Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 22 maart 2009, nr. WJZ/9055290, houdende regels betreffende de universele postdienst (Postregeling 2009)
Gelet op de artikelen 20, eerste lid, 22, tweede lid, 23, tweede lid, 25, eerste, tweede, derde en zesde lid, en 27, tweede lid, van de Postwet 2009, en artikelen 4, 7, derde lid, 10, eerste lid, en 15, derde lid, van het Postbesluit 2009;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Postwet 2009 in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. minister: de Minister van Economische Zaken en Klimaat;
- b. besluit: het Postbesluit 2009;
- c. dienstverleningspunt: een dienstverleningspunt als bedoeld in artikel 16, zevende lid, van de wet;
- d. jaarlijkse rapportage: de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet;
- e. verordening (EU) nr. 2018/644: Verordening (EU) nr. 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 april 2018 betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten (PbEU 2018, L 112/19).
Hoofdstuk 2. Universele postdienst algemeen
Artikel 2
Voor de afmeting van de poststukken die voor postvervoer binnen Nederland onder de universele postdienst vallen, geldt dat de grootste afmeting ten hoogste honderd centimeter bedraagt en de overige afmetingen ten hoogste vijftig centimeter bedragen, waarbij een afwijking van twee millimeter is toegestaan.
Voor de afmeting van de poststukken die voor postvervoer binnen Nederland onder de universele postdienst vallen, geldt dat de kleinste afmeting ten minste 14 centimeter in de lengte en 9 centimeter in de breedte bedraagt. In rolvorm mogen de poststukken niet kleiner zijn dan 10 centimeter in de lengte. De som van de lengte en tweemaal de middellijn mag niet kleiner zijn dan 17 centimeter.
Poststukken met kleinere afmetingen dan genoemd in het tweede lid, vallen onder de universele postdienst indien zij zijn voorzien van een adreslabel van minimaal 7 bij 10 centimeter.
Voor de afmeting van de poststukken die voor postvervoer van en naar Nederland onder de universele postdienst vallen, zijn de afmetingen die voortvloeien uit de akten van de Wereldpostunie van toepassing.
Artikel 3
Poststukken die overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van het besluit, zijn gedeponeerd of afgegeven voor postvervoer binnen Nederland, worden in elk geval vervoerd met de standaard overnight service, bedoeld in artikel 4a van het besluit.
In afwijking van het eerste lid, kan de verlener van de universele postdienst in de algemene voorwaarden bepalen dat gedurende een aaneengesloten periode van ten hoogste 21 dagen in de maand december de poststukken zijnde losse brieven enkel worden vervoerd met de standaard overnight service indien deze brieven tijdig op een dienstverleningspunt zijn aangeboden en voldoende gefrankeerd zijn.
De verlener van de universele postdienst maakt jaarlijks voor 1 november de periode, bedoeld in het tweede lid, aan de Autoriteit Consument en Markt bekend.
De verlener van de universele postdienst kondigt de periode, bedoeld in het tweede lid, op genoegzame wijze aan het publiek aan.
De verlener van de universele postdienst biedt in de periode, bedoeld in het tweede lid, op de dienstverleningspunten voldoende gelegenheid aan het publiek voor het aanbieden van losse brieven.
Artikel 4
Een volledig assortiment van diensten als bedoeld in artikel 4b van het besluit, bevat de diensten en activiteiten die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Een nagenoeg volledig assortiment van diensten bevat de diensten en activiteiten die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
De verlener van de universele postdienst kan een dienstverleningspunt in een woonkern met minder dan 5000 inwoners zonder winkelgebied sluiten indien:
- a. de sluiting het gevolg is van opzegging of bedrijfsbeëindiging door de ondernemer met wie de verlener van de universele postdienst een overeenkomst tot exploitatie van een dienstverleningspunt heeft gesloten of
- b. voor de inwoners van de woonkern binnen een straal van vijf kilometer een ander dienstverleningspunt is met een volledig of nagenoeg volledig assortiment van diensten en de omzet in zegelwaarden van het te sluiten dienstverleningspunt minder is dan € 11.500 per jaar.
Artikel 5
Een voor aflevering van poststukken bestemde brievenbus als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, is zo dicht mogelijk bij de rijbaan van een voor motorrijtuigen op meer dan twee wielen berijdbare openbare weg aangebracht. Deze brievenbussen zijn van de weg af zonder belemmering bereikbaar.
Met een openbare weg als bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een weg die:
- a. gedurende het gehele jaar onbelemmerd kan worden bereden door een motorvoertuig op meer dan twee wielen met een snelheid van ten minste 40 kilometer per uur;
- b. geen doodlopende weg is en
- c. de gelegenheid biedt de bestelroute zonder omwegen te vervolgen.
Aan of nabij de brievenbussen behoort door een nummer op duidelijke wijze te zijn aangegeven, bij welke woning, gebouw of gedeelte daarvan zij behoren.
Brievenbussen in of aan gebouwen of woningen zijn zodanig aangebracht of geplaatst dat zij te bereiken zijn binnen tien meter van de grens van een weg, waaronder mede worden verstaan de daartoe behorende trottoirs, paden, bermen en taluds.
De in het eerste lid gestelde voorwaarde is niet van toepassing op groepsgewijs geplaatste brievenbussen, die:
- a. ten dienste van galerijflats zijn geplaatst op rechtstreeks met een lift bereikbare niveaus van die flats, mits de brievenbussen ten dienste van alle op één niveau aanwezige en vanuit één en dezelfde lift bereikbare woningen zich in de onmiddellijke nabijheid van de lift bevinden, of
- b. ten dienste van alle overige collectieve gebouwen zo dicht mogelijk bij de ingang van dat gebouw zijn aangebracht.
Brievenbussen ten dienste van geadresseerden die op recreatieterreinen verblijven, worden groepsgewijs bij de ingang van een zodanig terrein geplaatst. Bij gebreke hiervan kunnen poststukken door of namens de terreinbeheerder in ontvangst worden genomen of door de geadresseerden op een daartoe door een verlener van de universele postdienst aan te wijzen postinrichting worden afgehaald.
Behoudens gevallen als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, is het niveau waarop de brievenbussen worden bediend gelegen op niet meer dan 2,5 meter boven of beneden het wegdek.
Artikel 6
De vorm en de kleur van de brievenbussen is zodanig, dat verwarring met voor het publiek bestemde brievenbussen van een verlener van de universele postdienstverlener niet mogelijk is.
De brievengleuf is horizontaal in een verticaal vlak of in het bovenvlak van de brievenbus aangebracht en bevindt zich op 1,1 meter of in ieder geval niet lager dan 0,6 meter of hoger dan 1,8 meter boven het niveau, waarop de brievenbus wordt bediend.
De afmetingen van de vrije inwerpopening bedragen in de lengte ten minste 265 mm te en in de breedte 32 mm.
De inwerpopening is zo uitgevoerd, dat het bedienen van de brievenbus zonder gevaar voor verwondingen kan geschieden.
Indien zich achter de inwerpgleuf een ruimte bevindt, bestemd voor de bewaring van poststukken, dan is de inwendig bruikbare breedte ten minste 270 mm en zijn de twee andere inwendige bruikbare afmetingen ten minste 150 en 380 mm.
Hoofdstuk 3. De toerekening van kosten aan de universele postdienst
Artikel 7
De verlener van de universele postdienst rekent alleen de daadwerkelijke kosten, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet, van de universele postdienst overeenkomstig de artikelen 7a tot en met 7d, toe aan de universele postdienst, met dien verstande dat hij daartoe in ieder geval:
- a. alleen kosten die voor de universele postdienst zijn gerealiseerd, toerekent aan de universele postdienst;
- b. de voordelen die ontstaan doordat de verlener van de universele postdienst dezelfde productiemiddelen gebruikt voor het verrichten van de universele postdienst en zijn andere activiteiten evenredig verdeelt over de universele postdienst en die andere activiteiten.
De verlener van de universele postdienst rekent de volgende kosten niet toe aan de universele postdienst:
- a. kosten van vreemd vermogen, eigen vermogen of genomen risico’s;
- b. een opslag voor rendement in de tarieven die anderen in rekening brengen voor het uitvoeren van gedeelten van de universele postdienst;
- c. goodwill;
- d. dotaties aan voorzieningen en vrijval van voorzieningen;
- e. afschrijvingskosten van materiële vaste activa die niet in gebruik zijn voor de universele postdienst of niet meer in gebruik zijn voor de universele postdienst;
- f. kosten die veroorzaakt worden door het tot stand brengen van een concentratie als bedoeld in artikel 27 van de Mededingingswet met een ander postvervoerbedrijf.
De daadwerkelijke kosten, bedoeld in het eerste lid, worden toegerekend aan de universele postdienst als geheel.
Artikel 8
De boekhouding van de verlener van de universele postdienst, bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet, wordt ingericht overeenkomstig consequent toegepaste, objectief gerechtvaardigde en algemeen aanvaardbare normen voor bedrijfsadministratie.
De boekhouding van de verlener van universele postdienst geeft de kosten, zoals toegerekend op grond van het kostentoerekeningssysteem bedoeld in artikel 7a, en de opbrengsten van de universele postdienst weer.
Artikel 9
De verlener van de universele postdienst verstrekt de jaarlijkse rapportage voor 1 juni aan de Autoriteit Consument en Markt. De rapportage heeft betrekking op het kalenderjaar voorafgaand aan de indiening ervan en bevat ten minste:
- a. het aantal dienstverleningspunten, uitgesplitst naar soort, aan het einde van elk kwartaal;
- b. de verspreiding van de dienstverleningspunten over Nederland;
- c. de verantwoording van de meetmethodiek voor de bepaling van de straal van vijf kilometer, bedoeld in artikel 4b van het besluit;
- d. de verantwoording van de bepaling van het inwoneraantal van een woonkern als bedoeld in artikel 4b, onderdeel b, en artikel 4c van het besluit;
- e. een verantwoording van de systematiek ter vaststelling of is voldaan aan de spreidingsnormen van artikel 4b van het besluit;
- f. de datering van de gehanteerde bronnen;
- g. een definitie van gehanteerde begrippen, voor zover die afwijken van de begrippen van de wet, het besluit of deze regeling.
Artikel 10
De jaarlijkse rapportage gaat vergezeld van het resultaat van een meting van de verlener van de universele postdienst over het voorafgaande kalenderjaar van de kwaliteit van het postvervoer binnen Nederland van brieven met de standard overnight service, bedoeld in artikel 4a van het besluit.
De verlener van de universele postdienst laat de meting, bedoeld in het eerste lid, maandelijks uitvoeren door een onafhankelijke en deskundige instelling.
De verlener van de universele postdienst legt aan de Autoriteit Consument en Markt voor 1 juni van het kalenderjaar na de meting over:
- a. de algehele uitkomsten van de meting;
- b. een toelichting bij de uitkomsten;
- c. een nauwkeurige omschrijving van de door de instelling toegepaste meetsystematiek.
Artikel 11
De jaarlijkse rapportage gaat vergezeld van een financiële verantwoording van de verlener van de universele postdienst over de activiteiten ter uitvoering van de universele postdienst die is gebaseerd op de boekhouding van de verlener van de universele postdienst, bedoeld in artikel 8.
De financiële verantwoording heeft betrekking op de uitvoering van de universele postdienst in het voorafgaande jaar en bevat:
- a. een overzicht van de daadwerkelijke kosten van de universele postdienst;
- b. een overzicht van de gerealiseerde volumes uitgesplitst naar:
- 1°. de universele postdienst, en
- 2°. de andere activiteiten van de verlener van de universele postdienst;
- c. de gegevens over de behaalde financiële resultaten en het behaalde rendement uit de activiteiten ter uitvoering van de universele postdienst zoals deze zijn opgenomen in een overzicht van de opbrengsten en de kosten aan de hand waarvan het netto bedrijfsresultaat van de activiteiten ter uitvoering van de universele postdienst kan worden vastgesteld en daarbij gehanteerde verdeelsleutels;
- d. een overzicht van:
- 1°. de gezamenlijke kosten, bedoeld in artikel 7c,
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.