← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 18 oktober 2009, nr. WJZ/9182058, houdende regels voor het behandelen van meldingen over storing in uitrusting (Regeling storingsmeldingen)

Geldende tekst a fecha 2010-01-01

Gelet op de artikelen 20 en 22 van het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2007 en artikel 20 van het Besluit randapparaten en radioapparaten 2007 en de artikelen 4, derde lid, en 5 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet;

Besluit:

§ 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Storingsmelding en beoordeling

Artikel 2
1.

Een melding aan de minister over storing kan naar keuze van degene die de melding doet telefonisch, schriftelijk, per elektronische post of via de website van Agentschap Telecom worden gedaan bij Agentschap Telecom.

2.

De ontvangst van de storingsmelding wordt bevestigd aan degene die de storing heeft gemeld.

Artikel 3
1.

Een storingsmelding wordt niet in behandeling genomen indien:

2.

Indien een storingsmelding niet in behandeling wordt genomen, wordt hiervan aan degene die de storingsmelding heeft gedaan onder opgave van redenen binnen twee weken na ontvangst van de melding mededeling gedaan.

§ 3. Onderzoek aan uitrusting en afdoening storingsmelding

Artikel 4
1.

Indien de storingsmelding in behandeling wordt genomen, wordt nagegaan op welke frequenties of frequentiebanden de storing optreedt en wordt een onderzoek aan de uitrusting die storing ondervindt of de uitrusting die storing veroorzaakt of aan beide uitrustingen, ingesteld. Bij dit onderzoek wordt voor zover nodig nagegaan of:

2.

Bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden zoveel mogelijk de meetmethodes gehanteerd die onderdeel uitmaken van de geharmoniseerde normen.

3.

Indien bij het gebruik van de uitrusting gebruik wordt gemaakt van antennes, kabels, versterkers, transformatoren, filters en andere hulpmiddelen zijn deze geschikt en van voldoende kwaliteit voor de gewenste frequentie en toepassing en op de juiste wijze aangesloten. Gebruikte hulpmiddelen vertonen geen constructiefouten of andere gebreken.

4.

Naar aanleiding van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt een rapport van bevindingen opgemaakt.

Artikel 5
1.

Indien uit het onderzoek blijkt dat de uitrusting die storing ondervindt niet voldoet aan artikel 4, eerste lid, onder a, b, c, d of e, of artikel 4, derde lid, zal de behandeling van de storingsmelding worden beëindigd onder opgaaf van redenen.

2.

Indien de uitrusting die de storing veroorzaakt, voldoet aan artikel 4, eerste lid, onder a, b, c en d, zal geen verdere behandeling van de storingsmelding plaatsvinden.

3.

Indien uit het onderzoek blijkt dat de uitrusting die de storing veroorzaakt niet voldoet aan artikel 4, eerste lid, onder a, b, c, of d, kan de minister de houder van de uitrusting waarmee de storing wordt veroorzaakt, aanwijzingen geven maatregelen te nemen die de storing verhelpen. De houder volgt de aanwijzingen op.

4.

Behalve door afdoening van de storingsmelding overeenkomstig de voorgaande leden wordt de behandeling van de storingsmelding beëindigd indien:

5.

Van de beëindiging van de behandeling van de storingsmelding wordt door het Agentschap Telecom aan degene die de storing heeft gemeld onder vermelding van de resultaten van het onderzoek naar de storingsmelding, mededeling gedaan.

§ 4. Wijziging in andere regelingen

Artikel 6

Wijzigt de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2008.

Artikel 7

Wijzigt de Regeling elektromagnetische compatibiliteit 2007.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 8

De Regeling storingsklachten wordt ingetrokken.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling storingsmeldingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.