← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling Wet bescherming persoonsgegevens ministerie van Defensie

Geldende tekst a fecha 2016-05-13

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begrippen en definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Reikwijdte

Deze regeling is van toepassing op alle verwerkingen van persoonsgegevens waarvoor de Minister van Defensie de verantwoordelijke is in de zin van de wet.

Artikel 1.3. Beheerder
1.

Als Wbp-beheerder worden aangewezen:

2.

Een Wbp-beheerder kan de aan hem belaste zorg voor de naleving van de wet geheel of gedeeltelijk opdragen aan een Wbp-onderbeheerder binnen zijn dienstonderdeel. Hij doet hiervan mededeling aan de functionaris voor de gegevensbescherming.

3.

De Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder, wijst binnen zijn dienstonderdeel een Wbp-coördinator aan die de uitvoering van de wet en de feitelijke handelingen die daarvoor nodig zijn, binnen zijn dienstonderdeel coördineert. Hij doet hiervan mededeling aan de functionaris voor de gegevensbescherming. De Wbp-coördinator neemt deel aan het Wbp-coördinatorenoverleg.

4.

De Wbp-beheerder rapporteert jaarlijks vóór 1 augustus aan de functionaris voor de gegevensbescherming over de naleving van de wet binnen zijn dienstonderdeel.

5.

De Wbp-beheerder,dan wel de Wbp-onderbeheerder, meldt alle verwerkingen van persoonsgegevens bij de functionaris voor de gegevensbescherming conform het gestelde in artikel 2.2 van deze regeling.

6.

De Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder, draagt er zorg voor dat contacten met het College geschieden door tussenkomst van de functionaris voor de gegevensbescherming.

7.

Voor die verwerkingen ten aanzien waarvan dit artikel niet in een aanwijzing van Wbp-beheerder voorziet, kan de Secretaris-Generaal alsnog een Wbp-beheerder aanwijzen.

Artikel 1.4. Bewerker
1.

Indien een Wbp-beheerder, dan wel een Wbp-onderbeheerder, persoonsgegevens laat verwerken door een bewerker, dan wel indien de minister optreedt als bewerker voor een externe verantwoordelijke, vindt verwerking van persoonsgegevens slechts plaats indien voorafgaand daaraan de uitvoering van de verwerkingen door de bewerker is geregeld in een overeenkomst tussen de verantwoordelijke en bewerker dan wel krachtens een andere rechtshandeling waardoor een verbintenis is ontstaan tussen de bewerker en de verantwoordelijke.

2.

De overeenkomst of rechtshandeling bevat in ieder geval een regeling over:

3.

De overeenkomst of rechtshandeling wordt schriftelijk vastgelegd.

Artikel 1.5. Zorgplicht verwerker

Onverminderd het bepaalde in de wet en in deze regeling draagt een ieder die persoonsgegevens verwerkt zorg voor de juistheid, nauwkeurigheid en accuraatheid van de gegevens.

Artikel 1.6. Functionaris gegevensbescherming
1.

Er is een functionaris voor de gegevensbescherming.

2.

De functionaris voor de gegevensbescherming heeft, naast het houden van toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door de verantwoordelijke overeenkomstig het bij of krachtens de wet bepaalde, in ieder geval tot taak:

3.

De functionaris voor de gegevensbescherming beschikt voor de uitoefening van het toezicht als bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de wet over de bevoegdheden als bedoeld in Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht. De functionaris voor de gegevensbescherming maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

4.

Een ieder die werkzaam is onder het gezag van de minister alsmede een bewerker of eenieder die onder het gezag van een bewerker persoonsgegevens verwerkt, is verplicht aan de functionaris voor de gegevensbescherming alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden, tenzij een geheimhoudingsplicht uit hoofde van een wettelijk voorschrift daaraan in de weg staat.

Paragraaf 2. Verwerking van persoonsgegevens

Artikel 2.1. Doelbinding

Persoonsgegevens worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verzameld.

Artikel 2.2. Melding
1.

De Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder, meldt verwerkingen van persoonsgegevens voordat met de verwerking wordt begonnen door middel van het in bijlage opgenomen meldingenformulier Defensie bij de functionaris voor de gegevensbescherming.

2.

De Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder, meldt wijzigingen ten aanzien van een melding, zo mogelijk voor aanvang van de wijziging, doch uiterlijk één week na de wijziging, bij de functionaris voor de gegevensbescherming.

3.

De Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder, beschikt over een Wbp-dossier per gemelde verwerking. Een Wbp-dossier omvat in ieder geval:

Artikel 2.3. Melding verwerking met bijzonder risico
1.

Verwerkingen die een bijzonder risico met zich brengen in de zin van artikel 31 van de wet worden als zodanig door de Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder bij de functionaris gegevensbescherming gemeld.

2.

De functionaris gegevensbescherming meldt de ingevolge het eerste lid bij hem gemelde verwerkingen bij het College bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2.4. Register
1.

Er is een register dat onder de verantwoordelijkheid van de functionaris gegevensbescherming wordt bijgehouden.

2.

De meldingen worden in ieder geval op het defensie intranet geplaatst.

Artikel 2.5. Privacy Impact Assessment (PIA)
1.

Voorafgaand aan de ontwikkeling van Defensie-wetgeving of Defensie-beleid waarmee de bouw van nieuwe ICT-systemen of de aanleg van grote databestanden wordt voorzien, wordt door de Wbp-beheerder dan wel de Wbp-onderbeheerder een privacy impact assessment uitgevoerd conform het toetsmodel Privacy Impact Assessment Rijksdienst.

2.

Een afschrift van de resultaten van de privacy impact assessment wordt gezonden aan de functionaris voor de gegevensbescherming en de hoofddirecteur bedrijfsvoering.

Paragraaf 3. Rechten van betrokkene

Artikel 3.1. Informatieverstrekking aan de betrokkene

De Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder, deelt de betrokkene de informatie mede conform de artikelen 33 en 34 van de wet tenzij de betrokkene daarvan reeds op de hoogte is.

Artikel 3.2. Recht op kennisneming, correctie en verzet
1.

Betrokkene kan verzoeken betreffende de uitoefening van de aan hem toegekende rechten als bedoeld in de artikelen 35, 36, 40, 41 en 42 van de wet richten aan de Wbp-beheerder dan wel de Wbp-onderbeheerder.

2.

De Wbp-beheerder, dan wel de Wbp-onderbeheerder, draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.

3.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.

4.

De Wbp-beheerder draagt in voorkomende gevallen zorg voor doorgeleiding van een verzoek van betrokkene aan de Wbp-beheerder(s) dan wel Wbp-onderbeheerder(s) die het verzoek mede aangaan.

5.

Op een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt binnen vier weken beslist.

Artikel 3.3. Bezwaar
1.

Het besluit als bedoeld in artikel 3.2, vijfde lid, bevat de mededeling dat bezwaar gemaakt kan worden en aan wie het bezwaar gericht dient te zijn.

2.

Binnen zes weken na de dag van verzending van een besluit als bedoeld in artikel 3.2, vijfde lid, kan een ieder wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, bezwaar maken.

Paragraaf 4. Beveiliging en beheer

Artikel 4

De te treffen technische en organisatorische maatregelen dienen te zorgen voor een passend niveau van beveiliging van persoonsgegevens tegen verlies en onrechtmatige verwerking.

Paragraaf 5. Audit

Artikel 5
1.

De Audit Dienst Rijk/Defensie voert, al dan niet op verzoek van de functionaris voor de gegevensbescherming, periodiek een audit uit naar de naleving van de wet en deze regeling.

2.

De Audit Dienst Rijk/Defensie rapporteert periodiek haar bevindingen aan de minister en de functionaris gegevensbescherming.

Paragraaf 6. Aanwijzing

Artikel 6

De Secretaris-Generaal kan nadere aanwijzingen geven ter uitvoering van het bepaalde in deze regeling.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1. Overgangsrecht
1.

De meldingen aan de functionaris gegevensbescherming van op de datum van inwerkingtreding van deze regeling al bestaande verwerkingen als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, worden gedaan uiterlijk 6 maanden na inwerkingtreding van deze regeling.

2.

De functionaris voor de gegevensbescherming draagt zorg voor intrekking van de bestaande meldingen bij het college zodra vervangende meldingen ontvangen zijn.

Artikel 7.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2009.

Artikel 7.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Wet bescherming persoonsgegevens ministerie van Defensie.

Bijlage

Meldingenformulier als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Regeling bescherming persoonsgegevens ministerie van Defensie

[ ] Eerste melding

[ ] Eerste melding

[ ] Doorgeven wijziging eerdere melding (nr. MvD/Wbp/.....)

Deze regeling zal worden geplaatst in de Staatscourant en in de serie Ministeriële publicaties.

Artikel 2.6. Verwijderen van persoonsgegevens

De persoonsgegevens worden verwijderd wanneer deze voor het doel van de verwerking niet meer noodzakelijk zijn.

Paragraaf 3. Rechten van betrokkene

Paragraaf 4. Beveiliging en beheer

Paragraaf 5. Audit

Paragraaf 6. Aanwijzing

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Bijlage

Meldingenformulier als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Regeling bescherming persoonsgegevens ministerie van Defensie

Datum:

Deze regeling zal worden geplaatst in de Staatscourant en in de serie Ministeriële publicaties.