Besluit van 6 augustus 2009, houdende vaststelling van het Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden

Type AMvB
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 april 2009, directie Wetgeving, nr. 5596690/09/6;

Gelet op de artikelen 27b, tweede, vierde en vijfde lid, en 55c, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 28, zesde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 22, vijfde lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, artikel 33, zesde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, en artikel 17, eerste en zesde lid, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

De Raad van State gehoord (advies van 3 juni 2009, nr. W03.09.0137/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 3 augustus 2009, directie Wetgeving, nr. 5606689/09/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsomschrijvingen

§ 2. De strafrechtsketendatabank

§ 2. De strafrechtsketendatabank

§ 4. De berichtenvoorziening ten behoeve van de strafrechtsketen

Artikel 11
1.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor de inrichting en instandhouding van een berichtenvoorziening voor de strafrechtsketen met behulp waarvan de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer kunnen worden geraadpleegd. Hij stelt voor de berichtenvoorziening een systeembeschrijving op die de onderdelen, bedoeld in artikel 3 van het Besluit burgerservicenummer, bevat en zorgt ervoor dat de berichtenvoorziening overeenkomstig deze systeembeschrijving functioneert.

2.

De functionarissen en organen die met de toepassing van het strafrecht zijn belast, kunnen ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van verdachten en veroordeelden uitsluitend door tussenkomst van de berichtenvoorziening, bedoeld in het eerste lid, gebruik maken van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

3.

De organen die met de toepassing van het strafrecht zijn belast en die zijn aangesloten op de berichtenvoorziening, bedoeld in het eerste lid, zorgen ervoor dat de verbinding van hun geautomatiseerde systeem met de berichtenvoorziening en de uitwisseling van gegevens tussen hun geautomatiseerde systeem en de berichtenvoorziening functioneren overeenkomstig hetgeen daarover in de systeembeschrijving, bedoeld in het eerste lid, is vastgelegd.

4.

Artikel 5 van het Besluit burgerservicenummer is van overeenkomstige toepassing.

§ 5. Wijzigingen in andere besluiten

Artikel 12

Wijzigt het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken.

Artikel 13

Wijzigt het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen.

Artikel 14

Wijzigt het Besluit politiegegevens.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 15
1.

De vingerafdrukken, de DNA-profielen en de persoonsgegevens in de Verwijsindex Personen die voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn verwerkt, worden vernietigd overeenkomstig de termijnen die voor de inwerkingtreding van dit besluit golden.

2.

Indien tegen een verdachte na de inwerkingtreding van dit besluit een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in verband met een ander misdrijf is gedaan of een strafbeschikking in verband met een ander misdrijf is uitgevaardigd dan het misdrijf in het kader waarvan de vingerafdrukken voor de inwerkingtreding van dit besluit zijn verwerkt, is artikel 6, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

3.

Indien tegen een verdachte na de inwerkingtreding van dit besluit een einduitspraak als bedoeld in de artikelen 351 en 352, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering in verband met een ander misdrijf is gedaan of een strafbeschikking in verband met een ander misdrijf is uitgevaardigd dan het misdrijf in het kader waarvan het DNA-profiel voor de inwerkingtreding van dit besluit is verwerkt, is artikel 18, tweede lid, van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken van toepassing.

Artikel 16

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip met uitzondering van de artikelen 11 en 12, onderdeel C, onder 1, die in werking treden op 1 september 2009.

Artikel 17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit identiteitsvaststelling verdachten en veroordeelden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

In de strafrechtsketendatabank worden de volgende gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de identiteit van een verdachte of veroordeelde, verwerkt:

Artikel 3

Het strafrechtsketennummer mag voor het uitwisselen van persoonsgegevens van verdachten en veroordeelden ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 worden gebruikt in geval van:

Artikel 4
1.

De ambtenaren die bij de Justitiële Informatiedienst werkzaam zijn, hebben rechtstreekse toegang tot de strafrechtsketendatabank, voor zover zij die toegang nodig hebben voor een goede vervulling van hun taak.

2.

De functionarissen en organen die met de toepassing van het strafrecht zijn belast, en de functionarissen die met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 zijn belast, kunnen de gegevens uit de strafrechtsketendatabank rechtstreeks langs geautomatiseerde weg raadplegen, voor zover zij die gegevens nodig hebben voor een goede vervulling van hun taak en de Justitiële Informatiedienst hen daartoe gemachtigd heeft.

3.

Bij iedere verwerking wordt aantekening gehouden van de datum van de verwerking en de identiteit van de functionaris.

Artikel 5
1.

Zodra zich een omstandigheid voordoet die meebrengt dat degene wiens gegevens in de strafrechtsketendatabank zijn verwerkt, niet langer als een verdachte van een strafbaar feit kan worden aangemerkt, worden zijn gegevens, bedoeld in artikel 2, onder g tot en met j, vernietigd. De gegevens, bedoeld in artikel 2, onder a tot en met f en k, worden overeenkomstig de termijnen, genoemd in de artikelen 6, eerste en vierde lid, en 7, eerste lid, vernietigd.

2.

Zodra de verdachte met goed gevolg een project als bedoeld in artikel 77e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht heeft afgerond, worden zijn gegevens, bedoeld in artikel 2, vernietigd.

3.

Van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake bij een beslissing tot niet-vervolging, een kennisgeving van niet verdere vervolging, een onherroepelijke buitenvervolgingstelling, een rechterlijke verklaring dat de zaak geëindigd is, een onherroepelijke vrijspraak of een onherroepelijk ontslag van alle rechtsvervolging waarbij niet een maatregel als bedoeld in artikel 37, 37a juncto 37b of 38, 38m of 77s van het Wetboek van Strafrecht is opgelegd.

4.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt van het vernietigen van de in deze leden bedoelde gegevens afgezien indien degene wiens gegevens het betreft, in een andere zaak als verdachte van een strafbaar feit is aangemerkt of in een andere zaak is veroordeeld.

5.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt van het vernietigen van de in deze leden bedoelde gegevens afgezien indien degene wiens gegevens het betreft, een gewezen verdachte is die niet eerder voor hetzelfde feit in een herzieningsprocedure als bedoeld in Titel VIII van het Derde Boek van de wet is vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging. De gegevens kunnen in dat geval uitsluitend worden geraadpleegd:

Artikel 6
1.

De gegevens, bedoeld in artikel 2, van verdachten en veroordeelden wegens misdrijven worden vernietigd:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.