken keukenmedewerkers de minimum en maximum temperaturen voor het bewaren en bereiden van levensmiddelen en zijn ze in staat om zodanig te werken dat ze kruisbesmettingen voorkomen.
WHO-norm 1.3
Controlepunten
Controlepunten
Aaanvullende eisen voor ‘grote schepen’
Voedsel zal worden verkregen van bronnen aan de wal die door de lokale overheid daarvoor als geschikt worden bevonden. De producten dienen schoon, onbeschadigd en vrij van bederf te zijn en mogen niet op andere manieren een gevaar voor de gezondheid van de bemanning en of passagiers vormen. Rauwe producten en ingrediënten worden niet geaccepteerd aan boord wanneer bekend is dat deze parasieten, ongewenste micro-organismen, pesticiden, veterinaire contaminanten bevatten of zijn bedorven. Ook worden producten niet geaccepteerd als deze vreemde substanties bevatten die niet tot een acceptabel niveau zijn terug te brengen door normaal te sorteren of te verwerken. Waar toepasbaar zullen specificaties voor ontvangst worden opgesteld en gebruikt. Er wordt gewerkt volgens het first in, first out (FIFO) principe zodat de voorraad rouleert door oude producten eerder te gebruiken dan de nieuwe voorraad.
Controlepunten
Controlepunten
2.2. Ontvangst van voedsel
Aanvullende eisen voor ‘grote schepen’
Er worden registraties bijgehouden van de bewaartemperaturen.
WHO-norm 1.3.5
Levensmiddelen worden betrokken van veilige bronnen en worden op de juiste wijze opgeslagen, bereid en geserveerd.
2.3. Opslag en bereiding
Aanvullende eisen voor ‘grote schepen’
WHO-norm 1.3.3
Aanvullende eisen voor ‘grote schepen’.
Levensmiddelen, verpakt of onverpakt, die uitgeserveerd worden in een buffet, een service-line of in een saladebar, dienen op een zodanige geschikte wijze te worden gepresenteerd dat er geen kans op besmetting van de medewerkers of de passagiers kan ontstaan.
WHO-norm 1.4.2
Zelfbedieningsbuffetten en salade bars waar niet verpakte producten ter consumptie worden aangeboden, zijn voorzien van serveergereedschap en uitgiftemethoden die de besmetting van levensmiddelen en dranken voorkomen.
2.4. Serveren
Levensmiddelen moeten tijdens opslag en transport worden beschermd tegen vervuiling door zeewater, lenswater, afvalwater, hydraulische vloeistoffen en brandstof.
WHO-norm 1.4.1
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.