Besluit van 6 februari 2009, houdende de vaststelling van regels met betrekking tot militaire luchthavens (Besluit militaire luchthavens)

Type AMvB
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 21 april 2008, nr. C/2008009692, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de artikelen 10.12, eerste en tweede lid, 10.13, tweede en vierde lid, 10.19, 10.27, vijfde lid, en 10.39, vijfde lid, van de Wet luchtvaart;

De Raad van State gehoord (advies van 29 mei 2008, no. W07.08.0143/II);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 2 februari 2009, nr. C/2009001479, Directie Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van het begrip «ligplaats» wordt onder woonschip verstaan een schip dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd of bestemd is voor bewoning.

3.

Een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geen woning als bedoeld in dit besluit.

Artikel 2
1.

Titel 10.3 van de wet is van toepassing op de volgende militaire luchthavens:

2.

Voor de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde luchthavens is vaststelling van een luchthavenbesluit vereist.

Hoofdstuk 2. Geluidsbelasting als gevolg van militaire luchthavens

§ 2.1. Geluidsbelasting in Kosteneenheden

Artikel 3
1.

De geluidsbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 10.12, tweede lid, van de wet, wordt uitgedrukt in Kosteneenheden.

2.

De geluidsbelasting in Kosteneenheden, bedoeld in het eerste lid, op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke op een luchthaven landende en opstijgende luchtvaartuigen met een toegelaten totaalmassa van ten minste 6000 kg dan wel minder dan 6000 kg maar meer dan 390 kg, voor zover dit vaste-vleugelvliegtuigen met straalaandrijving en helikopters betreft, dan wel deze luchtvaartuigen gebruik maken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, dan wel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, wordt vastgesteld volgens de formule:

geluidsbelasting = 20xlog(Σ nx10L/15)-157, waarin het teken «Σ » staat voor de optelling van de bijdragen van alle luchtvaartuigen die ter plaatse voorbij vliegen in een periode van een jaar en waarin het teken «n» staat voor een factor gelijk aan 1 gedurende de periode van 8.00 tot 18.00 uur en voor de verdere tijdsperiode volgens onderstaande tabel:

n Tijdsperiode (lokale tijd) Tijdsperiode (lokale tijd)
van tot
10 0 6 uur
8 6 7 uur
4 7 8 uur
1 8 18 uur
2 18 19 uur
3 19 20 uur
4 20 21 uur
6 21 22 uur
8 22 23 uur
10 23 24 uur

en waarin het teken «L» staat voor het maximaal geluidsniveau in dB(A) dat voor een passerend luchtvaartuig ter plaatse in de buitenlucht wordt of kan worden gemeten.

§ 2.2. De maximaal toelaatbare geluidsbelasting buiten de geluidszone

Artikel 4

Voor de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, genoemde luchthavens is de grenswaarde voor de maximaal toelaatbare geluidsbelasting buiten de geluidszone 35 Kosteneenheden.

§ 2.3. De maximaal toelaatbare geluidsbelasting binnen de geluidszone

§ 2.3.1. Nieuwbouw

Artikel 5
1.

De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen nog niet aanwezig zijn en waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, is 35 Kosteneenheden.

2.

De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van standplaatsen en ligplaatsen die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen nog niet aanwezig zijn, is 35 Kosteneenheden.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5, eerste lid, is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in dat artikel 45 Kosteneenheden:

Artikel 7

In afwijking van artikel 5, eerste lid, is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in dat artikel 65 Kosteneenheden:

§ 2.3.2. Bestaande situaties

§ 2.3.2.1. Bestaande woningen

Artikel 8

40 Kosteneenheden is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een woning die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is of nog niet aanwezig is maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend.

Artikel 9

In afwijking van artikel 8 is 65 Kosteneenheden de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een woning als bedoeld in dat artikel indien:

§ 2.3.2.2. Bestaande andere geluidsgevoelige gebouwen

Artikel 10

35 Kosteneenheden is de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een ander geluidsgevoelig gebouw dat op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is of nog niet aanwezig is maar waarvoor de omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend.

Artikel 11

In afwijking van artikel 10 is 65 Kosteneenheden de maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een ander geluidsgevoelig gebouw als bedoeld in dat artikel indien:

§ 2.3.2.3. Bestaande standplaatsen en ligplaatsen

Artikel 12

De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een standplaats die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is, is 40 Kosteneenheden.

Artikel 13

De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van een ligplaats die op het tijdstip van vaststelling van de geluidszone daarbinnen reeds aanwezig is, is 40 Kosteneenheden.

§ 2.3.2.4. Blijfrecht

Artikel 14

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.