← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)

Geldende tekst a fecha 2025-01-01

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Ministers van Economische Zaken en, voor zover het betreft artikel 2, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Milieu-investeringsaftrek

Als investeringen, behorend tot categorie I, II respectievelijk III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die voldoen aan de in artikel 1a, onderdelen a tot en met e, genoemde voorwaarden.

Artikel 3. Uitzondering
1.

Investeringen in bedrijfsmiddelen opgenomen in de bijlage bij deze regeling komen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving voor niet meer dan € 25 miljoen per belastingplichtige per jaar en per bedrijfsmiddel, tenzij in de bijlage voor een bedrijfsmiddel een lager maximumbedrag is opgenomen.

2.

Indien een belastingplichtige met betrekking tot een of meer voorgaande jaren reeds een beroep heeft gedaan op milieu-investeringsaftrek of willekeurige afschrijving voor een investering in hetzelfde bedrijfsmiddel, wordt het investeringsbedrag ter zake waarvan reeds een beroep is gedaan op milieu-investeringsaftrek of willekeurige afschrijving in mindering gebracht op het maximuminvesteringsbedrag voor dat bedrijfsmiddel, bedoeld in het eerste lid, of op het maximuminvesteringsbedrag voor dat bedrijfsmiddel dat is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2009.

Artikel 5. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009.

Bijlage. bij de artikelen 1 en 2

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2. Bedrijfsmiddelen

F 1000

A 0001

Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op de website tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Toelichting: Dit is een zogenoemd generiek bedrijfsmiddel. Informatie over generieke bedrijfsmiddelen en de bijbehorende meerkostenberekening, bedoeld onder punt 7 van paragraaf 1 van deze bijlage, is te vinden op: www.rvo.nl/subsidies-regelingen/mia-en-vamil onder ‘Onderwerpen toegelicht’ en vervolgens ‘Generieke bedrijfsmiddelen’. Het advies luidt voorafgaand aan een melding de MIA\Vamil-helpdesk te bellen voor overleg. De voorwaarden waaronder een investering kan voldoen, worden desgewenst schriftelijk bevestigd.

Kringloopsluiting, levensduurverlenging, biobased en circulaire economie, recycling, hergebruik, afval(water)inzameling en -verwerking

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1115

Productieapparatuur voor lignine-asfalt

F 1115

F 1200

Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1211

3D-printer voor het vervangen van (industriële) productieapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1212

Reinigingsinstallatie op basis van laser

D 1215

Apparatuur voor rugpapiervrije etiketten

F 1216

Tankinstallatie voor ruitensproeiervloeistof

B 1221

Chemicaliënvrije koelwaterbehandelingsinstallatie (aanpassen bestaande situatie)

F 1230

Apparatuur voor beheer van metaalbewerkingsvloeistoffen

C 1250

Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen

Hierbij geldt dat:

E 1271

Transformator met giethars of biobased olie

Hierbij geldt dat:

A 1281

Grondstofbesparend printsysteem voor ontinktbare inkt

Hierbij geldt dat:

A 1282

F 1300

Productieapparatuur voor refurbishen of hergebruik

Hierbij geldt dat:

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1306

Afvulmachine voor herbruikbare verpakkingen

Hierbij geldt dat:

F 1307

Tapsysteem voor water en frisdranken

F 1308

Inzamel- en geldretoursysteem voor herbruikbare bekers

F 1310

Herbruikbare uitvaartkist

Hierbij geldt dat:

F 1315

Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels

Hierbij geldt dat:

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Apparatuur voor hergebruik van absorptiekorrels

F 1400

Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1401

Recyclingapparatuur

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1407

Terugwinningsapparatuur voor grondstoffen uit afgassen

F 1409

Apparatuur voor de chemische recycling van afvalstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1411

Opwerkingsinstallatie voor AEC-bodemas

Hierbij geldt dat:

F 1418

Recyclingapparatuur voor textiel

Hierbij geldt dat:

F 1419

Recyclingapparatuur voor spuitbussen

F 1461

Depolymerisatie-installatie voor polyesterafval

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Recyclingapparatuur voor spuitbussen

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1565

Verwerkingsinstallatie voor rubbergranulaat

F 1570

Asfaltcentrale voor toepassen van ten minste 65% PAK-arm asfaltrecyclaat

Hierbij geldt dat:

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 1600

Scheidingsapparatuur voor afvalstoffen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

D 1601

Inzamelapparatuur of -voorziening voor monostromen

Hierbij geldt dat:

A 1613

Glasversnipperaar voor horecabedrijven

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 4.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1704

Installatie voor het afbreken van microverontreinigingen in water

Hierbij geldt dat:

A 1705

Verwijderingsinstallatie voor microverontreinigingen in water

Hierbij geldt dat:

F 1706

Centrifugaal filter voor slijpsel van kunststoflenzen

A 1725

Stofemissievrije denatureringsinstallatie voor asbesthoudende afvalstoffen of asbesthoudende grond

A 1726

Thermische denatureringsinstallatie voor asbestcementproducten

F 1760

Apparatuur of voorzieningen voor het voorkomen van plastics in het milieu

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Voor investeringen in bedrijfsmiddelen door een begunstigde die actief is in de sector van de primaire landbouwproductie, verwerking of afzet van landbouwproducten geldt dat deze alleen voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen in aanmerking komen indien ze worden gedaan door een kleine of middelgrote onderneming of een grote onderneming niet zijnde een landbouwbedrijf.

Installatie voor het afbreken van microverontreinigingen in water

F 2112

Groen Label Kas voor biologische teelt

Hierbij geldt dat:

A 2113

Groen Label Kas

Hierbij geldt dat:

F 2130

Mechanische of (micro)biologische bestrijdingsapparatuur voor plagen of ziekten in een tuinbouwkas

Hierbij geldt dat:

D 2131

Luisdicht insectengaas of een machine voor het aanbrengen van insectengaas

Hierbij geldt dat:

A 2135

Installatie voor het verhogen van de plantweerbaarheid in de glastuinbouw

Hierbij geldt dat:

F 2143

Systeem voor individuele meting van nutriënten

Hierbij geldt dat:

A 2145

Installatie voor het ontzouten van drain(age)water in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

F 2146

Voorzieningen voor nullozing in de glastuinbouw (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

F 2150

Apparatuur voor het opwerken van plantenresten tot grondstof

F 2190

Lekdetectiesysteem voor de teeltvloer

Let op: naast het maximale bedrag per bedrijfsmiddel, geldt dat voor het totale investeringsproject niet meer dan € 600.000 staatssteun verleend mag worden. Zie punt 8 van paragraaf 1 van deze bijlage en op de website rvo.nl/miavamil onder ‘voorwaarden maximale staatssteun’.

B 2200

Innovatieve stal

Hierbij geldt dat:

B 2201

Stal voor biologische melk- of pluimveehouderij met ammoniakemissiereductie

Hierbij geldt dat:

B 2202

Klimaat- en dierenmonitoringssysteem

B 2203

Desinfectiesysteem voor het in-situ desinfecteren van melkrobots

A 2204

Formalinevrij bad voor de desinfectie van klauwen van vee

A 2205

Omgekeerde osmose-installatie voor het verwerken van spuiwater van een biologische luchtwasser

F 2206

Apparatuur of voorzieningen voor gescheiden opvang van mest en urine in varkens- of rundveestallen (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

B 2208

Gasdichte voorziening voor een drijfmestopslag

B 2209

Systeem voor mixen van drijfmest met luchtbellen (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

A 2210

Duurzame melkveestal

Hierbij geldt dat:

A 2211

Duurzame vleeskalver- of vleesveestal

Hierbij geldt dat:

F 2212

Duurzame melkveestal met weidegang

Hierbij geldt dat:

B 2213

Autonome mestverzamelrobot

Hierbij geldt dat:

B 2217

Getrokken elektrische voermengwagen voor herkauwers

A 2218

Automatisch ruwvoermengsysteem of zelfrijdend autonoom ruwvoersysteem voor herkauwers

Hierbij geldt dat:

A 2220

Duurzame varkensstal (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

A 2230

Duurzame pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

D 2235

Stofemissiereducerende techniek voor een pluimveestal (aanpassen bestaande situatie)

B 2280

Duurzame paardenstal

Hierbij geldt dat:

B 2290

Duurzame konijnen-, eenden- of kalkoenenstal

Hierbij geldt dat:

B 2291

Duurzame melkgeiten- of melkschapenstal

Hierbij geldt dat:

E 2292

Elektrische krachtvoerinstallatie voor melkgeiten

Hierbij geldt dat:

B 2208

A 2300

Apparatuur of voorzieningen voor het combineren van akkerbouw of veeteelt met bomen en struiken

Hierbij geldt dat:

A 2313

Productieapparatuur voor stroken- of pixelteelt

A 2314

Klimaatcel voor gewasteelt

Hierbij geldt dat:

F 2317

Meerjarige kweektrays voor teelt in de open lucht (aanpassen bestaande situatie)

F 2318

Productie- en verwerkingsapparatuur voor biobased grondstoffen

B 2322

Plaatsspecifieke bemestingsapparatuur

Hierbij geldt dat:

B 2324

Spuitmachine met detectiesensoren of camera’s voor plaatsspecifieke toediening

A 2330

Stoomunit voor planten, uitgangsmateriaal of bloembollen

B 2338

Insectengaas voor de fruitteelt

E 2339

Hagelnetten voor de fruitteelt

Hierbij geldt dat:

E 2342

Volautomatische fusten- of kistenreiniger met gesloten wassysteem

F 2343

Fosfaatabsorptie met ijzerzand in de bloembollenteelt

A 2346

Chloorbleekloogvrije ontsmettingsinstallatie voor bloembollen (aanpassen bestaande situatie)

D 2351

Intrarijwieder

B 2352

Mechanische onkruidtrekker, -knipper of -snijder

A 2353

Precisiezaaimachine met voorzieningen voor sojateelt

Hierbij geldt dat:

A 2354

Flexibel maaibord voor het oogsten van sojabonen

A 2355

Onkruidbestrijdingsmachine op basis van stroom (hoogspanning)

A 2356

Mechanische bestrijdingsapparatuur voor plagen in land- en tuinbouwgewassen in de open teelt

A 2357

Onkruidbestrijdingsmachine met behulp van lasers

Hierbij geldt dat:

A 2359

Elektrisch aangedreven wiedbed of selectiewagen

A 2360

Doseereenheid voor vloeibare meststoffen met gps-gestuurde afschakeling per rij

A 2375

Mulch-apparatuur

B 2391

Versnipperaar voor kunststofafval van een landbouwbedrijf

Het certificatieschema Maatlat Duurzame Veehouderij is beschikbaar op maatlatduurzameveehouderij.nl. Op deze website zijn tevens de geldende criteria, beoordelingsrichtlijnen en aanvullende besluiten te vinden. Indien een definitief certificaat niet afgegeven kan worden binnen de daartoe gestelde termijn vanwege uitzonderlijke omstandigheden die buiten de macht van de ondernemer liggen, kan uitstel aangevraagd worden bij RVO, zoals opgenomen onder punt 9 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 2410

Duurzame viskwekerij

Hierbij geldt dat:

F 2411

Duurzame pootviskwekerij

Hierbij geldt dat:

F 2420

Schaal- en schelpdierbroedinstallatie

Hierbij geldt dat:

F 2421

Schaal- of schelpdierkwekerij

Hierbij geldt dat:

D 2430

Productiesysteem voor algen, kroos of (zee)wieren

Hierbij geldt dat:

B 2280

F 2510

Akoestische afschrikkingsapparatuur aan visnetten

F 2511

Boomkor vervangende visinstallatie op een bestaand visserijschip

B 2290

F 2601

Verwerkingsapparatuur voor het beperken van voedselverspilling in de voedingsmiddelenindustrie

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 2612

Verwerkingsapparatuur voor diervriendelijke verwerking van gekweekte vis

F 2613

Verwerkingsapparatuur voor algen, kroos of (zee)wieren

B 2615

Volautomatische optische sorteerinstallatie voor wortelen

A 2630

Bevochtigingsapparatuur voor verse voedingsmiddelen in de horeca

A 2650

Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

Hierbij geldt dat:

A 2651

Plasma-installatie voor behandelen van dierlijke mest

Hierbij geldt dat:

B 2652

Apparatuur voor het verminderen van ammoniak- en methaanemissies tijdens uitrijden van dierlijke mest

Teeltsysteem voor vollegrondgewassen in de open lucht

F 2700

Productieapparatuur voor vlees-, vis- en zuivelvervangers

F 2714

Apparatuur voor de winning van blad-eiwit

F 2715

Apparatuur voor de winning van eiwit

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 2720

Insectenkweeksysteem

Hierbij geldt dat:

F 2721

Verwerkingsapparatuur voor insecten

Hierbij geldt dat:

F 2722

Verwerkingsapparatuur van laagwaardige plantaardige reststromen tot voedsel voor insectenkweek

B 2324

F 2810

Ondergrondse waterberging

Hierbij geldt dat:

A 2812

Apparatuur voor verminderd gebruik van grondwater als gietwater in de glastuinbouw (aanpassing bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

A 2820

Productieapparatuur voor paludicultuur (natte teelt)

G 2830

Voorziening voor het benutten van effluent in de glastuinbouw of open teelt

Hierbij geldt dat:

F 2832

Druppelbevloeiingssysteem voor open teelten (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

A 2834

Regen- of spoelwateropslag voor het verdunnen van mest

Voorziening voor het benutten van effluent in de glastuinbouw of open teelt

Toelichting: Apparatuur voor het zuiveren van het ontvangen water komt uitsluitend in aanmerking als deze aanvullend is op kosten die het ontvangende bedrijf had moeten maken voor het benutten van grondwater of oppervlaktewater.

G 3104

Waterstof aangedreven bestelauto

Hierbij geldt dat:

A 3108

Elektrisch aangedreven bus (touringcar en OV-bus)

Hierbij geldt dat:

G 3109

Waterstof aangedreven personenauto

Hierbij geldt dat:

D 3111

Elektrisch aangedreven personenauto met zonnepanelen

Hierbij geldt dat:

F 3112

Waterstof aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

Hierbij geldt dat:

F 3115

Waterstof aangedreven bus (touringcar en OV-bus)

Hierbij geldt dat:

A 3116

Elektrisch of waterstof aangedreven vrachtwagen

Hierbij geldt dat:

F 3117

Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer

Hierbij geldt dat:

A 3119

Elektrisch aangedreven bakfiets of cargobike

Hierbij geldt dat:

F 3120

Elektrisch aangedreven bakfiets of cargobike met zonnepanelen

Hierbij geldt dat:

Toelichting: Er moet aangetoond worden dat er geïnvesteerd in een regen- of spoelwateropslag waarbij het water gebruikt wordt voor het verdunnen van mest.

F 3210

Toegangssysteem voor een waterstof of elektrisch aangedreven deelauto

F 3211

Oplaadkluis voor het laden van lithium-ion accu’s van fietsen, brom- of snorfietsen

B 2391

B 3320

Duurzame aandrijving voor een zeeschip

Hierbij geldt dat:

F 3321

Waterstofaandrijving voor een schip

D 3322

Elektrische aandrijving voor een schip

B 3332

Fouling release systeem voor een scheepshuid

F 3333

Systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei aan boord van een vaartuig

F 3334

Meetsysteem om aan boord van een tankschip gesloten metingen uit te voeren

Hierbij geldt dat:

B 3340

Biologische waterzuiveringsinstallatie voor een vaartuig

B 3341

Oxidatiereactor voor waterreiniging aan boord van een vaartuig (aanpassen bestaande situatie)

B 3342

Waterzuiveringsinstallatie voor een pleziervaartuig (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

B 3343

Vuilwatertank voor een passagiersschip (aanpassen bestaande situatie)

A 3344

Vuilwaterinnamestation voor vaartuigen

G 3390

Walstroomaansluiting aan boord van een binnenschip

Hierbij geldt dat:

G 3391

Walstroomaansluiting aan boord van een zeeschip

D 3395

Walstroominstallatie op de kade

F 2605

E 3413

Elektrisch aangedreven mobiel werktuig

Hierbij geldt dat:

E 3414

Elektrisch aangedreven mobiel werktuig op netspanning

Hierbij geldt dat:

D 3417

Elektrisch aangedreven terminaltrekker

Hierbij geldt dat:

E 3419

Elektrisch aangedreven werktuig op een truckchassis

Hierbij geldt dat:

E 3420

Elektrisch aangedreven mobiel hijswerktuig

Hierbij geldt dat:

E 3423

Elektrisch aangedreven hoogwerker

Hierbij geldt dat:

G 3425

Elektrisch aangedreven werktuigendrager

D 3430

Elektrisch aangedreven AGV

Terugwinningsinstallatie voor fosfaat of stikstof uit dierlijke mest

F 3510

Elektrisch of waterstof aangedreven locomotief (aanpassen bestaande situatie)

E 3520

Elektrisch of waterstof aangedreven locomotief

Hierbij geldt dat:

B 2652

B 3610

Elektrisch aangedreven vliegtuig of helikopter

Hierbij geldt dat:

A 2355

F 3721

Oplaadpunt voor elektrisch aangedreven zware voertuigen en mobiele werktuigen

F 3722

Oplaadpunt voor vliegtuigen

F 3723

Draadloos oplaadpunt voor elektrische fietsen

Apparatuur voor de winning van eiwit

Investering in bedrijfsmiddelen die gebruik maken van fossiele brandstoffen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Investeringen in de aanpassing van en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die gebruik maken van fossiele brandstoffen komen alleen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen indien de investering de aanpassing van of een voorziening voor een bestaand bedrijfsmiddel betreft en niet leidt tot een toename van de productiecapaciteit of een hoger gebruik van fossiele brandstoffen.

A 4000

Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4002

Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4003

Apparatuur voor vermindering van emissies tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 2722

F 4100

Apparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4101

Apparatuur voor het afvangen van CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4102

Apparatuur voor het transport van afgevangen CO2 voor nuttige toepassing

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

Elektrisch aangedreven taxi met 9 zitplaatsen of voor rolstoelvervoer

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4201

Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

A 4210

Hoogspanningsschakelsysteem of gasgeïsoleerde leiding met een laag GWP-isolatiegas

Hierbij geldt dat:

E 4241

Klimaatsysteem op basis van dauwpuntkoeling

F 4290

Gasdetectieapparatuur voor F-gassen

F 3112

F 4305

NOx-emissie reducerende techniek

Zie paragraaf 2b voor de omschrijving van dit bedrijfsmiddel met doelvoorschrift en de voorwaarden voor bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 4306

Apparatuur voor natte NOx-verwijdering

G 4314

Selectieve NOx-reductie-installatie voor een crematieoven

D 4315

Selectieve (katalytische) reductie-installatie (SCR of SNCR) (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

A 4316

Accu voor stroomvoorziening van lokale activiteiten

F 4317

Biogasaggregaat voor stroomvoorziening van lokale activiteiten

D 4325

(Biologische) ontzwavelingsinstallatie

Elektrisch of waterstof aangedreven truckmixer

D 4417

Rookgenerator voor voedselbewerking (aanpassen bestaande situatie)

E 4486

Filterinstallatie voor hout- en pelletstook

Elektrisch aangedreven bakfiets of cargobike

G 4520

Hermetisch gesloten magnetische koppeling

C 4581

Elektrische thermische oxidator voor afgassen

Hierbij geldt dat:

E 4585

Biotricklingsysteem voor het verwijderen van VOS

Hierbij geldt dat:

B 3320

D 4680

Koude oxidatie-installatie voor luchtreiniging

Hierbij geldt dat:

E 4681

Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging

Hierbij geldt dat:

A 4682

Apparatuur voor het verwijderen van zwavelhoudende geuremissies

Hierbij geldt dat:

Systeem voor het voorkomen of verwijderen van aangroei

B 3340

F 5102

Voorzieningen voor het versterken van biodiversiteit

Hierbij geldt dat:

F 5121

Zwerfafvalvangsysteem op het water

F 5122

Systeem voor het verbeteren van kwaliteit van maaisel

Hierbij geldt dat:

F 5140

Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu

Hierbij geldt dat:

F 5141

Gevelimpregnering zonder PFAS, siliconen, silanen en siloxanen

A 5145

Decentrale zuiveringsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater

Hierbij geldt dat:

Toelichting: Onder dit bedrijfsmiddel valt ook een ontgassingsinstallatie aan boord van een schip of op een ponton.

G 5200

Circulair utiliteitsgebouw

Hierbij geldt dat:

G 5202

Circulaire woning

Hierbij geldt dat:

D 5215

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

Hierbij geldt dat:

E 5216

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

Hierbij geldt dat:

D 5220

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Hierbij geldt dat:

E 5221

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Hierbij geldt dat:

D 5227

Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

Hierbij geldt dat:

E 5228

Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

Hierbij geldt dat:

D 5230

(Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2022, 2023 of 2024

Hierbij geldt dat:

Toelichting: De vorkheftruck moet de werkzaamheden in de open lucht uitvoeren. Een elektrisch aangedreven vorkheftruck die bijvoorbeeld in een magazijn of binnen voor reparatie- of bouwwerkzaamheden wordt ingezet, komt niet in aanmerking. Waterstof aangedreven vorkheftrucks komen niet in aanmerking.

F 5300

Groendak

Hierbij geldt dat:

F 5301

Groene gevel of muur

Hierbij geldt dat:

G 5340

Groen en gezond bedrijfsterrein (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

A 5341

Vergroening van een bedrijfsterrein, parkeerterrein of tuin (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

G 5342

Infiltratiesysteem of wadi (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

F 5344

Retentiedak met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Hierbij geldt dat:

F 5345

Regenwaterbuffer met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Hierbij geldt dat:

D 5346

Regenwaterinstallatie

Hierbij geldt dat:

F 5347

Zuiveringsinstallatie voor grijswaterrecycling

Hierbij geldt dat:

F 5350

Inpandig muurbegroeiingsysteem

Bakwagenchassis of trekker met gereduceerd aandrijfgeluid (Quiet Truck)

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Hierbij geldt dat:

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Hierbij geldt dat:

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

F 1200

Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Hierbij geldt dat:

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Hierbij geldt dat:

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Hierbij geldt dat:

B 1211

3D-printer voor het vervangen van (industriële) productieapparatuur

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Hierbij geldt dat:

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

F 1400

Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Hierbij geldt dat:

A 1401

Recyclingapparatuur

Hierbij geldt dat:

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

F 1409

Apparatuur voor de chemische recycling van afvalstoffen

Hierbij geldt dat:

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Hierbij geldt dat:

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Hierbij geldt dat:

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

A 1600

Scheidingsapparatuur voor afvalstoffen

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Hierbij geldt dat:

F 2715

Apparatuur voor de winning van eiwit

Hierbij geldt dat:

A 4000

Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Hierbij geldt dat:

F 4002

Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Hierbij geldt dat:

F 4003

Apparatuur voor vermindering van emissies tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Hierbij geldt dat:

F 4100

Apparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Hierbij geldt dat:

F 4101

Apparatuur voor het afvangen van CO2 voor nuttige toepassing

Hierbij geldt dat:

F 4102

Apparatuur voor het transport van afgevangen CO2 voor nuttige toepassing

Hierbij geldt dat:

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Hierbij geldt dat:

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Hierbij geldt dat:

F 4201

Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

F 4305

NOx-emissie reducerende techniek

Hierbij geldt dat:

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

E 4585

Biotricklingsysteem voor het verwijderen van VOS

Toelichting: Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

E 3415

D 4680

Koude oxidatie-installatie voor luchtreiniging

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

E 4681

Ozon- en uv-oxidatie-installatie voor luchtreiniging

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 2690 voor ozonoxidatie-installatie voor ontsmetting van (opslag)ruimten, lucht of producten in de land- en tuinbouw.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 4682

Apparatuur voor het verwijderen van zwavelhoudende geuremissies

Toelichting: Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 3419

Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

E 3420

F 5102

Voorzieningen voor het versterken van biodiversiteit

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in de inrichting van een bedrijfsterrein bij een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5102 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen kunnen bijvoorbeeld veedrinkpoelen, houtwallen, hagen en bomen of natuurzuilen zijn. Informatie over versterking van biodiversiteit als onderdeel van duurzame gebiedsontwikkeling is onder andere te vinden op landschappen.nl, samenvoorbiodiversiteit.nl, breeam.nl/keurmerken/gebied, nlgebiedslabel.nl en nlterreinlabel.nl. Informatie over insectvriendelijke landschapselementen en voorzieningen is beschikbaar op vlinderstichting.nl, nederlandzoemt.nl en 2B-connect.eu. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Investeringen in het kader van de Nationale Bijenstrategie kunnen op grond van dit bedrijfsmiddel gemeld worden.

F 5121

Zwerfafvalvangsysteem op het water

Toelichting: Dit is een onderdeel van het Kunststof Ketenakkoord.

F 5122

Systeem voor het verbeteren van kwaliteit van maaisel

Toelichting: Onder openbaar groen worden onder meer bermen, parken, natuurgebieden en oevers verstaan. Onder een hoogwaardigere toepassing wordt bijvoorbeeld het als grondstof gebruiken van (een groter deel van) het maaisel of zwerfafval verstaan. Met dit bedrijfsmiddel is het mogelijk om maaisel te oogsten, zwerfafval te scheiden en deze nuttige toepassing te geven.

F 5140

Biodiversiteitversterkende voorzieningen voor het aquatisch milieu

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Landschapselementen zijn bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers, nestvlotjes en wilgenbossen. Bouwkundige of civieltechnische werken zijn bijvoorbeeld kunstriffen, hangende structuren of hard substraat. Relevante beheerplannen zijn beschikbaar op rwsnatura2000.nl. Informatie over het versterken van aquatische biodiversiteit, eventueel in combinatie met kust- of oeverbescherming, is onder andere beschikbaar op buildingwithnatureindestad.nl, natuurvriendelijkeoevers.stowa.nl of in het rapport ‘Bouwen met Noordzee-natuur. Uitwerking Gebiedsagenda Noordzee 2050’ van Wageningen Marine Research (edepot.wur.nl/411288).

Toelichting: Onder een autonoom mobiel werktuig wordt een mobiel werktuig verstaan dat werkzaamheden kan verrichten zonder bestuurder. Een mobiel werktuig met een vaste bestuurders(zit)plaats is bijvoorbeeld een dozer, graafmachine, laadschop, landbouwmachine, landbouwtrekker of bosbouwtrekker.

E 5211

Transformator met giethars of biobased olie

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Met hoogspanning wordt wisselspanning van 1 kV en hoger bedoeld. Met laagspanning wisselspanning lager dan 1 kV. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong.

A 5241

Vuilwaterinnamestation voor vaartuigen

Toelichting: Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

A 5245

Decentrale zuiveringsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bestemd voor bijvoorbeeld campings en andere recreatieve organisaties die investeren in de verwijdering van microverontreinigingen als aanvulling op een septic tank.

# Slim oplaadpunt voor elektrisch aangedreven voertuigen

F 5300

Groendak

Een investering in een vegetatiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5300 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5301

Groene gevel of muur

Een investering in een gevel- of muurbegroeiingssysteem als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5301 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 5340

Klimaatadaptief bedrijfsterrein (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Voor een bedrijventerrein en economische zone wordt de definitie aangehouden zoals deze in het IBIS (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem) wordt gehanteerd (zie ibis-bedrijventerreinen.nl).

E 5341

Vergroening van een bedrijfsterrein, parkeerterrein of tuin (aanpassen bestaande situatie)

G 5342

Infiltratiesysteem of wadi (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Besluit bouwwerken leefomgeving, NEN 3215). Onder het aanpassen van de bestaande situatie wordt eveneens verstaan: sloop en nieuwbouw op dezelfde locatie of het wijzigen van de bestemming van een gebouw.

Zie bedrijfsmiddel F 5344 voor het bufferen van regenwater zonder infiltratie.

F 5344

Retentiedak met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Een investering in een retentiedak als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 5344 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt een afvoer verstaan die zo is ingesteld dat regenwater automatisch wordt vastgehouden bij regenval en wordt afgevoerd in drogere periodes. Wanneer voor de investering naast milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen ook andere staatssteun is aangevraagd, dient de totale staatssteun inclusief milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen binnen de daartoe vastgestelde steunkaders van de Europese Unie te blijven.

Zie bedrijfsmiddel G 5342 voor een infiltratiesysteem en bedrijfsmiddel D 5346 voor het benutten van regenwater in industriële processen.

F 5345

Regenwaterbuffer met dynamische afvoer in de bebouwde kom

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Besluit bouwwerken leefomgeving, NEN 3215). Onder een retentievijver wordt een vijver verstaan waarin tijdens en na hevige regenval regenwater wordt opgevangen en vertraagd wordt afgevoerd.

Onder een weer- en sensorgestuurde dynamische afvoer wordt een afvoer verstaan die zo is ingesteld dat regenwater automatisch wordt vastgehouden bij regenval en wordt afgevoerd in drogere periodes.

D 5346

Regenwaterinstallatie

Een investering in een regenwaterinstallatie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 5346 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Toelichting: Onder gebouwriolering worden onder andere dakgoten en regenpijpen verstaan (zie Besluit bouwwerken leefomgeving, NEN 3215).

Zie de bedrijfsmiddelen F 5344 en F 5345 voor voorzieningen voor het bufferen van regenwater.

# Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

A 5405

Apparatuur voor lokale productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

A 5406

Apparatuur voor continue productie van gevaarlijke stoffen (aanpassen bestaande situatie)

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 10.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 5410

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Gasdetectieapparatuur voor F-gassen of toxische gassen

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 1.250 per bedrijfsmiddel worden ten minste 2 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voorbeelden van toxische gassen zijn ammoniak en chloor.

# Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Duurzame gebouwen, bouwmaterialen, interieur inrichting, installaties, civiele voorzieningen

A 4140

G 6100

Circulair utiliteitsgebouw

Investeringen in een circulair utiliteitsgebouw(deel) zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6100 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2024 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl op de pagina over circulair bouwen.

In het Bouwbesluit 2012 worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte in de ontwerpberekening meegenomen te worden, uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

G 6102

Circulaire woning

Investeringen in een circulair gebouw(deel), zoals hierboven genoemd, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor bedrijfsmiddel G 6102 gemeld worden. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: De kosten voor het geheel slopen van een bestaand gebouw(deel) komen niet in aanmerking, de bijkomende kosten voor het tijdens de sloop winnen van de in het circulaire gebouw(deel) toe te passen elementen en componenten (circulair slopen) komen wel in aanmerking. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek.

De door de regeling erkende duurzame bouw maatlatmethodieken zijn in 2024 BREEAM-NL en GPR Gebouw.

Informatie over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken kunt u vinden op milieudatabase.nl. Op rvo.nl/miavamil is de ‘Handreiking circulaire gebouwen op de Milieulijst’ te downloaden. Meer informatie over circulair bouwen kunt u vinden op rvo.nl op de pagina over circulair bouwen.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

G 6115

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatie-systemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

E 6116

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens BREEAM-NL

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

G 6120

Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

E 6121

Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte

in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig

is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

G 6127

Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

E 6128

Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International

Een gebouw(deel) met industriefunctie komt voor ten hoogste 30.000 m2 bvo in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 600 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met E 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl.

Onder bruikbaar dakoppervlak wordt verstaan het totale dakoppervlak van een gebouw(deel), met uitzondering van dakoppervlak dat wordt gebruikt voor (voorzieningen voor) technische installaties, lichtstraten, daglichtkoepels en hemelwaterafvoeren. Onder grootschalige renovatie wordt verstaan renovatie waarbij ten minste 25% van de oppervlakte van de uitwendige scheidingsconstructie van een gebouw(deel) wordt vernieuwd, veranderd of vergroot.

D 6130

(Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2021, 2022 of 2023

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) zoals vermeld in bedrijfsmiddel 6115, 6120, 6125 of 6127, zoals deze luidde in het jaar waarin de eerste melding voor de investering in het gebouw(deel) is gedaan, in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouw(deel), niet zijnde vervolginvesteringen in het jaar van de eerst gemelde investering, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Uitsluitend vervolginvesteringen voor investeringen gemeld onder bedrijfsmiddel 6115, 6120, 6125 of 6127 van de Milieulijst 2021, 2022 of 2023 komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: In het Besluit bouwwerken leefomgeving worden geen eisen gesteld aan de energiezuinigheid van gebouw(del)en met een industriefunctie. Er bestaat dan ook nog geen methode voor het bepalen van de energieprestatie van industriële gebouwen. Met de NTA 8800 kan op een alternatieve wijze toch de energieprestatie van de industriefunctie worden bepaald. Hiervoor moet in plaats van de industriefunctie een sportfunctie worden aangehouden in de NTA 8800 berekening. Voor de industriefunctie dient het energiegebruik voor warmtapwater voor de gehele gebruiksoppervlakte in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is. In de referentie ‘gebouw met sportfunctie’ is een grote vraag naar warmtapwater opgenomen. In de bepaling van de energiebehoefte en het primair fossiel energieverbruik mag de energie die nodig is voor deze fictieve energievraag voor warm tapwater van

het resultaat uit de energieprestatieberekening worden afgetrokken.

B 4487

F 6330

Inpandig muurbegroeiingsysteem

Toelichting: Moswanden komen niet in aanmerking onder code F 6330, omdat ze niet bestaan uit levende vegetatie en daardoor binnenruimten niet kunnen zuiveren en koelen.

F 4520

C 6410

Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Uitsluitend de aanschaf van de zonnepanelen kan worden gemeld voor willekeurige afschrijving milieu-investeringen, overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie zoals de omvormer, optimizers, montagerails en andere bevestigingsmaterialen komen niet in aanmerking.

Zonnepanelen op landbouwgrond of in natuurgebieden komen niet in aanmerking. Onder landbouwgrond wordt verstaan: landbouwareaal dat valt onder artikel 4, lid 1, onder e, van Verordening 1307/2013.2Verordening 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L 347).

Onder natuurgebied wordt in deze regeling verstaan: bijzonder nationaal natuurgebied als bedoeld in artikel 2.43, tweede lid, van de Omgevingswet.

Zie bedrijfsmiddel 251102 van de energie-investeringsaftrek voor PV-installaties met een piekvermogen van ten minste 15 kW en een doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80 A.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Toelichting: Een emissiemeting wordt uitgevoerd door een bedrijf dat hiertoe geaccrediteerd is (periodieke metingen) volgens EU normen NEN-EN 14792 en NEN-EN 15259.

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassa, biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing betreft. Denk bijvoorbeeld aan het als grondstof gebruiken van bermgras of plantenresten uit de land- of tuinbouw, ter vervanging van het gebruik van primaire, niet duurzame biomassa of niet hernieuwbare grondstoffen.

De teelt en verwerking van primaire biomassastromen komt onder F 1100 niet in aanmerking. Onder voedingsmiddel wordt zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Thema-overstijgende milieu-innovatie

1.1. Biobased economy

Bio-based economy

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Substitutie van water en grondstoffen

Recycling van afval(water) en grondstoffen

Inzameling van afval(water)

1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)

Ketenaanpak

Ketenaanpak

1.6. Betere afvalscheiding (recycle)

Veehouderij

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

Visserij

Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

Mobiliteit

Transportpreventie

Wegvervoer

3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen

Scheepvaart

CO2-uitstoot

Klimaat en lucht

Vliegverkeer

3.4. Mobiele werktuigen

Distributie van alternatieve brandstoffen

CO2-uitstoot

Co2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

Fijn stof

Fijn stof

Mobiele werktuigen

Overige luchtverontreiniging

4.6. Overige luchtverontreiniging

Ecosystemen en biodiversiteit

Oppervlaktewater

3.6. Luchtvervoer

Gevaarlijke stoffen

Bebouwde omgeving

4.1. Co2-uitstoot

Materiaalgebruik

Installaties en civiele voorzieningen

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassa tot biobased plastics. Denk bijvoorbeeld aan de productie van plastics uit landbouwresten, zoals aardappelschillen en bietenpunten.

De teelt en verwerking van primaire biomassastromen komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking. Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden. Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Grondstoffen en afval

Bio-basedeconomy

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Substitutie van water en grondstoffen

Substitutie van water en grondstoffen

Verwerking van afval(water)

Inzameling van afval(water)

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Glastuinbouw

Ketenaanpak

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

Visserij

Aquacultuur

Mobiliteit

Wegvervoer

Wegvervoer

Scheepvaart

Mobiele werktuigen

Spoorvervoer

4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)

Klimaat en lucht

Overige broeikasgassen

CO2-uitstoot

Fijn stof

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Overige luchtverontreiniging

Ruimtegebruik

3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

Oppervlaktewater

Bodem en grondwater

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Bebouwde omgeving

DuBo

DuBo

Installaties en civiele voorzieningen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen

Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:

Artikel 2a. Afwijkingsgronden

In afwijking van de artikelen 1a en 2 worden bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, dan wel investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan niet aangewezen indien:

Artikel 3a. Transparantie
1.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de sector van primaire landbouwproductie, meer bedraagt dan € 10.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Landbouwvrijstellingsverordening, bekend.

2.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de sector verwerking van landbouwproducten, de sector afzet van landbouwproducten of de bosbouwsector, meer bedraagt dan € 100.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Landbouwvrijstellingsverordening, bekend.

3.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de sector van productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, meer bedraagt dan € 10.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Visserijvrijstellingsverordening, bekend.

4.

Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in andere sectoren dan die genoemd in het eerste tot derde lid , meer bedraagt dan € 100.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de gegevens, genoemd in bijlage III van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bekend.

Bijlage. bij de artikelen 1a en 2 van de Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 2a. Bedrijfsmiddelen met middelvoorschrift

1. Grondstoffen- en watergebruik

Biobased economy

Circulaire economie, bio-based economy, hernieuwbare grondstoffen, preventie van water- en grondstoffengebruik, vervanging van niet-duurzame grondstoffen, recycling, afvalverwerking, waterzuivering

Bio-based economy

1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)

Substitutie van water en grondstoffen

1.6. Betere afvalscheiding (recycle)

Ketenaanpak

1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

2. Voedselvoorziening en landbouwproductie

Veehouderij

Landbouwapparatuur

Mobiliteit

Visserij

Mobiliteit

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

3. Mobiliteit

4.2. Overige broeikasgassen

Mobiele werktuigen

Spoorvervoer

Distributie van alternatieve brandstoffen

CO2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijn stof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

Overige broeikasgassen

3. Mobiliteit

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Overige luchtverontreiniging

4.4. Fijn stof

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Distributie van alternatieve brandstoffen

Oppervlaktewater

Ecosystemen en biodiversiteit

Bebouwde omgeving

DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen

Oppervlaktewater

6.1. Duurzame gebouwen

Installaties en civiele voorzieningen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Circulaire economie

Substitutie van water en grondstoffen

1.4. Recycling (recycle)

Verwerking van afval(water)

1.6. Betere afvalscheiding (recycle)

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Kassen, stallen, landbouwwerktuigen, aquacultuur, visserij, verwerkingsapparatuur

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

Visserij

Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

2.3. Landbouwapparatuur

Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

Mobiele werktuigen

Spoorvervoer

Distributie van alternatieve brandstoffen

2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

4.6. Overige luchtverontreiniging

Overige broeikasgassen

Zure depositie

Scheepvaart

Overige luchtverontreiniging

Ruimtegebruik

4.2. Overige broeikasgassen

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

3.4. Mobiele werktuigen

DuBo

Materiaalgebruik

Installaties en civiele voorzieningen

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Substitutie van water en grondstoffen

Recycling van afval(water) en grondstoffen

Verwerking van afval(water)

Ketenaanpak

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Veehouderij

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

Mobiliteit

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

Wegvervoer

Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

2.5. Visserij

3.1. Wegvervoer

5.3. Klimaatadaptatie in gebouwde omgeving

Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

3.5. Spoorvervoer

Overige broeikasgassen

Zure depositie

Overige luchtverontreiniging

Ecologische systemen, biodiversiteit, oppervlaktewater, grondwater, bodem, gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

5. Ruimtegebruik

Overige luchtverontreiniging

Overige broeikasgassen

Zure depositie

DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen

DuBo

Materiaalgebruik

4.4. Fijn stof

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Toelichting: Voorbeelden van met micro-organismen geproduceerde grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.

F 1200

Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet.

Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor innovatieve nieuwe technieken die het gebruik van grondstoffen verminderen, waardoor per vervaardigd product minder grondstoffen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor technieken die het gebruik van grondstoffen verminderen, waardoor per vervaardigd product minder grondstoffen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan:

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor industriële apparatuur die wordt gebruikt voor productieprocessen, anders dan het vervaardigen van producten. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur die minder oplosmiddelen of andere chemicaliën gebruikt. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Zie bedrijfsmiddel F 1200 en A 1201 voor grondstofbesparende apparatuur voor het vervaardigen van producten.

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Toelichting: Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt dat om vast te stellen of een investering in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, wordt verzocht een referentie-investering op te geven. De referentie-investering betreft de investering in een bedrijfsmiddel dat gangbaar is voor de betreffende toepassing, in dit geval de productie van vergelijkbare producten of onderdelen. Wanneer het bijvoorbeeld gangbaar is om vergelijkbare producten te produceren met een freesmachine, dan is dit de referentie-investering de aanschaf van een dergelijke machine. De steun die kan worden verleend is gebaseerd op de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief. Wanneer het produceren van dezelfde producten met een andere techniek dan een 3D-printer geen reëel alternatief is, komt de investering in een 3D-printer niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur die gebruikt wordt om onderdelen van producten te demonteren en voor te bereiden voor hergebruik in nieuwe producten of recycling tot grondstoffen. Denk bijvoorbeeld aan demontagerobots voor telefoons en voorzieningen voor het uit demonteren van producten, zoals vangrails of zonnepanelen, tot herbruikbare of recyclebare onderdelen.

Onder hergebruik wordt verstaan elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

F 1400

Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet. Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden of wordt opgelost, met als oogmerk de verkregen kleinere of opgeloste eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder hoogwaardigere recycling wordt verstaan een recycling waarbij de afvalstof wordt bewerkt tot recyclaat dat de kwaliteit van primaire grondstoffen dichter benadert dan recyclaat dat is geproduceerd met voor de afvalstof gangbare recyclingprocessen. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische recycling van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

A 1401

Recyclingapparatuur

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder hoogwaardigere recycling wordt verstaan een recycling waarbij de afvalstof wordt bewerkt tot recyclaat dat de kwaliteit van primaire grondstoffen dichter benadert dan recyclaat dat is geproduceerd met voor de afvalstof gangbare recyclingprocessen. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Klimaat en lucht

Overige broeikasgassen

Zure depositie

Ruimtegebruik

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

Bebouwde omgeving

Materiaalgebruik

4.3. Zure depositie

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Voedselvoorziening en landbouwproductie

Glastuinbouw

Veehouderij

Landbouwapparatuur

Aquacultuur

Visserij

Verwerkingsapparatuur voor voedsel en agrarische producten

Mobiliteit

Stille, schone en zuinige transportmiddelen, mobiele werktuigen, distributie van alternatieve brandstoffen, transportpreventie

Wegvervoer

Scheepvaart

Mobiele werktuigen

Vervoer over het spoor

3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen

3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

Co2-uitstoot, overige broeikasgassen, zure depositie, fijnstof, smog, vluchtige organische stoffen (VOS), overige luchtverontreiniging, geur

Co2-uitstoot

Overige broeikasgassen

Zure depositie

4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)

Ruimtegebruik

5.3. Leefomgeving

Ecosystemen en biodiversiteit

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

Gebouwde omgeving

DuBo, gebouwen, bedrijfsterreinen, bouwmaterialen, installaties, civiele voorzieningen

DuBo

Bedrijfsterreinen

5. Ruimtegebruik

Installaties en civiele voorzieningen

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan 2017-2029 (LAP3), komen in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische recycling van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

F 1409

Apparatuur voor de chemische recycling van afvalstoffen

Toelichting: Onder chemische recycling wordt verstaan een proces waarbij de afvalstof op moleculair niveau wordt afgebroken in kleinere eenheden (of wordt opgelost), met als oogmerk de verkregen kleinere (of opgeloste) eenheden in te zetten bij de productie van nieuwe materialen of grondstoffen al dan niet vergelijkbaar met de materialen waaruit de afvalstof bestaat, maar niet zijnde brandstoffen. Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

Voorbeelden van chemische recycling zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, solvent-based purification (SBP) en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie uit chemische recycling tot een grondstof komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor depolymerisatie-installaties voor polyesterafval.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

Toelichting: Onder recyclaat wordt verstaan een stof of materiaal ontstaan uit afvalstoffen waarvoor geldt dat deze zonder verdere verwerking toegepast kan worden als grondstof. Dit kan nog een afvalstof zijn of al einde-afval als aan de voorwaarden hiervan wordt voldaan.

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur die noodzakelijk is om gerecyclede grondstoffen toe te passen tijdens het vervaardigen van een product. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur om het aandeel gerecycled materiaal in een product te verhogen of aanpassingen van bestaande productieapparatuur waardoor hiermee ook producten die volledig uit gerecycled materiaal bestaan geproduceerd kunnen worden.

Onder biomassa wordt verstaan de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur om plastic zwerfafval te recyclen. Denk bijvoorbeeld aan voorzieningen voor recyclingapparatuur voor kunststoffen om de vervuiling van plastic zwerfafval te verwijderen.

A 1600

Scheidingsapparatuur voor afvalstoffen

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel is bedoeld voor apparatuur om gemengde afvalstromen beter te scheiden, waardoor meer of hoogwaardigere grondstoffen worden teruggewonnen of het risico op afvalbranden afneemt. Ook het van recyclebare afvalstoffen scheiden van niet-recyclebare afvalstoffen komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking. Denk bijvoorbeeld aan apparatuur voor het op soort kunststof en kleur scheiden van gemengde kunststoffen, detectieapparatuur op basis van inductie voor non-ferrometalen en roestvast staal, detectieapparatuur op basis van near-infrared spectroscopy (NIR) voor zwarte afvalstoffen of biologisch afbreekbare plastics, detectieapparatuur voor batterijen of (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, vision technologie, magnetic density separation (MDS) of röntgenfluorescentie (XRF).

Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die voldoet aan één of meer van de criteria of voorwaarden, bedoeld in artikel 57 van EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (REACH). Dit zijn stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare effecten kunnen hebben op de menselijke gezondheid en het milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Onder potentiële zeer zorgwekkende stof wordt verstaan een stof die mogelijk voldoet aan de criteria voor een zeer zorgwekkende stof, maar nog niet als een zeer zorgwekkende stof is geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Op de website van het RIVM worden lijsten bijgehouden van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen of potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn.

Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

Toelichting: Onder keten wordt verstaan het geheel van winnen van grondstoffen, maken van producten, gebruiken van producten en het beheren van de afvalstoffen die vrijkomen bij of na de hiervoor genoemde activiteiten.

F 2715

Apparatuur voor de winning van eiwit

Toelichting: Onder keten wordt verstaan het geheel van winnen van grondstoffen, maken van producten, gebruiken van producten en het beheren van de afvalstoffen die vrijkomen bij of na de hiervoor genoemde activiteiten.

A 4000

Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren moet aangetoond worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet. Dat de techniek voor het eerst wordt toegepast in Nederland kan worden aangetoond door bijvoorbeeld contractuele vastlegging of een verklaring van de leverancier. Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4002

Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Onder een nageschakelde emissiereducerende techniek wordt een techniek verstaan waarbij sprake is van het filteren, scheiden, afvangen, binden of opnemen van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen. Bestaande nageschakelde technieken zouden ten gevolge van het aanpassen of vervangen van het productieproces, deels of volledig kunnen komen te vervallen.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Voorbeelden van technieken zijn het gebruik van andere grondstoffen of een gewijzigde routing, productie- of bewerkingsmethode waardoor schadelijke emissies worden voorkomen. Naast het beperken van luchtemissies kan de beperking van emissie naar bodem of water worden gestimuleerd als deze onderdeel zijn van deze investering.

Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen bedoeld zoals genoemd in milieuwet en -regelgeving, waaronder fijnstof. Zie bijvoorbeeld de stoffen genoemd in de bijlagen III en VIA van het Besluit activiteiten leefomgeving of de lijsten op echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Zie bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200, F 4201 voor het reduceren van broeikasgassen.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voor maatregelen die primair zijn getroffen voor een beter binnenmilieu (in de bedrijfsruimte waar personeel werkt) kunnen arbo-verplichtingen gelden.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4003

Apparatuur voor vermindering van emissies tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-) technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Voorbeelden zijn apparatuur die filters in bedrijf kan houden tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering of een parallel geschakeld filter waardoor in geval van uitval toch sprake is van emissiereductie. Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen bedoeld zoals genoemd in milieuwet en -regelgeving, waaronder fijnstof. Zie bijvoorbeeld de stoffen genoemd in de bijlagen III en VIA van het Besluit activiteiten leefomgeving of de lijsten op echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Let op: investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4100

Apparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4101

Apparatuur voor het afvangen van CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Gangbare toepassingen, met uitzondering van toepassingen in de tuinbouw, zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4102

Apparatuur voor het transport van afgevangen CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4111

Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is de elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.

Zie bedrijfsmiddelcode 270403 van de energie-investeringsaftrek voor productie van waterstof als brandstof.

Let op: mocht u voor uw investering subsidie hebben gekregen vanuit de subsidieregeling Opschaling Waterstofproductie middels Elektrolyse (OWE), dan kunt u waarschijnlijk geen gebruik meer maken van de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen. Met de subsidie heeft u waarschijnlijk al de maximale staatssteun ontvangen die vanuit de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) gegeven mag worden aan een investering.

F 4200

Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasgasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

F 4201

Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Grondstoffen- en watergebruik

Preventie van water- en grondstoffengebruik

Recycling van afval(water) en grondstoffen

1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)

2.2. Veehouderij

Voedselvoorziening en landbouwproductie

2. Voedselvoorziening en landbouwproductie

Veehouderij

Landbouwapparatuur

3.5. Spoorvervoer

Visserij

Verwerkingsapparatuur voor voedsel en agrarische producten

Mobiliteit

Wegvervoer

Vervoer over het spoor

Luchtvervoer

Klimaat en lucht

Fijnstof

Vluchtige organische stoffen (VOS)

Overige luchtverontreiniging

Ruimtegebruik

Ecosystemen en biodiversiteit

Bodem en grondwater

Gevaarlijke stoffen

Gebouwde omgeving

DuBo

Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover. Onder recycling wordt verstaan elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor de vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF3, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen. Voorbeelden van gefluoreerde broeikasgassen zijn HFK’s en PFK’s, SF6 en NF3.

Zie de bedrijfsmiddelen D 4208 en A 4210 voor het vervangen van SF6 in schakelsystemen en bedrijfsmiddel F 5410 voor detectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen.

Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).

F 4305

NOx-emissie reducerende techniek

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 5.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel D 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR). Onder industrieel wordt verstaan grootschalig en met een hoge mate van mechanisering en automatisering.

Let op: bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen niet in aanmerking. Aanpassingen en voorzieningen voor bestaande bedrijfsmiddelen die fossiele brandstoffen gebruiken komen onder voorwaarden wel in aanmerking. Zie punt 12 van paragraaf 1 van deze bijlage.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Bedrijfsterreinen

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de Gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over BREEAM-NL is beschikbaar op BREEAM.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of

inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6120

# Zeer duurzaam gerenoveerd of verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

Infrastructuur en gebouwgebonden materiaalgebruik

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6121

# Duurzaam gerenoveerd of zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens GPR Gebouw

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over GPR Gebouw is beschikbaar op gprgebouw.nl. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6125

# Zeer duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

Installaties en civiele voorzieningen

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem. Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie. Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld.

Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op

tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6126

# Duurzaam gerenoveerd of nieuw utiliteitsgebouw volgens LEED

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over LEED is beschikbaar op usgbc.org en bouwcertificering.org. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

G 6127

*** Verdergaand zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International**

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren kunnen uitsluitend gemeld worden voor bedrijfsmiddel D 6130 van de betreffende Milieulijst, indien voldaan wordt aan de eisen van dat bedrijfsmiddel. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6128

*** Zeer duurzaam nieuw utiliteitsgebouw volgens DGNB International**

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Utiliteitsgebouw(deel) zonder industriefunctie

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

Indien er een vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingsysteem wordt toegepast, wordt het maximaal voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komende bedrag verhoogd met € 300 per m2 vegetatiedak, retentiedak of gevelbegroeiingssysteem.

Indien een gebouw bestaat uit meerdere gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, wordt het maximale bedrag dat voor milieu-investeringsaftrek in aanmerking komt gebaseerd op het totale bvo van de gebouwdelen met dezelfde gebruiksfunctie, zijnde de totalen voor de gebouwdelen met industriefunctie en de gebouwdelen zonder industriefunctie.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Een gebouw waarin meerdere functies gecombineerd worden, kan één MilieuPrestatieberekening voor Gebouwen voor de combinatie van de gebouwfuncties hebben. Investeringen in duurzame energieopwekkingsinstallaties en energieopslag kunnen gemeld worden voor bijvoorbeeld Stimulering Duurzame Energieproductie of energie-investeringsaftrek. De Nationale Milieudatabase informatie kunt u vinden op milieudatabase.nl. Informatie over DGNB is beschikbaar op dgnb-system.de. Een lijst van goedgekeurde houtcertificatiesystemen is beschikbaar op tpac.smk.nl of inkoopduurzaamhout.nl. Het Bouwbesluit 2012 is te raadplegen via wetten.nl.

D 6130

# (Zeer) duurzaam utiliteitsgebouw conform Milieulijst 2020, 2021 of 2022

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) zoals vermeld in bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125, zoals deze luidde in het jaar waarin de eerste melding voor de investering in het gebouw(deel) is gedaan, in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek. Vervolginvesteringen in een duurzaam gebouw(deel), niet zijnde vervolginvesteringen in het jaar van de eerst gemelde investering, kunnen uitsluitend in zijn geheel voor dit bedrijfsmiddel worden gemeld. Uitsluitend vervolginvesteringen voor investeringen gemeld onder bedrijfsmiddel 6115, 6120 of 6125 van de Milieulijst 2020, 2021 of 2022 komen in aanmerking onder bedrijfsmiddel D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

E 6211

Duurzaam beton(product) van ten minste 30% gerecycled materiaal

De investering in het duurzame beton(product) komt voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

€ 50 per kubieke meter beton bij uitsluitend vervanging van de zand- en grindfractie,

€ 75 per kubieke meter beton als ook 20% van het cement is vervangen door gerecycled cement.

Een investering in beton(producten) met gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6211 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6212

Duurzame recyclebare POCB- of EPDM-dakbedekking

Een investering in duurzame recyclebare dakbedekking als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6212 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6214

Betontegel van ten minste 75% gerecycled materiaal

D 6215

Lignine-asfalt

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel F 1115 voor productieapparatuur voor lignine-asfalt.

F 6216

Geopolymeer betontegel met ten minste 70% gerecycled materiaal

Een investering in geopolymeer betontegels op basis van gerecycled materiaal als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6216 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

E 6217

Circulaire staalconstructie met terugnamegarantie

Een investering in een circulaire staalconstructie met terugkoopgarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6217 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6218

Isolatiemateriaal van 100% gerecycled polystyreen

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in isolatiemateriaal van gerecycled polystyreen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel B 6218 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6219

Kalkhennep op basis van hydraatkalk

Een investering in kalkhennep op basis van hydraatkalk als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6219 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

D 6220

CO2 gebonden bouwmaterialen met ten minste 40% gerecycled materiaal

Een investering in CO2 gebonden bouwmaterialen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel D 6220 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6221

Gerefurbishte plafondplaten

Een investering in gerefurbishte plafondplaten als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6221 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6222

*** Circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie**

Een investering in circulaire wand- of vloerpanelen met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6222 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

B 6223

*** Geëxpandeerd cellulose ester spouwmuurisolatie**

Een investering in isolatiemateriaal van geëxpandeerd cellulose-ester als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6223 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

E 6224

*** Houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen**

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 30 per vierkante meter in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

Een investering in houtvezelisolatieplaten op basis van reststromen als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel E 6224 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

F 6226

*** Circulaire binnendeur met terugnamegarantie**

Een investering in een circulaire binnendeur met terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6226 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Voor bedrijfsmiddelen geldt een minimum meldingsbedrag van € 2.500. Bij bijvoorbeeld een prijs van € 450 per bedrijfsmiddel worden ten minste 6 bedrijfsmiddelen tegelijk aangeschaft en gemeld.

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

A 6310

Akoestische panelen van schapenwol

E 6318

# Circulaire keuken met terugnamegarantie

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.500 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

A 6319

Modulair herbruikbaar wandsysteem

Toelichting: Het wandsysteem mag niet verbonden zijn aan het plafond, vloer of muur. Hieronder wordt verstaan dat het wandsysteem of onderdelen daarvan niet zijn geschroefd, gekit, gelijmd of anderszins verbonden aan het plafond, vloer of muur. Een wandsysteem dat tussen het plafond, vloer of muur geklemd wordt kan wel onder A 6319 gemeld worden.

E 6320

*** Demontabel herbruikbaar wandsysteem met vlaskern**

Toelichting: Het wandsysteem of onderdelen daarvan mogen met schroeven verbonden zijn aan plafond, vloer of muur, maar mogen niet gekit, gelijmd of op een andere manier verbonden zijn aan plafond, vloer of muur.

A 6321

*** Cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie**

Het bedrijfsmiddel komt voor 30% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Een investering in een cleanroom met herbruikbare wandpanelen en terugnamegarantie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel A 6321 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 6325

# Circulair matras met terugnamegarantie

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend. Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

F 6330

Inpandig muurbegroeiingsysteem

F 6340

Composteerbaar vloerkleed met terugnamegarantie

F 6341

Lichtgewicht naaldvilt tapijttegels op basis van gerecycled textiel en biomassa

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

B 6342

Circulair tapijt met terugnamegarantie

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van het tapijt of de tapijttegels komen niet in aanmerking.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Investeringen in een utiliteitsgebouw binnen het kalenderjaar van de eerste melding voor milieu-investeringsaftrek kunnen uitsluitend in zijn geheel voor één van de bedrijfsmiddelen G 6115 tot en met D 6128 worden gemeld. Vervolginvesteringen in dit gebouw(deel) in nakomende jaren komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek.

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

De investering in het utiliteitsgebouw komt voor ten hoogste het volgende bedrag per gevalideerde vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo) in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek:

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Utiliteitsgebouw(deel) met industriefunctie

B 6343

# Tapijttegels van ten minste 80% gerecycled materiaal

Het bedrijfsmiddel komt voor 50% van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond.

De kosten voor het verwijderen van bestaande vloerbedekking, het voorbereiden van de ondergrond en het leggen van de tapijttegels komen niet in aanmerking.

A 6344

Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels

Toelichting: Onder los gelegde tapijttegels worden tapijttegels verstaan die niet zijn verlijmd aan de ondergrond. Onder productie-uitval wordt een eindproduct verstaan dat niet aan de kwaliteitseisen van de producent voldoet en daarom als niet verkoopbaar wordt gezien.

Tapijttegels of vloerkleed op basis van productie-uitval, restpartijen of gebruikte tapijttegels

F 6405

Draaibare multifunctionele oppervlaktebedekking

C 6410

# Cadmium- en fluorvrije zonnepanelen met terugnamegarantie en losmaakbare zonnecellen

Duurzame energieopwekkingsinstallaties zijn geen onderdeel van een gebouw volgens bedrijfsmiddel G 6100 tot en met D 6130.

Toelichting: Uitsluitend de aanschaf van de zonnepanelen kan worden gemeld voor willekeurige afschrijving milieu-investeringen, overige onderdelen van de duurzame energieopwekkingsinstallatie zoals de omvormer, optimizers, montagerails en andere bevestigingsmaterialen komen niet in aanmerking.

Zonnepanelen op landbouwgrond of in natuurgebieden komen niet in aanmerking. Onder landbouwgrond wordt verstaan: landbouwareaal dat valt onder artikel 4, lid 1, onder e, van Verordening 1307/2013.

Onder natuurgebied wordt in deze regeling verstaan: gebied dat is aangewezen op grond van de Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 1979, L 103), Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU, L 206), artikel 1.1. van de natuurbeschermingswet; gebieden vallend onder de Regeling aanwijzing nationale parken en gebieden aangewezen in het Natuurnetwerk Nederland.

Zie bedrijfsmiddel 251102 van de energie-investeringsaftrek voor PV-installaties met een piekvermogen van ten minste 15 kW en een doorlaatwaarde van ten hoogste 3x80 A.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.1. Biobased economy

1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)

1.4. Recycling (recycle)

1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen

2. Voedselvoorziening en landbouwproductie

2.1. Glastuinbouw

2.2. Veehouderij

3.3. Scheepvaart

2.4. Aquacultuur

3.1. Wegvervoer

3.3. Scheepvaart

3.4. Mobiele werktuigen

3.5. Spoorvervoer

3.6. Luchtvervoer

3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen

4. Klimaat en lucht

4.2. Overige broeikasgassen

4.4. Fijn stof

4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)

4.6. Overige luchtverontreiniging

5. Ruimtegebruik

5.1. Ecosystemen en biodiversiteit

5.2. Kwaliteit van bodem en water

5.3. Leefomgeving

5.4. Externe veiligheid

6. Gebouwde omgeving

6.1. Duurzame gebouwen

6.2. Materiaalgebruik

6.3. Interieur en inrichting

6.4. Installaties en civiele voorzieningen

F 6446

Decentrale sanitatie-installatie

Een investering in een decentrale sanitatie-installatie als onderdeel van een duurzaam gebouw dat gemeld is onder één van de bedrijfsmiddelen G 6100 tot en met D 6130 komt onder bedrijfsmiddel F 6446 niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Decentrale sanitatie-installatie

Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt:

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

F 1100

Productieapparatuur voor grondstoffen of producten op basis van biomassa

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen (zoals gras), biochemie of toepassing van natuurlijke vezels, mits het geen gangbare toepassing is. De teelt van biomassa komt onder F 1100 niet in aanmerking. Onder voedingsmiddelen worden zowel humane als dierlijke voeding verstaan. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1101

Productieapparatuur voor (producten van) biobased plastics

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld raffinage van biomassastromen. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie op basis van biomassa, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt in aanmerking onder dit bedrijfsmiddel. De teelt van biomassa komt onder bedrijfsmiddel F 1101 niet in aanmerking. Van duurzame biomassa is in ieder geval sprake als de biomassa binnen de voorwaarden van NTA 8080 (Better Biomass certificaat) is geproduceerd. Onder duurzame biomassa worden ook biomassarest- en afvalstromen verstaan. Van het verstoren van de recycling van reguliere plastics kan bijvoorbeeld sprake zijn als biobased plastics in samenstelling niet gelijk zijn aan plastics van fossiele grondstoffen en daardoor de kwaliteit van recyclaat negatief beïnvloeden.

Zie de bedrijfsmiddelen F 2600, F 2601, F 2612, F 2613, F 2700, F 2721 en F 2722 voor verwerking van biomassa in de landbouw, visserij of aquacultuur.

F 1106

Productiesysteem met micro-organismen

Toelichting: Voorbeelden van hoogwaardige grondstoffen zijn grondstoffen voor de productie van: basischemie, oliën, bestrijdingsmiddelen, bindmiddelen, kleur-, geur- of smaakstoffen en antioxidanten.

F 1200

# Nieuwe en innovatieve grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve technologie te kwalificeren zal aangetoond moeten kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet. Voorbeelden van apparatuur voor vermindering van het verbruik van grondstoffen zijn investeringen in kringloopsluiting, afvalpreventie, het verwaarden van reststromen en procesintensificatie (zoals micro- en spinning disc reactoren).

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

A 1201

Grondstofbesparende productieapparatuur

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende voorzieningen of installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1400 en verder voor investeringen in recycling van grondstoffen en water.

B 1202

Grondstofbesparende industriële apparatuur

F 1203

Productieapparatuur voor duurzamere producten met terugnamegarantie

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.

A 1204

Productieapparatuur voor duurzamere producten

Toelichting: Zie de bedrijfsmiddelen F 1260 en A 1261 voor investeringen in productieapparatuur voor goed of redelijk recyclebare kunststof verpakkingen.

B 1205

*** Productieapparatuur voor productie met milieuvriendelijkere grondstoffen (aanpassen bestaande situatie)**

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld het in een productieproces vervangen van een grondstof met een hoge milieu-impact, zoals een toxische grondstof, door een grondstof met een lagere milieu-impact. De aanpassingen aan productieapparatuur en overige voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de vervanging van de grondstof komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking. Het aantonen dat een grondstof milieuvriendelijker is kan bijvoorbeeld met de MKI of LCA van de vervangen en vervangende grondstof.

Zie de bedrijfsmiddelen F 1100 en F 1101 voor het toepassen van biomassagrondstoffen. Zie bedrijfsmiddel A 1500 voor het toepassen van gerecyclede grondstoffen. Zie bedrijfsmiddel F 1700 voor het vervangen van ZZS, nanodeeltjes of microplastics. Zie de bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200 en F 4201 voor het voorkomen van emissies tijdens productieprocessen.

F 1211

3D-printer voor duurzamer produceren

Toelichting: Voor een bedrijfsmiddel met doelvoorschrift geldt dat om vast te stellen of een investering in aanmerking komt voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, wordt verzocht een referentie-investering op te geven. De referentie-investering betreft de investering in een bedrijfsmiddel dat in een gangbare praktijk wordt gebruikt voor de betreffende toepassing, in dit geval de productie van vergelijkbare producten of onderdelen. Wanneer het bijvoorbeeld gangbaar is om vergelijkbare producten te produceren met een frees- of spuitgietmachine, dan is dit de referentie-investering de aanschaf van een dergelijke machine. De steun die kan worden verleend is gebaseerd op de bijkomende investeringskosten ten opzichte van het minder milieuvriendelijke alternatief. Wanneer het produceren van dezelfde producten met een andere techniek dan een 3D-printer geen reëel alternatief is, komt de investering in een 3D-printer niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 1301

Apparatuur of voorziening voor demontage ten behoeve van hergebruik of recycling

Toelichting: Onder bedrijfsmiddel F 1301 kan bijvoorbeeld apparatuur worden gemeld die gebruikt wordt om geautomatiseerd onderdelen van elektronische apparatuur (mobiele telefoons), vangrails of zonnepanelen te demonteren en voor te bereiden voor recycling of hergebruik in nieuwe producten.

A 1340

Waterbesparende voorziening of installatie

F 1400

# Nieuwe en innovatieve recyclingapparatuur

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D); alleen engineering volstaat niet.

Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte wat gangbaar is.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke, scheidingsinstallaties (zoals inductiescheiding, toepassen visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, dubbele vacuümfiltratie voor extrusie van kunststofgranulaat en XRF-technologie) of recyclinginstallaties voor lithiumaccu’s.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

A 1401

Recyclingapparatuur

Toelichting: Belangrijkste criterium voor hoogwaardiger recycling is een hogere kwaliteit van het recyclaat, bijvoorbeeld door het dichter benaderen van virgin-kwaliteit. Een hogere marktprijs kan een indicatie zijn voor hogere kwaliteit. Andere criteria zijn een groter aantal cycli waarin de grondstof in de keten kan blijven en minder milieuschade bij het recyclen (inclusief energieverbruik), dit ten opzichte van wat gangbaar is.

Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld onderdelen van recyclinginstallaties voor kunststoffen, bouwstoffen en dergelijke. Ook recyclinginstallaties die recyclen volgens de criteria voor voorkeursrecycling, zoals gedefinieerd in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) komen in aanmerking.

Zie bedrijfsmiddel A 1340 voor investeringen in waterbesparende installaties. Zie bedrijfsmiddel F 1200 en verder voor investeringen in preventie van gebruik van grondstoffen en water. Zie bedrijfsmiddel F 1409 voor investeringen in chemische verwerking van afvalstoffen, waaronder solvolyse-installaties.

B 1405

Terugwinningsinstallatie voor grondstoffen uit afvalwater of waterzuiveringsslib (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Bedrijfsmiddel B 1405 betreft de terugwinning van grondstoffen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 1406

Terugwinningsinstallatie voor fosfaten of witte fosfor

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld de terugwinning van fosfaat of witte fosfor (P₄) uit afvalwater, urine, plantaardige reststromen, afvalwaterslib en assen van afvalwaterslibverbranding afkomstig van communale of industriële biologische waterzuiveringsinstallaties.

Zie bedrijfsmiddel A 2650 voor het terugwinnen van fosfaten of witte fosfor uit mest.

F 1409

# Apparatuur voor de chemische verwerking van afvalstoffen

Toelichting: Voorbeelden van chemische verwerking zijn onder andere pyrolyse, vergassen, solvolyse, Solvent-based Purification (SBP), en superkritische (water)vergassing. Ook het opwaarderen (stabiliseren) van pyrolyse-olie tot grondstof afkomstig uit de chemische verwerking, om deze geschikt te maken voor het bijmengen in een petrochemische kraakinstallatie als vervanger van fossiele nafta, komt onder dit bedrijfsmiddel in aanmerking.

Onder mechanische recycling wordt een proces verstaan waarbij afvalstoffen tot grondstof worden verwerkt door bijvoorbeeld sorteren, verkleinen (malen of versnipperen), wassen, agglomereren en extruderen, waarbij het afval dat redelijkerwijs geschikt gemaakt kan worden voor recycling daadwerkelijk wordt afgescheiden en gerecycled en een zo klein mogelijk residu wordt verbrand.

Onder afvalstoffen waarvoor mechanische recycling niet mogelijk is en welke redelijkerwijs ook niet geschikt te maken zijn voor mechanische recycling worden afvalstoffen verstaan waarvoor recycling, gezien de aard of samenstelling, technisch niet mogelijk is of waarvoor de recycling zo duur is dat de kosten voor afgifte van deze partijen aan de poort van de verwerker door de ontdoener meer zouden bedragen dan € 205 per ton. Hiermee is mechanische recycling, uit zakelijk oogpunt, geen geloofwaardig alternatief.

Zie bedrijfsmiddel F 1461 voor een depolymerisatie-installatie voor polyesterafval.

B 1445

Eutectische vrieskristallisatie-installatie voor proces- of afvalwater

F 1490

Recyclinginstallatie voor luiers

A 1500

Verwerkingsapparatuur voor gerecyclede grondstoffen

F 1561

Verwerkingsapparatuur voor plastic zwerfafval

A 1600

# Scheidingsapparatuur voor afval

Toelichting: Dit bedrijfsmiddel betreft bijvoorbeeld inductiescheiding, visiontechnologie, magnetische dichtheidsscheiding, XRF-technologie of apparatuur voor het detecteren van batterijen in afvalstromen.

Zie bedrijfsmiddelen F 1400 en A 1401 voor scheidingsapparatuur die onderdeel uitmaakt van een recyclinginstallatie.

F 1700

Productieapparatuur voor het vervangen van (potentiële) ZZS, nanodeeltjes of microplastics (aanpassen bestaande situatie)

Toelichting: Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Deze stoffen zijn bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen, giftig voor de voortplanting, persistent of bioaccumulerend.

Potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria, maar nog niet als ZZS zijn geïdentificeerd. Dit kan zijn omdat bepaalde gegevens ontbreken of omdat de evaluatie van de beschikbare gegevens nog moet plaatsvinden.

Het RIVM houdt lijsten bij van stoffen waarvan is vastgesteld dat dit zeer zorgwekkende stoffen en potentiële zeer zorgwekkende stoffen zijn. Deze lijsten zijn te vinden op rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen en rvs.rivm.nl/stoffenlijsten/Zeer-Zorgwekkende-Stoffen/Potentiele-ZZS.

Zodra het toepassen van microplastics in cosmetica of andere producten voor persoonlijke verzorging bij wet verboden is, komen investeringen in aanpassing van productieapparatuur voor het vervangen van microplastics niet meer in aanmerking.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘Voorwaarden Bedrijfsmiddelen doelvoorschrift’ voor meer informatie hierover.

F 2605

Apparatuur voor het opwaarderen van plantaardige (rest)stromen tot voedingsmiddelen

F 2715

# Apparatuur voor de winning van eiwit

A 4000

# Nieuwe en innovatieve emissiereducerende technologie

Toelichting: Om als nieuwe en innovatieve techniek te kwalificeren zal aangetoond moet kunnen worden dat onderzoek en testen zijn gedaan (R&D). Alleen engineering volstaat niet.

F 4002

*** Apparatuur voor procesgeïntegreerde emissiereductie (aanpassen bestaande situatie)**

Toelichting: Onder een nageschakelde emissiereducerende techniek wordt een techniek verstaan waarbij sprake is van het filteren, scheiden, afvangen, binden of opnemen van reeds gevormde milieugevaarlijke stoffen. Bestaande nageschakelde technieken zouden ten gevolge van het aanpassen of vervangen van het productieproces, deels of volledig kunnen komen te vervallen.

Bovenstaande criteria gelden ten opzichte van de bestaande situatie. Voor de bepaling van de in aanmerking komende kosten kan een andere referentie gelden. Voorbeelden van technieken zijn het gebruik van andere grondstoffen of een gewijzigde routing, productie- of bewerkingsmethode

waardoor schadelijke emissies worden voorkomen. Naast het beperken van luchtemissies kan de beperking van emissie naar bodem of water worden gestimuleerd als deze onderdeel zijn van deze investering.

Zie bedrijfsmiddelen F 4100, F 4200, F 4201 voor het reduceren van broeikasgassen.

Met milieugevaarlijke stoffen worden stoffen zoals bedoeld in milieuwet en -regelgeving. Hiermee wordt ook fijnstof bedoeld. Zie bijvoorbeeld stoffen genoemd in de bijlagen 12-14 van het Activiteiten Regeling of zie lijsten op echa.Europa.eu/nl/information-on-chemicals.

Let op: Investeringen in wettelijk verplichte bedrijfsmiddelen komen niet in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen, zoals opgenomen onder punt 4 van paragraaf 1 van deze bijlage. Voor maatregelen die primair zijn getroffen voor een beter binnenmilieu (in de bedrijfsruimte waar personeel werkt) kunnen arboverplichtingen gelden.

F 4100

# Productieapparatuur voor het voorkomen van CO2-vorming

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-emissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 4101

# Apparatuur voor het afscheiden van CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen, met uitzondering van toepassingen in de tuinbouw, zoals het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4102

# Apparatuur voor het transport van CO2 voor nuttige toepassing

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Gangbare toepassingen in de tuinbouw en bij het carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

Zie bedrijfsmiddel 221005 van de energie-investeringsaftrek voor een transportleiding voor het leveren van gasvormig CO2 aan glastuinbouwbedrijven.

F 4103

Apparatuur voor het binden van CO2

Toelichting: Onder producten worden ook grondstoffen of brandstoffen verstaan. Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is apparatuur voor de toepassing van CO2 als grondstof in basischemie of in bouwmaterialen (zoals in beton). Het over land uitstrooien van CO2 bindende mineralen en gangbare toepassingen zoals carboniseren van dranken vallen niet onder dit bedrijfsmiddel.

F 4111

# Apparatuur voor elektrificatie van processen in de chemische industrie

Toelichting: Een voorbeeld van dit bedrijfsmiddel is elektrolyse van water voor de productie van waterstof en zuurstof. Ook de binding van waterstof met koolstofcomponenten (zoals CO2) tot een basischemicalie kan gemeld worden onder dit bedrijfsmiddel. CO2 wordt niet beschouwd als een fossiele grondstof.

Zie bedrijfsmiddelcode 270403 van de energie-investeringsaftrek voor productie van waterstof als brandstof.

F 4200

# Apparatuur voor emissiereductie van lachgas en methaan

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 1 per gereduceerde kilogram CO2-equivalent broeikasemissiereductie per jaar in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

F 4201

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.1. Biobased economy

1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)

1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)

1.4. Recycling (recycle)

1.6. Betere afvalscheiding (recycle)

2.1. Glastuinbouw

2.2. Veehouderij

2.4. Aquacultuur

2.5. Visserij

2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

2.7. Eiwittransitie

3. Mobiliteit

3.3. Scheepvaart

5.2. Kwaliteit van bodem en water

3.7. Distributie van alternatieve brandstoffen

4. Klimaat en lucht

4.1. Co2-uitstoot

4.2. Overige broeikasgassen

4.3. Zure depositie

4.5. Vluchtige organische stoffen (VOS)

4.6. Overige luchtverontreiniging

5.1. Ecosystemen en biodiversiteit

5.2. Kwaliteit van bodem en water

5.3. Leefomgeving

5.4. Externe veiligheid

6. Gebouwde omgeving

6.1. Duurzame gebouwen

6.2. Materiaalgebruik

6.3. Interieur en inrichting

6.4. Installaties en civiele voorzieningen

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Zie rvo.nl/miavamil onder ‘Voorwaarden’ en vervolgens ‘aanvullende voorwaarden’ (onder het kopje Algemene voorwaarden) voor meer informatie over bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift.

# Apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen

Toelichting: Voorbeelden van apparatuur voor vervanging van gefluoreerde broeikasgassen zijn gesloten plasmareinigingssysteem op basis van fluorgas in plaats van bijvoorbeeld NF₃, voor extractietechnieken of als isolatiegas in productieprocessen. Voorbeelden van broeikasgassen zijn HFK’s en PFK’s, SF6 en NF₃.

Zie de bedrijfsmiddelen D 4208, F 4209 en A 4210 voor het vervangen van SF6 in schakelsystemen en bedrijfsmiddel F 5410 voor detectieapparatuur voor gefluoreerde broeikasgassen.

Zie voor halogeenvrije koudemiddelen in stationaire koelinstallaties of warmtepompen de energie-investeringsaftrek (EIA).

F 4305

# NOx-emissie reducerende techniek

Het bedrijfsmiddel komt voor ten hoogste € 2.000.000 van het investeringsbedrag in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving milieu-investeringen.

Toelichting: Zie bedrijfsmiddel A 4315 voor selectieve (katalytische) reductie-installaties (SCR of SNCR).

F 4420

Apparatuur voor vermindering van stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering

Toelichting: Met niet-reguliere bedrijfsvoering wordt bedoeld: storingen, onderhoud aan de (reinigings-)technieken en opstarten en stoppen van installaties of processen. Bedrijfsmiddelen die de stofemissie tijdens niet-reguliere bedrijfsvoering kunnen beperken zijn bijvoorbeeld twee parallel geschakelde stoffilters waarbij in geval van uitval van één van de twee filters toch sprake is van ontstoffing.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)

1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)

1.4. Recycling (recycle)

1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)

2. Voedselvoorziening en landbouwproductie

2.1. Glastuinbouw

2.2. Veehouderij

2.3. Landbouwapparatuur

2.4. Aquacultuur

2.5. Visserij

2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

3.1. Wegvervoer

3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

3.3. Scheepvaart

3.6. Luchtvervoer

Paragraaf 2b. Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

4.1. Co2-uitstoot

4.3. Zure depositie

5.1. Ecosystemen en biodiversiteit

5.4. Externe veiligheid

6. Gebouwde omgeving

6.3. Interieur en inrichting

6.4. Installaties en civiele voorzieningen

Paragraaf 2b Bedrijfsmiddelen met doelvoorschrift

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1.2. Producten slimmer maken en gebruiken (refuse, rethink, reduce)

1.3. Levensduur verlengen (reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose)

1.5. Toepassen van recyclaat (recycle)

1.7. Voorkomen van emissies uit afvalstoffen

2.1. Glastuinbouw

2.3. Landbouwapparatuur

2.4. Aquacultuur

2.5. Visserij

2.6. Verwerkingsapparatuur voor agrarische producten

2.7. Eiwittransitie

2.8. Klimaatadaptatie in het landelijk gebied

3. Mobiliteit

3.1. Wegvervoer

3.2. Installaties voor vervoermiddelen en werktuigen

3.4. Mobiele werktuigen

3.6. Luchtvervoer

4. Klimaat en lucht

4.1. Co2-uitstoot

4.3. Zure depositie

4.4. Fijn stof

5. Gebouwde omgeving en klimaatadaptatie

5.1. Bescherming of herstel van biodiversiteit

5.2. Duurzaam bouwen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.