Wet van 29 januari 2009 tot instelling van een College voor examens, alsmede houdende wijziging van de Wet op het onderwijstoezicht en de Wet op het voortgezet onderwijs (Wet College voor examens)

Type Wet
Publication 2024-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te gaan tot externe verzelfstandiging van het dienstonderdeel de Centrale examencommissie vaststelling opgaven van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Staatsexamencommissie en de Staatsexamencommissie Nederlands als tweede taal door instelling van een zelfstandig bestuursorgaan en in verband daarmee de Wet op het onderwijstoezicht en de Wet op het voortgezet onderwijs te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Er is een College voor toetsen en examens.

2.

Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de centrale examens, bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 5, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 7.4.11 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 7.4.13 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES en de daarop berustende bepalingen:

3.

Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de staatsexamens, bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 7, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de daarop berustende bepalingen:

4.

Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de college-examens van de staatsexamens, bedoeld in de artikelen 2.75 tot en met 2.77 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de op artikel 2.77, tweede lid, van die wet berustende bepalingen:

5.

Het college is belast met de volgende taken op het gebied van de staatsexamens, bedoeld in artikel 2.72, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de op dat lid berustende bepalingen:

6.

Het college is verder nog belast met de volgende taken:

7.

De regelingen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e en f, en vijfde lid, onderdeel a, treden slechts in werking na goedkeuring door Onze Minister. Onze Minister kan zijn goedkeuring onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

8.

In afwijking van artikel 5, aanhef en onder b, van de Bekendmakingswet kan de bekendmaking van een regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, vierde lid, onderdeel c, of vijfde lid, onderdeel c, geschieden op een andere geschikte, al dan niet elektronische, wijze.

Artikel 3

Het college is belast met bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen taken ten aanzien van de uitvoering van de centrale examinering in het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 7.4.3a van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 7.4.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, en de op dit artikel gebaseerde uitvoeringsvoorschriften.

Artikel 4
1.

Het college heeft ten minste zes leden en ten hoogste acht leden, onder wie een voorzitter.

2.

Voor ieder lid van het college, de voorzitter uitgezonderd, zal Onze Minister één plaatsvervangend lid benoemen. Op de plaatsvervangende leden zijn de artikelen 9, 12, 13 en 14 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.

3.

Onze Minister draagt bij de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden van het college zorg voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van deze leden en voor voldoende draagvlak bij de representatieve onderwijsorganisaties voor hun benoeming.

4.

De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. De leden en de plaatsvervangende leden kunnen éénmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar.

Artikel 5
1.

Het college heeft een bureau ter ondersteuning van zijn werkzaamheden bestaande uit een directeur en andere medewerkers.

2.

De directeur en de andere medewerkers zijn geen lid van het college.

3.

Onze Minister gaat arbeidsovereenkomsten aan en wijzigt en beëindigt deze namens de Staat met de directeur en de andere medewerkers na overleg met de voorzitter van het college.

Artikel 6

De voorzitter vertegenwoordigt het college in en buiten rechte.

Artikel 7

Het college stelt een bestuursreglement vast, waarin in elk geval regels over de werkwijze en procedures zijn opgenomen.

Artikel 8
1.

Het college zendt jaarlijks voor 1 april een werkprogramma voor het daaropvolgende kalenderjaar aan Onze Minister.

2.

Het werkprogramma omschrijft in elk geval:

3.

Het college kan, mits gemotiveerd, aan Onze Minister tussentijds een wijziging van het werkprogramma voorstellen.

Artikel 9*

Zolang een of meer van de in artikel 2, zesde lid, genoemde artikelen van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra niet in werking is of zijn getreden, hebben de in het zesde lid beschreven taken van het college en het werkprogramma, bedoeld in artikel 8, tweede lid, uitsluitend betrekking op de toetsen, bedoeld in de reeds in werking getreden artikelen van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra.

Artikel 10

Wijzigt de Wet op het onderwijstoezicht.

Artikel 11

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel 12

De archiefbescheiden van de centrale examencommissie vaststelling opgaven, bedoeld in artikel 39, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o., de staatsexamencommissie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de commissie, bedoeld in artikel 1, van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal zoals deze artikelen luidden op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 11 worden overgedragen aan het college.

Artikel 13

Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de regelingen op grond van de artikelen 13 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000, 39 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. en 3 en 10 van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal op artikel 2 van deze wet.

Artikel 14

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 15

Deze wet wordt aangehaald als: Wet College voor toetsen en examens.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 9

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 3a
1.

Het college is belast met de volgende taken op het gebied van toetsen in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs:

2.

Het college verleent een erkenning als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c:

3.

Het college beslist binnen vijftien weken na ontvangst van een aanvraag tot erkenning of jaarlijkse vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.