Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Ministers van Economische Zaken en, voor zover het betreft artikel 2, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- Algemene Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
- bedrijfsmiddel met doelvoorschrift: bedrijfsmiddel waarbij alleen een bepaalde milieuprestatie wordt vereist en het middel niet specifiek wordt omschreven;
- gangbaar: wat voor vergelijkbare, financieel gezonde bedrijven in Nederland gebruikelijk is;
- kmo: kleine of middelgrote onderneming in de zin van bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening en Visserij Groepsvrijstellingsverordening;
- Landbouw Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);
- staatssteun: staatssteun, als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- Visserij Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 396);
- verordening (EU) nr. 508/2014: Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (Pb EU 2014, L 149).
Artikel 2. Milieu-investeringsaftrek
Als investeringen, behorend tot categorie I, II respectievelijk III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die voldoen aan de in artikel 1a, onderdelen a tot en met e, genoemde voorwaarden.
Artikel 3. Uitzondering
Investeringen in bedrijfsmiddelen opgenomen in de bijlage bij deze regeling, komen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving voor niet meer dan:
- a. € 50 miljoen per belastingplichtige per jaar voor bedrijfsmiddelen als bedoeld in de hoofdstukken 1, 3, 4 en 5;
- b. € 50 miljoen per bedrijfsmiddel voor bedrijfsmiddelen als bedoeld in de hoofdstukken 1, 3, 4 en 5, tenzij in de bijlage voor een bedrijfsmiddel een lager maximumbedrag is opgenomen;
- c. € 25 miljoen per belastingplichtige per jaar voor bedrijfsmiddelen als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 6;
- d. € 25 miljoen per bedrijfsmiddel voor bedrijfsmiddelen als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 6, tenzij in de bijlage voor een bedrijfsmiddel een lager maximumbedrag is opgenomen;
- e. € 50 miljoen per belastingplichtige per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.
Indien een belastingplichtige met betrekking tot een of meer voorgaande jaren reeds een beroep heeft gedaan op milieu-investeringsaftrek of willekeurige afschrijving voor een investering in hetzelfde bedrijfsmiddel, wordt het investeringsbedrag ter zake waarvan reeds een beroep is gedaan op milieu-investeringsaftrek of willekeurige afschrijving in mindering gebracht op het maximuminvesteringsbedrag voor dat bedrijfsmiddel, bedoeld in het eerste lid, of op het maximuminvesteringsbedrag voor dat bedrijfsmiddel dat is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2009.
Artikel 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009.
Bijlage. bij de artikelen 1 en 2
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2. Bedrijfsmiddelen
F 1000
A 0001
Een lijst van goedgekeurde hout- of bamboecertificatiesystemen is beschikbaar op de website tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Informatie over Keurhout is beschikbaar op de website keurhout.nl.
Toelichting: Dit is een zogenoemd generiek bedrijfsmiddel. Informatie over generieke bedrijfsmiddelen en de bijbehorende meerkostenberekening, bedoeld onder punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage, is te vinden op: www.rvo.nl/subsidies-regelingen/mia-en-vamil onder ‘Onderwerpen toegelicht’ en vervolgens ‘Generieke bedrijfsmiddelen’. Het advies luidt voorafgaand aan een melding de MIA\Vamil-helpdesk te bellen voor overleg. De voorwaarden waaronder een investering kan voldoen, worden desgewenst schriftelijk bevestigd.
Kringloopsluiting, levensduurverlenging, biobased en circulaire economie, recycling, hergebruik, afval(water)inzameling en -verwerking
F 1100
F 1100
Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1101
Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1105
Installatie voor het extraheren van neo-alginaten uit korrelslib
Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1101 voor het produceren van grondstoffen of producten uit neo-alginaten.
F 1106
Productiesysteem met micro-organismen
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1115
Productieapparatuur voor bio-asfalt
Toelichting: Alleen productieapparatuur die technisch noodzakelijk is om lignine als bindmiddel in asfalt te verwerken, zoals silo’s, leidingwerk en meet- en regeltechniek, komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel F 1115.
Zie bedrijfsmiddel D 6215 voor de aanschaf van bio-asfalt.
B 1122
Biologische ontvettingseenheid voor vaar- of voertuigonderdelen (aanpassen bestaande situatie)
F 1180
Gecertificeerde plastics op basis van biomassa in (onderdelen van) een product
Een investering in gecertificeerde plastics op basis van biomassa als onderdeel van een gebouwproject dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 1180 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Dit geldt niet voor gecertificeerde plastics op basis van biomassa die worden toegepast in het interieur.
Toelichting: Als sprake is van gecertificeerde plastics op basis van biomassa in onderdelen van een product, kunnen enkel deze onderdelen gemeld worden onder bedrijfsmiddel F 1180.
Meer over de Green Deal Groencertificaten en een lijst van erkende certificeringsschema’s vindt u op greendeal-groencertificaten.nl.
Dit bedrijfsmiddel betreft producten met kunststoffen op basis van biomassa. Voorbeelden hiervan zijn (onderdelen van) kantoormeubilair, pallets, kratten, boomverankering, regenwaterinfiltratie- of drainagesystemen, geotextiel en bouwmaterialen voor utiliteitsbouw zoals (riool)buizen en kozijnen. Latex is een voorbeeld van een gangbare natuurrubber.
Bamboecomposieten draglineschot
F 1200
Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
A 1201
Grondstofbesparende productieapparatuur
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
B 1202
Grondstofbesparende industriële apparatuur
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1203
Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
A 1204
Productieapparatuur voor duurzamere producten
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1208
Apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of gps trackers
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1661 voor afvalscheidingsinstallaties voor kunststoffen op basis van watermerken of gps trackers.
F 1210
Variabele verpakkingsmachine
F 1211
3D-printer voor duurzamer produceren
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1212
Reinigingsinstallatie op basis van laser of koolzuur- of ijskorrels
Toelichting: Laserreiniging kan bijvoorbeeld worden toegepast in de voedingsmiddelenindustrie en de grafische industrie voor rasterwalsen in drukpersen.
D 1215
Apparatuur voor rugpapiervrije etiketten
B 1220
Oxidatiereactor voor waterreiniging (aanpassen bestaande situatie)
B 1221
Chemicaliënvrije koelwaterbehandelingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)
F 1230
Apparatuur voor beheer van metaalbewerkingsvloeistoffen
B 1246
Milieuvriendelijke wasstraat voor textielreiniging
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 4570 voor textielreinigingssystemen met CO2 en bedrijfsmiddel E 4572 voor gesloten textielreinigingsmachines van de 6e generatie met halogeenvrije oplosmiddelen.
D 1249
Regenwaterinstallatie
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 5344 voor voorzieningen voor het bufferen van regenwater.
F 1260
Productieapparatuur voor goed recyclebare kunststof verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: De Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen kunt u vinden op kidv.nl/kidv-recyclecheck-vormvaste-kunststof-verpakkingen en kidv.nl/kidv-recyclecheck-flexibele-kunststof-verpakkingen.
A 1261
Productieapparatuur voor redelijk recyclebare kunststof verpakkingen (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: De Recyclecheck voor vormvaste of voor flexibele kunststofverpakkingen kunt u vinden op kidv.nl/kidv-recyclecheck-vormvaste-kunststof-verpakkingen en kidv.nl/kidv-recyclecheck-flexibele-kunststof-verpakkingen
F 1265
Herbruikbare vastzetters voor lading op rolcontainers
Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 25 per bedrijfsmiddel worden ten minste 100 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.
B 1281
Printsysteem voor ontinktbare watergedragen inkt
Toelichting: EPRC staat voor European Paper Recycling Council. INGEDE staat voor de International Association of the Deinking Industry.
Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.
Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.
A 1282
Inkt- of oliebesparend printsysteem
Toelichting: onder plaatmaterialen worden diverse stevige materialen verstaan, zoals aluminium, hout of honinggraatkarton
E 1286
Verfmengmachine met retournering van pigmentspoeling
Het bedrijfsmiddel komt voor 25% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek.
Productieapparatuur voor refurbishment of hergebruik
F 1300
Productieapparatuur voor refurbishen of hergebruik
F 1301
Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1305
Apparatuur of voorziening voor het opnieuw gebruiken van verpakkingen
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het opnieuw gebruiken van voedselverpakking van afhaalhoreca, of verpakkingen in winkels of van bezorgservices.
F 1306
Afvulmachine voor herbruikbare verpakkingen
F 1310
Herbruikbare uitvaartkist
Toelichting: Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.
F 1315
Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels
Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 500 per bedrijfsmiddel worden ten minste 5 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.
A 1340
Waterbesparende voorziening of installatie
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
A 1341
Ultrasoon reinigingssysteem
G 1345
Voorziening voor het benutten van afval- of proceswater van naburige ondernemingen
Toelichting: Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het leverende bedrijf had moeten maken voor het voldoen aan lozingsnormen.
Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur
F 1400
Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
A 1401
Recyclingapparatuur
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
B 1405
Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1406
Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1407
Terugwinningsapparatuur voor grondstoffen uit afgassen
F 1409
Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1411
Opwerkingsinstallatie voor AEC-bodemas
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft verdere opwerking van AEC-bodemas waaruit (ferro)metalen en te storten of verbranden residu al zijn afgescheiden. De AEC-bodemas moet worden opgewerkt tot een niet-vormgegeven bouwstof als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit, waaronder vrij toepasbare bouwstoffen worden verstaan welke zonder aanvullende maatregelen toepasbaar zijn voor bijvoorbeeld beton- of asfaltproducten.
Investeringen in het afscheiden van (ferro)metalen en residu of immobilisatie komen niet in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel.
F 1418
Recyclingapparatuur voor textiel
Toelichting: Onder textielafval wordt afval verstaan dat bestaat uit textielvezels, waaronder kleding, touw en autogordels.
F 1419
Recyclingapparatuur voor spuitbussen
B 1445
Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1461
Depolymerisatie-installatie voor polyesterafval
F 1490
Recyclinginstallatie voor luiers
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1561
A 1500
Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1561
Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
A 1562
Droger voor kunststofrecyclaat
F 1565
Verwerkingsinstallatie voor rubbergranulaat
Toelichting: Voorbeeld van deze producten zijn retentiepanelen.
F 1570
Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 80% recyclaat
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Anorganische (vaste) fractie grondstoffen zijn onder andere metalen en plastics.
A 1600
Scheidingsapparatuur voor afval
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
D 1601
Inzamelapparatuur of -voorziening voor meer of zuiverdere monostromen
F 1611
Near Infrared-afvalscheidingsinstallatie (NIR) voor zwarte afvalstoffen of biologisch afbreekbare plastics
F 1612
Afvalscheidingsinstallatie op basis van magnetische dichtheidsscheiding (MDS)
A 1613
Glasversnipperaar voor horecabedrijven
F 1615
Scheidingsinstallatie voor non-ferrometalen en roestvast staal (rvs) op basis van inductie
F 1621
Apparatuur voor detectie van (potentiële) ZZS
Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.
Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.
F 1661
Afvalscheidingsinstallatie op basis van watermerken of gps trackers
Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.
Zie bedrijfsmiddel F 1208 voor apparatuur voor het aanbrengen van watermerken of gps trackers.
Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.
F 1700
Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1704
Installatie voor het afbreken van microverontreinigingen in water
Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.
Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.
A 1705
Verwijderingsinstallatie voor microverontreinigingen in water
Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS-criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.
Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op de websites rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.
F 1706
Centrifugaal filter voor slijpsel kunststoflenzen
A 1725
Stofemissievrije denatureringsinstallatie voor asbesthoudend afval of asbesthoudende grond
A 1726
Thermische denatureringsinstallatie voor asbestcementproducten
F 1760
Apparatuur of voorzieningen voor het voorkomen van plastics in het milieu
Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500.
E 1790
Slimme afvalbak met persmechanisme
F 2112
Een producent van primaire landbouw-, visserij- of aquacultuurproducten komt alleen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen in aanmerking indien het een kmo is (zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage)
Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur
Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.
B 2111
Kas voor biologische teelt
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Investeringen in een kas voor biologische teelt kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2111 worden gemeld.
Toelichting: Informatie over het biocertificaat is beschikbaar op skal.nl.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
F 2112
Groen Label Kas voor biologische teelt
De investering in de Groen Label Kas voor biologische teelt komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 3.500.000:
Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.
Toelichting: Informatie over het biocertificaat is beschikbaar op skal.nl.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
A 2113
Groen Label Kas
De investering in de Groen Label Kas komt ten hoogste voor het volgende bedrag per vierkante meter gecertificeerd teeltoppervlak in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:
Investeringen in een Groen Label Kas kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen F 2112 en A 2113 worden gemeld.
Toelichting: Het Certificatieschema Groen Label Kas 15 (GLK15) is beschikbaar op groenlabelkas.nl.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
A 2130
Mechanische of (micro)biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten in een tuinbouwkas
Een investering in mechanische of biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2130 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
D 2131
Luisdicht insectengaas met vochtafvoer (aanpassen bestaande situatie)
Een investering in luisdicht insectengaas met vochtafvoer als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel D 2131 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
A 2135
Installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid in de glastuinbouw
Een investering in een installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2135 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2140
Ondergrondse waterberging
Een investering in een ondergrondse waterberging als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2140 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Onder bedekte teelt wordt ook glastuinbouw verstaan.
F 2141
Waterberging onder de kas
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Een investering in een waterberging onder een kas als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2141 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
A 2142
Apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als gietwater in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)
Een investering in apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2142 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2143
Systeem voor individuele meting van nutriënten
Een investering in een systeem voor individuele meting van nutriënten als onderdeel van een Groen Label Kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2143 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
A 2145
Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)
Een investering in een installatie voor het ontzouten van drain(age)water als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2145 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2146
Voorzieningen voor nullozing in de glastuinbouw (aanpassen bestaande situatie)
Een investering in een voorziening voor nullozing als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2146 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Informatie over nullozing is beschikbaar op glastuinbouwwaterproof.nl.
F 2150
Apparatuur voor het opwerken van plantenresten tot grondstof
Informatie over het Besluit dierlijke producten is beschikbaar op skal.nl.
B 2200
Proefstal
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Investeringen in een proefstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2200 worden gemeld.
Toelichting: Meer informatie over de proefstalregeling is beschikbaar op https://rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mest/innovatieve-veehouderij/regeling-ammoniak-veehouderij.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2201
Stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met ammoniakemissiereductie
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Investeringen in een stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met vermindering van de ammoniakemissie kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2201 worden gemeld.
Toelichting: De gehele stal moet zijn voorzien van één of meerdere ammoniakemissiearme huisvestingsystemen als bedoeld in de Regeling ammoniak en veehouderij. Een stal voorzien van meerdere huisvestingssystemen waarvan een huisvestingssysteem is aangemerkt als een ‘overig huisvestingssysteem’ komt niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Informatie over het Besluit dierlijke producten is beschikbaar op skal.nl.
In bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn geen huisvestingsystemen opgenomen voor biologisch gehouden varkens, waardoor een biologische varkensstal niet voldoet aan de eisen gesteld in bedrijfsmiddel B 2201.
Onder melkvee wordt verstaan: al het vee dat wordt gehouden voor de productie van melk.
Zie bedrijfsmiddel B 2200 voor een proefstal, bijvoorbeeld een biologische varkensstal waarvoor een bijzondere emissiefactor als bedoeld in artikel 3 van de Regeling ammoniak en veehouderij is vastgesteld.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2202
Klimaat- en dierenmonitoringssysteem
A 2204
Formalinevrij bad voor de desinfectie van klauwen van vee
A 2205
Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser
F 2206
Apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen (aanpassen bestaande situatie)
Een investering in apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, B 2210, B 2211, A 2212, B 2220 en B 2221 komt onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Mestscheidingsapparatuur zoals schroefpersen, zeefbandpersen of decanters komen onder bedrijfsmiddel F 2206 niet in aanmerking.
B 2207
Koelinstallatie voor drijfmest (aanpassen bestaande situatie)
Een investering in een koelinstallatie voor drijfmest als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, B 2210, B 2211, A 2212, B 2220, B 2221, B 2230, B 2231, B 2290 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel B 2207 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 2208
Gasdichte voorziening voor een drijfmestopslag
B 2209
Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie)
Een investering in een systeem voor het mixen van drijfmest met luchtbellen als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2201 komt onder bedrijfsmiddel B 2209 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 2210
Duurzame melkveestal
De investering in een duurzame melkveestal komt ten hoogste voor € 6.250 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000.
Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen B 2210 of A 2212 worden gemeld.
Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl.
Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2211
Duurzame vleeskalver- of vleesveestal
De investering in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Investeringen in een duurzame vleeskalver- of vleesveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2211 worden gemeld.
Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
A 2212
Duurzame melkveestal met weidegang
De investering in een duurzame melkveestal met weidegang komt ten hoogste voor € 6.250 per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000. Investeringen in een duurzame melkveestal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen B 2210 of A 2212 worden gemeld.
Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
De investeringen in jongveeruimten kunnen worden gebruikt ter onderbouwing van het maximum bedrag tot een maximum van eenzelfde aantal jongveeplaatsen als het aantal melkveeplaatsen waarvoor is gecertificeerd.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2213
Autonome mestverzamelrobot
Een investering in een autonome mestverzamelrobot als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, B 2210, B 2211 en A 2212 komt onder bedrijfsmiddel B 2213 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 2217
Getrokken elektrische voermengwagen voor herkauwers
A 2218
Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers
Een investering in een automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend ruwvoersysteem voor herkauwers als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200, B 2201, B 2210, B 2211, A 2212 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel A 2218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Onder een autonome machine wordt een machine verstaan die werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een zelfrijdende machine wordt een niet getrokken machine verstaan die beschikt over een eigen rijaandrijving.
B 2219
Permanente afdekinstallatie voor kuilvoerplaatsen
B 2220
Duurzame varkensstal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie
De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:
Investeringen in een duurzame varkensstal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2220 worden gemeld.
Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel B 2221.
Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2221
Duurzame varkensstal
De investering in een duurzame varkensstal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:
Investeringen in een duurzame varkensstal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2221 worden gemeld.
Toelichting: Investeringen in duurzame varkensstallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel B 2220.
Luchtwassers zijn sinds dit jaar uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel B 2221 lager dan bij bedrijfsmiddel B 2220.
Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2230
Duurzame pluimveestal met bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie
De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:
Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2230 worden gemeld.
Toelichting: Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel B 2231.
Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2231
Duurzame pluimveestal
De investering in een duurzame pluimveestal komt ten hoogste voor het volgende bedrag per gecertificeerde dierplaats in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen met een maximum van € 4.000.000:
Investeringen in een duurzame pluimveestal waarin geen bronmaatregel voor het verminderen van ammoniakemissie is toegepast kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2231 worden gemeld.
Toelichting:
Investeringen in duurzame pluimveestallen waarin een of meerdere bronmaatregelen voor het verminderen van de ammoniakemissie worden toegepast, kunnen in zijn geheel gemeld worden voor bedrijfsmiddel B 2230.
Luchtwassers zijn sinds dit jaar uitgesloten van fiscaal voordeel via milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Daarom is het bedrag per dierplaats bij bedrijfsmiddel B 2231 lager dan bij bedrijfsmiddel B 2230.
Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
D 2235
Stofemissiereducerende techniek voor een pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: De lijst van emissiefactoren staat in de publicatie 'emissiefactoren fijnstof voor veehouderij'. Deze publicatie is te vinden op rijksoverheid.nl of via internet met zoekterm 'emissiefactoren fijnstof'.
Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
B 2280
Duurzame paardenstal
De investering in een paardenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame paardenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2280 worden gemeld.
Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: voor investeringen door ondernemers in de agrarische sector geldt naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel dat de totale staatssteun voor de investering in de paardenstal of paardenstallen niet meer mag bedragen dan € 500.000 per investeringsproject. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2290
Duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal
De investering in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2290 worden gemeld.
Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
B 2291
Duurzame melkgeiten- of melkschapenstal
De investering in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Investeringen in een duurzame melkgeiten- of melkschapenstal kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2291 worden gemeld.
Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden.
Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
E 2292
Elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten
Een investering in een elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten als onderdeel van een stal die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2200 en B 2291 komt onder bedrijfsmiddel E 2992 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
B 2299
Ondergrondse kadaverkoeling met natuurlijk koudemiddel
Hagelnetten voor de fruitteelt
A 2300
Apparatuur of voorzieningen voor het combineren van akkerbouw of veeteelt met bomen en struiken
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2300 vallen investeringen in voorzieningen voor mengteelten op landbouwgrond, niet zijnde bosbouw en randbeplantingen van bomen. Dit is een onderdeel van agroforestry, waarbij de aanleg van fruitbomen, notenbomen, bessenstruiken of kweekgoed worden gemengd met akkerbouw, groenteteelt of grasland (veeteelt).
Stallen zijn uitgesloten maar mobiele stallen waarin dieren gehuisvest zijn en die bijdragen aan onkruidverwijdering komen wel in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel.
Bomen voor hakhout met korte omlooptijd, kerstbomen en snelgroeiende bomen voor energieproductie (biomassa) komen niet in aanmerking onder A 2300. Voor meer achtergrondinformatie voor deze landbouwsystemen zie edopot.wur.nl/454070.
Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 500.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage en rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.
A 2310
Teeltsysteem voor vollegrondgewassen in de open lucht
Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2310 komen alleen teeltsystemen in de open lucht in aanmerking. Teeltsystemen onder glas komen niet in aanmerking.
B 2311
Productieapparatuur voor zilte teelt
A 2312
Productieapparatuur voor paludicultuur (natte teelt)
A 2314
Klimaatcel voor gewasteelt
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Een investering in een klimaatcel als onderdeel van de Groen Label Kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen F 2112 of A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2314 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2317
Meerjarige kweektrays (aanpassen bestaande situatie)
Een investering in meerjarige kweektrays als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel F 2317 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
D 2320
Gps-nauwkeurig meetsysteem voor lokale klimaatgegevens
B 2321
Spuitmachine voor plaatsspecifieke toediening met doponafhankelijke aansturing
B 2322
Plaatsspecifieke bemestingsapparatuur
Bemestingseenheden op zaai-, poot- en plantmachines, granulaatstrooiers en kunstmeststrooiers komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel B 2321 voor spuitmachines voor plaatsspecifiek
toedienen van gewasbeschermings- of loofdodingsmiddelen met doponafhankelijke
aansturing.
B 2324
Spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening in de open teelt
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 2326
Meetsensor voor gewasparameters
A 2330
Stoomunit voor planten, uitgangsmateriaal of bloembollen
Toelichting: Onder bedrijfsmiddel A 2330 komen alleen stoomunits voor het verhitten van planten, uitgangsmateriaal of bloembollen in aanmerking. Stoomunits om grond of substraat te verhitten komen niet in aanmerking.
A 2336
Uv-gewasbeschermingsinstallatie
Een investering in een uv-gewasbeschermingsinstallatie als onderdeel van een kas die gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen B 2111, F 2112 en A 2113 komt onder bedrijfsmiddel A 2336 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 2338
Insectengaas voor de fruitteelt
E 2339
Hagelnetten voor de fruitteelt
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek.
F 2340
Omgekeerde, onderwater- of peilgestuurde drainage
B 2341
Emissiearm erf bij een bedrijf in de akkerbouw, veehouderij of bloembollen-, fruit of boomteelt
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen uitgaande van de eenheden zoals vermeld op het certificaat MSE 5:
€ 12.500 per 500 m2 erfverharding
€ 30.000 per 500 m2 sleufsilo
€ 10.000 per 100 m2 mestsilo
€ 15.000 per wasplaats
€ 1.500 per 500 m2 erfverharding infiltratievoorziening
€ 1.250 per 500 m2 erfverharding opvangput voor hergebruik van regenwater in combinatie met erfverharding, niet zijnde perssappenopvang
€ 175 per 10 m2 overkapping in combinatie met sleufsilo, mestsilo, wasplaats, koepad of dierverblijven op het erf
€ 10.000 per 100 m2 composteervoorziening
€ 4.750 per automatische inwendige reiniger voor spuitmachines
€ 3.000 per vulplaats voor spuitapparatuur
€ 2.500 per straatkolk met opvangput bij koepaden/dierenverblijven op het erf
€ 25.000 per ontsmettingsinstallatie voor bloembollen (inclusief voorzieningen op transportwagens)
€ 900 per set droogrijmatten voor een ontsmettingsinstallatie voor bloembollen of behandelingsinstallatie voor fruit
€ 350 per kunststof kist voor fruitteelt
€ 4.400 per opvangvoorziening voor naoogstbehandeling van fruit
€ 5.400 per zuiveringsvoorziening voor fruitsorteerinstallaties.
Investeringen in een emissiearm erf kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel B 2341 worden gemeld.
Toelichting: Het certificatieschema Maatlat Schoon Erf is beschikbaar op maatlatschoonerf.nl. Op deze website zijn ook te vinden de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen, aanvullende besluiten en een module voor het berekenen van het maximale bedrag dat in aanmerking komt.
Als een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage.
F 2342
Volautomatische fusten- of kistenreiniger met gesloten wassysteem
F 2343
Fosfaatabsorptie met ijzerzand in de bloembollenteelt
G 2344
Voorziening voor het benutten van effluent in de glastuinbouw of open teelt
Toelichting: Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het ontvangende bedrijf had moeten maken voor het benutten van grondwater of oppervlaktewater.
F 2345
Biologisch verwijderingssysteem voor gewasbeschermingsmiddelen
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installaties voor ontsmetting van (opslag) ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.
A 2346
Chloorbleekloogvrije ontsmettingsinstallatie voor bloembollen (aanpassen bestaande situatie)
B 2347
Kuubkisten voor bloembollen die geen vocht en chemische middelen opnemen
Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 350 per kuubkist worden ten minste 8 kuubkisten tegelijk aangeschaft en gemeld.
A 2349
Systeem voor het mengen van gewasbeschermingsmiddelen in de spuitleiding
A 2350
Mechanische onkruidbestrijdingsmachine
A 2351
Intrarijwieder
B 2352
Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder
A 2353
Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Om in aanmerking te komen voor bedrijfsmiddel A 2353 moet worden aangetoond dat de precisiezaaimachine ook gebruikt wordt voor het zaaien van soja.
A 2354
Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen
A 2355
Onkruidbestrijdingsmachine op basis van stroom (hoogspanning)
A 2359
Elektrisch aangedreven wiedbed
A 2360
Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij
F 2361
Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten
Toelichting: Er mogen geen gewasbeschermingsmiddelen via het druppelbevloeiingssysteem aan de gewassen toegediend worden.
A 2365
Regen- of spoelwateropslag voor het verdunnen van mest
Toelichting: Er moet aangetoond worden dat er geïnvesteerd in een regen- of spoelwateropslag waarbij het water gebruikt wordt voor het verdunnen van mest.
B 2370
Bodemdrukverlagend bandensysteem in de open teelt
A 2375
Mulch-apparatuur
B 2391
Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf
F 2720
F 2400
Polycultuurkwekerij voor aquatische producten
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2410
Duurzame viskwekerij
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2411
Duurzame pootviskwekerij
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2420
Schaal- en schelpdierbroedinstallatie
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 2421
Schaal- of schelpdierkwekerij
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
G 3102
F 2510
Akoestische afschrikkingsapparatuur aan visnetten
F 2511
Boomkor vervangende visinstallatie op een bestaand visserijschip
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel 340000 van de energie-investeringsaftrek voor een hydrowingsysteem voor de garnalenvisserij en energiezuinige visinstallaties.
F 2590
Balenpers voor plastic afval op een zeeschip
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is onderdeel van de Green Deal ‘Visserij voor een Schone Zee’ en de Green Deal ‘Scheepsafvalketen’.
D 3105
F 2600
Apparatuur voor lokale verwerking van landbouwgewassen (voorwaartse integratie)
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld kleinschalige en lokale fermentatie-apparatuur, als het gangbaar is om dat fabrieksmatig en centraal te doen.
F 2601
Verwerkingsapparatuur voor hoogwaardige (afgekeurde) voedseloverschotten in de voedingsmiddelenindustrie
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld apparatuur zijn voor het verwerken van oud brood of optisch afgekeurde groenten en fruit of een 3D-printer voor foodprinting.
F 2605
Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 2612
Verwerkingsapparatuur voor diervriendelijke verwerking van gekweekte vis
B 2615
Volautomatische optische sorteerinstallatie voor aardappelen, uien of wortelen
B 2620
Hogedruk pasteurisatie-installatie voor conservering van verse levensmiddelen
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Deze conserveringstechniek wordt ook High Pressure Processing (HPP) genoemd. Installaties die levensmiddelen pasteuriseren door middel van verhitting voldoen niet aan bedrijfsmiddel B 2620.
A 2630
Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca
A 2631
Automatische voedselafvalmonitor
Toelichting: Alleen degene die de automatische voedselmonitor aanschaft kan gebruik maken van MIA/Vamil. Als u de voedselmonitor least kunt u geen gebruik maken van MIA/Vamil.
A 2635
Laserapparaat voor natural branding van groente, fruit en aardappelen
A 2650
Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Mogelijkheden voor behandelen van stikstofhoudend concentraat zijn stikstof strippen, stikstof kraken en stikstof verdampen in een gesloten installatie.
A 2690
Ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel B 1220 voor een oxidatiereactor voor waterreiniging.
Elektrische of waterstofvrachtwagen
F 2700
Productieapparatuur voor vleesvervangers
F 2710
Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Verordening (EU) 2019/1009 van het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van EU-bemestingsproducten en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003 (PbEU 2019, L 170/1).
Zie bedrijfsmiddel F 2711 voor verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren.
F 2711
Verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren
Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer. Biostimulanten helpen de plant om voedingstoffen efficiënt te gebruiken of beter bestand te zijn tegen abiotische stress en zijn gereguleerd in de Europese Meststoffenverordening.
Verwerkings- of voorbewerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren kan betrekking hebben op het malen en drogen en scheiden in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten.
Zie bedrijfsmiddel F 2710 voor een productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren.
F 2714
Apparatuur voor de winning van blad-eiwit
Toelichting: Voorbeelden van humane voedingsproducten en diervoeders zijn vleesvervangers, veevoer, petfood en visvoer.
F 2715
Apparatuur voor de winning van eiwit
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
A 2720
Insectenkweeksysteem
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Zowel de kweek van de insectensoort als het voedsel waarop de insecten worden gekweekt moeten wettelijk zijn toegestaan. Kweek van insecten op voedsel dat (deels) bestaat uit vis komt niet in aanmerking vanwege het niet-duurzame karakter van dit voedsel.
Dit bedrijfsmiddel kan bijvoorbeeld een insectenkwekerij voor humane voedingsproducten, diervoer of farmaceutica betreffen. Onder het kweken van insecten wordt ook de opfok van insecten verstaan. Zowel 'breeding' als 'rearing' van insecten komt in aanmerking.
Zie bedrijfsmiddel F 2721 voor apparatuur voor de verwerking van insecten tot producten. Zie bedrijfsmiddel F 2722 voor verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek.
F 2721
Verwerkingsapparatuur voor insecten
Toelichting: Verwerkingsapparatuur voor insecten kan betrekking hebben op het scheiden van insecten in verschillende fracties, zoals vetten en eiwitten. Ook apparatuur voor het verwerken van insecten tot voer- of voedingsproducten kan in aanmerking komen.
Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.
F 2722
Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2720 voor een insectenkweeksysteem.
Transporttrailer met gecombineerd cryogeen en gesloten koelsysteem
Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie
Toegangssysteem voor een (waterstof-)elektrische deelauto
G 3101
Elektrische bestelauto
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste het investeringsbedrag minus € 11.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Over de eerste € 11.000 ontvangt u geen milieu-investeringsaftrek. Stel, u investeert in een elektrische bestelauto ter waarde van € 50.000, dan komt de investering voor ten hoogste € 50.000 – € 11.000 = € 39.000 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
G 3104
Waterstofbestelauto
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
E 3105
Elektrisch aangedreven taxi
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
D 3106
Elektrisch aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
G 3108
Elektrische bus
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 300.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 3109
Waterstofpersonenauto
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 75.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.
D 3111
Elektrisch aangedreven voertuig met zonnepanelen
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 100.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.
F 3112
Waterstoftaxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 125.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
A 3113
Plug-in-hybridebakwagenchassis, trekker of bus
E 3114
Elektrisch aangedreven L7e-voertuig of niet gekentekend voertuig
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 40.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.
F 3115
Waterstofbus
G 3116
Elektrische of waterstofvrachtwagen
B 3118
Speed-pedelec
F 3119
Elektrische bakfiets
B 3121
Dual-fuel waterstofvrachtwagen
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 120.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
D 3130
Elektrisch aangedreven AGV
A 3160
NOx-reductiesysteem voor een voertuig (aanpassen bestaande situatie)
E 3170
Bakwagenchassis of trekker met gereduceerd aandrijfgeluid (Quiet Truck)
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Met bovengenoemde geluidseis komt niet iedere Quiet Truck in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Het advies is om voorafgaand aan de melding te controleren of het aandrijfgeluid voldoende laag is.
Zie bedrijfsmiddel G 3116 voor elektrische of waterstofvrachtwagens.
F 3190
CO2- of N2-vulstation voor transportkoeling
Toelichting: Installaties voor het vullen van stationaire installaties met CO2 of stikstof komen niet in aanmerking onder bedrijfsmiddel F 3190.
A 3191
Voertuig met halogeenvrije transportkoeling
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
A 3192
Transportcontainer met niet-cryogene CO2-koelinstallatie
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
E 3194
Transporttrailer met halogeenvrije koelinstallatie
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 20.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Plug- in hybride aangedreven mobiel werktuig
A 3210
Toegangssysteem voor een (waterstof-)elektrische deelauto
G 3260
Gesloten roetfilter voor een koelmotor, dieselmotor of mobiel werktuig (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.
F 3261
NOx-reductiesysteem voor een mobiel werktuig (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Het gaat hier om een nageschakelde techniek. De aanschaf van een motor komt niet in aanmerking.
A 3419
F 3300
Voorspeller van scheepsbewegingen
A 3310
Loodvrij accupakket voor vaartuigen
A 3311
Waterstof brandstofvoorziening voor schepen
B 3320
Duurzame aandrijving voor een vaartuig
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.
F 3321
Zeer duurzame motor voor een vaartuig
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 3310 voor een loodvrij accupakket voor een vaartuig.
Onder aardgas wordt ook biogas dat tot aardgaskwaliteit of beter is opgewerkt verstaan.
Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.
A 3322
Elektrische scheepsaandrijving
A 3325
Automatisch smeerolie-deelverversingseenheid voor een scheepsmotor
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 25.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 3330
Duurzame romp van een binnenvaartschip
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 3332
Antifoulingsysteem voor een scheepshuid
Toelichting: Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.
B 3340
Waterzuiveringsinstallatie voor een vaartuig
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
B 3341
Oxidatiereactor voor waterreiniging aan boord van een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)
B 3342
Waterzuiveringsinstallatie voor een pleziervaartuig (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Chemische toiletten met uitneembare cassettes zijn geen zuiveringsvoorzieningen en komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Voorzieningen voor het zuiveren van toiletwater van pleziervaart moeten voldoen aan de eisen van artikel 2.28 van de Regeling lozen buiten inrichtingen.
Investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
F 3360
NOx-reductiesysteem voor een schip
Toelichting: Dieselmotoren op een binnenvaartschip die onder bedrijfsmiddel F 3360 in aanmerking kunnen komen zijn voortstuwingsmotoren, boegschroeven, aggregaten en (beladings)pompen.
Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties), genoemd in bedrijfsmiddel F 3360. Roetfilters voor een binnenvaartschip kunnen worden gemeld onder bedrijfsmiddel A 3361.
Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.
A 3361
Gesloten roetfilter voor een binnenvaartschip
Toelichting: Roetfilters kunnen geplaatst worden in combinatie met SCR-katalysatoren (retrofitinstallaties), genoemd in bedrijfsmiddel F 3360. De roetfilterlijsten van VERT en BAFU zijn te vinden op vert-certification.eu en bafu.admin.ch.
Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.
F 3365
Ontgassingsinstallatie voor transportcontainers
F 3366
Ontgassingsinstallatie voor scheepstanks
Toelichting: Onder dit bedrijfsmiddel valt ook een ontgassingsinstallatie aan boord van een schip of op een ponton.
Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
G 3390
Walstroomaansluiting aan boord van een schip
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 7.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek. Deze aftopping geldt niet voor walstroomaansluitingen aan boord van zeegaande schepen.
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel kan bijdragen aan het behalen van een Green Award-certificaat. Zie greenaward.org voor de vereisten.
G 3391
Walstroominstallatie op de kade
Accu of brandstofcel voor stroomvoorziening van gereedschap of werktuigen
G 3413
Elektrisch aangedreven mobiel werktuig
Toelichting: Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Onder een heftruck wordt geen meeneemheftruck verstaan. Een mobiel werktuig met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker.
Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.
D 3414
Elektrisch aangedreven mobiel werktuig op netspanning
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 250.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Een mobiel werktuig met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker.
Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.
E 3415
Plug-in hybride aangedreven mobiel werktuig
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 50.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Een mobiel werktuig met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker.
Het mobiele werktuig moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een mobiel werktuig dat bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.
G 3416
Elektrische vorkheftruck voor gebruik in de open lucht
Toelichting: De vorkheftruck moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een vorkheftruck die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.
G 3417
Elektrische verreiker
Toelichting: De verreiker moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een verreiker die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.
Zie de bedrijfsmiddelen G 3416 en E 3420 voor elektrische vorkheftrucks en mobiele elektrische hijswerktuigen.
A 3418
Hybride aangedreven land- of bosbouwtrekker met range-extender
A 3419
Elektrisch werktuig op een truckchassis
E 3420
Mobiel elektrisch hijswerktuig
B 3421
Hybride aangedreven mobiele toren- of telescoopkraan
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 550.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
D 3423
Elektrisch aangedreven hoogwerker
Toelichting: De hoogwerker moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een hoogwerker die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking.
Apparatuur voor natte NOx-verwijdering
F 3510
Hybride, elektrische of waterstoflocomotief (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O₂) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.
B 3610
Elektrisch vliegtuig of helikopter
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Een emissiemeting conform het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen conform EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O₂) of gecertificeerd (metingen conform Scope 6 van de SCIOS) is.
F 3710
Waterstofafleverstation voor voer- of vaartuigen
G 3720
Slim oplaadpunt voor elektrische voertuigen
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
F 3721
Oplaadpunt voor zware elektrische voertuigen en mobiele werktuigen
F 3722
Oplaadpunt voor vliegtuigen
G 3723
Oplaadpunt voor elektrische vaartuigen
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
B 3730
Afleverstation voor hoge blend biobrandstof
G 3741
Aardgasvulpunt voor vaartuigen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Toelichting: PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur
A 4000
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4100
Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4101
Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4102
Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4103
Apparatuur voor het binden van CO2
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4109
Reformer voor waterstofproductie uit een hernieuwbare bron
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Voorbeelden van reforming zijn stoomreforming, autothermal reforming (ATR) of partial oxidation (POX) reforming.
Zie bedrijfsmiddel 270301 van de energie-investeringsaftrek voor het afscheiden, terugwinnen en transporteren van CO2 uit de afgassen voor permanente opslag.
A 4110
Reformer voor waterstofproductie
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Voorbeelden van reforming zijn stoomreforming, autothermal reforming (ATR) of partial oxidation (POX) reforming.
Zie bedrijfsmiddel F 4101 voor het afscheiden en terugwinnen van CO2 uit afgassen voor nuttige toepassing. Zie bedrijfsmiddel 270301 van de energie-investeringsaftrek voor het afscheiden, terugwinnen en transporteren van CO2 uit de afgassen voor permanente opslag.
F 4111
Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4120
Oxyfuel-verbrandingsinstallatie met CO2-terugwinning
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 4101 voor het afscheiden en terugwinnen van CO2 uit afgassen voor nuttige toepassing. Zie bedrijfsmiddel 270301 van de energie-investeringsaftrek voor het afscheiden, terugwinnen en transporteren van CO2 uit de afgassen voor permanente opslag.
A 4140
CO2-emissiearme waterzuiveringsinstallatie voor stikstofverwijdering (aanpassen bestaande situatie)
B 4581
F 4200
Apparatuur voor emissiereductie van overige broeikasgassen
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4201
Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF3, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen.
Zie voor SF6 in schakelsystemen D 4208, F 4209 en A 4210. Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de Energie-investeringsaftrek (EIA).
D 4208
Vacuüm middenspanningsschakelsysteem
Toelichting: Middenspanning is lager dan 50 kV. Een voorbeeld van een middenspanningsschakelsysteem is een ringschakelstation of een hoofdverdeelstation.
Zie bedrijfsmiddel F 4209 voor het voortijdig vervangen van een SF6-houdend schakelsysteem.
F 4209
Vacuüm hoog- of middenspanningsschakelsysteem (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Van voortijdige vervanging is sprake als het bestaande schakelsysteem wordt vervangen voordat het einde van de technische levensduur van dat systeem is bereikt.
A 4210
Hoogspanningsschakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding met een laag GWP-isolatiegas
Toelichting: Hoogspanning is ten minste 50 kV.
F 4240
Chiller met water als koudemiddel
Toelichting: Een chiller gebruikt de techniek van een warmtepomp en bestaat uit een verdamper, een compressor, een condensor en een expansiedeel. Waterkoelers komen niet in aanmerking onder bedrijfsmiddel F 4240.
Toelichting: Landschapselementen kunnen bijvoorbeeld veedrinkpoelen, houtwallen, hagen en bomen of natuurzuilen zijn. Informatie over gebiedseigen elementen is onder andere beschikbaar op landschapsbeheer.nl en nederlandscultuurlandschap.nl.
B 4301
Automatisch brandstofinvoersysteem of buffervat voor bestaande ketels of kachels
F 4305
NOx-emissiereducerende techniek
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 4306
Apparatuur voor natte NOx-verwijdering
D 4309
Verwarmingsketel met geïntegreerde low-NOx-brander ≤ 20 mg NOx/Nm3
Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.
Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan is gebleken dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.
E 4310
Verwarmingsketel met geïntegreerde low-NOx-brander ≤ 30 mg NOx/Nm3
Het bedrijfsmiddel komt voor 75% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.
Op rvo.nl/miavamil onder ‘Positieve lijsten’ staat een lijst met merken en typen waarvan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft vastgesteld dat deze voldoen aan de onder a. gestelde eisen voor dit bedrijfsmiddel.
B 4311
Verwarmingsketel met low-NOx-voorzetbrander ≤ 40 mg NOx/Nm3
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.
B 4312
Verwarmingsketel met low-NOx-brander voor stoom of thermische olie ≤ 60 mg NOx/Nm3
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is.
A 4315
Selectieve (katalytische) reductie-installatie (SCR of SNCR) (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Een emissiemeting volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd (metingen volgens EU-normen NEN-EN 14792 voor NOx, NEN-EN 13284-1 voor stof en NEN-EN 14789 voor O2) of gecertificeerd (metingen volgens Scope 6 van de SCIOS) is. Voor de berekening van de uitworp van rookgas door een stookinstallatie wordt de massaconcentratie van stikstofoxiden (NOx) in het rookgas herleid op rookgas met een volumegehalte aan zuurstof van:
Zie bedrijfsmiddel F 3360 voor een NOx-reductiesysteem op een schip.
F 4325
(Biologische) ontzwavelingsinstallatie
Vegetatiedak
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
F 4410
Apparatuur voor het voorkomen van ontstaan van stof (aanpassen bestaande situatie)
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
E 4417
Rookgenerator voor voedselbewerking
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
F 4420
Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering
Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Thema-overstijgende milieu-innovatie
Grondstoffen en afval
Bio-based economy
Preventie van water- en grondstoffengebruik
Substitutie van water en grondstoffen
Recycling van afval(water) en grondstoffen
Inzameling van afval(water)
1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)
Ketenaanpak
Ketenaanpak
1.6. Betere afvalscheiding (recycle)
Veehouderij
Landbouwapparatuur
Aquacultuur
Visserij
Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten
Mobiliteit
Transportpreventie
Wegvervoer
Scheepvaart
Scheepvaart
CO2-uitstoot
Klimaat en lucht
Vliegverkeer
Distributie van alternatieve brandstoffen
Distributie van alternatieve brandstoffen
CO2-uitstoot
Co2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur
Fijn stof
Fijn stof
Mobiele werktuigen
Overige luchtverontreiniging
Co2-uitstoot
Ecosystemen en biodiversiteit
Oppervlaktewater
Bodem en grondwater
Gevaarlijke stoffen
Bebouwde omgeving
4.1. Co2-uitstoot
Materiaalgebruik
Installaties en civiele voorzieningen
F 4421
Apparatuur voor optische stofdetectie en -registratie
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
D 4422
Gesloten beladingssysteem
A 4485
Stofafscheider
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Grondstoffen en afval
Bio-basedeconomy
Preventie van water- en grondstoffengebruik
Substitutie van water en grondstoffen
Substitutie van water en grondstoffen
Verwerking van afval(water)
Inzameling van afval(water)
Voedselvoorziening en landbouwproductie
Glastuinbouw
Ketenaanpak
Landbouwapparatuur
Aquacultuur
Visserij
Aquacultuur
Mobiliteit
Wegvervoer
Wegvervoer
Scheepvaart
Mobiele werktuigen
Spoorvervoer
Distributie van alternatieve brandstoffen
Klimaat en lucht
Overige broeikasgassen
CO2-uitstoot
Fijn stof
Vluchtige organische stoffen (VOS)
Overige luchtverontreiniging
Ruimtegebruik
3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
Oppervlaktewater
Bodem en grondwater
Vluchtige organische stoffen (VOS)
Bebouwde omgeving
DuBo
DuBo
Installaties en civiele voorzieningen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 1a. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen
Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:
- a. zij in overeenstemming zijn met de bestemming die voor die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan is aangegeven in de bijlage bij deze regeling;
- b. zij niet eerder zijn gebruikt;
- c. zij bestaan uit de in de bijlage bij deze regeling met betrekking tot die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan genoemde bestanddelen;
- d. zij gericht zijn op de verbetering van het natuurlijke milieu of het dierenwelzijn, en
- e. zij, indien het bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan in landbouwbedrijven betreft, niet gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden.
Artikel 2a. Afwijkingsgronden
In afwijking van de artikelen 1a en 2 worden bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, dan wel investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan niet aangewezen indien:
- a. daardoor vanwege toekenning van staatssteun door de overheid of de Europese Commissie op grond van deze regeling en uit andere hoofde, een zodanig voordeel zou worden verstrekt, dat het totale toegestane voordeel dat op grond van regelgeving van de Europese Unie mag worden verstrekt, wordt overschreden;
- b. de investering wordt gedaan door een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat, overeenkomstig artikel 1 vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, artikel 1, vijfde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, derde lid, onderdeel e van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening;
- c. de investering wordt gedaan door een onderneming in moeilijkheden, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, artikel 1, zesde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, derde lid, onderdeel d van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening;
- d. de investering wordt gedaan door een onderneming die actief is in de productie van primaire landbouwproducten, visserijproducten of aquacultuurproducten en die onderneming geen kmo is, of
- e. de investering wordt gedaan door een onderneming die actief is in de productie van visserijproducten of aquacultuurproducten en die onderneming niet voldoet aan het gemeenschappelijk visserijbeleid, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 3a. Transparantie
Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de primaire landbouwproductie, meer bedraagt dan € 60.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening, bekend.
Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, meer bedraagt dan € 30.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening, bekend.
Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die niet actief is in de primaire landbouwproductie of de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, meer bedraagt dan € 500.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bekend.
Bijlage. bij de artikelen 1a en 2
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 2a. Bedrijfsmiddelen met middelvoorschrift
1. Grondstoffen- en watergebruik
Biobased economy
Circulaire economie, bio-based economy, hernieuwbare grondstoffen, preventie van water- en grondstoffengebruik, vervanging van niet-duurzame grondstoffen, recycling, afvalverwerking, waterzuivering
Bio-based economy
1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)
Substitutie van water en grondstoffen
Verwerking van afval(water)
Ketenaanpak
Voedselvoorziening en landbouwproductie
Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur
Glastuinbouw
Veehouderij
Landbouwapparatuur
Mobiliteit
Visserij
Mobiliteit
Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie
Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
Scheepvaart
Mobiele werktuigen
Spoorvervoer
Distributie van alternatieve brandstoffen
CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijn stof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur
Overige broeikasgassen
3. Mobiliteit
Vluchtige organische stoffen (VOS)
Overige luchtverontreiniging
Ruimtegebruik
Vluchtige organische stoffen (VOS)
Distributie van alternatieve brandstoffen
Oppervlaktewater
Ecosystemen en biodiversiteit
Bebouwde omgeving
DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen
Oppervlaktewater
Materiaalgebruik
Installaties en civiele voorzieningen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Circulaire economie
Substitutie van water en grondstoffen
Recycling van afval(water) en grondstoffen
Verwerking van afval(water)
Ketenaanpak
Voedselvoorziening en landbouwproductie
Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur
Landbouwapparatuur
Aquacultuur
Visserij
Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten
Wegvervoer
Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
Mobiele werktuigen
Spoorvervoer
Distributie van alternatieve brandstoffen
2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten
Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
Overige broeikasgassen
Zure depositie
Scheepvaart
Overige luchtverontreiniging
Ruimtegebruik
Ecosystemen en biodiversiteit
Bodem en grondwater
Gevaarlijke stoffen
Bebouwde omgeving
DuBo
Materiaalgebruik
Installaties en civiele voorzieningen
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Substitutie van water en grondstoffen
Recycling van afval(water) en grondstoffen
Verwerking van afval(water)
Ketenaanpak
Voedselvoorziening en landbouwproductie
Veehouderij
Landbouwapparatuur
Aquacultuur
Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten
Mobiliteit
Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie
Wegvervoer
Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
2.5. Visserij
2.7. Eiwittransitie
Distributie van alternatieve brandstoffen
Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen
Co2-uitstoot
Overige broeikasgassen
Zure depositie
Overige luchtverontreiniging
Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid
Ecosystemen en biodiversiteit
Overige luchtverontreiniging
Overige broeikasgassen
Zure depositie
DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen
DuBo
Materiaalgebruik
Materiaalgebruik
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Bedrijfsmiddelen waarvoor arboverplichtingen gelden komen niet in aanmerking. Arboverplichtingen kunnen bijvoorbeeld gelden als gefilterde lucht gedeeltelijk of geheel wordt gerecirculeerd in de bedrijfsruimte waar personeel werkt.
A 4486
Filterinstallatie voor hout- en pelletstook
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
B 4487
Filtrerende stofafscheider voor stofbron met een wettelijke emissiegrenswaarde ≥ 10 mg/Nm3
Apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)
F 4520
Hermetisch gesloten magnetische koppeling
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
A 4550
Druktorens voor waterloze offset
A 4551
Drukvormwasinstallatie voor zeefdrukvormen
F 4570
Textielreinigingssysteem met CO2
G 4571
Natreinigingssysteem
E 4572
Gesloten textielreinigingsmachine van de 6e generatie met halogeenvrije oplosmiddelen
F 4580
Thermische oxidator voor laag calorische afgassen
Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.
E 4581
Vlamloze Thermische oxidator voor afgassen
Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.
B 4584
Biologisch luchtfilter voor vluchtige organische stoffen
Toelichting: In het kader van de Bouwagenda en de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie (https://circulairebouweconomie.nl) wordt met dit experimentele bedrijfsmiddel beoogd circulaire materiaalketens te stimuleren en ervaring op te doen met de MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen (MPG) op basis van een circulaire bouwbenadering. Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving. De eerste publicatie van het circulaire bouwproject vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek.
B 4680
Koude oxidatie-installatie voor luchtreiniging
E 4681
Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Klimaat en lucht
Overige broeikasgassen
Zure depositie
Ruimtegebruik
Bodem en grondwater
Gevaarlijke stoffen
Bebouwde omgeving
Materiaalgebruik
4.3. Zure depositie
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Preventie van water- en grondstoffengebruik
Voedselvoorziening en landbouwproductie
Glastuinbouw
Veehouderij
Landbouwapparatuur
Aquacultuur
Visserij
Verwerkingsapparatuur voor voedsel en agrarische producten
Mobiliteit
Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie
Wegvervoer
Scheepvaart
Mobiele werktuigen
Vervoer over het spoor
Distributie van alternatieve brandstoffen
Klimaat en lucht
Co2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur
Co2-uitstoot
Overige broeikasgassen
Zure depositie
Fijnstof
Ruimtegebruik
Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid
Ecosystemen en biodiversiteit
Bodem en grondwater
Gevaarlijke stoffen
Gebouwde omgeving
DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen
DuBo
Bedrijfsterreinen
Materiaalgebruik
Installaties en civiele voorzieningen
A 4682
Apparatuur voor het verwijderen van zwavelhoudende geuremissies
E 4685
Biologische afgaswasser
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/groene-economie/circulaire-economie/circulair-bouwen
Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid
Circulaire woning
F 5100
Voorzieningen voor het versterken van biodiversiteit
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Landschapselementen kunnen bijvoorbeeld veedrinkpoelen, houtwallen, hagen en bomen of natuurzuilen zijn. Informatie over gebiedseigen elementen is onder andere beschikbaar op landschapsbeheer.nl en nederlandscultuurlandschap.nl.
Informatie over BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel is te vinden op breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl.
F 5101
Voorzieningen voor het verbeteren van de leefomstandigheden van insecten
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Landschapselementen of voorzieningen voor insecten zijn bijvoorbeeld bijenhotels, houtwallen, windhagen, natuurzuilen, bloeiende bomen en op insecten afgestemde erf- of terreinbeplanting. Informatie over insectvriendelijke landschapselementen en voorzieningen is beschikbaar op vlinderstichting.nl, nederlandzoemt.nl, 2B-connect.eu en food4bees.nl.
Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Informatie over Keurhout is beschikbaar op keurhout.nl.
Investeringen in het kader van de Nationale Bijenstrategie kunnen op grond van dit bedrijfsmiddel gemeld worden.
F 5105
Natuurvriendelijke voorzieningen in de bebouwde kom
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Voor maatregelen in de bebouwde kom kan men gebruik maken van de informatie van de vogelbescherming (vogelbescherming.nl/vogels_beschermen/stad_en_dorp/stadsvogels) en van het biodiversiteitsportaal (biodiversiteit.nl).
Informatie over BREEAM-NL Gebied, NL Gebiedslabel of NL Terreinlabel is te vinden op breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl.
F 5121
Zwerfafvalvangsysteem op het water
Toelichting: Dit is een onderdeel van het Kunststof Ketenakkoord.
F 5122
Systeem voor het verbeteren van kwaliteit van maaisel
Toelichting: Onder openbaar groen worden onder meer bermen, parken, natuurgebieden en oevers verstaan. Onder een hoogwaardigere toepassing wordt bijvoorbeeld het als grondstof gebruiken van (een groter deel van) het maaisel of zwerfafval verstaan. Met dit bedrijfsmiddel is het mogelijk om maaisel te oogsten, zwerfafval te scheiden en deze nuttige toepassing te geven.
F 5140
Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Voor een waterlichaam wordt de definitie uit de Kaderrichtlijn water gehanteerd: een ‘onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook kustwater’.
Relevante beheerplannen zijn beschikbaar op rwsnatura2000.nl. Informatie over het versterken van aquatische biodiversiteit, eventueel in combinatie met kust- of oeverbescherming, is onder andere beschikbaar op buildingwithnatureindestad.nl, natuurvriendelijkeoevers.stowa.nl of in het rapport ‘Bouwen met Noordzee-natuur. Uitwerking Gebiedsagenda Noordzee 2050’ van Wageningen Marine Research (edepot.wur.nl/411288).
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
F 5210
Verwijderingsinstallatie voor cadmium uit kunstmest
E 5211
Transformator met giethars
A 5241
Vuilwaterinnamestation voor pleziervaartuigen
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
F 5300
Groendak
Een investering in een vegetatiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5300 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 5301
Groene gevel of muur
Een investering in een gevel- of muurbegroeiingssysteem als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5301 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
D 5340
Klimaatadaptief bedrijfsterrein (aanpassen bestaande situatie)
Een investering in klimaatadaptief aanpassen van een bedrijfsterrein als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 5340 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Voor bedrijventerrein en economische zone wordt de definitie aangehouden zoals deze in het IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem) wordt gehanteerd (zie ibis-bedrijventerreinen.nl/).
E 5341
Vergroening van een bedrijfsterrein, parkeerterrein of tuin (aanpassen bestaande situatie)
G 5342
Infiltratiesysteem of wadi (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Bouwbesluit, NEN 3215).
Zie bedrijfsmiddel F 5344 voor het bufferen van regenwater zonder infiltratie.
F 5343
Paardrijbak of sportveld met regenwateropvang en -infiltratie
F 5344
Retentiedak met dynamische afvoer in de bebouwde kom
Een investering in een retentiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5344 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer verstaan we een afvoer die zo is ingesteld dat automatisch regenwater wordt vastgehouden bij regenval en afgevoerd in drogere periodes.
Wanneer voor de investering naast MIA/Vamil ook andere staatssteun is aangevraagd, dient de totale staatssteun inclusief MIA/Vamil binnen de daartoe vastgestelde steunkaders van de Europese Unie te blijven.
Zie bedrijfsmiddel G 5342 voor een infiltratiesysteem en bedrijfsmiddel D 1249 voor het benutten van regenwater in industriële processen.
F 5345
Regenwaterbuffering met dynamische afvoer in de bebouwde kom
Toelichting: Onder een retentievijver verstaan we een vijver waarin tijdens en na hevige regenval regenwater wordt opgevangen en vertraagd wordt afgevoerd.
Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer verstaan we een afvoer die zo is ingesteld dat automatisch regenwater wordt vastgehouden bij regenval en wordt afgevoerd in drogere periodes.
F 6210
A 5405
Apparatuur voor lokale productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
A 5406
Apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 5410
Gasdetectieapparatuur bij grote opslagen van toxische gassen
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voorbeelden van toxische gassen zijn ammoniak en chloor.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Grondstoffen- en watergebruik
Preventie van water- en grondstoffengebruik
Recycling van afval(water) en grondstoffen
Verwerking van afval(water)
Inzameling van afval(water)
Voedselvoorziening en landbouwproductie
Glastuinbouw
Veehouderij
Landbouwapparatuur
Aquacultuur
Visserij
Verwerkingsapparatuur voor voedsel en agrarische producten
Mobiliteit
Wegvervoer
Vervoer over het spoor
Luchtvervoer
Klimaat en lucht
Fijnstof
Vluchtige organische stoffen (VOS)
Overige luchtverontreiniging
Ruimtegebruik
Ecosystemen en biodiversiteit
Bodem en grondwater
Gevaarlijke stoffen
Gebouwde omgeving
DuBo
Toelichting: Bedrijfsmiddel E 4685 is enkel bestemd voor de behandeling van afgassen en niet voor de productie van gassen. Onder opwaarderen tot een brandstof wordt verstaan zowel het verhogen van de energie-inhoud als het reinigen van de (af)gassen.
F 5411
Branddetectiesysteem in chemicaliënopslagen tot 10 ton
Toelichting: Branddetectiesystemen bij vuurwerkopslagen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Vuurwerkopslagen worden niet aangemerkt als chemicaliënopslagen.
Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
F 5412
Lichtschuimblusinstallatie voor chemicaliënopslagen
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Van wettelijke verplichtingen is bijvoorbeeld sprake wanneer voldoen aan beschermingsniveau 1 op grond van PGS 15:2005 verplicht is.
PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Informatie over PGS is beschikbaar op publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl.
A 5415
Laad- en losapparatuur voor modaliteitsverschuiving vervoer gevaarlijke stoffen
A 5416
Tweede omhulling voor een proces- of verladingsinstallatie
Bedrijfsterreinen
F 5417
Apparatuur voor veilig waterstoftransport
A 6310
Duurzame gebouwen, bouwmaterialen, interieur inrichting, installaties, civiele voorzieningen
A 6318
Infrastructuur en gebouwgebonden materiaalgebruik
Circulair utiliteitsgebouw
Investeringen in een circulair utiliteitsgebouw(deel) zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6100 gemeld worden.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: De belangrijkste voorwaarde is dat met het te realiseren gebouw(deel) een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van circulaire materiaalketens, met als doel het verlagen van de milieudruk. Bijdragen aan het creëren van circulaire materiaalketens kan bijvoorbeeld door het toepassen van onderdelen van gesloopte of gerenoveerde gebouwen, demontabele en herbruikbare onderdelen of hernieuwbare of hoogwaardig recyclebare bouwmaterialen, voor zover het geen gangbare toepassingen betreft. Gangbare toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik van menggranulaat, beton of staal dat gedeeltelijk uit gerecycled materiaal bestaat.
De kosten voor het slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen echter wel in aanmerking.
Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie van het circulaire gebouw(deel) vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport.
Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek.
De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2022 BREEAM-NL en GPR Gebouw.
De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/groene-economie/circulaire-economie/circulair-bouwen.
G 6102
Circulaire woning
Investeringen in een circulaire woning, zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6102 gemeld worden.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: De belangrijkste voorwaarde is dat met het te realiseren gebouw(deel) een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van circulaire materiaalketens, met als doel het verlagen van de milieudruk. Bijdragen aan het creëren van circulaire materiaalketens kan bijvoorbeeld door het toepassen van onderdelen van gesloopte of gerenoveerde gebouwen, demontabele en herbruikbare onderdelen of hernieuwbare of hoogwaardig recyclebare bouwmaterialen, voor zover het geen gangbare toepassingen betreft. Gangbare toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik van menggranulaat, beton of staal dat gedeeltelijk uit gerecycled materiaal bestaat.
De kosten voor het slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen echter wel in aanmerking.
Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie van het circulaire gebouw(deel) vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie aangevuld wordt met de gegevens van het opleverrapport.
Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek.
Installaties en civiele voorzieningen
De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/groene-economie/circulaire-economie/circulair-bouwen.
G 6105
Circulaire woon- of utiliteitsgebouwgevel
Investeringen in een woon- of utiliteitsgebouw(deel) die meer omvatten dan de gevel kunnen uitsluitend voor een van de bedrijfsmiddelen G 6100, G 6102 of G 6115 tot en met D 6130 gemeld worden.
Toelichting: De belangrijkste voorwaarde is dat met het te realiseren gebouw(deel) een bijdrage wordt geleverd aan het creëren van circulaire materiaalketens, met als doel het verlagen van de milieudruk. Bijdragen aan het creëren van circulaire materiaalketens kan bijvoorbeeld door het toepassen van onderdelen van gesloopte of gerenoveerde gebouwen, demontabele en herbruikbare onderdelen of hernieuwbare of hoogwaardig recyclebare bouwmaterialen, voor zover het geen gangbare toepassingen betreft. Gangbare toepassingen zijn bijvoorbeeld het gebruik van menggranulaat, beton of staal dat gedeeltelijk uit gerecycled materiaal bestaat.
De kosten voor het slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen echter wel in aanmerking.
Door publicatie van de projectgegevens op het Podium Duurzame Gebouwen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl/podium) wordt de kennis gedeeld met de Nederlandse samenleving en kan de circulaire bepalingsmethodiek worden verbeterd. De eerste publicatie vindt plaats op basis van het ontwerpassessmentrapport, waarna deze publicatie verrijkt wordt met de gegevens van het opleverrapport of publicatie vindt plaats op basis van een gevelcertificaat zoals het SlimBouwen Keurmerk. Informatie hierover kunt u vinden op slimbouwen.nl.
De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2022 BREEAM-NL en GPR Gebouw.
De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/groene-economie/circulaire-economie/circulair-bouwen.
G 6115
Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Per omgevingsvergunning kan slechts één gebouwdeel met industriefunctie en één gebouwdeel zonder industriefunctie gemeld worden.
Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor een van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6126 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatie-systemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.
D 6116
Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Per omgevingsvergunning kan slechts één gebouwdeel met industriefunctie en één gebouwdeel zonder industriefunctie gemeld worden.
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.
G 6120
Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Per omgevingsvergunning kan slechts één gebouwdeel met industriefunctie en één gebouwdeel zonder industriefunctie gemeld worden.
Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor een van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6126 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of
inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.
D 6121
Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Per omgevingsvergunning kan slechts één gebouwdeel met industriefunctie en één gebouwdeel zonder industriefunctie gemeld worden.
Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor een van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6126 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of
inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.
G 6125
Zeer duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Per omgevingsvergunning kan slechts één gebouwdeel met industriefunctie en één gebouwdeel zonder industriefunctie gemeld worden.
Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor een van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6126 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.
D 6126
Duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Per omgevingsvergunning kan slechts één gebouwdeel met industriefunctie en één gebouwdeel zonder industriefunctie gemeld worden.
Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor een van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6126 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of Energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl.
Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.
D 6130
(Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2019, 2020 of 2021
De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) zoals vermeld in bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125, zoals deze luidde in het jaar waarin de eerste melding voor de investering in het gebouw(deel) is gedaan, in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouw(deel), niet zijnde vervolginvesteringen in het jaar van de eerst gemelde investering, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Uitsluitend vervolginvesteringen voor investeringen gemeld onder bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125 van de Milieulijst 2019, 2020 of 2021 komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel D 6130.
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
B 1405
E 6211
Duurzaam beton(product) van ten minste 30% gerecycled materiaal
De investering in het duurzame beton(product) komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:
Een investering in beton(producten) met gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6211 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
A 6212
Duurzame recyclebare POCB- of EPDM-dakbedekking
Een investering in duurzame recyclebare dakbedekking als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6212 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
B 6213
Sloophout in (onderdelen van) een bouwwerk of product
Een investering in sloophout als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel B 6213 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Dit geldt niet voor het sloophout dat wordt toegepast in het interieur.
A 6214
Betontegel van ten minste 75% gerecycled materiaal
D 6215
Bio-asfalt
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1115 voor productieapparatuur voor bio-asfalt.
F 6216
Geopolymeer betontegel met ten minste 70% gerecycled materiaal
Een investering in geopolymeer betontegels op basis van gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6216 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
E 6217
Circulaire staalconstructie met terugnamegarantie
Een investering in een circulaire staalconstructie met terugkoopgarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6217 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
B 6218
Isolatiemateriaal van 100% gerecycled polystyreen
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
A 6219
Kalkhennep op basis van hydraatkalk
Een investering in kalkhennep op basis van hydraatkalk als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6219 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
D 6220
CO2 gebonden bouwmaterialen met ten minste 40% gerecycled materiaal
Een investering in CO2 gebonden bouwmaterialen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder een van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 6220 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
A 6221
Gerefurbishte plafondplaten
F 4100
A 6310
Akoestische panelen van schapenwol
E 6318
Circulaire keuken met terugnamegarantie
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
A 6319
Modulair herbruikbaar wandsysteem
Toelichting: Het wandsysteem mag niet verbonden zijn aan het plafond, vloer of muur. Hieronder wordt verstaan dat het wandsysteem of onderdelen daarvan niet zijn geschroefd, gekit, gelijmd of anderszins verbonden aan het plafond, vloer of muur. Een wandsysteem dat tussen het plafond, vloer of muur geklemd wordt kan wel onder A 6319 gemeld worden.
F 6320
Circulair matras met terugnamegarantie
Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.
Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.
F 6330
Inpandig muurbegroeiingsysteem
F 6340
Composteerbaar vloerkleed met terugnamegarantie
F 6341
Lichtgewicht naaldvilt tapijttegels op basis van gerecycled textiel en biomassa
Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.
B 6342
Circulair tapijt met terugnamegarantie
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.
G 6100
De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2022 BREEAM-NL en GPR Gebouw.
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor een van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6126 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.
Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.
De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van het tapijt of de tapijttegels komen niet in aanmerking.
B 6343
Tapijttegels van ten minste 80% gerecycled materiaal
Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.
De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van het tapijt(tegels) komen niet in aanmerking.
A 6344
Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels
Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond. Onder productie-uitval wordt een eindproduct verstaan dat niet aan de kwaliteitseisen van de producent voldoet en daarom als niet verkoopbaar wordt gezien.
Reductie van styreenemissie kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd door het voorkomen van de verdamping van styreen in een gesloten systeem, harsen waarin styreen deels is vervangen of voorzien zijn van additieven die verdamping van styreen beperken, alternatieve spuittechnieken en regeneratieve adsorptietechnieken.
F 6405
Draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking
C 6410
Cadmium-, fluor- en loodvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen
Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.
Toelichting: Uitsluitend de aanschaf van de zonnepanelen kan worden gemeld voor Vamil, overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie zoals de omvormer, optimizers, montagerails en andere bevestigingsmaterialen komen niet in aanmerking.
Zonnepanelen op landbouwgrond of in natuurgebieden komen niet in aanmerking. Onder landbouwgrond wordt verstaan: landbouwareaal dat valt onder artikel 4, lid 1, onder e, van Verordening 1307/2013.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1.1. Biobased economy
1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)
1.4. Recycling (recycle)
1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen
2. Voedselvoorziening en landbouwproductie
2.1. Glastuinbouw
2.2. Veehouderij
2.3. Landbouwapparatuur
2.4. Aquacultuur
3.1. Wegvervoer
3.3. Scheepvaart
3.4. Mobiele werktuigen
3.5. Spoorvervoer
3.6. Luchtvervoer
3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen
4. Klimaat en lucht
4.2. Overige broeikasgassen
4.4. Fijn stof
4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)
4.6. Overige luchtverontreiniging
5. Ruimtegebruik
5.1. Ecosystemen en biodiversiteit
5.2. Kwaliteit van bodem en water
5.3. Leefomgeving
5.4. Externe veiligheid
6. Gebouwde omgeving
6.1. Duurzame gebouwen
6.2. Materiaalgebruik
6.3. Interieur en inrichting
6.4. Installaties en civiele voorzieningen
Onder natuurgebied wordt in deze regeling verstaan: gebied dat is aangewezen op grond van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 1979, L 103), Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU, L 206), artikel 1.1 van de natuurbeschermingswet; gebieden vallend onder de Regeling aanwijzing nationale parken en gebieden aangewezen in het Natuurnetwerk Nederland.
Zie bedrijfsmiddel 251102 van de energie-investeringsaftrek voor PV-installaties met een piekvermogen van ten minste 15 kW en een doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80 A.
F 6446
Decentrale sanitatie-installatie
Een investering in een decentrale sanitatie-installatie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6446 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift
Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:
Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.
F 1100
Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen (zoals gras), biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing is. De teelt van biomassa komt onder dit bedrijfsmiddel niet in aanmerking.
Onder voedingsmiddelen worden zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.
Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2700, F 2710, F 2717, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.
F 1101
Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie op basis van biomassa, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt niet in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. De teelt van biomassa komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking.
Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.
Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden.
Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2700, F 2710, F 2717, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.
F 1106
Productiesysteem met micro-organismen
Toelichting: Voorbeelden van hoogwaardige grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.
F 1200
Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur
Toelichting: Onder een innovatieve technologie wordt verstaan een ten opzichte van bestaande technieken nieuwe en nog niet bewezen technologie, die een risico op technologische of industriële mislukking inhoudt en geen optimalisatie of opschaling is van een bestaande technologie. Aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet.
Voorbeelden van apparatuur voor vermindering van het verbruik van grondstoffen zijn investeringen in kringloopsluiting, afvalpreventie, het verwaarden van reststromen en procesintensificatie (zoals micro- en spinning disc reactoren).
Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.
A 1201
Grondstofbesparende productieapparatuur
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.
B 1202
Grondstofbesparende industriële apparatuur
F 1203
Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie
Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.
A 1204
Productieapparatuur voor duurzamere producten
Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.
F 1211
3D-printer voor duurzamer produceren
F 1301
Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling
Toelichting: Onder bedrijfsmiddel F 1301 kan bijvoorbeeld apparatuur worden gemeld die gebruikt wordt om geautomatiseerd onderdelen van elektronische apparatuur (mobiele telefoons), vangrails of zonnepanelen te demonteren en voor te bereiden voor recycling of hergebruik in nieuwe producten.
A 1340
Waterbesparende voorziening of installatie
F 1400
Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur
Toelichting: Onder een innovatieve technologie wordt verstaan een ten opzichte van bestaande technieken nieuwe en nog niet bewezen technologie die een risico op technologische of industriële mislukking inhoudt en geen optimalisatie of opschaling is van een bestaande technologie. Aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet.
Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.
Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.
Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.
A 1401
Recyclingapparatuur
Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.
Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) komen in aanmerking.
Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.
B 1405
Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.
F 1406
Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld de terugwinning van fosfaat of witte fosfor (P₄) uit afvalwater, urine, plantaardige reststromen, afvalwaterslib en assen van afvalwaterslibverbranding afkomstig van communale of industriële biologische waterzuiveringsinstallaties.
Zie bedrijfsmiddel A 2650 voor het terugwinnen van fosfaten of witte fosfor uit mest.
F 1409
Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen
Toelichting: Voorbeelden van chemische verwerking zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, Solvent-based Purification (SBP), en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie tot grondstof afkomstig uit de chemische verwerking, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.
Onder mechanische recycling wordt een proces verstaan waarbij afvalstoffen tot grondstof worden verwerkt door bijvoorbeeld sorteren, verkleinen (malen of versnipperen), wassen, agglomereren en extruderen, waarbij het afval dat redelijkerwijs geschikt gemaakt kan worden voor recycling daadwerkelijk wordt afgescheiden en gerecycled en een zo klein mogelijk residu wordt verbrand.
Onder afvalstoffen waarvoor mechanische recycling niet mogelijk is en welke redelijkerwijs ook niet geschikt te maken zijn voor mechanische recycling worden afvalstoffen verstaan waarvoor recycling, gezien de aard of samenstelling, technisch niet mogelijk is of waarvoor de recycling zo duur is dat de kosten voor afgifte van deze partijen aan de poort van de verwerker door de ontdoener meer zouden bedragen dan € 205 per ton. Hiermee is mechanische recycling, uit zakelijk oogpunt, geen geloofwaardig alternatief.
Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor een depolymerisatie-installatie voor polyesterafval.
B 1445
Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater
F 1490
Recyclinginstallatie voor luiers
A 1500
Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen
F 1561
Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval
A 1600
Scheidingsapparatuur voor afval
Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld apparatuur zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding en XRF-technologie.
Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.
F 1700
Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.
Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.
Zodra het toepassen van microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging bij wet verboden is, komen investeringen in aanpassing van productieapparatuur voor het vervangen van microplastics niet meer in aanmerking.
Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.
F 2605
Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen
F 2715
Apparatuur voor de winning van eiwit
A 4000
Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie
Toelichting: Onder een innovatieve technologie wordt verstaan een ten opzichte van bestaande technieken nieuwe en nog niet bewezen technologie, die een risico op technologische of industriële mislukking inhoudt en geen optimalisatie of opschaling is van een bestaande technologie. Aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet.
F 4100
Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 4101
Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing
Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.
F 4102
Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing
Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.
Zie bedrijfsmiddel 221005 van de energie-investeringsaftrek voor een transportleiding voor het leveren van gasvormig CO2 aan glastuinbouwbedrijven.
F 4103
Apparatuur voor het binden van CO2
Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.
F 4111
Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie
Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.
F 4200
Apparatuur voor emissiereductie van overige broeikasgassen
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
F 4305
NOx-emissiereducerende techniek
Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 500.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.
Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR).
F 4410
Apparatuur voor het voorkomen van ontstaan van stof (aanpassen bestaande situatie)
Toelichting: Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden.
F 4420
Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering
Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Bedrijfsmiddelen die de stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering kunnen beperken zijn bijvoorbeeld twee parallel geschakelde stoffilters waarbij in geval van uitval van één van de twee filters toch sprake is van ontstoffing.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.