Besluit van 26 november 2009, houdende regels ter uitvoering van de Dienstenwet met betrekking tot het centraal loket (Dienstenbesluit centraal loket)

Type AMvB
Publication 2009-12-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 15 mei 2009, nr. WJZ / 9082391;

Gelet op de artikelen 6, 8 en 21 van richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt (PbEU L 376), en artikel 5, derde lid, van de Dienstenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 3 juni 2009, nr. W10.09.0158/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 23 november 2009, nr. WJZ / 9207240;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Het centraal loket ten behoeve van de transactiefunctie

Artikel 2

Het centraal loket is zodanig ingericht dat:

Artikel 3

Het centraal loket is zodanig ingericht dat de aansluiting van een dienstverrichter op dat loket een uitsluitend voor hem toegankelijke elektronische omgeving biedt waar in ieder geval:

Artikel 4
1.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat de aansluiting van een bevoegde instantie op dat loket haar in staat stelt via het loket verzonden of ontvangen procedureberichten te verwerken.

2.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat een door een bevoegde instantie vastgesteld formulier dat op procedures en formaliteiten betrekking heeft binnen dit loket voor verzending door dienstverrichters toegankelijk wordt gemaakt, indien:

Artikel 5
1.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat het tijdstip wordt geregistreerd waarop een procedurebericht:

2.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat het geregistreerde tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, op een voor de ontvanger toegankelijke wijze aan het procedurebericht wordt gehecht.

3.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat aan de ontvanger van een procedurebericht, bedoeld in het eerste lid, onder a, onverwijld mededeling wordt gedaan van de aanwezigheid van dat bericht in de elektronische omgeving binnen het centraal loket die het na verzending heeft bereikt.

4.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing is op het doorzenden van berichten tussen bevoegde instanties.

§ 3. Het centraal loket ten behoeve van de bijstandsfunctie

Artikel 6

De artikelen 2, 3en 5, zijn tevens van toepassing op het via het centraal loket kunnen verzenden en ontvangen van een bijstandsbericht, met dien verstande dat voor «een bevoegde instantie» telkens wordt gelezen: Onze Minister, voor «dienstverrichter»: zakelijke afnemer, en voor «procedurebericht»: bijstandsbericht.

§ 4. De beveiliging van het centraal loket

Artikel 7
1.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard zijn getroffen ter beveiliging van de in het centraal loket opgenomen gegevens tegen verlies of aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, opneming, wijziging, verwijdering of verstrekking van deze gegevens.

2.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat de nodige maatregelen van technische en organisatorische aard zijn getroffen ter beveiliging van het centraal loket tegen onbevoegd gebruik en belemmering van de goede werking van dat loket.

3.

De maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben in ieder geval betrekking op:

4.

Het centraal loket is zodanig ingericht dat indien de maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, tot gevolg hebben dat verzending of ontvangst van een procedure- of bijstandsbericht via het centraal loket wordt verhinderd, daarvan onverwijld mededeling wordt gedaan aan de afzender van het bericht.

5.

De maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, strekken niet tot het herstellen van een procedure- of bijstandsbericht dat wordt aangetast of verloren dreigt te raken door andere van datzelfde bericht deel uitmakende gegevens.

6.

Indien Onze Minister constateert dat de ononderbroken of goede werking van het centraal loket als voorziening in gevaar is of dreigt te komen, wordt daarvan zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan alle op het centraal loket aangesloten dienstverrichters en bevoegde instanties.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 8

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting van het centraal loket, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 6, en 7 eerste tot en met vijfde lid.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Dienstenbesluit centraal loket.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.