Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat houdende regels met betrekking tot de opleiding, de aanstelling, de examinering en de uitrusting van verkeersregelaars (Regeling verkeersregelaars 2009)

Type Ministeriële regeling
Publication 2020-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 12 en 13 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 33 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, de artikelen 56 en 58 van het BABW, artikel 30, tweede lid, van het RVV 1990 en artikel 5.3.51, tweede lid, en 5.3.61, derde lid, van het Voertuigreglement;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Voor een aanstelling als verkeersregelaar komen uitsluitend in aanmerking:

§ 2. Opleiding

Artikel 3
1.

De opleiding tot verkeersregelaar, met uitzondering van de categorie evenementenverkeersregelaars, bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. Beide onderdelen worden afgesloten met een examen, met dien verstande dat het praktijkexamen voor verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken plaatsvindt nadat het theorie-examen met goed gevolg is afgelegd.

2.

Het praktijkexamen wordt afgenomen in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de politie.

3.

Bij het praktijkexamen wordt de geschiktheid van de kandidaat om als verkeersregelaar als bedoeld in het eerste lid op te treden, beoordeeld aan de hand van de in bijlage 1 opgenomen criteria.

4.

De kandidaat die is geslaagd voor het examen voor een van de onderdelen bedoeld in het eerste lid moet binnen zes maanden het andere onderdeel behalen.

5.

De evenementenverkeersregelaar volgt de e-instructie van de politie.

Artikel 4
1.

Een getuigschrift wordt afgegeven nadat alle vereiste examens met goed gevolg zijn afgelegd.

2.

Op het getuigschrift worden in ieder geval opgenomen: naam, voorletters, geboortedatum en adres van de betrokkene, de datum van afgifte van het getuigschrift en de naam van de afgevende instantie. Het getuigschrift dient door de in artikel 3, tweede lid, bedoelde vertegenwoordiger te zijn voorzien van een waarmerk.

§ 3. Aanstelling transportbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende werkzaamheden

Artikel 5
1.

Voor de aanstelling als transportbegeleider komen slechts in aanmerking personen die:

2.

De in het eerste lid, onder c, bedoelde proeve van bekwaamheid wordt overeenkomstig artikel 3, tweede en derde lid, afgelegd bij een opleidingsinstituut in Nederland. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

3.

De in het eerste lid, onder c, bedoelde aanpassingsstage wordt begeleid door een gekwalificeerde transportbegeleider. Na afloop van de aanpassingsstage legt de transportbegeleider onder wiens verantwoordelijkheid de stage is doorlopen de verklaring bedoeld in het eerste lid, onder c, af. Deze verklaring bevat naast een beschrijving van de inhoud van de aanpassingsstage een oordeel omtrent de wijze waarop de aanpassingsstage is vervuld aan de hand van de in bijlage 1 opgenomen criteria.

4.

De migrerende beroepsbeoefenaar mag meerdere aanpassingsstages volgen.

Artikel 6
1.

Voor de aanstelling als verkeersregelaar met in het kader van het beroep verkeersregelende taken komen slechts in aanmerking personen die:

2.

Verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken die in aanmerking komen voor een aanstelling ingevolge artikel 56, eerste lid, onder a, van het BABW, dienen in afwijking van het eerste lid, onder c, in het bezit te zijn van een verklaring van de werkgever waaruit blijkt dat deze betrokkene in het kader van diens beroep frequent in meerdere niet-aangrenzende gemeenten en niet uitsluitend in één provincie wenst in te zetten als verkeersregelaar. Deze verklaring is niet vereist voor de aanstelling van personen die als weginspecteur in dienst zijn van Rijkswaterstaat.

3.

De in het eerste lid, onder b, bedoelde proeve van bekwaamheid wordt overeenkomstig artikel 3, tweede en derde lid, afgelegd bij een opleidingsinstituut in Nederland. Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing.

4.

De in het eerste lid, onder b, bedoelde aanpassingsstage wordt begeleid door een gekwalificeerde verkeersregelaar. Na afloop van de aanpassingsstage legt de verkeersregelaar onder wiens verantwoordelijkheid de stage is doorlopen de verklaring bedoeld in het eerste lid, onder b, af. Deze verklaring bevat naast een beschrijving van de inhoud van de aanpassingsstage en een oordeel omtrent de wijze waarop de aanpassingsstage is vervuld aan de hand van de in bijlage 1 opgenomen criteria.

5.

De migrerende beroepsbeoefenaar mag meerdere aanpassingsstages volgen.

Artikel 7
1.

De aanstelling van transportbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken geschiedt voor een periode van vijf jaren en wordt vastgelegd in een aanstellingsbesluit. Bij de aanstelling kan een beperking in de uitoefening van de bevoegdheid worden opgelegd.

2.

In het besluit, bedoeld in het eerste lid, worden tenminste de volgende gegevens opgenomen: naam, voorletters, geboortedatum en adres van de betrokkene, de einddatum van de aanstelling, de naam van de afgevende instantie, het afgiftenummer en de eventuele beperkingen in de uitoefening van de bevoegdheid.

3.

Transportbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken ontvangen tevens een aanstellingspas, die zij tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden bij zich dragen. Deze pas is vervaardigd van duurzaam en vochtbestendig materiaal. Op deze pas worden tenminste de volgende gegevens opgenomen: een pasfoto, de naam, de voorletters en de geboortedatum van de betrokkene, de einddatum van de aanstelling, de naam van de afgevende instantie, het afgiftenummer van het aanstellingsbesluit, de eventuele beperkingen in de uitoefening van de bevoegdheid, alsmede de bedrijfsnaam van de werkgever.

Artikel 8
1.

De aanstelling van transportbegeleiders en verkeersregelaars met in het kader van hun beroep verkeersregelende taken kan telkens voor een periode van vijf jaren worden verlengd, met dien verstande dat:

2.

De in het eerste lid bedoelde verkeersregelaars zijn tevens in het bezit van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op de dag van de aanvraag niet ouder is dan twee maanden.

3.

De in het eerste lid, onder b, en in het tweede lid bedoelde verklaringen zijn niet vereist voor de verlenging van de aanstelling van verkeersregelaars die als weginspecteur in dienst zijn van Rijkswaterstaat.

4.

De aanvraag tot verlenging wordt uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de geldigheid van de eerder afgegeven aanstelling ingediend.

§ 4. Aanstelling evenementenverkeersregelaars

Artikel 9
1.

Voor de aanstelling tot evenementenverkeersregelaar komen uitsluitend in aanmerking personen die de leeftijd van 16 jaren hebben bereikt.

2.

Voor de aanstelling tot evenementenverkeersregelaar komen uitsluitend in aanmerking personen die de e-instructie van de politie niet langer dan twaalf maanden vóór de dag van de aanstelling aantoonbaar hebben gevolgd.

Artikel 10
1.

In het aanstellingsbesluit worden ten minste de volgende gegevens van de evenementenverkeersregelaar opgenomen:

2.

De aanstellingsperiode bedraagt maximaal twaalf maanden en moet in haar geheel binnen de geldigheidsperiode van de e-instructie, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, liggen.

3.

De in het eerste lid genoemde gegevens worden, samen met het bewijs dat de e-instructie is gevolgd, opgenomen in een centrale database. Deze gegevens blijven in de database opgenomen in ieder geval gedurende de periode tussen de aanstelling en het einde van het evenement.

4.

Tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden toont de evenementenverkeersregelaar op eerste vordering een geldig identiteitsbewijs aan het voor het evenement bevoegde gezag of de toezichthouder.

Artikel 11

Het bevoegde gezag draagt er zoveel mogelijk zorg voor dat de politie niet later dan acht weken voor de aanvang van een voorgenomen evenement op de hoogte is van het evenement, en dat de politie de lijst van evenementenverkeersregelaars voor elk evenement tijdig ontvangt.

Artikel 12
1.

Evenementenverkeersregelaars dienen voor elke inzet de specifiek daarop toegesneden instructie te hebben gevolgd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.