Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 oktober 2009, nr. BO/BA/2009/23642, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de plaatsvervangend Secretaris-Generaal ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal 2009 SZW)
Gelet op de artikelen 6, vijfde lid, aanhef en onderdeel a, en 23, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009;
Besluit:
§ 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. directie: een van de organisatieonderdelen genoemd in artikel 2, onderdelen a, b, c en e;
- b. directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;
- c. ICT: informatie- en communicatietechnologie;
- d. vervallen;
- e. CIO: Chief Information Officer;
- f. CDI: Coördinerend Directeur Inkoop;
- g. hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, Financiën en Control: een functionaris die leiding geeft aan de afdeling Bedrijfsvoering, Financiën en Control.
§ 2. Organisatie
Artikel 2
Onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorteren:
- a. de directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;
- b. de Rijksschoonmaakorganisatie;
- c. de directie Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering met aan het hoofd een directeur;
- d. de directie CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid;
- e. de afdeling Bedrijfsvoering, Financiën en Control.
Vervallen.
§ 3. Verantwoordelijkheden directeuren en afdelingshoofden
Artikel 3
Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:
- a. het leiding geven aan de eigen directie;
- b. het door tussenkomst van de plaatsvervangend secretaris-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;
- c. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de eigen directie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;
- d. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de maximale bezetting, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de eigen directie;
- e. de personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, met inbegrip van de uitvoering van het arbeidsomstandigheden- en ziekteverzuimbeleid, voor zover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal dan wel de plaatsvervangend secretaris-generaal;
- f. het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden, voor zover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de Stichting Pensioenfonds ABP;
- g. het op orde hebben van de administratieve organisatie en informatiebeveiliging;
- h. het formuleren en uitvoeren van jaarplannen voor de eigen directie binnen de door de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vastgestelde uitgangspunten;
- i. het rapporteren aan de plaatsvervangend secretaris-generaal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de eigen directie;
- j. het, na overeenstemming daarover met de plaatsvervangend secretaris-generaal, aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;
- k. het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de eigen directie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de eigen directie;
- l. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder de directeur ressorterende functionarissen;
- m. het dynamisch archiefbeheer van de directie, te weten postbehandeling, registratie, voortgang- en afdoeningsbewaking, dossierbeheer, informatievoorziening, selectie en, vernietiging alsmede het opstellen, vaststellen en onderhouden van het ordeningsplan van de directie;
- n. het materieel beheer overeenkomstig de Regeling materieelbeheer rijksoverheid 2006 en de Regeling materieelbeheer museale voorwerpen.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering, Financiën en Control.
Artikel 4
De directeur van de directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is verantwoordelijk voor:
- a. het adviseren over en het kenbaar maken van kaders op het gebied van de verschillende domeinen van de bedrijfsvoering mede op basis van de Rijksbrede kaders;
- b. het verstrekken van managementinformatie aan het ministerie;
- c. het vertegenwoordigen van het ministerie bij het interdepartementale overleg op de aandachtsgebieden van de directie;
- d. het adviseren van deelnemers aan interdepartementale commissies en bestuurlijke overleggen op de aandachtsgebieden van de directie;
- e. invulling geven aan het zorgdragerschap voor het SZW-archief door zorg te dragen voor de goede, geordende en toegankelijke staat daarvan;
- f. liaison- en afnemerstaken jegens de sso’s en andere leveranciers die vallen binnen de aandachtsgebieden van de directie;
- g. het houden van toezicht op de naleving van de Rijksbrede en departementale kaders op het gebied van de verschillende domeinen;
- h. het geven van eerstelijns organisatie- en personeelsadvies aan de managers van het ministerie ten aanzien van personeel en organisatie;
- i. het adviseren van de Commissie Management Development ten aanzien van management development vraagstukken;
- j. het uitvoeren van registratieve en ondersteunende personeelswerkzaamheden;
- k. het voeren van de CDI-office;
- l. het uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden voor de directie en de directie CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid;
- m. de managementondersteuning van de directie en van de directies CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid, Financieel-Economische Zaken, Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, Communicatie en Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering;
- n. het bieden van ambtelijke ondersteuning aan de departementale ondernemingsraden;
- o. het ondersteunen van het organiseren van evenementen;
- p. het coördineren van privacy- en informatiebeveiligingszaken van de directie en voor de directies Bestuursondersteuning, CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid, Financieel-Economische Zaken, Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden en Communicatie;
- q. het uitvoeren van Informatiemanagement taken voor de directie en voor de directies Financieel-Economische Zaken, Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, CIO-office, Informatie voor Beleid en Bedrijfsvoering en Veiligheid en Communicatie.
De directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is tevens aangewezen als CDI. De CDI zorgt dat binnen SZW de sturing op inkoop zo is ingericht dat zij hiermee voldoet aan rijksbrede én departementale kaders en ontwikkelingen voor inkoop. De CDI adviseert rechtstreeks aan de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal.
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
§ 4. Bevoegdheden directeuren
Artikel 7
Elk van de directeuren is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van de directie, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal.
Aan elke directeur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
- a. de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde personeelsaangelegenheden;
- b. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van de onder hem ressorterende functionarissen.
De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein.
De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voorts de bevoegdheid tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden.
De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW:
- a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een raamovereenkomst;
- b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
- c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder de directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
- d. vervallen;
- e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;
- f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek.
In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel dat deze bevoegd is om de volgende overeenkomsten aan te gaan tot een waarde van € 500.000,- per overeenkomst inclusief BTW:
- a. overeenkomsten met betrekking tot voorzieningen op het gebied van telefonie en het technisch beheer daarvan;
- b. overeenkomsten met betrekking tot multi-copiers;
- c. overeenkomsten met betrekking tot personeelsbeheerssystemen, salarissystemen en systemen voor documentregistratie en -verwerking, voor zover deze noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de taken en werkzaamheden, bedoeld in artikel 4;
- d. overeenkomsten met betrekking tot de gerechtelijke en buitengerechtelijke invordering van geldvorderingen van de Staat;
- e. overeenkomsten met betrekking tot de regie op de overeenkomsten met betrekking tot websystemen, de technische infrastructuur, de hardware, kantoorautomatiseringstoepassingen, netwerkvoorzieningen en het technisch beheer van geautomatiseerde systemen, alsmede overeenkomsten die betrekking hebben op systeemontwikkeling, functioneel beheer, onderhoud van applicaties en licenties van automatiseringssytemen en waarvoor de directeur schriftelijk door de plaatsvervangend secretaris-generaal is aangewezen als systeemeigenaar;
- f. overeenkomsten met betrekking tot de departementsbrede informatievoorziening;
- g. overeenkomsten met betrekking tot de Landsadvocaat inzake advisering en procureurstelling alsmede het instellen van gerechtelijke procedures inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking van (ex-)medewerkers;
- h. overeenkomsten met bestrekking tot de arbodienst en het centraal flankerend beleid ten behoeve van herplaatsers.
Vervallen.
In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van beslissingen in gerechtelijke procedures voor zover die betrekking hebben op de dienstbetrekking van de onder hem ressorterende functionarissen.
In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie dat deze bevoegd is om overeenkomsten met betrekking tot de schoonmaakdienstverlening aan te gaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW.
§ 4. Bevoegdheden directeuren
Artikel 8
De directeuren kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:
- a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
- b. het houden van personeelsgesprekken;
- c. verlof van medewerkers;
- d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
In afwijking van het eerste lid kunnen de directeuren bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen en functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder hem ressorterende functionarissen, tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde personeelsaangelegenheden, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks onder hem ressorteren, ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen directeuren, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de plaatsvervangend secretaris-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.
De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.
Artikel 9
Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal SZW 2009 wordt ingetrokken.
Artikel 10
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.