Besluit van 27 maart 2009, houdende implementatie van richtlijn nr. 2006/117/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PbEU L 337) en intrekking van het Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen (Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen)
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 november 2008, nr. BJZ2008105972, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 2006/117/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PbEU L 337) en op artikel 67 van de Kernenergiewet;
De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2008, nr. W08.08.0507/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 24 maart 2009, nr. BJZ200901662, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- beheerder: degene die verantwoordelijk is voor het beheer van de overbrenging binnen de eerste lidstaat van doorvoer;
- bestraalde splijtstoffen: bestraalde splijtstoffen die permanent verwijderd zijn uit een reactorkern en voor opwerking bedoeld zijn;
- derde staat: staat buiten de Europese Unie;
- derde staat van bestemming: derde staat waarnaar een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt;
- derde staat van doorvoer: derde staat, anders dan de derde staat van herkomst en de derde staat van bestemming, over het grondgebied waarvan een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt;
- derde staat van herkomst: derde staat van waaruit een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt;
- eerste lidstaat van doorvoer: lidstaat van doorvoer waarin het douanekantoor is gelegen waarlangs de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voor de eerste keer de Europese Unie binnenkomen;
- eindberging: de plaatsing van radioactieve afvalstoffen of verbruikte splijtstoffen in een inrichting zonder de bedoeling die afvalstoffen of splijtstoffen terug te halen;
- houder: degene die vóór de overbrenging verantwoordelijk is voor de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen en die voornemens is die stoffen over te brengen of te doen overbrengen;
- ingekapselde bron: radioactieve stoffen of splijtstoffen die zijn ingebed in of gehecht aan vast dragermateriaal of zijn omgeven door een omhulling van materiaal met dien verstande dat hetzij het dragermateriaal hetzij de omhulling voldoende weerstand biedt om onder normale gebruiksomstandigheden elke verspreiding van radioactieve stoffen of splijtstoffen te voorkomen;
- lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;
- lidstaat van bestemming: lidstaat waarnaar een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt;
- lidstaat van doorvoer: lidstaat, anders dan de lidstaat van herkomst en de lidstaat van bestemming, over het grondgebied waarvan een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt;
- lidstaat van herkomst: lidstaat van waaruit een overbrenging of een voorgenomen overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen plaatsvindt;
- ontvanger: degene naar wie radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen worden overgebracht;
- radioactieve afvalstof:
- a. radioactieve afvalstof als bedoeld in artikel 1.2 juncto bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
- b. splijtstof of erts, waarvoor geen gebruik of product- of materiaalhergebruik is voorzien door het bevoegd gezag van de lidstaat of derde staat van herkomst of van bestemming of door een natuurlijke of rechtspersoon wiens beslissing door deze bevoegde gezagsorganen wordt aanvaard, of die door een regelgevende instantie als radioactieve afvalstof wordt aangemerkt overeenkomstig het wet- en regelgevingskader van de lidstaten of derde staten van herkomst en van bestemming;
- richtlijn: richtlijn nr. 2006/117/Euratom van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PbEU L 337);
- toestemming: ingevolge dit besluit of de richtlijn vereiste toestemming met betrekking tot de aanvraag om een vergunning voor een overbrenging van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen;
- uniform document: door de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking van 5 maart 2008 ter uitvoering van de richtlijn vastgesteld document (PbEU L 107);
- verbruikte splijtstof: kernsplijtstof die bestraald is en permanent uit een reactorkern is verwijderd.
Voor de toepassing van dit besluit wordt als overbrengen aangemerkt alle verrichtingen voor het verplaatsen van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen van de lidstaat of derde staat van herkomst naar de lidstaat of derde staat van bestemming.
Artikel 2. Uitzonderingen op reikwijdte
Dit besluit is niet van toepassing op de overbrenging van:
- a. ingekapselde bronnen die niet langer worden gebruikt, noch bestemd zijn om te worden gebruikt voor de handeling waarvoor een vergunning is verleend, voor zover die bronnen worden overgebracht naar:
- 1°. een leverancier als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
- 2°. een fabrikant van dergelijke bronnen, of
- 3°. een voor de ontvangst van radioactieve afvalstoffen bestemde instelling;
- b. radioactieve afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.2 juncto bijlage 1 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming, bestaande uit natuurlijke bronnen waarvan de totale activiteit of de activiteitsconcentratie van de radionucliden gelijk of lager is dan de van toepassing zijnde vrijstellings- of vrijgavewaarde in bijlage 3 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming;
- c. bij de opwerking van bestraalde splijtstoffen vrijgekomen voor verder gebruik geschikte restproducten.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen vergunningplicht
Artikel 3. Vergunning
Het is verboden zonder vergunning van de Autoriteit:
- a. uit Nederland afkomstige radioactieve afvalstoffen, bestraalde splijtstoffen of verbruikte splijtstoffen met een bestemming in een andere lidstaat, van Nederland naar de lidstaat van bestemming over te brengen;
- b. uit Nederland afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in Nederland, van Nederland via een of meer lidstaten of derde staten van doorvoer naar Nederland over te brengen;
- c. uit een derde staat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in Nederland, van de derde staat van herkomst naar Nederland over te brengen;
- d. uit Nederland afkomstige radioactieve afvalstoffen, bestraalde splijtstoffen of verbruikte splijtstoffen met een bestemming in een derde staat, van Nederland naar de derde staat van bestemming over te brengen;
- e. uit een derde staat afkomstige radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen met een bestemming in een andere derde staat, van de derde staat van herkomst via Nederland naar de derde staat van bestemming over te brengen, indien Nederland eerste lidstaat van doorvoer is.
Indien ingevolge artikel 10 van de richtlijn voor het overbrengen van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen naar of via Nederland een vergunning van het bevoegd gezag van een andere lidstaat is vereist, is het verboden zonder bedoelde vergunning die stoffen naar of via Nederland over te brengen.
Artikel 4. Vergunningaanvraag
Een aanvraag om een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, wordt ingediend door:
- a. in het geval van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, b en d: de houder;
- b. in het geval van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c: de ontvanger;
- c. in het geval van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder e: de beheerder.
Artikel 5. Gebruik uniform document
Het uniforme document wordt gebruikt:
- a. door de aanvrager bij het indienen van een aanvraag om een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, en
- b. door de Autoriteit:
- 1°. bij het indienen van een verzoek om toestemming bij het bevoegd gezag van een andere lidstaat of een derde staat van bestemming,
- 2°. bij het verzenden van een ontvangstbevestiging op grond van dit besluit en
- 3°. bij het nemen van een beslissing op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, en op een verzoek om toestemming als bedoeld in de richtlijn.
Artikel 6. Taal
Een aanvraag om een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, en een verzoek om toestemming en de daarbij behorende verklaringen en overige bijlagen worden ingevuld onderscheidenlijk verstrekt in een taal die voor de Autoriteit aanvaardbaar is.
Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag van de derde staat of lidstaat van bestemming of een lidstaat van doorvoer een authentieke vertaling van de in het eerste lid bedoelde documenten noodzakelijk is, draagt de houder zorg voor een authentieke vertaling in een voor dat bevoegd gezag aanvaardbare taal.
Artikel 7. Beslistermijn
De beslissing op de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, wordt genomen binnen zes maanden nadat de Autoriteit overeenkomstig dit besluit de datum van ontvangst op het uniforme document heeft aangetekend.
Artikel 8. Uniform document vergezelt overbrenging
Het ingevulde en van de vereiste bijlagen voorziene uniforme document vergezelt elke overbrenging van de betrokken radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen.
Artikel 9. Vergunning voor meerdere overbrengingen
Indien een aanvraag om een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, betrekking heeft op het meer dan één keer naar, van of via Nederland overbrengen van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen, kan de vergunning worden verleend voor meerdere keren indien:
- a. de betrokken stoffen in wezen dezelfde fysische, chemische en radioactieve kenmerken vertonen,
- b. de overbrenging plaatsvindt van dezelfde houder naar dezelfde ontvanger en dezelfde bevoegde gezagsorganen bij de overbrenging betrokken zijn en
- c. indien de overbrenging via een of meer derde staten van doorvoer plaatsvindt: de doorvoer plaatsvindt via dezelfde grenspost van binnenkomst of uitreis van de Europese Unie en via dezelfde grenspost van de derde staat of staten van doorvoer, tenzij de betrokken bevoegde gezagsorganen anders zijn overeengekomen.
Artikel 10. Geldigheidsduur vergunning
Een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, wordt verleend voor een bij de vergunning te stellen termijn van ten hoogste drie jaar.
Bij het stellen van de termijn wordt rekening gehouden met de eventuele voorwaarden die de bevoegde gezagsorganen van de andere bij de overbrenging betrokken lidstaten of de derde staat van bestemming aan hun toestemming hebben verbonden.
Hoofdstuk 3. Het overbrengen van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstoffen tussen lidstaten van de Europese Unie
Titel 3.1. Overbrenging van Nederland naar de lidstaat van bestemming
Artikel 11. Dagtekening
Indien het uniforme document dat bij de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, is gebruikt, volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen, tekent de Autoriteit op dat document de datum van ontvangst aan.
Artikel 12. Beoordeling op volledigheid
Na de in artikel 11 bedoelde dagtekening verzoekt de Autoriteit onder toezending van het uniforme document onverwijld het bevoegd gezag van de lidstaat van bestemming alsmede het bevoegd gezag van eventuele lidstaten van doorvoer:
- a. te beoordelen of de aanvraag om een vergunning volledig en juist is ingevuld en is voorzien van de vereiste bijlagen en
- b. toestemming te verlenen met betrekking tot de aanvraag om een vergunning nadat de ontvangstbevestiging van het bevoegd gezag van de lidstaat van bestemming als bedoeld in artikel 8 van de richtlijn is ontvangen.
De Autoriteit doet de toezending van het uniforme document vergezeld gaan van informatie omtrent de vergunning en de daarbij te volgen procedure.
Indien het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan een verzoek op grond van het eerste lid is gericht, binnen de termijn van 20 dagen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de richtlijn, een verzoek indient om ontbrekende informatie te verstrekken, verstrekt de Autoriteit zo spoedig mogelijk de betreffende informatie. De Autoriteit zendt een afschrift van deze informatie aan het bevoegd gezag van de andere betrokken lidstaten.
Artikel 13. Beslissing op vergunningaanvraag
De Autoriteit beschikt afwijzend op de aanvraag om een vergunning indien:
- a. het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, toestemming heeft geweigerd;
- b. wettelijke voorschriften inzake het beheer of vervoer van radioactieve afvalstoffen of bestraalde splijtstoffen zich tegen de overbrenging verzetten;
- c. het beheer of vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen onnodige risico’s voor de openbare veiligheid of het milieu met zich meebrengt;
- d. de radioactieve afvalstoffen of de verbruikte splijtstoffen bestemd zijn voor eindberging in een andere lidstaat en met deze lidstaat geen overeenkomst over het gebruik van een inrichting voor eindberging is gesloten.
Indien de Autoriteit van het bevoegd gezag van een lidstaat waaraan om toestemming is verzocht, niet binnen de in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn bedoelde termijn een beslissing op dat verzoek heeft ontvangen, mag de Autoriteit ervan uitgaan dat toestemming is verleend.
Aan de vergunning kunnen met het oog op het beheer en vervoer van de radioactieve afvalstoffen of de bestraalde splijtstoffen voorschriften worden verbonden. Indien toestemming onder voorwaarden is verleend, worden aan de vergunning in elk geval de voorschriften verbonden die gelet op die voorwaarden noodzakelijk zijn.
De Autoriteit zendt de beslissing op de aanvraag onverwijld toe aan de aanvrager. De Autoriteit deelt de beslissing tevens onverwijld mede aan het bevoegd gezag van de lidstaten waaraan om toestemming is verzocht.
Artikel 14. Bericht van ontvangst
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.