← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 december 2008, nr. BSG/2008/35059, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal 2009)

Geldende tekst a fecha 2016-06-06

Gelet op de artikelen 4, vierde lid, aanhef en onderdeel a, en 23, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Organisatie

Artikel 2

Onder de secretaris-generaal ressorteren:

§ 3. Verantwoordelijkheden

Artikel 3
1.

Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

2.

Het eerste lid, onderdelen h tot en met k is niet van toepassing op directeuren die leiding geven aan een directie met een omvang van maximaal 12 fulltime-equivalenten.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

De directie Communicatie is verantwoordelijk voor:

Artikel 7

De directie Financieel Economische Zaken is verantwoordelijk voor:

Artikel 8
1.

De directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is verantwoordelijk voor:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, is de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden niet verantwoordelijk voor het behandelen van bezwaar- en beroepszaken, die betrekking hebben op besluiten die door de RCN-unit SZW, gevestigd te Bonaire, Sint Eustatius en Saba, namens de minister zijn genomen.

§ 4. Bevoegdheden directeuren

Artikel 9
1.

Elk van de directeuren is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van zijn directie, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal, dan wel ingevolge artikel 10 onder de bevoegdheid van een andere directeur vallen.

2.

Aan elke directeur wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

3.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein.

4.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voorts de bevoegdheid tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden.

5.

De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst:

Artikel 10
1.

De directeur Communicatie is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot:

2.

De directeur Communicatie is, in afwijking van artikel 15, tweede lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009, voorts bevoegd tot het ondertekenen van brieven ter beantwoording van persoonlijke brieven gericht aan de minister, indien deze van algemene aard zijn of betrekking hebben op een uitvoeringsinstelling.

3.

De directeur Financieel Economische Zaken is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek alsmede overeenkomsten met betrekking tot meerjarige, structurele beleidsinformatievoorziening die het verzamelen, bewerken en leveren van beleidsinformatie betreffen, voor zover deze informatie primair bedoeld is voor ramingen en verdeelmodellen, dan wel verband houdt met verplichtingen die voortvloeien uit de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek Rijksoverheid zoals opgenomen in het Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid of met verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen.

4.

De directeur Financieel Economische Zaken is voorts bevoegd tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, de definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden en de kwijtschelding van vorderingen op derden van ten hoogste € 1.000.000,–.

5.

De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met de Landsadvocaat en andere juridische dienstverleners inzake advisering en procureurstelling alsmede het instellen van gerechtelijke procedures, voor zover het niet betreft beroepschriften van (ex-)medewerkers van het ministerie inzake aangelegenheden verband houdende met de dienstbetrekking en voor zover het niet betreft de invordering van geldvorderingen van de Staat.

6.

De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is voorts bevoegd tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een bezwaarschrift.

7.

De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is voorts bevoegd tot het ondertekenen van de beslissing op een bezwaarschrift, met uitzondering van de in artikel 8, tweede lid, bedoelde gevallen.

8.

De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is voorts bevoegd om:

§ 4a. Bevoegdheden plaatsvervangend secretaris-generaal en plaatsvervanging

Artikel 11
1.

De directeuren kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:

2.

In afwijking van het eerste lid kunnen directeuren bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de secretaris-generaal daarmee schriftelijk instemt.

3.

Onverminderd het eerste lid kunnen directeuren, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de secretaris-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.

4.

De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.

Artikel 12

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de volgende regelingen die genomen zijn krachtens de artikelen 3, aanhef en onderdeel k, en 11 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004 op de artikelen 3, eerste lid, aanhef en onderdeel k, en 11 van deze regeling:

Artikel 13
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2009.

2.

Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10a
1.

De plaatsvervangend secretaris-generaal is bevoegd om op te treden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de departementale ondernemingsraad en de ondernemingsraad Kerndepartement.

2.

Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal treedt de secretaris-generaal op als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de departementale ondernemingsraad en de ondernemingsraad Kerndepartement.

3.

Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal en de secretaris-generaal treedt een van de functionarissen, genoemd in artikel 3, onderdelen c tot en met e, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 op als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden in het overleg met de departementale ondernemingsraad en de ondernemingsraad Kerndepartement.

§ 5. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.