Regeling cultuurparticipatie provincies en gemeenten 2009–2012

Type ZBO-regeling
Publication 2008-09-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

1 september 2008

Overwegende dat:

Er op 2 april 2008 tussen de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) bestuurlijke afspraken over de stimulering van de cultuurparticipatie zijn gemaakt

Het wenselijk is een regeling op te stellen op basis waarvan de decentralisatie- uitkering cultuurparticipatie wordt vastgesteld

Besluit:

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel
1.

De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt voor het stimuleren van cultuurparticipatie van alle burgers opdat iedere Nederlander, te beginnen bij jongeren, actief in aanraking komt met een cultuurdiscipline. De missie wordt ondersteund door de volgende doelstellingen:

2.

De activiteiten in het kader van de decentralisatie-uitkering zijn dienstig aan de culturele loopbaan. De decentralisatie- uitkering wordt verstrekt met het oog op het bereiken van (nieuwe) doelgroepen, het continu blijven ontwikkelen van en vernieuwing aanbrengen in activiteiten, alsmede het verankeren van succesvolle activiteiten in structureel beleid waarvoor geen decentralisatie-uitkering meer nodig is.

3.

De decentralisatie-uitkering is bedoeld voor het (laten) uitvoeren van beleid van de deelnemer, welk beleid in substantiële mate overeenstemt met het beleid van het fonds.

4.

De decentralisatie-uitkering wordt derhalve verleend voor het (laten) uitvoeren van beleid van de deelnemer dat in ieder geval betrekking heeft op de programmalijnen en binnen deze gebieden gericht is op het bevorderen van de thema’s.

Artikel 3. Hoogte van de decentralisatie- uitkering
1.

Het totale beschikbare bedrag voor deze regeling bedraagt in de periode 2009–2012 minimaal € 55,6 miljoen, onder voorbehoud van verstrekking van deze middelen door de minister.

2.

Voor provincies en gemeenten is voor de periode 2009-2012 de volgende decentralisatie-uitkering per jaar beschikbaar:

3.

Het aantal inwoners van een provincie of gemeente wordt voor de volledige looptijd van de regeling vastgesteld op basis van de CBS-gegevens per 1 januari 2007.

Artikel 4. Duur van de decentralisatieuitkering

De decentralisatie-uitkering wordt voor de periode 2009-2012 verstrekt.

Artikel 5. Verklaring
1.

De verklaringen als bedoeld in artikel 6 kunnen uiterlijk 15 november 2008 bij het fonds worden ingediend.

2.

Het bestuur kan vanwege bijzondere redenen ontheffing verlenen van de in het eerste lid genoemde termijn.

3.

Het fonds kan, indien de verklaring daartoe aanleiding geeft, de deelnemer om nadere informatie verzoeken. De deelnemer is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het bestuur van het fonds redelijkerwijs tot een besluit kan komen.

Artikel 6. Accordering van de verklaring

Het bestuur van het fonds accordeert de verklaring indien de deelnemer door middel van ondertekening van de verklaring aangeeft ook zelf een bedrag dat ten minste overeenstemt met de decentralisatie-uitkering van het aan de uitvoering van zijn beleid te zullen besteden en de deelnemer daarin naar het oordeel van het bestuur heeft aangetoond in voldoende mate bij te dragen aan:

Artikel 7. Weigeringsgronden
1.

Het bepaalde in artikel 4:35 eerste lid en tweede lid onder a Awb is van overeenkomstige toepassing.

2.

De verklaring wordt in ieder geval niet geaccordeerd, indien:

Artikel 8. Procedure
1.

Het bestuur van het fonds beoordeelt de verklaringen met inachtneming van het bepaalde in de regeling.

2.

Indien het bestuur van het fonds overweegt de verklaring niet te accorderen, stelt het bestuur de deelnemer daarvan schriftelijk in kennis.

3.

Indien de situatie als bedoeld in het tweede lid zich voordoet, verleent het fonds de deelnemer een termijn waarbinnen hij zijn verklaring met inachtneming van de overwegingen van het bestuur van het fonds kan aanpassen.

4.

Uiterlijk 31 december 2008 stelt het bestuur van het fonds de deelnemer schriftelijk van zijn besluit in kennis.

5.

Indien de kennisgeving bedoeld in het vorige lid niet vóór 31 december 2008 kan worden gegeven, stelt het fonds de deelnemer daarvan in kennis en noemt daarbij de termijn waarbinnen het besluit tegemoet gezien kan worden.

6.

De kennisgeving bedoeld in het vierde lid vermeldt in ieder geval het besluit om de verklaring al dan niet te accorderen, en, indien er sprake is van accordering:

7.

De mededeling als bedoeld in lid 6 onder a gebeurt mede namens de beheerders van het gemeentefonds respectievelijk provinciefonds.

Artikel 9. Meldplichten

Een deelnemer legt een voornemen tot wijziging van het beleid, doelstellingen en beoogde resultaten, alsmede van alle andere relevante informatie die hij bij de verklaring heeft verstrekt, schriftelijk voor aan het bestuur van het fonds. Daarbij dient de deelnemer aan te geven op welke wijze de wijziging zich verhoudt tot of bijdraagt aan de centrale doelstelling van het fonds, alsmede welke gevolgen dit heeft voor het besluit tot verstrekking van de decentralisatieuitkering.

Artikel 10. Evaluatie, monitor en onderzoek
1.

Deze regeling wordt uiterlijk in 2012 in opdracht van het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de minister door het bestuur van het fonds geëvalueerd waarbij desgevraagd medewerking van de deelnemers wordt verwacht.

2.

De deelnemers leveren jaarlijks input voor de monitor van het fonds. Het bestuur van het fonds kan naar aanleiding van de uitkomsten van de monitor de minister adviseren. De advisering vindt plaats met het oog op bestuurlijke afspraken met het Interprovinciaal Overleg en met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten over binnen gemeenten of provincies tussentijds te implementeren beleidsaccenten.

3.

De deelnemers verlenen medewerking aan overig door het fonds geïnitieerd onderzoek, dat samenhangt met deze regeling.

Artikel 11. Format
1.

De verklaring en bijbehorende format zijn te raadplegen op de website van het fonds (www.cultuurparticipatie. nl).

2.

Op verzoek zendt het fonds de in het eerste lid genoemde documenten per post toe.

Artikel 12. Bezwaar
1.

Het fonds kent een commissie voor de bezwaarschriften zoals bedoeld in art 7:13 van de Awb.

2.

De commissie voor de bezwaarschriften bestaat uit drie leden, waarvan één lid wordt benoemd op voordracht van het Interprovinciaal Overleg, één lid wordt benoemd op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en één lid op voordracht van het bestuur van het fonds. Het laatste lid bekleedt het voorzitterschap.

3.

De commissie voor de bezwaarschriften wordt benoemd door de Raad van Toezicht. Bij ontstentenis van de Raad van Toezicht geschiedt benoeming door het bestuur van het fonds.

4.

De commissie voor de bezwaarschriften hoort e indiener van het bezwaarschrift, tenzij er reden is om onder toepassing van artikel 7:3 Awb het horen achterwege te laten.

5.

De commissie voor de bezwaarschriften beslist met meerderheid van stemmen.

6.

De commissie voor de bezwaarschriften brengt gemotiveerd advies uit over het ingediende bezwaar. Het advies bevat in elk geval de volgende onderdelen:

7.

Het advies van de commissie voor de bezwaarschriften wordt aan partijen op hetzelfde moment toegezonden.

8.

Het bestuur van het fonds besluit met inachtneming van het advies.

9.

De bij het geschil betrokken partijen zenden elkaar steeds per gelijke post een afschrift van de overige correspondentie met de commissie voor de bezwaarschriften.

Artikel 13. Overig

Op deze regeling is het Huishoudelijk Reglement van toepassing, waarin de interne organisatie van het fonds wordt geregeld.

Artikel 14. Afwijkingsmogelijkheid

Het bestuur van het fonds beslist in die gevallen waarin deze regeling niet voorziet, met inachtneming van de strekking van deze regeling.

Artikel 15. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling cultuurparticipatie provincies en gemeenten 2009–2012.

Bijlage 1. Deelnemende gemeenten en provincies, bedragen in euro’s per jaar

Verklaring deelname

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente…

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.