Wet van 29 januari 2009, houdende regels met betrekking tot het beheer en gebruik van watersystemen (Waterwet)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de overheid zich bij de zorg voor de bewoonbaarheid van het land alsmede de bescherming en verbetering van het milieu, waar die zorg gestalte krijgt in het waterbeheer, voor grote opgaven gesteld ziet, en dat het met het oog op een doeltreffende en doelmatige aanpak van het waterbeheer wenselijk is om het wettelijke instrumentarium te stroomlijnen en te moderniseren en daarbij het integraal beheer van watersystemen centraal te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

§ 2. Geografische bepalingen

Artikel 1.2

Vervallen

Artikel 1.3

Vervallen

Artikel 1.4

Vervallen

Hoofdstuk 2. Doelstellingen en normen

§ 1. Doelstellingen

Artikel 2.1

Vervallen

§ 2. Normen waterkering

Artikel 2.2

Vervallen

Artikel 2.3

Vervallen

Artikel 2.4

Vervallen

Artikel 2.5

Vervallen

Artikel 2.6

Vervallen

Artikel 2.7

Vervallen

§ 3. Normen waterkwantiteit, waterkwaliteit en functievervulling

Artikel 2.8

Vervallen

Artikel 2.9

Vervallen

Artikel 2.10

Vervallen

Artikel 2.11

Vervallen

§ 4. Meten en beoordelen

Artikel 2.12

Vervallen

Artikel 2.13

Vervallen

Artikel 2.14

Vervallen

Hoofdstuk 3. Organisatie van het waterbeheer

§ 1. Toedeling beheer en zorgplichten

Artikel 3.1

Vervallen

Artikel 3.2

Vervallen

Artikel 3.3

Vervallen

Artikel 3.4

Vervallen

Artikel 3.5

Vervallen

Artikel 3.6

Vervallen

§ 2. Interbestuurlijke samenwerking

Artikel 3.7

Vervallen

Artikel 3.8

Vervallen

§ 3. Toezicht door hoger gezag

Artikel 3.9

Vervallen

Artikel 3.10

Vervallen

Artikel 3.11

Vervallen

Artikel 3.12

Vervallen

Artikel 3.13

Vervallen

Hoofdstuk 4. Plannen

§ 3. Toezicht door hoger gezag

Artikel 4.1

Vervallen

Artikel 4.2

Vervallen

Artikel 4.3

Vervallen

§ 2. Regionale waterplannen

Artikel 4.4

Vervallen

Artikel 4.5

Vervallen

§ 3. Beheerplannen

Artikel 4.6

Vervallen

Artikel 4.7

Vervallen

§ 4. Periodieke herziening van plannen

Artikel 4.8

Vervallen

Hoofdstuk 5. Aanleg en beheer van waterstaatswerken

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 5.1

Vervallen

Artikel 5.2

Vervallen

Artikel 5.3

Vervallen

Artikel 5.4

Vervallen

§ 4. Periodieke herziening van plannen

Artikel 5.5

Vervallen

Artikel 5.6

Vervallen

Artikel 5.7

Vervallen

Artikel 5.8

Vervallen

Artikel 5.9

Vervallen

Artikel 5.10

Vervallen

Artikel 5.11

Vervallen

Artikel 5.12

Vervallen

Artikel 5.13

Vervallen

Artikel 5.14

Vervallen

§ 2. Projectprocedure voor waterstaatswerken

Artikel 5.15

Vervallen

Artikel 5.16

Vervallen

Artikel 5.17

Vervallen

Artikel 5.18

Vervallen

Artikel 5.19

Vervallen

§ 4. Gedoogplichten en bijzondere bevoegdheden

Artikel 5.20

Vervallen

Artikel 5.21

Vervallen

Artikel 5.22

Vervallen

Artikel 5.23

Vervallen

Artikel 5.24

Vervallen

Artikel 5.25

Vervallen

Artikel 5.26

Vervallen

Artikel 5.27

Vervallen

§ 5. Gevaar voor waterstaatswerken

Artikel 5.28

Vervallen

Artikel 5.29

Vervallen

Artikel 5.30

Vervallen

Artikel 5.31

Vervallen

Hoofdstuk 6. Handelingen in watersystemen

§ 1. Watervergunning en algemene regels

Artikel 6.1

Vervallen

Artikel 6.2

Vervallen

Artikel 6.3

Vervallen

Artikel 6.4

Vervallen

Artikel 6.5

Vervallen

Artikel 6.6

Vervallen

Artikel 6.7

Vervallen

Artikel 6.8

Vervallen

Artikel 6.9

Vervallen

Artikel 6.10

Vervallen

Artikel 6.11

Vervallen

Artikel 6.12

Vervallen

§ 2. Nadere bepalingen omtrent de watervergunning

Artikel 6.13

Vervallen

Artikel 6.14

Vervallen

Artikel 6.15

Vervallen

Artikel 6.16

Vervallen

Artikel 6.17

Vervallen

Artikel 6.18

Vervallen

Artikel 6.19

Vervallen

Artikel 6.20

Vervallen

Artikel 6.21

Vervallen

Artikel 6.22

Vervallen

Artikel 6.23

Vervallen

Artikel 6.24

Vervallen

§ 2. Nadere bepalingen omtrent de watervergunning

Artikel 6.25

Vervallen

Artikel 6.26

Vervallen

§ 4. Coördinatie met Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of Kernenergiewet

Artikel 6.27

Vervallen

Artikel 6.28

Vervallen

Artikel 6.29

Vervallen

§ 5. Landelijke voorziening voor elektronische aanvraag

Artikel 6.30

Vervallen

Hoofdstuk 7. Financiële bepalingen

§ 1. Heffingen

Artikel 7.1
1.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2 wordt de exclusieve economische zone niet tot enig oppervlaktewaterlichaam gerekend.

Artikel 7.2
1.

Onder de naam verontreinigingsheffing vindt een heffing plaats ter zake van lozen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk.

2.

Ter zake van lozen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij een waterschap kan het algemeen bestuur van dat waterschap onder de naam verontreinigingsheffing een heffing instellen.

3.

Aan de heffing kunnen worden onderworpen:

4.

Ter zake van de verontreinigingsheffing van een waterschap wordt voor de toepassing van het derde lid, onderdeel a:

5.

De opbrengst van de verontreinigingsheffing komt ten goede aan de bekostiging van het beheer van het watersysteem van de beheerder.

Artikel 7.3
1.

Voor de verontreinigingsheffing geldt als grondslag de hoeveelheid en hoedanigheid van de stoffen die in een kalenderjaar worden geloosd. Als heffingsmaatstaf geldt de vervuilingswaarde van de stoffen die in een kalenderjaar worden geloosd, uitgedrukt in vervuilingseenheden.

2.

Eén vervuilingseenheid vertegenwoordigt met betrekking tot:

het zuurstofverbruik: het jaarlijks verbruik van 54,8 kilogram zuurstof.

Artikel 7.4

Vervallen

Artikel 7.5
1.

Het aantal vervuilingseenheden wordt berekend met behulp van gegevens verkregen door middel van door de heffingplichtige, gedurende elk etmaal van het kalenderjaar ondernomen meting, bemonstering en analyse, overeenkomstig bij ministeriële regeling, onderscheidenlijk belastingverordening te stellen regels.

2.

Op aanvraag van de heffingplichtige staat de heffingsambtenaar onder nader te stellen voorwaarden toe dat van de frequentie van meting, bemonstering en analyse, bedoeld in het eerste lid, wordt afgeweken indien de heffingplichtige aannemelijk maakt dat voor de berekening van de vervuilingswaarde met gegevens over meting, bemonstering en analyse van een beperkt aantal etmalen kan worden volstaan. Dit besluit wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking.

3.

De bepaling van het zuurstofverbruik van de stoffen welke in een kalenderjaar worden geloosd, geschiedt op basis van de som van het chemisch zuurstofverbruik door omzetting van de totale hoeveelheid organische koolstof in de stoffen en het zuurstofverbruik door omzetting van de totale hoeveelheid stikstof verminderd met de nitriet-stikstof en de nitraat-stikstof in de stoffen. Hierbij wordt het chemisch zuurstofverbruik gesteld op driemaal het totale gehalte aan organische koolstof in de afgevoerde stoffen.

4.

In afwijking van het derde lid, tweede volzin, wordt de verhouding tussen het chemisch zuurstofverbruik en het totale gehalte aan organische koolstof in de geloosde stoffen vastgesteld op lager dan drie onderscheidenlijk hoger dan drie, indien de heffingplichtige op zijn kosten onderscheidenlijk de heffingsambtenaar op kosten van de beheerder overeenkomstig bij ministeriële regeling onderscheidenlijk belastingverordening te stellen nadere regels doet blijken dat deze verhouding lager is dan tweeënhalf onderscheidenlijk hoger is dan drieënhalf. Indien blijkt dat die verhouding lager is dan tweeënhalf of hoger is dan drieënhalf wordt de verhouding tussen het chemisch zuurstofverbruik en het totale gehalte aan organische koolstof in de geloosde stoffen gedeeld door tweeënhalf onderscheidenlijk drieënhalf en vermenigvuldigd met drie.

5.

Indien de uitkomst van de methode tot bepaling van het chemisch zuurstofverbruik in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen, wordt op die uitkomst een correctie toegepast, overeenkomstig bij ministeriële regeling, onderscheidenlijk belastingverordening te stellen regels.

6.

De artikelen 122h, eerste, vijfde en zesde lid, 122i tot en met 122k en 166 van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 122i, eerste lid, van de Waterschapswet is eveneens van overeenkomstige toepassing op lozingen vanuit een zuiveringtechnisch werk.

Artikel 7.6
1.

Het tarief van de heffing ter zake van lozingen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk bedraagt € 37,28 per vervuilingseenheid.

2.

In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per vervuilingseenheid van de heffing ter zake van lozingen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk vanuit een zuiveringtechnisch werk voor het biologisch zuiveren van huishoudelijk afvalwater 50% van het in het eerste lid genoemde bedrag.

3.

Het tarief van de heffing ter zake van lozingen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij een waterschap is gelijk aan het door dat waterschap voor het desbetreffende belastingjaar vastgestelde tarief van de zuiveringsheffing, bedoeld in artikel 122d van de Waterschapswet.

4.

In afwijking van het eerste lid is van heffing vrijgesteld de in het tweede lid bedoelde lozing indien deze plaatsvindt anders dan door de beheerder, mits de hoeveelheid afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen niet is toegenomen.

Artikel 7.7

Vervallen

Artikel 7.8
1.

Van verontreinigingsheffing zijn vrijgesteld:

2.

Voorts kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur onderscheidenlijk bij belastingverordening nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verontreinigingsheffing.

Artikel 7.9

Vervallen

§ 5. Landelijke voorziening voor elektronische aanvraag

Artikel 7.10
1.

De verontreinigingsheffing ter zake van lozen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk wordt door Onze Minister bij wege van aanslag geheven. De heffing wordt geheven over het kalenderjaar.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.