← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 mei 2009, nr. GMT/IB/2929135, houdende tegemoetkoming in kosten voor het ter beschikking stellen van een orgaan bij leven (Subsidieregeling donatie bij leven)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De minister kan aan een donor een subsidie verstrekken ten behoeve van de voorbereiding van, de uitvoering van of het herstel na een donatie.

Artikel 3

De subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van een donatie die ingevolge de Zorgverzekeringswet tot de verzekerde prestaties behoort van de zorgverzekering van de ontvanger van het orgaan.

Artikel 4
1.

De subsidie bestaat uit:

afstand woning persoon tot ziekenhuis waar donatie plaatsvindt per dag dat donor in het ziekenhuis is opgenomen
0 tot 10 km € 6,50
10 tot 50 km € 20
50 tot 100 km € 32
100 tot 150 km € 42
150 km of meer € 48
2.

De kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d, e en f, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking voor zover:

3.

In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, wordt in geval van een subsidie berekend op basis van de inkomenscomponenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, bij de berekening uitgegaan van een periode van 6 weken herstel na de datum van ontslag van de donor uit het ziekenhuis waar de donatie is uitgevoerd.

Artikel 5
1.

De subsidie wordt op aanvraag verstrekt.

2.

De aanvraag van de subsidie wordt ingediend uiterlijk een jaar na ontslag uit het ziekenhuis waar de donatie is uitgevoerd, dan wel, in geval de donatie niet is uitgevoerd, uiterlijk een jaar nadat de eerste kosten zijn gemaakt waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van een subsidiedeclaratie die een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de werkelijke kosten, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 4, derde lid, en ontvangen bijdragen in de kosten.

4.

De subsidiedeclaratie geeft de nodige informatie om de subsidie vast te stellen, onder meer ten aanzien van de bijdragen in de kosten die de donor heeft kunnen ontvangen of kan ontvangen.

5.

Voor de aanvraag en de subsidiedeclaratie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

6.

De aanvraag gaat voorts vergezeld van de op het formulier vermelde bescheiden met betrekking tot de donatie, de aanvraag en de subsidiedeclaratie.

7.

In aanvulling op het vijfde en zesde lid kan de aanvraag worden aangevuld, dan wel kan een aanvullende aanvraag worden ingediend door het verschaffen van de nodige aanvullende gegevens en bescheiden, onder vermelding van de naam en het dossiernummer van de donor.

Artikel 6
1.

Indien zich na de indiening van de aanvraag omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor de beslissing tot vaststelling van de subsidie, doet de donor daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister onder overlegging van de relevante stukken.

2.

Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 7
1.

De minister kan bij de vaststelling van de subsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

2.

De ontvanger van een subsidie werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel 8

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 9

Deze regeling wordt uitgevoerd door de Nederlandse Transplantatie Stichting.

Artikel 10

Deze regeling vervalt met ingang van 1 september 2026.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling donatie bij leven.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 7a
1.

Onverminderd artikel 4, tweede lid en derde lid, kan de minister de subsidie verhogen indien de gederfde inkomsten, berekend overeenkomstig artikel 4, eerste lid, onder a, over het peiljaar lager zijn dan de gederfde inkomsten, berekend overeenkomstig artikel 4, eerste lid, onder a, over het jaar waarin de donatie wordt uitgevoerd.

2.

De verhoging is het verschil tussen de gederfde inkomsten, berekend overeenkomstig artikel 4, eerste lid, onder a, over het jaar waarin de donatie wordt uitgevoerd en de gederfde inkomsten, berekend overeenkomstig artikel 4, eerste lid, onder a, over het peiljaar.

3.

Bij de berekening van de gederfde inkomsten per week over het jaar waarin de donatie wordt uitgevoerd, blijft de tijd voor de voorbereiding van, de uitvoering van en het herstel na de donatie buiten beschouwing.

4.

De verhoging kan ook worden verstrekt indien de subsidie reeds is vastgesteld. De artikelen 5, 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in artikel 5, tweede lid, twee jaar bedraagt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10a

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.