Regeling van de Minister van Economische Zaken van 6 november 2009, nr. WJZ / 9196477, houdende vaststelling van regels ter uitvoering van de Rijksoctrooiwet 1995 en het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995 (Uitvoeringsregeling 2009 Rijksoctrooiwet 1995)
Gelet op de artikelen 24, vierde lid, en 52, tweede lid, van de Rijksoctrooiwet 1995 en de artikelen 13, 14a en 14c van het Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepaling
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- wet: Rijksoctrooiwet 1995;
- besluit: Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995;
- mededeling: elke aanvrage tot verlening van een octrooi of elk verzoek, elke verklaring, elk document, elke correspondentie of andere informatie met betrekking tot een aanvrage om octrooi, ongeacht of deze verband houdt met een procedure ingevolge het op 1 juni 2000 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake octrooirecht (Trb. 2001, 120).
Hoofdstuk 2. Mededelingen
§ 1. Algemeen
Artikel 2
Een mededeling anders dan een aanvrage om octrooi is een schriftelijk door de afzender ondertekend stuk dat ten minste bevat:
- a. naam en adres van de afzender en
- b. indien van toepassing: het nummer van de aanvrage om octrooi of het octrooi waarop de mededeling betrekking heeft.
Het bureau aanvaardt een mededeling die door een aanvrager om octrooi of octrooihouder wordt verstrekt met gebruikmaking van een internationaal standaardformulier ten aanzien van mededelingen dat overeenkomt met de vereisten ingevolge het op 19 juni 1970 te Washington tot stand gekomen Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Trb. 1973, 20).
Indien de afzender, bedoeld in het eerste lid, namens een aanvrager om octrooi, octrooihouder of andere belanghebbende bij een octrooi optreedt, bevat de mededeling tevens de naam en het adres van degene namens wie hij optreedt. Indien een gemachtigde optreedt, geldt het adres van de gemachtigde als het correspondentieadres tenzij degene voor wie hij optreedt uitdrukkelijk een afwijkend correspondentieadres heeft vermeld.
Artikel 3
Indien niet is voldaan aan een of meer voorschriften als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het besluit brengt het bureau de betrokkene hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte en stelt hem in de gelegenheid hieraan alsnog te voldoen binnen drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop een desbetreffende kennisgeving is gedaan.
Indien de gebreken niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, zijn hersteld of indien de betrokkene voordien heeft medegedeeld niet tot herstel te willen overgaan, kan het bureau besluiten de mededeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, als niet-ingediend beschouwen.
Indien het bureau redelijke grond voor twijfel heeft over de identiteit of de kwalificaties van de ondertekenaar van een mededeling, kan het bureau van betrokkene ter zake bewijs verlangen.
Artikel 4
Indien dagtekening van een mededeling krachtens de wet is vereist en deze ontbreekt, geldt als dagtekening de dag waarop het bureau de mededeling heeft ontvangen.
§ 2. Octrooiaanvragen
Artikel 5
De aanvrage om octrooi en de bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving, tekeningen en uittreksel worden in enkelvoud ingediend.
Een aanvrage om octrooi en de daarbij behorende beschrijving zijn bij voorkeur ingericht overeenkomstig door het bureau daarvoor vastgestelde standaardformulieren.
Een aanvrage om octrooi en de daarbij behorende documenten kunnen elektronisch worden ingediend met gebruikmaking van door het bureau beschikbaar gestelde software, mits wordt voldaan aan de bij deze regeling behorende bijlage. Elektronische indiening met gebruikmaking van een elektronische drager gaat vergezeld van een papieren document, inhoudende naam en adres van de indiener of diens gemachtigde, tezamen met een uitputtende inventarisatie van de op de elektronische drager opgenomen documenten.
Andere documenten dan bedoeld in het derde lid kunnen elektronisch worden ingediend voor zover dit mogelijk is gemaakt.
Wanneer bij een niet-elektronisch ingediende aanvrage de dagtekening ontbreekt, geldt als dagtekening de datum waarop het bureau de ondertekende aanvrage heeft ontvangen.
Artikel 6
Op een aanvrage als bedoeld in artikel 5, derde lid, zijn niet van toepassing de artikelen 8, onderdelen a en b, uitgezonderd het voorschrift de beschrijving op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen, b en c, 9, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de tekening op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen, b en c, en 10, onderdeel a, uitgezonderd het voorschrift het uittreksel op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen.
Artikel 7
De in artikel 52 van de wet bedoelde vertalingen van Europese octrooischriften en de verbeterde vertalingen daarvan worden in tweevoud ingediend.
De artikelen 8 en 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de vertalingen en verbeterde vertalingen van de beschrijving en de tekeningen van Europese octrooischriften.
Op elke bladzijde van de vertalingen wordt het publicatienummer van de Europese octrooiaanvrage, die tot verlening van het Europees octrooi heeft geleid, vermeld.
Op de in dit artikel bedoelde documenten is artikel 5, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarvan buiten toepassing blijven de artikelen 4, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de beschrijving op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen, b en c, en 5, onderdelen a, uitgezonderd het voorschrift de tekening op formaat A4 (29,7 x 21 cm) te plaatsen, b en c.
Van aanvragen en documenten die zowel elektronisch als op papier zijn ingediend, wordt de papieren versie onmiddellijk teruggezonden onder de mededeling dat de elektronische versie in behandeling zal worden genomen.
Artikel 8
De bij een aanvrage om octrooi behorende beschrijving voldoet aan de volgende voorschriften:
- a. de beschrijving is gesteld op één zijde van één of meer bladen buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend, ongekreukt, ongescheurd, niet-gevouwen en duurzaam papier van het formaat A4 (29,7 x 21 cm);
- b. de beschrijving is met een donkere onuitwisbare inkt getypt of gedrukt, dit zodanig dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren rechtstreeks kan worden gereproduceerd door middel van fotografie, elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm;
- c. in getypte of gedrukte tekst wordt 1½ regelafstand gebruikt;
- d. de gehele tekst is weergegeven in letters waarvan de hoofdletters ten minste 0,21 cm hoog zijn;
- e. grafische symbolen en tekens, en chemische of wiskundige formules zijn nauwkeurig weergegeven en mogen zo nodig met de hand worden geschreven of getekend;
- f. aan het hoofd van de beschrijving is de korte aanduiding, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder d, van de wet, vermeld;
- g. conclusies als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder e, van de wet beginnen op een nieuw blad en zijn doorlopend genummerd;
- h. elke vijfde regel van elk blad van de beschrijving is genummerd, waarbij de nummers worden aangebracht in de rechterhelft van de linkermarge;
- i. de bladen van de beschrijving zijn doorlopend genummerd in Arabische cijfers, waarbij de nummers van de bladen zijn geplaatst boven aan de bladzijden in het midden;
- j. de bladen van de beschrijving hebben rondom onbeschreven randen van ten minste de volgende afmetingen: bovenmarge 2 cm, rechtermarge 2 cm, linkermarge 2,5 cm, benedenmarge 2 cm;
- k. de beschrijving geeft aan welke uitkomst op het gebied van de nijverheid met de uitvinding wordt beoogd, met afbakening van het nieuwe ten opzichte van de stand van de techniek;
- l. de tot de beschrijving behorende conclusies wijzen datgene wat nieuw is en waarvoor het uitsluitend recht verlangd wordt, nauwkeurig aan;
- m. de beschrijving en de conclusies, behorende bij een afzonderlijke aanvrage als bedoeld in artikel 28 van de wet, kunnen worden begrepen zonder raadpleging van de oorspronkelijke aanvrage;
- n. de beschrijving is nauwkeurig en juist gesteld, zo kort mogelijk en zonder nutteloze herhalingen, vrij van raderingen en veranderingen en van boven elkaar geschreven en tussengeschreven woorden;
- o. maten en gewichten zijn in de beschrijving aangegeven volgens het metrieke stelsel, temperaturen in graden Celsius, scheikundige elementen, verbindingen en grootheden, met inbegrip van natuurkundige en technische grootheden, op een wijze als in de internationale praktijk is aanvaard;
- p. de beschrijving bevat geen andere figuren dan natuurwetenschappelijke, wiskundige of technische formules en tekens;
- q. de onder p genoemde figuren worden, indien zij bij het drukken te veel ruimte in beslag zouden nemen of andere moeilijkheden zouden opleveren, afzonderlijk als tekening overgelegd;
- r. indien de aanvrage betrekking heeft op een nucleotide- of aminozuursequentie:
- 1°. bevat de beschrijving van de uitvinding een sequentie-opsomming die voldoet aan de door de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom opgestelde standaarden;
- 2°. wordt de aanvrage vergezeld van een elektronische gegevensdrager die de onder 1° bedoelde sequentie-opsomming bevat in een machine-leesbare vorm die voldoet aan de door het Europees Octrooibureau vastgestelde criteria.
Artikel 9
De bij een aanvrage om octrooi behorende tekeningen voldoen aan de volgende vormvoorschriften:
- a. zij zijn gesteld op één zijde van één of meer bladen buigzaam, sterk, wit, glad, niet-glanzend, ongekreukt, ongescheurd, niet-gevouwen en duurzaam papier van het formaat A4 (29,7 x 21 cm);
- b. zij zijn in al hun onderdelen uitgevoerd in krachtige en gelijkmatig getrokken duurzame lijnen van een enkele donkere kleur, dit zodanig dat zij in een onbeperkt aantal exemplaren rechtstreeks kunnen worden gereproduceerd door middel van fotografie, elektrostatische werkwijzen, foto-offset en microfilm;
- c. de bladen van de tekeningen hebben rondom onbeschreven randen van ten minste de volgende afmetingen: bovenmarge 2 cm, rechtermarge 2 cm, linkermarge 2,5 cm, benedenmarge 2 cm;
- d. de afzonderlijke figuren zijn duidelijk van elkaar gescheiden en doorlopend genummerd;
- e. de tekeningen zijn duidelijk en bevatten niet meer dan voor een juist begrip van de uitvinding nodig is;
- f. dwarsdoorsneden zijn voorzien van schuine arceringen, zonder dat hierdoor het duidelijk onderscheiden van verwijzingstekens en lijnen wordt verhinderd;
- g. bij het bepalen van de schaal van de tekeningen wordt rekening gehouden met de graad van ingewikkeldheid van de figuren, waarbij de schaal als voldoende wordt aangemerkt indien bij een fotografische reproductie op tweederde van de grootte de bijzonderheden van de tekening zonder moeite gezien kunnen worden;
- h. verwijzingstekens ter aanduiding van de figuren of onderdelen van figuren worden alleen gebruikt voor zover een goed begrip van de beschrijving dit vereist, en komen overeen met de verwijzingstekens die in de beschrijving voorkomen, waarbij dezelfde onderdelen in verschillende figuren worden aangegeven met dezelfde verwijzingstekens;
- i. ingeval in de beschrijving varianten van de uitvinding worden beschreven, wordt in de met deze varianten overeenkomende figuren gebruik gemaakt van een systeem, waarbij dezelfde kenmerken in verschillende figuren worden aangeduid door samenhangende verwijzingscijfers, zodat bij voorbeeld algemeen kenmerk ‘15’ in varianten wordt aangeduid met ‘115’, ‘215’, enzovoorts;
- j. een verwijzingsteken wordt niet voor verschillende onderdelen gebezigd, ook niet in verschillende figuren, en het bijvoegen van accenten of cijfers bij de verwijzingstekens wordt zoveel mogelijk vermeden;
- k. de tekeningen bevatten geen verklarende tekst met uitzondering van in het Nederlands gestelde aanduidingen als water, stoom, II-II (voor een doorsnede), open, dicht en, wat elektrische blokschema’s of fabricageschema’s betreft, de aanduidingen nodig voor een goed begrip daarvan.
Artikel 10
Het bij een aanvrage om octrooi behorende uittreksel voldoet aan de volgende vereisten:
- a. het is met een donkere, onuitwisbare inkt getypt of gedrukt op duurzaam wit papier van het formaat A4 (29,7 x 21 cm);
- b. het is in de Nederlandse taal gesteld en bevat ten minste 50 en ten hoogste 250 woorden dan wel ten hoogste 150, indien het uittreksel een figuur bevat;
- c. het bevat in beginsel slechts één figuur die op een afzonderlijk blad A4 wordt ingediend.
Artikel 11
Aan het vereiste van ondertekening van een aanvrage om octrooi is voldaan door een elektronische handtekening, indien de methode die daarbij voor authentificatie is gebruikt voldoende betrouwbaar is, gelet op de aard en de inhoud van het elektronische bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt. De artikelen 15a, tweede tot en met zesde lid, en 15b van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van het bericht zich daartegen niet verzet.
Wanneer bij een niet-elektronisch ingediende aanvrage de dagtekening ontbreekt, geldt als dagtekening de datum waarop het bureau de ondertekende aanvrage heeft ontvangen.
Artikel 12
Als tijdstip waarop een bericht door het bureau elektronisch is verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt waarover het bureau geen controle heeft of, indien het bureau en de geadresseerde gebruik maken van hetzelfde systeem voor gegevensverwerking, het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt voor de geadresseerde.
Als tijdstip waarop een bericht door het bureau elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt. Het bureau bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvrage.
§ 3. Verzoek tot wijziging van naam of adres
Artikel 13
Een door de aanvrager om octrooi of octrooihouder ondertekend en ingediend verzoek tot wijziging van zijn naam of adres bevat:
- a. een vermelding dat om inschrijving van een wijziging van naam of adres wordt verzocht;
- b. het nummer van de aanvrage of het octrooi;
- c. de in te schrijven wijziging, en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.