Besluit van 30 september 2009, houdende regels voor burgerluchthavens (Besluit burgerluchthavens)

Type AMvB
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 februari 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/120 sector LUV, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op:

bijlage 14 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;

de artikelen 8.1a, derde lid, 8.41, tweede lid, 8.44, derde lid, 8.47, derde lid, 8.54, derde lid, 8.64, vijfde lid, 8a.38, vierde lid, 8a.42, tweede lid, 8a.50, eerste lid, en 8a.51 van de Wet luchtvaart;

artikel 76, eerste lid, onderdeel a, van de Luchtvaartwet;

artikel 23, onder a, van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;

De Raad van State gehoord (advies van 19 maart 2009, nr. W09.09.0030/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 september 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/1009 sector LUV, Hoofddirectie Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt onder woning tevens verstaan woonboot of woonwagen.

Hoofdstuk 2. Burgerluchthavens van regionale betekenis en burgerluchthavens van nationale betekenis

Artikel 2

Dit hoofdstuk is van toepassing op overige burgerluchthavens als bedoeld in artikel 8.1 van de wet.

Artikel 3
1.

Het beperkingengebied met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer wordt uitgedrukt in plaatsgebonden risicocontouren. De grenswaarde met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico wordt uitgedrukt in een totaal risicogewicht.

2.

De Lden wordt gebruikt voor het berekenen van de geluidbelasting.

3.

Bij het berekenen van de geluidbelasting van het luchthavenluchtverkeer wordt onderscheid gemaakt tussen luchthavens met en zonder naderingsluchtverkeersleiding.

4.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:

Artikel 4

De in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling opgenomen grenswaarden worden berekend over een in het besluit of de regeling aangeduide periode van twaalf aaneengesloten kalendermaanden.

Artikel 5
1.

Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien een contour van het plaatsgebonden risico van 10-6 of een geluidcontour van 56 dB(A) Lden buiten het luchthavengebied valt.

2.

Vaststelling van een luchthavenregeling volstaat in ieder geval bij:

3.

Dit artikel is niet van toepassing op burgerluchthavens van nationale betekenis die buiten de provinciegrenzen zijn gelegen als bedoeld in artikel 8.1, tweede lid, onderdeel a, van de wet.

Hoofdstuk 3. Burgerluchthavens van regionale betekenis

Titel 1. Reikwijdte

Artikel 6

Dit hoofdstuk is van toepassing op burgerluchthavens van regionale betekenis als bedoeld in artikel 8.1 van de wet.

Titel 2. Gebruik luchthaven van regionale betekenis bij bovenprovinciaal belang

Artikel 7
1.

Indien bovenprovinciale belangen vorderen dat gebruik van een luchthaven essentieel is voor vluchten van algemeen maatschappelijk belang, regeringsvluchten, operationeel noodzakelijke militaire vluchten of vluchten in bondgenootschappelijk verband en dit gebruik op grond van het luchthavenbesluit of de luchthavenregeling voor die luchthaven niet mogelijk is, kan bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat worden bepaald welke van deze soorten vluchten tot die luchthaven toegang hebben en op welke periode van het etmaal. Indien het hierbij militaire vluchten betreft wordt de regeling in overeenstemming met Onze Minister van Defensie vastgesteld.

2.

Bij de ministeriële regeling kan worden bepaald welke grenswaarden voor de geluidbelasting voor dit luchthavenluchtverkeer ter beschikking moeten worden gesteld.

3.

Alvorens de ministeriële regeling wordt vastgesteld, worden gedeputeerde staten, de exploitant en de gebruikers van de luchthaven en de luchtverkeersdienstverlener in de gelegenheid gesteld binnen zes weken hun zienswijze op een ontwerp van de regeling bij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat naar voren te brengen.

Titel 3. Luchthavenbesluit voor een luchthaven van regionale betekenis

Afdeling 3.1. Grenswaarden voor de geluidbelasting

Artikel 8

Het luchthavenbesluit bevat voor het luchthavenluchtverkeer in ieder geval:

Afdeling 3.2. Regels omtrent de ruimtelijke indeling

§ 3.2.1. Algemeen

Artikel 9
1.

Het luchthavenbesluit bevat in ieder geval:

2.

Het eerste lid, onderdelen e, g, h en i, is niet van toepassing op een luchthavenbesluit voor een luchthaven die uitsluitend wordt gebruikt door helikopters.

§ 3.2.2. Externe veiligheid

Artikel 10
1.

In het gebied dat gelegen is op en binnen een 10-5-plaatsgebonden risicocontour:

2.

Beëindiging van bestaand gebruik van een woning gelegen in het gebied, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gevergd.

3.

Van bestaand gebruik als bedoeld in het tweede lid is sprake indien op de dag voor inwerkingtreding van het luchthavenbesluit:

4.

Ten aanzien van degene die op de datum van inwerkingtreding van het luchthavenbesluit rechtmatige gebruiker is van een woning bedoeld in het eerste lid, kan indien sprake is van bestaand gebruik, beëindiging van dit gebruik niet worden gevergd.

5.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.