Regeling van de Minister van Economische Zaken van 16 maart 2009, nr. WJZ/9051027, houdende aanwijzing van categorieën productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2009 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009)
Gelet op de artikelen 31, negende lid, en 77c van de Elektriciteitswet 1998 en 7, 8, 10, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, vijfde lid, 15, derde lid en vierde lid, 25, 27, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vierde lid, 32, derde lid, 56, eerste lid en derde lid, artikel 61, eerste lid, en artikel 63, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
§ 2. Hernieuwbare elektriciteit
§ 2. Hernieuwbare elektriciteit
§ 4. Wijziging andere regelingen
§ 5. Slotbepalingen
Bijlage 1
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage 1
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage 2
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage 3
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Bijlage 4
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 58
Wijzigt de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008.
§ 5. Slotbepalingen
Bijlage 5
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. minister: de Minister van Economische Zaken;
- –. besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
- –. algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;
- –. gewogen maandelijks rendement: het rendement, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;
- –. NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;
- –. overige vergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587, 592, 600, 610 en 620;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding: een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit de warmte die uitsluitend of in hoofdzaak is geproduceerd door:
- 1°. de verbranding van afvalstoffen,
- 2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
- 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties: een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd:
- 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of
- 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht: een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land: een productie-installatie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie en die geen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van het besluit;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties: een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:
- 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of
- 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
- –. valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;
- –. thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de NTA 8003: 2008, door middel van:
- 1°. verbranding,
- 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
- 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;
- –. vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Meststoffenbeschikking 1977, bijlage I, hoofdstuk III, typeaanduiding ‘co-vergiste mest’ zoals deze luidde op 31 december 2007;
- –. vergisting van groente-, fruit- en tuinafval: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de nummers 251, 252, 253, 254, 600, 610, 620 van de NTA 8003:2008;
- –. warmtebenuttingscoëfficiënt: de hoeveelheid gedurende een kalenderjaar door een productie-installatie geproduceerde en nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, gedeeld door de hoeveelheid gedurende hetzelfde kalenderjaar geproduceerde en op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit.
§ 2.1. Windenergie op land
Artikel 2
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land.
Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Artikel 3
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 1.512.000.000,–.
De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 4
Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 5
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land bedraagt 1760 uren per jaar.
Artikel 6
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt € 0,118 per kWh.
Artikel 7
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt € 0,049 per kWh.
§ 2.1a. Windenergie op land en in water
Artikel 8
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen:
- a. groter dan 0,6 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp;
- b. groter dan 15 kWp en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp, welke zijn geplaatst op of tegen een gebouw als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, Woningwet.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit en als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin.
Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 6 april 2009 tot 30 oktober 2009, 17:00 uur.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Een gebundelde aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het vierde lid en vijfde lid, wordt geacht een aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te zijn, tenzij de aanvrager te kennen geeft een aparte aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te willen indienen of aangeeft geen voorschot te willen ontvangen.
Artikel 9
Voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
Artikel 10
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, derde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:
- a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a: € 86.500.000,–;
- b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 56.500.000,–.
De minister verdeelt de bedragen, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 11
Subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen binnen 18 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Deze periode kan in uitzonderlijke gevallen eenmaal met een periode van een jaar worden verlengd.
Artikel 12
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen bedraagt 850 uren per jaar.
Artikel 13
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:
- a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a: € 0,526 per kWh;
- b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 0,459 per kWh.
Artikel 14
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.