Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 januari 2008, nr. JOZ/94546, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap (Regeling onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap)

Type Ministeriële regeling
Publication 2015-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, tweede lid, onderdeel b, en artikel 6, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap;

Besluit:

Artikel 1. Begrippen
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt gelijkgesteld met:

Artikel 2. Doel

In deze regeling is de wijze van vaststelling van het inkomen van een persoon die een vervoersvoorziening aanvraagt vastgelegd en er is in deze regeling een lijst opgenomen van zorgvoorzieningen, die als onderwijsvoorzieningen kunnen worden verstrekt indien zij vrijwel uitsluitend gebruikt worden in de onderwijssituatie.

Artikel 3. Inkomen

Voor de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap wordt in deze regeling onder inkomen verstaan hetgeen onder inkomen wordt verstaan op grond van artikel 3:2, eerste en tweede lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten vermeerderd met:

Artikel 4. Inkomen echtgenoot

Bij de vaststelling van het inkomen van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend, wordt mede in aanmerking genomen het inkomen van zijn echtgenoot.

Artikel 5. Aftrekbare kosten

Op het inkomen worden in mindering worden gebracht kosten ter zake van ziekte of arbeidsongeschiktheid van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend, alsmede van zijn echtgenoot of van zijn gezinsleden indien zij voor hun levensonderhoud mede afhankelijk zijn van zijn inkomen, voor zover die kosten niet uit andere hoofde kunnen worden vergoed en naar het oordeel van het UWV als buitengewone lasten zijn aan te merken.

Artikel 6. Buiten beschouwing blijvende bedragen bij inkomensvaststelling

Bij het vaststellen van het inkomen voor toepassing van deze regeling blijft buiten beschouwing het bedrag waarmee de uitkering of inkomensvoorzieningen op grond van de WAO, de Wet WIA, de WAZ of de Wajong, of een combinatie van deze uitkeringen is verhoogd, op grond van artikel 22 van de WAO, de artikelen 53 of 63 van de Wet WIA, artikel 10 van de WAZ, of artikel 2:51 of 3:9 van de Wajong, of een combinatie van deze artikelen.

Artikel 7. Vaststelling inkomen van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt
1.

Bij de vaststelling van het inkomen van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend en die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt wordt in aanmerking genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van die persoon dan wel, indien het een pleegkind betreft, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien laatstgenoemden het pleegkind als eigen kind opvoeden en onderhouden.

2.

Indien de ouders respectievelijk pleegouders van de persoon, bedoeld in het eerste lid, geen echtgenoten zijn van elkaar en hij:

Artikel 8. Vaststelling van het inkomen in het jaar van het bereiken van de leeftijd van 18 jaar

Indien een persoon in het kalenderjaar waarin hij een vervoersvoorziening heeft of aanvraagt, de leeftijd van 18 jaar bereikt, wordt:

Artikel 9. Afwijking van de inkomensgrens met betrekking tot vervoersvoorzieningen
1.

Indien de echtgenoot of een ander gezinslid van de persoon die een vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie een vervoersvoorziening is toegekend, aanspraak heeft op een vervoersvoorziening of om een andere reden dan ziekte of gebrek is aangewezen op het gebruik van een vervoermiddel, wordt voor de verlening of beëindiging van de tweede in het gezin benodigde vervoersvoorziening het percentage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap, vastgesteld op 105%.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien één van de in het gezin benodigde vervoersvoorzieningen of het naast de vervoersvoorziening benodigde vervoermiddel niet voor ten minste driekwart wordt bekostigd uit het gezinsinkomen.

Artikel 10. Geen toepassing van de inkomensgrens met betrekking tot vervoersvoorzieningen

Artikel 6, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap is niet van toepassing bij de toekenning van een vervoersvoorziening die betreft:

Artikel 11. Lijst van hulpmiddelen

De hulpmiddelen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap zijn:

Artikel 12. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a. Overgangsrecht

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.