Binnenvaartregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 883
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage 5.2. Minimumbemanning voor schepen voor dagtochten als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S2
1. Toegestaan aantal passagiers: tot en met 75 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of volmatroos 1 – – 1 – – 1 – – 1 – – 2 – – 1 – – 2 – – 2 – – 2 – – 1 1 –
2. Toegestaan aantal passagiers: van 76 tot en met 250 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of volmatroos 1 of – – 1 1 – 1 – – – – 1 1 – – 1 1 – 2 – – – 1* 1 2 – – 1 1* 1
3. Toegestaan aantal passagiers: van 251 tot en met 600 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist 1 of – 1 – – 1*** 1 – 1 – 2 –*** 1 – 1 – 1 –*** 2 – – 1 – 1**** 2 – – – 1 1**** 3 – – 1 – 1**** 3 – – – 1 1****
4. Toegestaan aantal passagiers: van 601 tot en met 1.000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of volmatroos 1 1 – 1 1* 1 1 1 – 1 1* 1 1 1 – – 2* 1 2 – – 2 – 1 2 – – 1 1 1 3 – – 2 – 1 3 – – 1 1 1
5. Toegestaan aantal passagiers: van 1.001 tot en met 2.000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of volmatroos 2 of – – 3 – 1 2 – – 2 2 1 2 – – 2 1 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 3 – – 3 1* 1 3 – – 2 2* 1
6. Toegestaan aantal passagiers: meer dan 2000 schipper stuurman volmatroos matroos** lichtmatroos machinist of volmatroos 2 – – 3 1* 1 2 – – 3 1* 1 2 – – 2 2* 1 2 – – 4 – 1 2 – – 3 1 1 3 – – 4 1* 1 3 – – 3 2* 1
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen, die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

*** De machinist mag worden vervangen door een matroos.

**** De machinist mag worden vervangen door een volmatroos.

* De minimumbemanning:

a)

in de groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S2;

b)

in de groep 3, exploitatiewijze A1, Standaard S1;

c)

in de groep 4, exploitatiewijze A1, Standaard S2;

d)

in de groep 5, exploitatiewijze A1, Standaard S1, exploitatiewijze A2, Standaard S2, en exploitatiewijze B, Standaard S2; en

e)

in de groep 6, exploitatiewijze A1, Standaard S2, en exploitatiewijze B, Standaard S2.

kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning worden met een periode van minimaal één maand onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool wordt aangetoond met een verklaring van de schippersschool die zich aan boord bevindt, waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven.

1.6. Voor het groot pleziervaartbewijs op rivieren, kanalen en meren

Bijlage 6.3

Bijlage 6.4. Model eigen verklaring als bedoeld in artikel 6.9

Vervallen

Bijlage 7.1. Erkende vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.11 en met het groot pleziervaartbewijs gelijkgestelde vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.8, eerste lid

Alle chronische longaandoeningen met de mogelijkheid van acute verslechtering van de longfunctie die de lichamelijke gesteldheid dusdanig aantasten dat niet meer kan worden voldaan aan de in de algemene keuringsaanwijzingen onder artikel drie tot en met vijf gestelde criteria zijn een reden voor ongeschiktheid.

Bijlage 7.3. Modellen vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.3

(achterzijde)

(85 mm x 54 mm)

Bijlage 7.5. Model-ICC, als bedoeld in artikel 7.1

(85 mm x 54 mm)

Bijlage 8.1. Model rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 8.2, eerste lid

Bijlage 8.2. Model verklaring als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid

Bijlage 8.3. Model bewijs van toelating als bedoeld in artikel 8.3

Toepassing tarievenlijst

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 2.10a
1.

De schipper en de bij de bunkerprocedure betrokken bemanningsleden van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken, moeten over een deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas als brandstof beschikken.

2.

De deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas als brandstof kan worden aangetoond door het beschikken over:

  • a. een kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas (LNG) als bedoeld in artikel 7.19a, derde lid;
  • c. een verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof, bedoeld in artikel 20.10 van het Rsp.

Hoofdstuk 3. Technische voorschriften

§ 2. Technische eisen voor schepen op de zones 2, 3 en 4
§ 4. Certificaten en uniek Europees scheepsidentificatienummer
§ 5. Het onderzoek van schepen voor het certificaat van onderzoek
§ 6. Erkenning van documenten van deugdelijkheid
§ 7. Erkenning keuringsinstanties

Hoofdstuk 4. Meetbrief

§ 3. Meting
§ 4. Hermeting
§ 5. Meetbrief
§ 6. Ijkschalen, ijkplaten en ijkmerken

Hoofdstuk 5. Vaartijden en bemanningssterkte

§ 1. Inleidende bepalingen
§ 2. Vaartijden en rusttijden
§ 3. Bemanningssterkte
§ 4. Controlemiddelen
§ 5. Vrijstellingen

Hoofdstuk 6. Geneeskundig onderzoek

Hoofdstuk 7. Vaarbewijzen, radarpatenten en ICC’s

§ 1. Vaarbewijzen en vrijstellingen
Artikel 7.11a

Vervallen

Artikel 7.11b
1.

De schipper aan boord van een schip waarvoor een kwalificatiecertificaat schipper vereist is, beschikt over de betreffende specifieke vergunning indien het schip vaart:

  • a. op wateren die zijn geclassificeerd als binnenwateren van maritieme aard;
  • b. op waterwegen die zijn ingedeeld als binnenwatertrajecten met specifieke risico’s;
  • c. met behulp van een radar;
  • d. met vloeibaar aardgas als brandstof;
  • e. met grote konvooien.
2.

De wateren van maritieme aard, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet, zijn de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Eems, de Dollard, het IJsselmeer, het IJmeer en het Markermeer met uitzondering van de Gouwzee.

§ 3. Radarpatenten
§ 3. Examens
Artikel 7.16a
1.

De praktijkexamens bedoeld in artikel 7.16 vinden plaats overeenkomstig de toepasselijke voorschriften genoemd in tabel A van bijlage IV van richtlijn (EU) 2017/2397 en bijlage III van gedelegeerde richtlijn (EU) 2020/12.

2.

De praktijkexamens bedoeld in het eerste, zesde en achtste lid van artikel 7.16 kunnen worden afgenomen met behulp van een gecertificeerde simulator.

3.

Een simulator bedoeld in het tweede lid wordt goedgekeurd voor het betreffende praktijkexamen door het CBR op grond van de toepasselijke voorschriften genoemd in tabel A van bijlage IV van richtlijn (EU) 2017/2397 en bijlage III van gedelegeerde richtlijn (EU) 2020/12 of is goedgekeurd door een bevoegde autoriteit van een andere EU-lidstaat.

Artikel 7.19b

Vervallen

§ 6. Gegevensverstrekking
§ 4. Vervanging en afgifte van duplicaten

Hoofdstuk 8. Overige documenten

Hoofdstuk 11. Bestuurlijke boete

Hoofdstuk 12. Overgangsbepalingen en wijzigingen in andere regelingen

Artikel 12.5a
1.

Een bemanningslid als bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, dat volledig voldeed aan de eisen van ten minste één van de functies genoemd in de artikelen 2.9 en 2.10 op 22 februari 2022, of op een bemanningslid als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, zoals dat artikel luidde op 31 maart 2023, dat volledig voldeed aan de eisen van ten minste één van de functies genoemd in de artikelen 2.9 en 2.10 op 31 maart 2023, voldoet tot en met 17 januari 2032 aan de eisen voor die desbetreffende functie zoals die gesteld zijn in de artikelen 2.9 of 2.10 en in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn.

2.

Een bemanningslid dat op 31 maart 2023 voldeed aan de eisen van matroos bedoeld in artikel 2.10, zesde lid, of lichtmatroos bedoeld in artikel 2.10, zevende lid, zoals die luidden op 31 maart 2023, voldoet tot en met 17 januari 2032 aan de eisen van deksman bedoeld in artikel 2.9, achtste lid.

3.

Wanneer een bemanningslid dat op 31 maart 2023 volledig voldeed aan de eisen van ten minste één van de functies genoemd in de artikelen 2.9 en 2.10 voor de eerste keer een dienstboekje met kwalificatiecertificaat bedoeld in artikel 5.01 van het Rsp aanvraagt kan er ongeacht de functie van dat bemanningslid een dienstboekje worden afgegeven voor:

  • a. matroos indien er een vaartijd wordt aangetoond van 540 dagen waarvan minstens 180 dagen in de binnenvaart;
  • b. volmatroos indien er een vaartijd wordt aangetoond van 900 dagen waarvan minstens 540 dagen in de binnenvaart;
  • c. stuurman indien er een vaartijd wordt aangetoond van 1.080 dagen waarvan minstens 720 dagen in de binnenvaart; waarbij de vereiste vaartijd met ten hoogste 360 dagen kan worden verminderd met de duur van een opleidingsprogramma bedoeld in artikel 7.18, zesde lid in het geval dat opleidingsprogramma praktijkstages bevat.

Het aantonen van de vaartijd bedoeld in dit artikellid kan geschieden door middel van het dienstboekje, bedoeld in artikel 5.11, indien nodig aangevuld met het vaartijdenboek, bedoeld in artikel 5.12, of andere stukken.

4.

Op een persoon die met uitzondering van de vaartijdeis volledig voldeed aan de eisen van ten minste één van de functies genoemd in de artikelen 2.9, 2.10 of 7.18 op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I van de Regeling gedeeltelijke implementatie richtlijn beroepskwalificaties binnenvaart, blijven de eisen in de artikelen 2.9, 2.10 en 7.18 zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van die regeling van toepassing.

5.

Op een persoon die volledig voldeed aan de eisen voor afgifte van een beperkt groot of een groot vaarbewijs zoals bepaald in artikel 7.18, eerste lid, op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I van de Regeling gedeeltelijke implementatie richtlijn beroepskwalificaties binnenvaart maar aan wie nog geen afgifte heeft plaatsgevonden, blijft artikel 7.18 zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van die regeling van toepassing.

6.

Een bemanningslid dat voldeed aan de eisen voor eerste machinist of tweede machinist bedoeld in artikel 2.10, zoals die luidden op het moment voor inwerkingtreding van de wet van 7 juni 2023 tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad, voldoet aan de eisen voor die desbetreffende functie, bedoeld in artikel 2.10, derde en vierde lid.

7.

Onder een activiteit die op het binnenwater aan het begin of het eind van een reis in het kader van zeevervoer wordt uitgevoerd, bedoeld in artikel 42 van het besluit, wordt onder andere begrepen het verhalen van zeeschepen binnen een havengebied.

8.

In aanvulling op het vijfde lid van artikel 7.8 kan bij de afgifte van een groot pleziervaartbewijs I tot en met 17 januari 2032 worden volstaan met een geldig groot vaarbewijs B, een geldig beperkt groot vaarbewijs B of een van deze documenten die ongeldig is geworden op geen andere wijze dan door het verstrijken van de geldigheidsduur en wanneer uit een gezondheidsverklaring van de aanvrager blijkt dat deze lichamelijk en geestelijk voldoende geschikt is voor het voeren van een binnenschip.

9.

In aanvulling op het zesde lid van artikel 7.8 kan bij de afgifte van een groot pleziervaartbewijs II tot en met 17 januari 2032 worden volstaan met een geldig groot vaarbewijs A, een geldig beperkt groot vaarbewijs A, een geldig groot patent of een van deze documenten die ongeldig is geworden op geen andere wijze dan door het verstrijken van de geldigheidsduur en wanneer uit een gezondheidsverklaring van de aanvrager blijkt dat deze lichamelijk en geestelijk voldoende geschikt is voor het voeren van een binnenschip.

10.

Tot en met drie jaar na het tijdstip waarop de wet van 7 juni 2023 tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad in werking treedt is in afwijking van artikel 7.5 een kwalificatiecertificaat open rondvaartboot beperkt vaargebied niet vereist, behoudens voor zover het betreft schepen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, voor open rondvaartboten als bedoeld in artikel 1.1, bestemd of gebezigd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanning, met een lengte gemeten op het vlak van de grootste inzinking van minder dan 20 meter, voor zover de schipper in het bezit is van een klein vaarbewijs of een kwalificatiecertificaat als bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, onderdeel a, en indien het schip vaart op de binnenwateren van zone 4, dan wel op de Beulakerwijde of de Belterwijde.

11.

In plaats van een kwalificatiecertificaat schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype beperkt vaargebied bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, onderdeel a, kan worden volstaan met een vrijstellingsbewijs schipper rondvaartboot van het Amsterdamse grachtentype.

12.

Tot en met zes maanden na het tijdstip waarop de wet van 7 juni 2023 tot wijziging van de Binnenvaartwet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/2397 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties in de binnenvaart en tot intrekking van de richtlijnen 91/672/EEG en 96/50/EG van de Raad in werking treedt volstaat in afwijking van artikel 7.6, derde lid, het beschikken over een klein vaarbewijs om deel te kunnen nemen aan de praktijktoetsen bedoeld in dat artikellid.

Artikel 12.5b
1.

In plaats van de specifieke vergunning voor het varen met behulp van een radar, bedoeld in artikel 7.11b, lid 1, onderdeel c, kan worden volstaan met een radarpatent, bedoeld in artikel 20.09 van het Rsp.

2.

In plaats van de specifieke vergunning voor het varen met vloeibaar aardgas als brandstof, bedoeld in artikel 7.11b, lid 1, onderdeel d, kan worden volstaan met een verklaring van deskundigheid aangaande het gebruik van vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof, bedoeld in artikel 20.10 van het Rsp.

§ 2. Wijzigingen in andere regelingen

Hoofdstuk 13. Slotbepalingen

Bijlage 1.4. Voorschriften met betrekking tot typegoedkeuring en installatie tachografen Rijnvaart als bedoeld in artikel 1.8

Bijlage 1.5. : Voorschriften omtrent de kleur en de sterkte der lichten, alsmede omtrent de goedkeuring der navigatielantaarns voor de Rijnvaart, als bedoeld in artikel 1.14, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1.7. : Voorschriften omtrent de minimum eisen en de keuringsvoorwaarden voor bochtaanwijzers voor de Rijnvaart, als bedoeld in artikel 1.16, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1.10. Minimumeisen aan Inland ECDIS-apparatuur in de informatiemodus en daarmee vergelijkbare visualiseringssystemen bij het gebruik van Inland AIS-gegevens aan boord van schepen

Bijlage 3.3. Technische eisen voor rondvaartboten van het Amsterdams grachtentype als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel b

Bijlage 3.5. Technische eisen voor skûtsjes als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel d

Bijlage 3.6. Technische eisen voor veerponten als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel e

In een dwarsschot is het toegestaan een sprong of nis aan te brengen, mits alle delen van de sprong binnen de in artikel 2.2, vierde lid, bedoelde veilige zone zijn gelegen.

Bijlage 3.7. Technische voorschriften voor veerboten en passagiersschepen als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel f

De begripsbepalingen in artikel 1.01 van ES-TRIN zijn van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.

Bijlage 3.8. Technische eisen voor bunkerstations als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel g

De ladingtanks zijn gebouwd voor of aangepast aan opslag en levering van gasolie, dieselolie of benzine.

Het tijdens het bedrijf van een drijvend werktuig vrijkomende oliehoudende water wordt aan boord verzameld in de machinekamer-bilge.

Bijlage 4.1. Metingsvoorschriften als bedoeld in de artikelen 4.9 en 4.12

Voor binnenschepen die niet bestemd zijn of gebruikt worden voor het vervoer van goederen en beschikken over een normale scheepsvorm, worden de metingen van de verlangde waterverplaatsingen als volgt aan boord, zo nodig met behulp van betrouwbare tekeningen, uitgevoerd:

Bijlage 5.6. Minimumbemanning voor sleepschepen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

Groepen naar lengte (L) van het schip Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze Aantal bemanningsleden bij exploitatiewijze
Groepen naar lengte (L) van het schip Bemanningsleden A1 A2 B
L ≤ 55 m schipper 1 1 2
L ≤ 55 m volmatroos 0 1 0
L > 55 m en L ≤ 86 m schipper 1 2 2
L > 55 m en L ≤ 86 m matroos 1 0 1
L > 86 m schipper 1 2 2
L > 86 m volmatroos 0 0 1
L > 86 m matroos 1 0 0

Bijlage 5.1. Minimumbemanning van hechte samenstellen als bedoeld in artikel 5.6, vierde lid

(Externe link) http://wetten.overheid.nl/id/BWBR0025958/2017-07-01/0/Bijlage5.1

Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2
Groep Bemanningsleden A1 A1 A1 A2 A2 B B B B
Groep Bemanningsleden S1 S1 S2 S1 S2 S1 S1 S2 S2
1. Afmeting van het samenstel L ≤ 37 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of volmatroos 1 – – 1 – – 1 – – 1 – – 2 – – – – – 2 – – 1 1* – 2 – – 1 1* – 2 – – – 2**** – 2 – – – 2**** –
2. Afmeting van het samenstel 37 m < L ≤ 86m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist 1 of – 1 – – –** 1 – – 1 1 –* 1 – – 1 1 –* 2 – – – 1** 2 – – 2 – –* 2 – – 2 – –* 2 – – 1 1 –* 2 – – 1 1 –*
3. Duwboot + 1 duwbak met L > 86 m of afmeting van het samenstel 86 m < L ≤ 116,5 m B ≤ 15 m schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos machinist of volmatroos 1 of 1 – 1 – – 1 1 – – 2*** – 1 1 – 1 2 – – 1 1* – 2 – – – 2* – 2 of 1 – 2 – – 2 1** – 1 – – 2 1 – 1 1 – 2 1 – 1 1 –
4. Duwboot + 2 duwbakken motorschip + 1 duwbak schipper stuurman volmatroos matroos **** lichtmatroos machinist of volmatroos 1 1 – 1 1* – 1 1 – 1 1* – 1 1 – – 2* – 2 – – 2 1* – 2 – – 1 2* – 2 of 1 – 2 – 1 2 1** – 2 – – 2 of 1 – 1 1 1 2 1** – 1 1 –
5. Duwboot + 3 of meer duwbakken motorschip + 2 of meer duwbakken schipper stuurman volmatroos matroos**** lichtmatroos Machinist 1 of 1 – 2 – 1* 1 1 – 1 2 1* 1 1 – 1 1 1* 2 – – 2 1 1** 2 – 1 – 2 1* 2 of 1 – 2 1 1** 2 1 – 2 – 1* 2 of 1 1 – 2 1** 2 1 1 – 1 1****
  • De lichtmatroos of een van de lichtmatrozen mag worden vervangen door een deksman.

** De stuurman bezit de bekwaamheid van schipper als bedoeld in artikel 2.9, tweede lid.

*** Een van de lichtmatrozen is ouder dan 18 jaar.

**** De matrozen mogen worden vervangen door lichtmatrozen die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het laatste leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen.

* De voorgeschreven minimumbemanning overeenkomstig de tabel, kan

a)

in de groep 1, exploitatiewijze B, Standaard S2,

b)

in de groep 2, exploitatiewijze Al, Standaard S2,

c)

in de groep 3, exploitatiewijze Al, Standaard S1 en exploitatiewijze A2, Standaard S2,

d)

in de groep 4, exploitatiewijze Al, Standaard S2 en exploitatiewijze A2, Standaard S2, en

e)

in de groep 5, exploitatiewijze Al, Standaard S1, exploitatiewijze A2, Standaard S2, en exploitatiewijze B, Standaard S2, voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar met een lichtmatroos worden verminderd, als deze lichtmatroos gedurende deze tijd een schippersschool bezoekt. Opeenvolgende periodes met een gereduceerde bemanning moeten door een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. De eerste zin, onderdeel a en het tweede alternatief van onderdeel c, d en het tweede alternatief van onderdeel e zijn slechts van toepassing wanneer gedurende de tijd dat de ene lichtmatroos een schippersschool bezoekt, de tweede lichtmatroos aan boord is. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de lichtmatroos, bedoeld in noot ****.

** de machinist mag worden vervangen door een matroos;

* de machinist mag worden vervangen door een volmatroos;

Bovendien wordt in de groepen 4, 5 en 6 van deze tabel als duwbak aangemerkt al datgene wat tijdens transport geduwd of langszij meegevoerd wordt, en is de volgende gelijkwaardigheid van toepassing: 1 duwbak = meerdere duwbakken met een totale lengte tot en met 76,50 m en een totale breedte tot en met 15 m.

Wanneer een duwbak breder is dan 15 meter is, op basis van de lengte van het samenstel, de naast hogere groep van toepassing.

Artikel 1

Het dienstboekje schipper wordt verstrekt volgens het model dat is vastgelegd in Deel V, Hoofdstuk 4, paragraaf 1, van ES-QIN en volgens de instructies vastgelegd in Deel V, Hoofdstuk 4, paragraaf 2, van ES-QIN.

medisch ongeschikt voor de binnenvaart is de persoon, die lijdt aan een ziekte, afwijking of verwonding:

Bijlage 7.1. Erkende vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.11 en met het groot pleziervaartbewijs gelijkgestelde vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.8, eerste lid

Voor goedkeuring is aanvullende informatie vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.

(achterzijde)

Bijlage 6.2

De geneeskundige verklaring wordt afgegeven volgens het model dat is vastgesteld in bijlage 1 bij het Rsp.

Bijlage 7.5. Model-ICC, als bedoeld in artikel 7.1

(85 mm x 54 mm)

Bijlage 8.1. Model rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 8.2, eerste lid

Bijlage 8.2. Model verklaring als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Bijlage 3.2. Technische eisen voor Amsterdamse dekschuiten als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel a

Bijlage 3.3. Technische eisen voor rondvaartboten van het Amsterdams grachtentype als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel b

Bijlage 3.4. Technische eisen voor open rondvaartboten als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel c

Bijlage 3.5. Technische eisen voor skûtsjes als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel d

Bijlage 3.6. Technische eisen voor veerponten als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel e

Bijlage 3.7. Technische voorschriften voor veerboten en passagiersschepen als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel f

Onverminderd het in deze bijlage bepaalde, voldoen veerboten aan hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 19 alsmede hoofdstuk 33 van ES-TRIN met uitzondering van de artikelen:

Bijlage 3.8. Technische eisen voor bunkerstations als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel g

De volgende documenten bevinden zich aan boord:

Bijlage 3.9. Technische eisen voor patrouillevaartuigen als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel h

Wanneer de geluidsdruk tijdens het normale bedrijf van het drijvend werktuig 70 dB(A) of meer kan bedragen, zijn passende persoonlijke beschermingsmiddelen tegen gehoorschade aanwezig.

Het metingsmerk wordt ingebeiteld op het achterschip in de nabijheid van de roerkoning. In de regel is de achterwand van de roef hiertoe het meest geschikt. Het merk wordt aangebracht op een van buiten in het oog vallende plaats. Een aantekening omtrent de plaats van het merk op het achterschip wordt in de meetbrief vermeld.

Artikel 1

Het dienstboekje schipper wordt verstrekt volgens het model dat is vastgelegd in Deel V, Hoofdstuk 4, paragraaf 1, van ES-QIN en volgens de instructies vastgelegd in Deel V, Hoofdstuk 4, paragraaf 2, van ES-QIN.

Bijlage 6.3

Bijlage 7.3. Modellen vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.3

(achterzijde)

Bijlage 6.4. Model eigen verklaring als bedoeld in artikel 6.9

Vervallen

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Bijlage 6.2

Van de Franse Republiek:

Bijlage 7.3. Modellen vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.3

Bijlage 6.3

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Bijlage 3.5. Technische eisen voor skûtsjes als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel d

Met de in deze bijlage vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Bijlage 3.6. Technische eisen voor veerponten als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel e

Veerboten zijn uitgerust met draagbare vluchtmaskers die een werkingsduur van ten minste 15 minuten hebben. Het aantal daarvan bedraagt ten minste vier vermeerderd met twee voor elk dek dat is bestemd voor voertuigen op meer dan twee wielen. De vluchtmaskers worden op een geschikte plaats aangebracht. Zij zijn voorzien van duidelijke aanwijzingen met betrekking tot het gebruik.

Bijlage 3.8. Technische eisen voor bunkerstations als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel g

Bijlage 3.9. Technische eisen voor patrouillevaartuigen als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel h

Artikel 2.10b

Een deskundige voor de passagiersvaart is:

  • b. houder van een CCR- kwalificatiecertificaat deskundige voor de passagiersvaart als bedoeld in artikel 16.02 van het Rsp; of

Hoofdstuk 3. Technische voorschriften

§ 2. Technische eisen voor schepen op de zones 2, 3 en 4
§ 4. Certificaten en uniek Europees scheepsidentificatienummer
§ 5. Het onderzoek van schepen voor het certificaat van onderzoek
§ 6. Erkenning van documenten van deugdelijkheid
§ 7. Erkenning keuringsinstanties

Hoofdstuk 4. Meetbrief

§ 1. Algemeen
§ 3. Meting
§ 4. Hermeting
§ 5. Meetbrief
§ 6. Ijkschalen, ijkplaten en ijkmerken

Hoofdstuk 5. Vaartijden en bemanningssterkte

§ 2. Vaartijden en rusttijden
§ 3. Bemanningssterkte
§ 4. Controlemiddelen
§ 5. Vrijstellingen

Hoofdstuk 7. Vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten, specifieke vergunningen en ICC’s

§ 1. Vaarbewijzen, kwalificatiecertificaten en specifieke vergunningen
Artikel 7.18a

De aanvrager die voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat voor stuurman in aanmerking wil komen:

  • a. voldoet aan de eisen van volmatroos, heeft als volmatroos ten minste 180 dagen vaartijd opgebouwd en is houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008;
  • b. heeft een goedgekeurd opleidingsprogramma van minstens drie jaar afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, tweede lid, heeft een vaartijd van ten minste 360 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma en is houder van een basiscertificaat marifonie, het beperkte certificaat maritieme radiocommunicatie of het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie zoals bedoeld in de Examenregeling frequentiegebruik 2008; of
Artikel 7.18b

De aanvrager die voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat voor volmatroos in aanmerking wil komen:

  • a. voldoet aan de eisen van matroos en heeft als matroos ten minste 180 dagen vaartijd opgebouwd; of
  • b. heeft een goedgekeurd opleidingsprogramma van minstens drie jaar afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, tweede lid en heeft een vaartijd van ten minste 270 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma.
Artikel 7.18c

De aanvrager die voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat voor matroos in aanmerking wil komen:

  • a. is ten minste 17 jaar oud, heeft een goedgekeurd opleidingsprogramma van minstens twee jaar afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, tweede lid, heeft een vaartijd van ten minste 90 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma en is als gevolg van het voltooien van dat opleidingsprogramma in bezit van:
  • 1°. Het diploma matroos binnenvaart, zoals opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen met opleidingscodes 25610 en 25970;
  • 2°. Het diploma kapitein binnenvaart, schipper binnenvaart of bootman, zoals opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen onder de respectieve opleidingscodes 25612, 25972, 25611, 25971, 25635 en 25973;
  • 3°. Het diploma VMBO Rijn-, en binnen- en kustvaart van het Scheepvaart en Transport College te Rotterdam, het Maritiem College te IJmuiden, of de Maritieme Academie Harlingen, waarbij voor de met ingang van 1 juli 2017 behaalde diploma’s de beroepsgerichte keuzevakken met de vakcodes 2105 tot en met 2108 op de bijbehorende cijferlijst moeten zijn vermeld en de toets matroosvaardigheden voldoende moet zijn afgesloten; dan wel
  • b. is ten minste 18 jaar oud, beschikt over een verklaring als bedoeld in artikel 7.17 en heeft een vaartijd van ten minste 360 dagen opgebouwd, waarbij ook kan worden volstaan met een vaartijd van ten minste 180 dagen indien in aanvulling daarop ook ten minste 250 dagen werkervaring als dekbemanningslid op een zeeschip zijn opgebouwd; of
  • c. heeft een door het CBR gecertificeerd opleidingsprogramma van minstens 9 maanden afgerond dat gebaseerd is op de competentienormen en onderwerpen genoemd in artikel 7.16, tweede lid, heeft een vaartijd van ten minste 90 dagen opgebouwd als onderdeel van het opleidingsprogramma, is als gevolg van het voltooien van het opleidingsprogramma in bezit van een CBR-verklaring matroos en heeft voorafgaand aan de inschrijving voor dit opleidingsprogramma vijf jaar werkervaring opgebouwd, ten minste 500 dagen werkervaring als lid van de dekbemanning op een zeeschip opgebouwd of een beroepsopleiding van ten minste drie jaar voltooid.
Artikel 7.18d

De aanvrager die voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat voor lichtmatroos in aanmerking wil komen:

  • a. is ten minste 15 jaar, en in het bezit van een schriftelijk bewijs van inschrijving, afgegeven door het opleidingsinstituut dat de desbetreffende opleiding verzorgt, voor het door middel van schoolbezoek volgen van een opleiding voor matroos binnenvaart, schipper binnenvaart, kapitein binnenvaart of bootman, zoals opgenomen in de Registratie instellingen en opleidingen onder de respectieve opleidingscodes: 25509, 25610, 25970, 25510, 25611, 25971, 25511, 25612, 25972, 25564, 25635 en 25973; of
  • b. is ten minste 15 jaar en in het bezit van een schriftelijk bewijs van inschrijving, afgegeven door het opleidingsinstituut dat de opleiding verzorgt voor deelname aan het Praktijkexamen matroos binnenvaart van het CBR.
Artikel 7.18e

De aanvrager die voor de afgifte van een kwalificatiecertificaat voor deksman in aanmerking wil komen is ten minste 16 jaar oud en:

  • a. heeft een door het CBR gecertificeerde basisopleiding veiligheid, genoemd in artikel 7.16, derde lid, voltooid;
  • c. heeft een bewijs van voltooiing van een basisopleiding veiligheid dat is afgegeven in een van de Rijnoeverstaten of België; of
§ 5. Gegevensverstrekking
Artikel 9.3

De SAB is aangewezen als het centraal contactpunt, bedoeld in artikel 8.1 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/473, voor het register kwalificatiecertificaten, dienstboekjes, vaartijdenboeken en overige vaardocumenten bedoeld in artikel 33a van het Binnenvaartbesluit.

Hoofdstuk 10. Toezicht en handhaving

Hoofdstuk 11. Bestuurlijke boete

§ 1. Overgangsbepalingen
§ 2. Wijzigingen in andere regelingen

Hoofdstuk 13. Slotbepalingen

Bijlage 1.1. Reglement onderzoek schepen op de Rijn

Reglement onderzoek schepen op de Rijn

Bijlage 1.1a. Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen

Vervallen

Bijlage 1.5. : Voorschriften omtrent de kleur en de sterkte der lichten, alsmede omtrent de goedkeuring der navigatielantaarns voor de Rijnvaart, als bedoeld in artikel 1.14, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1.10. Minimumeisen aan Inland ECDIS-apparatuur in de informatiemodus en daarmee vergelijkbare visualiseringssystemen bij het gebruik van Inland AIS-gegevens aan boord van schepen

Bijlage 2.1. Model bewijsstuk historische vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid

Bijlage 3.1. Aanvullende voorschriften voor passagiersschepen op zone 2 als bedoeld in artikel 3.3

Bijlage 3.3. Technische eisen voor rondvaartboten van het Amsterdams grachtentype als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel b

Bijlage 3.4. Technische eisen voor open rondvaartboten als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel c

Bijlage 3.5. Technische eisen voor skûtsjes als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel d

Bijlage 3.6. Technische eisen voor veerponten als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel e

Bijlage 3.11. bedoeld in artikel 3.26

Pakket 1a. Tankschepen gevaarlijke stoffen onder klasse
Dit pakket is bij wet voorbehouden aan klassenbureaus
Pakket 1b. Tankschepen gevaarlijke stoffen geen klasse
Motortankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Tankduwbak
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Sleeptankschip
type N-gesloten
type N-open met vlamkering
type N-open
Bunkerboot
Bilgeboot
Schoonmaak-bewaarschip
Bunkerstation
Bunkerponton
Pakket 2. Vervoer van droge lading
Zeeschip (vervoer droge lading)
Motorvrachtschip
Vrachtduwbak
Ponton
Kopbak
Dekschuit
Zeeschipbak
Motortankschip (zonder vervoer ADN)
Sleepvrachtschip
Sleeptankschip (zonder vervoer ADN)
Amsterdamse dekschuit
Pakket 3. Overige schepen en passagiersschepen tot een lengte van 45m.
Sleepboot
Sleepboot met duwsteven
Sleep-Duwboot
Duwboot
Passagiersschepen
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Amsterdams grachtentype
Open rondvaartboot
Skûtsje
Veerpont
Auto
Fiets/voet
Patrouillevaartuig
Patrouillevaartuig
Oliebestrijdingsvaartuig
Brandblusboot
Reddingsboot
Pleziervaartuig
Snel schip (verplicht klasse na 2023) >40km/h
Drijvend werktuig
Werkvaartuig
Pompoverslagboot
Drijvend voorwerp
Pakket 4. Passagiersschepen vanaf 45 m
Passagiersschip
Hotelschip
Rondvaartdagboot (dagtochten)
Zeilend passagiersschip
Veerboten
Veerpont
Auto
Fiets/voet

Bijlage 3.12. Technische eisen voor kleine drijvende werktuigen als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, onderdeel i

Bijlage 5.9. Model dienstboekje schipper als bedoeld in artikel 5.11, lid 2

Vervallen

Bijlage 6.1. Keuringsaanwijzingen en keuringseisen als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid

1 Opleiding Scheepsmanagement – alleen bij aantonen Master >500 GT.

MBO – Middelbaar beroepsonderwijs

KZV – Kleine zeilvaart

GZV – Grote zeilvaart

SW – Stuurman (scheeps)werktuigkundige (oude diploma's)

COC – Certificate of Competency

MAROF – Maritiem officier

SMBW – Schipper machinist beperkt werkgebied

GHV – Grote Handelsvaart

KHV – Kleine Handelsvaart

Bijlage 7.3. Modellen vaarbewijzen als bedoeld in artikel 7.3

Het kwalificatiecertificaat schipper, het kwalificatiecertificaat voor deskundigen op het gebied van vloeibaar aardgas en de specifieke vergunningen worden verstrekt volgens het model en de instructies die zijn vastgelegd in Deel V, Hoofdstuk 1 van ES-QIN.

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

(achterzijde)

(85 mm x 54 mm)

Bijlage 7.4. Modellen kwalificatiecertificaten als bedoeld in artikelen 7.5, eerste lid, en 7.6, eerste lid, onderdeel a, groot pleziervaartbewijs als bedoeld in artikel 7.8, eerste lid en zeilbewijs als bedoeld in artikel 7.9, eerste lid

(85 mm x 54 mm)

(85 mm × 54 mm – achtergrond blauw)

Bijlage 7.5. Model-ICC, als bedoeld in artikel 7.1

(85 mm x 54 mm)

Bijlage 8.1. Model rijnvaartverklaring als bedoeld in artikel 8.2, eerste lid

Bijlage 8.2. Model verklaring als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid

Bijlage 8.3. Model bewijs van toelating als bedoeld in artikel 8.3

Bijlage 11.1. als bedoeld in artikel 11.1

Deze regeling zal in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)