Besluit van 6 februari 2009, houdende de vaststelling van regels met betrekking tot militaire luchthavens (Besluit militaire luchthavens)
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 21 april 2008, nr. C/2008009692, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 10.12, eerste en tweede lid, 10.13, tweede en vierde lid, 10.19, 10.27, vijfde lid, en 10.39, vijfde lid, van de Wet luchtvaart;
De Raad van State gehoord (advies van 29 mei 2008, no. W07.08.0143/II);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 2 februari 2009, nr. C/2009001479, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- ander geluidsgevoelig gebouw: gebouw met een onderwijsfunctie of gezondheidszorgfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- gebouw: gebouw als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet;
- geluidscontour: de lijn die punten verbindt waar de geluidsbelasting een gelijke waarde heeft;
- geluidszone: dat deel van het in artikel 10.17, eerste lid, van de wet bedoelde beperkingengebied, dat voortvloeit uit de in artikel 10.17, tweede lid, van de wet bedoelde grenswaarde voor de geluidsbelasting;
- grenswaarde voor de geluidsbelasting: grenswaarde voor de geluidsbelasting als bedoeld in artikel 10.12, tweede lid, van de wet;
- helihaven: luchthaven die permanent is ingericht en uitgerust voor het uitsluitend gebruik door helikopters;
- ligplaats: plaats in het water, bestemd of aangewezen om door een woonschip bij verblijf te worden ingenomen;
- obstakelbeheergebied: dat deel van het in artikel 10.17, eerste lid, van de wet bedoelde beperkingengebied, dat voortvloeit uit de in artikel 10.17, derde lid, onder b, van de wet bedoelde regels voor de maximale hoogte van objecten;
- Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
- omgevingsvergunning voor het bouwen: vergunning als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit;
- reguliere openstellingstijden: openstellingstijden van de militaire luchthaven zoals vastgelegd in het luchthavenbesluit of de luchthavenregeling;
- standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;
- tijdstip van vaststelling van de geluidszone: tijdstip waarop door Onze Minister voor de betrokken militaire luchthaven de geluidszone op grond van artikel 25a van de Luchtvaartwet is vastgesteld dan wel de geluidszone als onderdeel van het beperkingengebied op grond van artikel 10.17 van de wet is vastgesteld;
- VFR-vlucht: VFR-vlucht als bedoeld in artikel 1 van het Besluit luchtverkeer 2014;
- wet: Wet luchtvaart.
Voor de toepassing van het begrip «ligplaats» wordt onder woonschip verstaan een schip dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd of bestemd is voor bewoning.
Een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geen woning als bedoeld in dit besluit.
Artikel 2
Titel 10.3 van de wet is van toepassing op de volgende militaire luchthavens:
- a. Deelen, Eindhoven, Gilze-Rijen, De Kooy, Leeuwarden, De Peel, Volkel en Woensdrecht;
- b. andere, bij ministeriële regeling aangewezen, luchthavens dan in onderdeel a bedoeld, waarvan meer dan 12 maal per jaar gebruik wordt gemaakt.
Voor de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde luchthavens is vaststelling van een luchthavenbesluit vereist.
Hoofdstuk 2. Geluidsbelasting als gevolg van militaire luchthavens
§ 2.1. Geluidsbelasting in Kosteneenheden
Artikel 3
De geluidsbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 10.12, tweede lid, van de wet, wordt uitgedrukt in Kosteneenheden.
De geluidsbelasting in Kosteneenheden, bedoeld in het eerste lid, op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke op een luchthaven landende en opstijgende luchtvaartuigen met een toegelaten totaalmassa van ten minste 6000 kg dan wel minder dan 6000 kg maar meer dan 390 kg, voor zover dit vaste-vleugelvliegtuigen met straalaandrijving en helikopters betreft, dan wel deze luchtvaartuigen gebruik maken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, wordt vastgesteld volgens de formule:
geluidsbelasting = 20xlog(Σ nx10L/15)-157, waarin het teken «Σ » staat voor de optelling van de bijdragen van alle luchtvaartuigen die ter plaatse voorbij vliegen in een periode van een jaar en waarin het teken «n» staat voor een factor gelijk aan 1 gedurende de periode van 8.00 tot 18.00 uur en voor de verdere tijdsperiode volgens onderstaande tabel:
| n | Tijdsperiode (lokale tijd) | Tijdsperiode (lokale tijd) |
|---|---|---|
| van | tot | |
| 10 | 0 | 6 uur |
| 8 | 6 | 7 uur |
| 4 | 7 | 8 uur |
| 1 | 8 | 18 uur |
| 2 | 18 | 19 uur |
| 3 | 19 | 20 uur |
| 4 | 20 | 21 uur |
| 6 | 21 | 22 uur |
| 8 | 22 | 23 uur |
| 10 | 23 | 24 uur |
en waarin het teken «L» staat voor het maximaal geluidsniveau in dB(A) dat voor een passerend luchtvaartuig ter plaatse in de buitenlucht wordt of kan worden gemeten.
§ 2.2. De maximaal toelaatbare geluidsbelasting buiten de geluidszone
Artikel 4
Voor de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, genoemde luchthavens is de grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting buiten de geluidszone 35 Kosteneenheden.
§ 2.3. De maximaal toelaatbare geluidsbelasting binnen de geluidszone
§ 2.3.1. Nieuwbouw
Artikel 5
De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen nog niet aanwezig zijn en waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, is 35 Kosteneenheden.
De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van standplaatsen en ligplaatsen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen nog niet aanwezig zijn, is 35 Kosteneenheden.
Artikel 6
In afwijking van artikel 5, eerste lid, is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in dat artikel 45 Kosteneenheden:
- 1°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing opvullen;
- 2°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen;
- 3°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die binnen het desbetreffende gebied worden verplaatst naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de functie wordt onttrokken; of
- 4°. voor woningen die ter plaatse dringend noodzakelijk zijn om redenen van locatie- of bedrijfsgebondenheid.
Artikel 7
In afwijking van artikel 5, eerste lid, is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in dat artikel 65 Kosteneenheden:
- 1°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing binnen de bebouwde kom opvullen;
- 2°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die zullen dienen ter vervanging van op die plaats reeds binnen de bebouwde kom aanwezige bebouwing, niet zijnde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen;
- 3°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die binnen de bebouwde kom worden verplaatst naar een locatie waar de geluidsbelasting ten gevolge van het luchthavenluchtverkeer minder is, met dien verstande dat aan de oude woning of het andere geluidsgevoelige gebouw de functie wordt onttrokken;
- 4°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen, indien vaststaat dat de geluidsbelasting ter plaatse binnen een termijn van twee jaren zal afnemen tot 35 Kosteneenheden of minder; of
- 5°. voor woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen die woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen of standplaatsen vervangen die reeds aanwezig zijn.
§ 2.3.2. Bestaande situaties
§ 2.3.2.1. Bestaande woningen
Artikel 8
40 Kosteneenheden is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een woning die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is of nog niet aanwezig is maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend.
Artikel 9
In afwijking van artikel 8 is 65 Kosteneenheden de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een woning als bedoeld in dat artikel indien:
- a. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, ten minste gelijk is aan de in die regeling aangegeven waarden;
- b. de woning gebouwd is krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren niet zodanig hoger is dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder a bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder a bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van paragraaf 4.3.1 of artikel 5.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- c. door Onze Minister een aanbod wordt gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder a bedoelde waarden, of
- d. door de eigenaar of bewoner geen toestemming wordt gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder a bedoelde regeling.
§ 2.3.2.2. Bestaande andere geluidsgevoelige gebouwen
Artikel 10
35 Kosteneenheden is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een ander geluidsgevoelig gebouw dat op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is of nog niet aanwezig is maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend.
Artikel 11
In afwijking van artikel 10 is 65 Kosteneenheden de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een ander geluidsgevoelig gebouw als bedoeld in dat artikel indien:
- a. de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidsgevoelige ruimten, bedoeld in de in artikel 10.24 j° 8.32 van de Wet luchtvaart bedoelde regeling, ten minste gelijk is aan de in die regeling aangegeven waarden;
- b. het andere geluidsgevoelige gebouw gebouwd is krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor de aanvraag bij burgemeester en wethouders is ingediend na 14 februari 1983, en de geluidsbelasting in Kosteneenheden volgens de geluidscontouren niet zodanig hoger is dan de geluidsbelasting in Kosteneenheden op de datum waarop de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, dat krachtens de onder a bedoelde regeling een zwaardere eis aan de onder a bedoelde geluidwering zou gelden dan de eis die op de laatstbedoelde datum gold bij toepassing van artikel 8 van het Besluit geluidwering gebouwen, dan wel van paragraaf 4.3.1 of artikel 5.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- c. door Onze Minister een aanbod wordt gedaan voor het treffen van zodanige geluidwerende voorzieningen dat voldaan wordt aan de onder a bedoelde waarden; of
- d. door de eigenaar geen toestemming wordt gegeven voor het uitvoeren van een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek als bedoeld in de onder a bedoelde regeling.
§ 2.3.2.3. Bestaande standplaatsen en ligplaatsen
Artikel 12
De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een standplaats die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is, is 40 Kosteneenheden.
Artikel 13
De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een ligplaats die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is, is 40 Kosteneenheden.
§ 2.3.2.4. Blijfrecht
Artikel 14
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.