Wet van 12 november 2009 tot implementatie van Europese regelgeving betreffende het verkeer van diensten op de interne markt (Dienstenwet)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is om te voorzien in wettelijke regels om uitvoering te geven aan richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt (PbEU L 376);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1.1. Definities en reikwijdte

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het bij of krachtens deze wet bepaalde is van toepassing op de eisen en vergunningstelsels met betrekking tot de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van diensten die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen.

2.

Het eerste lid geldt in ieder geval voor de eisen en vergunningstelsels, bedoeld in dat lid, die zijn opgenomen in een regeling van Onze Minister.

3.

Deze wet is niet van toepassing op:

4.

Een wijziging van de richtlijn met betrekking tot de eisen en vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen gaat voor de toepassing van het bij en krachtens deze wet bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een eerder tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 3

Het bij of krachtens deze wet bepaalde is mede van toepassing in de Nederlandse exclusieve economische zone.

§ 1.2. Wederzijdse erkenning van gegevens en bescheiden

Hoofdstuk 2. Centrale elektronische voorzieningen voor dienstverrichters en afnemers

§ 2.1. Het centraal loket

Artikel 5
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties draagt zorg voor de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van een centraal loket met behulp waarvan:

2.

Het centraal loket is gemakkelijk langs elektronische weg bereikbaar.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het centraal loket.

§ 2.2. Het informatiepunt

Hoofdstuk 3. Informatie, bijstand en elektronische afwikkeling voor dienstverrichters

§ 3.1. Toegankelijkheid van informatie voor dienstverrichters

Artikel 7

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties maakt de volgende informatie voor dienstverrichters via het centraal loket toegankelijk:

Artikel 8
1.

Een bevoegde instantie die betrokken is bij één of meer eisen of vergunningstelsels als bedoeld in artikel 2, maakt de volgende informatie voor dienstverrichters langs elektronische weg toegankelijk:

2.

Een bevoegde instantie maakt tevens informatie voor dienstverrichters langs elektronische weg toegankelijk over de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot een openbaar register of een openbare databank met gegevens over dienstverrichters en diensten, voor zover die instantie daarbij betrokken is.

Artikel 9

De informatie, bedoeld in de artikelen 7 en 8 is actueel, duidelijk en ondubbelzinnig.

Artikel 10

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van artikel 7 regels worden gesteld over de wijze waarop bevoegde instanties informatie als bedoeld in artikel 8 ordenen en toegankelijk maken.

Artikel 11

Indien daarin niet op andere wijze is voorzien, draagt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties ten behoeve van dienstverrichters zorg voor het gemakkelijk langs elektronische weg toegankelijk maken van informatie over:

§ 3.2. Verlening van bijstand aan dienstverrichters

§ 3.3. Op procedures en formaliteiten betrekking hebbend berichtenverkeer

Artikel 13
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties biedt een dienstverrichter respectievelijk een bevoegde instantie de mogelijkheid berichten die betrekking hebben op procedures en formaliteiten via het centraal loket te verzenden en te ontvangen.

2.

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties kunnen regels worden gesteld inzake vernietigingstermijnen van via het centraal loket verzonden berichten.

3.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties draagt onverwijld zorg voor vernietiging van een bericht na verloop van de krachtens het tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 14
1.

Een bevoegde instantie die betrokken is bij de afwikkeling van procedures en formaliteiten:

2.

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties kunnen regels worden gesteld met betrekking tot technische eisen waaraan door een bevoegde instantie als bedoeld in het eerste lid moet worden voldaan met het oog op aansluiting op het centraal loket.

3.

Het eerste lid geldt, voor zover van toepassing, in afwijking van artikel 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht.

4.

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van door de Europese Commissie met inachtneming van artikel 8, derde lid, van de richtlijn vastgestelde gedetailleerde regels.

5.

Indien een via het centraal loket verzonden bericht dat op procedures en formaliteiten betrekking heeft, is ondertekend met een elektronische handtekening die afwijkt van een elektronische handtekening die bij of krachtens wettelijk voorschrift is voorgeschreven of door een bevoegde instantie wordt geëist, kan een bevoegde instantie dit bericht niet om die reden weigeren, indien de elektronische handtekening voldoet aan een van de in de ministeriële regeling, bedoeld in het vierde lid, genoemde elektronische handtekeningen, tenzij:

Artikel 15
1.

Artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is niet van toepassing op de verzending via het centraal loket van gegevens en bescheiden die op procedures en formaliteiten betrekking hebben.

2.

Voor zover daarvan bij of krachtens deze wet niet wordt afgeweken, zijn de artikelen 2:9 tot en met 2:12, 2:14, 2:15, tweede en derde lid, en 2:16 tot en met 2:27 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing op berichten waarop dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van toepassing zijn en waarbij een bevoegde instantie niet als bestuursorgaan is betrokken.

§ 3.4. Gegevensbescherming

Artikel 16
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties verwerkt persoonsgegevens, met het doel de uitwisseling van berichtenverkeer dat betrekking heeft op de afwikkeling van procedures en formaliteiten via het centraal loket voor dienstverrichters mogelijk te maken.

2.

Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde verwerking van persoonsgegevens, is Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties verwerkingsverantwoordelijke.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.