Regeling tot uitvoering van de Wet wegvervoer goederen (Regeling wegvervoer goederen)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 1.1, 2.1, derde lid, onder a en b, 2.2, 2.3, vierde en zevende lid, 2.6, 2.8, vierde lid, 2.11, derde en vierde lid, 2.13, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, 4.1, tweede lid, en 4.3, tweede lid, van de Wet wegvervoer goederen;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet wegvervoer goederen, met uitzondering van artikel 8.4, onderdelen A tot en met D, in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Als beroepsverordening voor het wegvervoer wordt aangewezen verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PbEU L 300).

2.

Als marktverordening voor het wegvervoer wordt aangewezen verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (PbEU L 300).

Hoofdstuk 2. Toegang tot de markt

Artikel 3

Als vervoer, bedoeld in artikel 4 van het besluit wordt aangewezen:

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk 3. Toegang tot het beroep

Artikel 5
1.

Aan de eis van vakbekwaamheid wordt voldaan door degene die een getuigschrift overlegt, dat is afgegeven door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de onderwerpen en het opleidingsniveau van bijlage I, deel I, van de beroepsverordening voor het wegvervoer en die overeenkomstig die bijlage zijn georganiseerd.

2.

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen verstrekt een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid aan een houder van een door het daartoe bevoegde gezag in het Verenigd Koninkrijk afgegeven getuigschrift inzake de vakbekwaamheid van vervoersmanagers in overeenstemming met de beroepsverordening voor het wegvervoer, indien:

Artikel 6
1.

Ter voldoening aan de eis van financiële draagkracht beschikt de vervoerder aan kapitaal en reserves over een bedrag van € 9000 wanneer slechts één voertuig wordt gebruikt en € 5000 voor ieder volgend voertuig.

2.

Bij een aanvraag voor verlening en verlenging van een communautaire vergunning wordt als kapitaal en reserves aangemerkt het beschikbare risicodragend vermogen, bestaande uit het eigen vermogen, eventueel aangevuld met een achtergestelde lening, of uit een bankgarantie.

3.

De vervoerder toont zijn financiële draagkracht aan door overlegging van een openingsbalans, een tussentijdse balans of de jaarcijfers, voorzien van een vermogensopstelling indien het eigen vermogen onvoldoende is.

4.

De in het derde lid bedoelde documenten zijn voorzien van een verklaring, inhoudende dat de waardering van het beschikbare risicodragend vermogen is geschied volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, en dat dit vermogen voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen.

5.

Indien de vervoerder een rechtspersoon is, die op grond van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is om een jaarrekening op te maken, kan hij volstaan met het overleggen van zijn jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar, voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat het beschikbare risicodragend vermogen voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen.

6.

De verklaringen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, zijn afgegeven door:

7.

Omtrent het voldoen aan de eis van financiële draagkracht stelt de NIWO een onderzoek in als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder b van de beroepsrichtlijn voor het wegvervoer.

8.

De NIWO kan de vervoerder een uitstel van ten hoogste zes maanden verlenen om te voldoen aan de eis van financiële draagkracht indien hij heeft aangetoond dat het op grond van de algemene economische situatie van zijn vervoeronderneming waarschijnlijk is dat hij voor afloop van het verleende uitstel zal voldoen aan de eis van financiële draagkracht.

9.

Een vervoerder, wiens land van herkomst of oorsprong een andere lidstaat, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is, voldoet aan de eis van financiële draagkracht, indien een verklaring overgelegd wordt die overeenkomstig artikel 9 van de beroepsrichtlijn voor het wegvervoer in die andere staat is afgegeven en die niet ouder is dan drie maanden.

Hoofdstuk 4. CEMT-vergunningen en ritmachtigingen

Artikel 7

Aanvragen om een CEMT-vergunning, geldig voor het volgende kalenderjaar, worden vóór een door de NIWO te bepalen datum bij de NIWO ingediend; aanvragen om een CEMT-vergunning voor het lopende kalenderjaar kunnen gedurende dat jaar bij de NIWO worden ingediend.

Artikel 8
1.

De houder van een CEMT-vergunning houdt het daarbij behorende rittenboekje bij.

2.

De NIWO reikt aan de houder van een CEMT-vergunning op zijn verzoek de nodige rittenboekjes uit. De NIWO draagt zorg voor de invulling van de omslag van het boekje.

3.

De houder van een CEMT-vergunning maakt een verslag van het verrichte vervoer op voor elke beladen rit, afgelegd tussen elke plaats waar geladen of gelost wordt, alsmede voor elke ledige rit, met inachtneming van de in het rittenboekje gegeven aanwijzingen.

4.

De verslagen van het verrichte vervoer worden zodanig opgesteld, dat de chronologische volgorde van de voor de verschillende al dan niet beladen ritten afgelegde trajecten wordt aangehouden.

5.

De houder van een CEMT-vergunning zendt de verslagen binnen twee weken na het verstrijken van de maand waarop zij betrekking hebben, aan de NIWO toe.

Artikel 9
1.

Een ritmachtiging wordt aan de vervoerder verleend voor een vrachtauto al dan niet met een aanhangwagen, of voor een samenstel van een trekker en een oplegger, waarbij het trekkend voertuig in Nederland geregistreerd is.

2.

Op de ritmachtiging worden vermeld:

Artikel 10

Degene, die krachtens een CEMT-vergunning dan wel krachtens een ritmachtiging grensoverschrijdend beroepsvervoer met een vrachtauto verricht, alsmede de bestuurder van die vrachtauto zorgt ervoor dat de geldige CEMT-vergunning en het bijbehorende rittenboekje, onderscheidenlijk de ritmachtiging, bij de vrachtauto aanwezig zijn.

Artikel 11
1.

Geen CEMT-vergunning onderscheidenlijk ritmachtiging is vereist ten aanzien van vervoer waarvoor vrijstellingen zijn verleend ingevolge besluiten van de Conferentie van de Europese Ministers van Transport onderscheidenlijk bilaterale verdragen.

2.

De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen worden door de NIWO bekend gemaakt.

Hoofdstuk 5. Dienstbetrekking

Artikel 12

Het model voor een verklaring als bedoeld in artikel 2.11, tweede lid, van de wet wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage, die ter inzage ligt ten kantore van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, Koningskade 4 te 's-Gravenhage.

Artikel 13
1.

Van artikel 2.11, eerste lid, van de wet, wordt ontheffing verleend indien vervoer wordt verricht met een of meer vrachtauto’s met een laadvermogen van niet meer dan 500 kg.

2.

Van artikel 2.11, eerste lid, van de wet, wordt ontheffing verleend indien gebruik wordt gemaakt van:

Artikel 14
1.

Een instelling die een werknemer aan een vergunninghouder ter beschikking wil stellen, verkrijgt daartoe op aanvraag een aanwijzing van de Minister van Infrastructuur en Milieu.

2.

Een aanwijzing, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet reeds was verleend, wordt aangemerkt als aanwijzing als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 6. Vrachtbrief

Artikel 15
1.

Op de vrachtbrief worden de volgende aanduidingen vermeld:

2.

De vergunninghouder draagt er zorg voor dat:

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien het beroepsvervoer betreft waarvan de op dat vervoer betrekking hebbende vrachtbriefgegevens gestructureerd en genormeerd via een elektronisch systeem worden uitgewisseld.

4.

Het verbod, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op binnenlands beroepsvervoer dat:

5.

Het verbod, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, van de wet, richt zich tot:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.