Wet van 25 maart 2009, houdende regels inzake de volledige liberalisering van de postmarkt en de garantie van de universele postdienstverlening (Postwet 2009)
De verlener van de universele postdienst vraagt het advies, bedoeld in het eerste lid, ten minste vier maanden voorafgaand aan de datum waarop de voorgenomen wijziging wordt gerealiseerd, en stelt een termijn voor het uitbrengen van het advies van ten minste acht weken.
De verlener van de universele postdienst geeft een schriftelijke reactie op het advies, bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken na ontvangst van dat advies, met dien verstande dat de reactie in ieder geval wordt gegeven voorafgaand aan de datum waarop de voorgenomen wijziging wordt gerealiseerd. In de reactie geeft de verlener van de universele postdienst aan of het advies al dan niet wordt overgenomen en wat daarvan de redenen zijn.
§ 4.5. Voorwaarden en tarieven voor de universele postdienst
Artikel 25a
De Autoriteit Consument en Markt wordt gehoord over een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 25, eerste, vierde of vijfde lid.
Het ontwerp voor een krachtens artikel 25, eerste, vierde of vijfde lid, vast te stellen ministeriële regeling en de deskundige raad van de Autoriteit Consument en Markt worden gelijktijdig aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan vier weken na de overlegging van het ontwerp.
§ 4.6. Aansprakelijkheid verlener van de universele postdienst
§ 4.7. Financiering van de universele postdienst
Hoofdstuk 5. Wereldpostunie
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Hoofdstuk 7. Toezicht en handhaving
§ 7.1. Algemeen
§ 7.2. Registratie
§ 7.3. Aanwijzingen
§ 7.4. Bestuursdwang
§ 7.5. Bestuurlijke boete
Hoofdstuk 8. Geschillenbeslechting
Hoofdstuk 10. Implementatie van Europese richtlijnen en verordeningen
Hoofdstuk 11. Buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 12. Beroep
Hoofdstuk 13. Wijziging in andere wetten
§ 13.1. Ministerie van Justitie
§ 13.2. Ministerie van Binnenlandse Zaken
§ 13.4. Ministerie van Verkeer en Waterstaat
§ 13.5. Ministerie van Economische Zaken
Hoofdstuk 14. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)