← Geldende tekst · Geschiedenis

Circulaire wijziging financiële arbeidsvoorwaarden sector Rijk per 1 januari 2009

Geldende tekst a fecha 2009-01-01

Inleiding

Zoals te doen gebruikelijk ontvangt u aan het einde van het kalenderjaar een circulaire over wijzigingen in de financiële arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de sector Rijk. U treft in deze circulaire informatie aan over de volgende onderwerpen:

Voorzover de wijzigingen niet automatisch in uw salaris- of personeelssysteem worden aangebracht dient uw eigen personeels- of salarisadministratie de wijzigingen aan te brengen.

1. Vergoeding van verblijfkosten bij dienstreizen

De vergoedingen voor verblijfkosten tijdens dienstreizen wijzigen met ingang van 1 januari 2009 als volgt:

De vergoedingsbedragen voor het gebruik van een privé vervoermiddel, € 0,37 en € 0,09 per kilometer, wijzigen niet.

NB: De Belastingdienst handhaaft het bedrag per kilometer dat maximaal onbelast mag worden vergoed op € 0,19 per kilometer.

2. Tegemoetkomingen in het woon-werkverkeer

Met ingang van 1 januari 2009 wijzigen de bedragen die in het kader van het woon-werkverkeer als tegemoetkoming voor het gebruik van eigen vervoer kunnen worden verstrekt als volgt:

In het kader van het woonwerkverkeer was afgesproken om met ingang van 1 januari 2009 het recht op de verhuiskostenvergoeding van € 1361,34 en op de vergoeding van € 91 per jaar voor het reizen naar het NS station te beëindigen.

De eventuele gevolgen van de wijzigingen in het Belastingplan 2009 over het belastingvrij vergoeden van verhuiskosten zullen met de centrales van overheidspersoneel besproken worden. Zonder nadere afspraken gelden de bepalingen uit het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en de Verplaatsingskostenregeling 1989. Voor het beoordelen van de fiscale belastbaarheid zijn de wijzigingen uit het Belastingplan uiteraard rechtstreeks van toepassing.

De wijziging in het Belastingplan 2009, dat een vaste vergoeding voor reiskosten kan worden verstrekt als de werknemer tenminste 128 (was 150) dagen naar zijn vaste plaats van tewerkstelling reist wordt ook overgenomen in de verplaatsingskostenregeling 1989.

3. Voorzieningen Sociaal flankerend beleid

In het sociaal flankerend beleid (bekend gemaakt via de circulaire van 6 mei 2008, nr. 2008-0000195249) zijn twee voorzieningen opgenomen die betrekking hebben op verhuizing (voorziening 11 en 12). De afspraak is daarbij gemaakt deze bedragen jaarlijks per 1 januari te indexeren aan de hand van de consumentenprijsindex over de voorafgaande periode oktober t/m september.

De consumentenprijsindex over die periode bedraagt 2,8%, zodat de bedragen per 1 januari 2009 als volgt luiden:

voorziening 11: € 5.687,02 (was € 5.532,12)

voorziening 12: € 11.374,80 (was € 11.064,98)

4. Loonbegrip bij deelname aan de levensloopregeling

In de Levensloopregeling rijkspersoneel wordt als loon aangemerkt, het loon als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, onder b, van de Wet op de loonbelasting 1964. Dit loonbegrip wordt gebruikt om deelname aan de levensloopregeling te toetsen aan de 12%- en 210%-norm. De Fiscus heeft aangegeven, dat voor dit loonbegrip uitgegaan mag worden van ofwel het loon, zoals dat in kolom 6 van de loonstaat is vermeld, danwel het bedrag uit kolom 14 van de loonstaat, verhoogd met ingehouden bijdragen van de werknemer. Met P-Direkt is afgesproken, dat voor het rijkspersoneel in het SAP salarissysteem gerekend wordt met die tweede keuzemogelijkheid vanuit kolom 14 van de loonstaat. Deze keuze levert het hoogste bedrag op en is daarmee het meest aantrekkelijk voor de aan de levensloopregeling deelnemende ambtenaar.

5. Te werken uren op jaarbasis

Het aantal te werken uren op jaarbasis bedraagt in 2009 bij een volledige arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week afgerond 1829 uren.

Dit aantal is het resultaat van de volgende berekening

6. Eindejaarsuitkering

De ambtenaar heeft vanaf 1 december 2008 recht op een eindejaarsuitkering van 5,4% (was 4%) van het door hem genoten salaris.

De eindejaarsuitkering wordt uitbetaald in de maand november 2009 en wordt berekend over de periode van twaalf maanden, aanvangende met de maand december 2008.

7. Salarisverhoging met ingang van 1 april 2009

De salarisbedragen van het BBRA 1984 worden met ingang van 1 april 2009 verhoogd met 2%.

8. Maximum spaarloonbedrag

Het bedrag dat in 2009 maximaal belastingvrij kan worden gespaard blijft gehandhaafd op € 613,00.

9. Inhoudingen en afdrachten van premies

De informatie over de inhouding en afdracht van pensioenpremies en de daarbij behorende franchisebedragen per 1 januari 2009 wordt door het ABP aan de werkgevers bekendgemaakt. De informatie over de APPA pensioenen wordt afzonderlijk beschikbaar gesteld.

De informatie over de inhouding en afdracht van loonheffingen (loonbelasting, premie volksverzekeringen, sociale werknemersverzekeringen en bijdrage zorgverzekering) kunt u vinden via de internetsite van de Belastingdienst: http://www.belastingdienst.nl/zakelijk/loonheffingen.html

10. Ouderschapsverlof(korting)

De ambtenaar heeft over de uren waarop hem ouderschapsverlof is verleend recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met een inhouding die gelijk is aan de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 maximaal recht kan bestaan.

Als gevolg van de wijziging van het bedrag van het minimumloon, wijzigt het bedrag van de ouderschapsverlofkorting per uur met ingang van 1 januari 2009 van € 3,86 in € 3,99.

In het Belastingplan 2009 wordt de duur van het recht op wettelijk (onbetaald) ouderschapsverlof met ingang van 1 januari 2009 verdubbeld van 13 naar 26 weken. Deze wijziging is niet van toepassing op de werknemer die voor een kind het verlof geheel of gedeeltelijk heeft opgenomen. Voor die werknemer blijft voor dat kind het wettelijke verlof van toepassing zoals dat luidde op 31 december 2008.

Met de centrales van overheidspersoneel zal overlegd worden of de wettelijke aanpassingen reden zijn om het recht op (gedeeltelijk doorbetaald) ouderschapsverlof voor rijksambtenaren te wijzigen. Zolang hierover geen overeenstemming is bereikt blijven de bestaande voorwaarden uit artikel 33g van het ARAR van toepassing. Kiest de ambtenaar voor een periode van ouderschapsverlof die langer is dan de periode waarin de bezoldiging gedeeltelijk wordt doorbetaald, dan heeft hij op grond van de Wet arbeid en zorg voor de resterende periode recht op onbetaald ouderschapsverlof. Ook gedurende de tijd waarin sprake is van onbetaald ouderschapsverlof blijft de pensioenopbouw in stand. De werkgever is de gebruikelijke premie aan het ABP verschuldigd en verhaalt het werknemersdeel op de ambtenaar.

De ambtenaar ten aanzien van wie de werkgever het verschuldigde verhaal niet of niet volledig op zijn salaris kan inhouden, betaalt zijn schuld maandelijks. De werkgever kan met de ambtenaar een afwijkende betalingsregeling treffen.

Voor het recht op de ouderschapsverlofkorting hoeft vanaf 2009 geen inleg ingevolge de levensloopregeling meer plaats te vinden. In het Belastingplan 2009 wordt die voorwaarde geschrapt. De voor ouderschapsverlof opterende ambtenaren, die zich tot nu toe om financiële redenen (recht op de korting) gedwongen voelden deelname aan de Spaarloonregeling rijkspersoneel te stoppen ten gunste van de Levensloopregeling rijkspersoneel, kunnen vanaf 2009 weer deelnemen aan de Spaarloonregeling rijkspersoneel.

11. Bedrag levensloopverlofkorting

De Belastingdienst heeft bekend gemaakt, dat het bedrag van de levensloopverlofkorting met ingang van 1 januari 2009 wijzigt van € 191,00 in € 195,00 per gespaard kalenderjaar.

12. Regeling werkgeversbijdrage kinderopvang uitgezonden rijkspersoneel

In deze regeling wordt bij het vaststellen van de hoogte van de bijdrage een uurprijs in aanmerking genomen die niet hoger is dan de op basis van artikel 7 van de Wet kinderopvang vastgestelde uurprijs.

Gebruikelijk is, dat deze uurprijs jaarlijks wordt geïndexeerd. Het kabinet heeft echter besloten de maximale uurprijs in 2009 te bevriezen op het niveau van 2008, te weten: € 6,10. (Besluit van 28 augustus 2008, gepubliceerd in Staatsblad 2008, nr. 360).

13. Wetsvoorstel(len) Belastingen 2009

Met de wetsvoorstellen ‘Belastingplan 2009’ en ‘Overige fiscale maatregelen 2009’ worden een aantal maatregelen aangekondigd, waarop ik graag uw aandacht vestig.

Voor meer informatie verwijs ik u naar de documentatie behorend bij de wetsvoorstellen (kamerstuk 31704 en 31705) en naar de Belastingdienst.

14. Verlaging werknemersdeel WW premie tot nihil

Het werknemersdeel van de WW premie wordt verlaagd tot nihil. De overheidswerkgever mag op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen een met de WW premie overeenkomend bedrag op het loon van de ambtenaar inhouden, de zogenaamde pseudopremie WW. De verlaging van de WW premie tot nihil betekent aldus ook een verlaging van de pseudopremie WW tot nihil.

15. Premiekorting oudere werknemers

Werkgevers kunnen met ingang van 1 januari 2009 een drie jaar durende premiekorting ontvangen voor het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder en voor het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder. De bestaande premievrijstelling Arbeidsongeschiktheidsfonds vervalt, maar blijft tot de 62-jarige leeftijd van toepassing voor werknemers die op 1 januari 2008 54,5 jaar of ouder zijn. Meer informatie kunt u vinden in de documentatie behorend bij het wetsvoorstel (kamerstuk 31707) en in de Nieuwsbrief loonheffingen 2009 van de Belastingdienst.

16. Verhaal WGA-lasten op de werknemer

De WGA-lasten (premie of eigen risico) van de werkgever mogen op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (WFSV) voor maximaal de helft verhaald worden op de werknemer. Deze verdeling benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer tot het voorkomen en ‘oplossen’ van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid en daarmee verband houdende werkloosheid.

De Sector Rijk past een uniform verhaal van de WGA-lasten toe bij alle werknemers. De inhouding wordt gebaseerd op de lasten van de werkgever in de sector Rijk met de laagste WGA-kosten. Voor het jaar 2009 is het op de werknemers te verhalen premiepercentage vastgesteld op 0,05% (was 0,02%). Het verhaal dient ook toegepast te worden door werkgevers, die gekozen hebben voor het eigenrisicodragerschap.

Het verhaal is geen negatief loon voor de loonheffing, zodat de inhouding plaats vindt op het netto loon.

17. Regelgeving en circulaires

In de bijlage vindt u een overzicht van de in 2008 tot stand gekomen (wijzigingen van) amvb’s, ministeriële regelingen en circulaires.

Ik verzoek u met de inhoud van deze circulaire rekening te houden en daaraan voor zover nodig uitvoering te geven.

Bijlage

Wetgeving en Algemene maatregelen van bestuur Wetgeving en Algemene maatregelen van bestuur Wetgeving en Algemene maatregelen van bestuur
Datum Staatsblad Beschrijving
25-11-2008 2008, 483 Besluit tot aanpassing van enkele rechtspositionele regelingen in verband met de wijziging van andere regelingen, de verduidelijking van de berekening van de diensttijdgratificatie, de eindejaarsuitkering en de vakantieuitkering alsmede het wegnemen van ongelijke behandeling.
Ministeriële regelingen Ministeriële regelingen Ministeriële regelingen
--- --- ---
Datum Kenmerk Staatscourant
21-12-2007 2007-0000554833 2008, 6
28-02-2008 2008-0000096725 2008, 53
09-05-2008 2008-0000202306 2008, 94
29-08-2008 2008-0000402475 2008, 181
11-09-2008 2008-0000411584 2008, 187
Nog niet bekend 2008-0000553604 Nog niet bekend
Circulaires Circulaires Circulaires
--- --- ---
Datum Kenmerk Staatscourant
12-02-2008 2008-0000059482 2008, 36
14-02-2008 2008-0000063614 2008, 38
28-02-2008 2008-0000096618 2008, 53
21-04-2008 2008-0000181427 2008, 85
06-05-2008 2008-0000195249 2008, 93
09-05-2008 2008-0000202305 2008, 94
20-05-2008 2008-0000224655 2008, 104 en 108
21-05-2008 2008-0000224119 2008, 104
04-06-2008 2008-0000242819 2008, 120
10-06-2008 2008-0000258541 2008, 117
10-07-2008 2008-0000296476 2008, 139
18-07-2008 2008-0000323682 2008, 146
29-08-2008 2008-0000402476 2008, 181
Aug. 2008 2008-0000383911
16-12-2008 2008-0000564650 Nog niet bekend