Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie
B 6343
# Tapijttegels van ten minste 80% gerecycled materiaal
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.
De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van de tapijttegels komen niet in aanmerking.
A 6344
Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels
Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond. Onder productie-uitval wordt een eindproduct verstaan dat niet aan de kwaliteitseisen van de producent voldoet en daarom als niet verkoopbaar wordt gezien.
Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels
F 6405
Draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking
C 6410
# Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Uitsluitend de aanschaf van de zonnepanelen kan worden gemeld voor willekeurige afschrijving milieu-investeringen, overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie zoals de omvormer, optimizers, montagerails en andere bevestigingsmaterialen komen niet in aanmerking.
Zonnepanelen op landbouwgrond of in natuurgebieden komen niet in aanmerking. Onder landbouwgrond wordt verstaan: landbouwareaal dat valt onder artikel 4, lid 1, onder e, van Verordening 1307/2013.
Onder natuurgebied wordt in deze regeling verstaan: gebied dat is aangewezen op grond van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 1979, L 103), Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU, L 206), artikel 1.1. van de natuurbeschermingswet; gebieden vallend onder de Regeling aanwijzing nationale parken en gebieden aangewezen in het Natuurnetwerk Nederland.
Zie bedrijfsmiddel 251102 van de energie-investeringsaftrek voor PV-installaties met een piekvermogen van ten minste 15 kW en een doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80 A.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.1. Biobased economy
1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)
1.4. Recycling (recycle)
1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen
2. Voedselvoorziening en landbouwproductie
2.1. Glastuinbouw
2.2. Veehouderij
3.3. Scheepvaart
2.4. Aquacultuur
3.1. Wegvervoer
3.3. Scheepvaart
3.4. Mobiele werktuigen
3.5. Spoorvervoer
3.6. Luchtvervoer
3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen
4. Klimaat en lucht
4.2. Overige broeikasgassen
4.4. Fijn stof
4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)
4.6. Overige luchtverontreiniging
5. Ruimtegebruik
5.1. Ecosystemen en biodiversiteit
5.2. Kwaliteit van bodem en water
5.3. Leefomgeving
5.4. Externe veiligheid
6. Gebouwde omgeving
6.1. Duurzame gebouwen
6.2. Materiaalgebruik
6.3. Interieur en inrichting
6.4. Installaties en civiele voorzieningen
F 6446
Decentrale sanitatie-installatie
Een investering in een decentrale sanitatie-installatie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6446 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Decentrale sanitatie-installatie
Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
F 1100
Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen (zoals gras), biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing is. De teelt van biomassa komt onder F 1100 niet in aanmerking. Onder voedingsmiddelen worden zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.
Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.
F 1101
Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie op basis van biomassa, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. De teelt van biomassa komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan. Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden.
Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.
F 1106
Productiesysteem met micro-organismen
Toelichting: Voorbeelden van hoogwaardige grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.
F 1200
# Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur
Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren zal aangetoond moeten kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet. Voorbeelden van apparatuur voor vermindering van het verbruik van grondstoffen zijn investeringen in kringloopsluiting, afvalpreventie, het verwaarden van reststromen en procesintensificatie (zoals micro- en spinning disc reactoren).
Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.
A 1201
Grondstofbesparende productieapparatuur
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.
B 1202
Grondstofbesparende industriële apparatuur
F 1203
Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie
Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.
A 1204
Productieapparatuur voor duurzamere producten
Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.
B 1205
*** Productieapparatuur voor productie met milieuvriendelijkere grondstoffen (aanpassen bestaande situatie)**
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het in een productieproces vervangen van een grondstof met een hoge milieu-impact, zoals een toxische grondstof, door een grondstof met een lagere milieu-impact. De aanpassingen aan productieapparatuur en overige voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervanging van de grondstof komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking. Het aantonen dat een grondstof milieuvriendelijker is kan bijvoorbeeld met de MKI of LCA van de vervangen en vervangende grondstof.
Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1101 voor het toepassen van biomassagrondstoffen. Zie bedrijfsmiddel A 1500 voor het toepassen van gerecyclede grondstoffen. Zie bedrijfsmiddel F 1700 voor het vervangen van ZZS, nanodeeltjes of microplastics. Zie de bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200 en F 4201 voor het voorkomen van emissies tijdens productieprocessen.
F 1211
3D-printer voor duurzamer produceren
Toelichting: Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt dat om vast te stellen of een investering in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, wordt verzocht een referentie-investering op te geven. De referentie-investering betreft de investering in een bedrijfsmiddel dat in een gangbare praktijk wordt gebruikt voor de betreffende toepassing, in dit geval de productie van vergelijkbare producten of onderdelen. Wanneer het bijvoorbeeld gangbaar is om vergelijkbare producten te produceren met een frees- of spuitgietmachine, dan is dit de referentie-investering de aanschaf van een dergelijke machine. De steun die kan worden verleend is gebaseerd op de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief. Wanneer het produceren van dezelfde producten met een andere techniek dan een 3D-printer geen reëel alternatief is, komt de investering in een 3D-printer niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 1301
Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling
Toelichting: Onder bedrijfsmiddel F 1301 kan bijvoorbeeld apparatuur worden gemeld die gebruikt wordt om geautomatiseerd onderdelen van elektronische apparatuur (mobiele telefoons), vangrails of zonnepanelen te demonteren en voor te bereiden voor recycling of hergebruik in nieuwe producten.
A 1340
Waterbesparende voorziening of installatie
F 1400
# Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur
Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet.
Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.
Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.
Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.
A 1401
Recyclingapparatuur
Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.
Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) komen in aanmerking.
Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.
B 1405
Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.
F 1406
Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld de terugwinning van fosfaat of witte fosfor (P₄) uit afvalwater, urine, plantaardige reststromen, afvalwaterslib en assen van afvalwaterslibverbranding afkomstig van communale of industriële biologische waterzuiveringsinstallaties.
Zie bedrijfsmiddel A 2650 voor het terugwinnen van fosfaten of witte fosfor uit mest.
F 1409
# Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen
Toelichting: Voorbeelden van chemische verwerking zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, Solvent-based Purification (SBP), en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie tot grondstof afkomstig uit de chemische verwerking, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.
Onder mechanische recycling wordt een proces verstaan waarbij afvalstoffen tot grondstof worden verwerkt door bijvoorbeeld sorteren, verkleinen (malen of versnipperen), wassen, agglomereren en extruderen, waarbij het afval dat redelijkerwijs geschikt gemaakt kan worden voor recycling daadwerkelijk wordt afgescheiden en gerecycled en een zo klein mogelijk residu wordt verbrand.
Onder afvalstoffen waarvoor mechanische recycling niet mogelijk is en welke redelijkerwijs ook niet geschikt te maken zijn voor mechanische recycling worden afvalstoffen verstaan waarvoor recycling, gezien de aard of samenstelling, technisch niet mogelijk is of waarvoor de recycling zo duur is dat de kosten voor afgifte van deze partijen aan de poort van de verwerker door de ontdoener meer zouden bedragen dan € 205 per ton. Hiermee is mechanische recycling, uit zakelijk oogpunt, geen geloofwaardig alternatief.
Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor een depolymerisatie-installatie voor polyesterafval.
B 1445
Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater
F 1490
Recyclinginstallatie voor luiers
A 1500
Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen
F 1561
Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval
A 1600
# Scheidingsapparatuur voor afval
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld inductiescheiding, visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, XRF-technologie of apparatuur voor het detecteren van batterijen in afvalstromen.
Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.
F 1700
Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend.
Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.
Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.
Zodra het toepassen van microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging bij wet verboden is, komen investeringen in aanpassing van productieapparatuur voor het vervangen van microplastics niet meer in aanmerking.
Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.
F 2605
Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen
F 2715
# Apparatuur voor de winning van eiwit
A 4000
# Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie
Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet.
F 4002
*** Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)**
Toelichting: Onder een nageschakelde emissiereducerende techniek wordt een techniek verstaan waarbij sprake is van het filteren, scheiden, afvangen, binden of opnemen van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen. Bestaande nageschakelde technieken zouden ten gevolge van het aanpassen of vervangen van het productieproces, deels of volledig kunnen komen te vervallen.
Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Voorbeelden van technieken zijn het gebruik van andere grondstoffen of een gewijzigde routing, productie- of bewerkingsmethode
waardoor schadelijke emissies worden voorkomen. Naast het beperken van luchtemissies kan de beperking van emissie naar bodem of water worden gestimuleerd als deze onderdeel zijn van deze investering.
Zie bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200, F 4201 voor het reduceren van broeikasgassen.
Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen zoals bedoeld in milieuwet en -regelgeving. Hiermee wordt ook fijnstof bedoeld. Zie bijvoorbeeld stoffen genoemd in de bijlagen 12-14 van het Activiteiten Regeling of zie lijsten op echa.Europa.eu/nl/information-on-chemicals.
Let op: Investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voor maatregelen die primair zijn getroffen voor een beter binnenmilieu (in de bedrijfsruimte waar personeel werkt) kunnen arboverplichtingen gelden.
F 4100
# Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 4101
# Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing
Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen, met uitzondering van toepassingen in de tuinbouw, zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.
F 4102
# Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing
Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.
Zie bedrijfsmiddel 221005 van de energie-investeringsaftrek voor een transportleiding voor het leveren van gasvormig CO2 aan glastuinbouwbedrijven.
F 4103
Apparatuur voor het binden van CO2
Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.
F 4111
# Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie
Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.
Zie bedrijfsmiddelcode 270403 van de energie-investeringsaftrek voor productie van waterstof als brandstof.
F 4200
# Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 4201
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.1. Biobased economy
1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)
1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)
1.4. Recycling (recycle)
1.6. Betere afvalscheiding (recycle)
2.1. Glastuinbouw
2.2. Veehouderij
2.4. Aquacultuur
2.5. Visserij
2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten
2.7. Eiwittransitie
3. Mobiliteit
3.3. Scheepvaart
5.2. Kwaliteit van bodem en water
3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen
4. Klimaat en lucht
4.1. Co2-uitstoot
4.2. Overige broeikasgassen
4.3. Zure depositie
4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)
4.6. Overige luchtverontreiniging
5.1. Ecosystemen en biodiversiteit
5.2. Kwaliteit van bodem en water
5.3. Leefomgeving
5.4. Externe veiligheid
6. Gebouwde omgeving
6.1. Duurzame gebouwen
6.2. Materiaalgebruik
6.3. Interieur en inrichting
6.4. Installaties en civiele voorzieningen
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
# Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen
Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF₃, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen. Voorbeelden van broeikasgassen zijn HFK’s en PFK’s, SF6 en NF₃.
Zie de bedrijfsmiddelen D 4208, F 4209 en A 4210 voor het vervangen van SF6 in schakelsystemen en bedrijfsmiddel F 5410 voor detectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen.
Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).
F 4305
# NOx-emissie reducerende techniek
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR).
F 4420
Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering
Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Bedrijfsmiddelen die de stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering kunnen beperken zijn bijvoorbeeld twee parallel geschakelde stoffilters waarbij in geval van uitval van één van de twee filters toch sprake is van ontstoffing.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)
1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)
1.4. Recycling (recycle)
1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)
2. Voedselvoorziening en landbouwproductie
2.1. Glastuinbouw
2.2. Veehouderij
2.3. Landbouwapparatuur
2.4. Aquacultuur
2.5. Visserij
4.4. Fijn stof
3.1. Wegvervoer
3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
3.3. Scheepvaart
3.6. Luchtvervoer
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
4.1. Co2-uitstoot
4.3. Zure depositie
5.1. Ecosystemen en biodiversiteit
5.4. Externe veiligheid
6. Gebouwde omgeving
6.3. Interieur en inrichting
6.4. Installaties en civiele voorzieningen
Paragraaf 2b Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)
1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)
1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)
1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen
2.1. Glastuinbouw
2.3. Landbouwapparatuur
2.4. Aquacultuur
2.5. Visserij
2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten
2.7. Eiwittransitie
2.8. Klimaatadaptatie in het landelijk gebied
3. Mobiliteit
3.1. Wegvervoer
3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
3.4. Mobiele werktuigen
3.6. Luchtvervoer
4. Klimaat en lucht
4.1. Co2-uitstoot
4.3. Zure depositie
4.4. Fijn stof
5. Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie
5.1. Bescherming of herstel van biodiversiteit
5.2. Duurzaam bouwen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)
1.4. Recycling (recycle)
1.5 Toepassen van recyclaat (recycle)
1.6. Betere afvalscheiding (recycle)
1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen
2. Voedselvoorziening en landbouwproductie
2.1. Glastuinbouw
2.3. Landbouwapparatuur
2.4. Aquacultuur
2.5. Visserij
2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten
2.7. Eiwittransitie
2.8. Klimaatadaptatie in het landelijk gebied
3. Mobiliteit
3.1. Wegvervoer
3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
3.3. Scheepvaart
3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen
4. Klimaat en lucht
4.1. Co2-uitstoot
4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)
5.1. Bescherming of herstel van biodiversiteit
5.3. Klimaatadaptatie in gebouwde omgeving
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)