Besluit van 2 december 2009, houdende aanpassing van besluiten met het oog op de invoering van de Waterwet (Invoeringsbesluit Waterwet)

Type AMvB
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I

Wijzigt het Aanwijzingsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.

Artikel II

Wijzigt het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.

Artikel III

Wijzigt het Besluit beheer winningsafvalstoffen.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit bodemkwaliteit.

Artikel V

Wijzigt het Besluit EOS: demo en transitie-experimenten.

Artikel VI

Wijzigt het Besluit gebruik meststoffen.

Artikel VII

Wijzigt het Besluit glastuinbouw.

Artikel VIII

Wijzigt het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water.

Artikel IX

Wijzigt het Besluit lozing afvalwater huishoudens.

Artikel X

Wijzigt het Besluit milieu-effectrapportage 1994.

Artikel XI

Wijzigt het Besluit milieuverslaglegging.

Artikel XII

Wijzigt het Besluit overige niet-meldingplichtige gevallen bodemsanering.

Artikel XIII

Wijzigt het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.

Artikel XIV

Wijzigt het Besluit stimulering duurzame energieproductie.

Artikel XV

Wijzigt het Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998.

Artikel XVI

Wijzigt het Besluit vervuilingswaarde ingenomen water 2009.

Artikel XVII

Wijzigt het Infiltratiebesluit bodembescherming.

Artikel XVIII

Wijzigt het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

Artikel XIX

Wijzigt het Lozingenbesluit bodembescherming.

Artikel XX

Wijzigt het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij.

Artikel XXI

Wijzigt het Lozingenbesluit Wvo bodemsanering en proefbronnering.

Artikel XXII

Wijzigt het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater.

Artikel XXIII

Wijzigt het Lozingenbesluit Wvo vaste objecten.

Artikel XXIV

Wijzigt het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart.

Artikel XXV

Wijzigt het Transactiebesluit milieudelicten.

Artikel XXVI

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten.

Artikel XXVII

Wijzigt het Waterschapsbesluit.

Artikel XXVIII

De volgende besluiten worden ingetrokken:

Artikel XXIX
1.

In dit artikel wordt onder beperkingenbesluit verstaan:

die betrekking heeft op de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, die dateert van vóór het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk 5 van de Waterwet en waarvan de uit dat beperkingenbesluit voortvloeiende publiekrechtelijke beperking onmiddellijk vóór dat tijdstip nog van kracht was.

2.

Indien een bestuursorgaan met betrekking tot een beperkingenbesluit toepassing heeft gegeven aan de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, draagt dat bestuursorgaan ervoor zorg dat binnen vier dagen na het tijdstip waarop het beperkingenbesluit van rechtswege is vervallen een verklaring met betrekking tot het vervallen van de uit dat beperkingenbesluit voortvloeiende publiekrechtelijke beperking met overeenkomstige toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken ter inschrijving wordt aangeboden aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster.

3.

De rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan, bedoeld in het tweede lid, behoort, is aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door vergissingen, verzuimen, vertragingen of andere onregelmatigheden, door hem of door personen voor wier gedragingen hij aansprakelijk is begaan bij de nakoming van de in het tweede lid voorgeschreven verplichting.

Artikel XXX
1.

Nadere eisen, gesteld krachtens het Besluit glastuinbouw vóór 1 oktober 2009, worden gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften krachtens dat besluit, zoals het luidt met ingang van die datum.

2.

Maatwerkvoorschriften als bedoeld in bijlage 3, voorschrift 1, derde lid, van het Besluit glastuinbouw, die door het Wvo-bevoegd gezag, bedoeld in dat besluit, zijn gesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VII, worden gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften, gesteld door het Wm-bevoegd gezag, bedoeld in dat besluit.

3.

Maatwerkvoorschriften als bedoeld in bijlage 3, de voorschriften 5, derde lid, 6, vierde lid, 7, vijfde lid, 8, vierde lid, 11, vijfde lid, 12, derde lid, 13, derde lid, 14, tiende lid, of 15, vijfde lid, van het Besluit glastuinbouw, die door het Wvo-bevoegd gezag, bedoeld in dat besluit, zijn gesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel VII, worden gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften, gesteld door het Wm-bevoegd gezag, bedoeld in dat besluit, tenzij bijlage 3, voorschrift 3, tweede lid, van dat besluit van toepassing is.

4.

Het Wvo-bevoegd gezag, bedoeld in het tweede en derde lid, draagt de archiefbescheiden die betrekking hebben op maatwerkvoorschriften als bedoeld in die leden over aan het Wm-bevoegd gezag, bedoeld in die leden.

5.

Het vierde lid geldt niet voor bescheiden die overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel XXXI
1.

Nadere eisen als bedoeld in de artikelen 5, tweede en derde lid, 6, vierde lid, 7, tweede lid, 10, vierde lid, en 11, tweede lid, van het Lozingenbesluit Wvo bodemsanering en proefbronnering, die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 6.2 van de Waterwet van kracht zijn en die zijn gesteld door de waterkwaliteitsbeheerder, worden gelijkgesteld met nadere eisen, gesteld door het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van dat besluit.

2.

Het dagelijks bestuur van het waterschap draagt de archiefbescheiden die betrekking hebben op nadere eisen als bedoeld in het eerste lid over aan het bevoegde gezag.

3.

Het tweede lid geldt niet voor bescheiden die overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel XXXII

Nadere eisen, gesteld krachtens het Besluit landbouw milieubeheer vóór 1 oktober 2009, worden gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften krachtens dat besluit, zoals het luidt met ingang van die datum.

Artikel XXXIII

Maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.2, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer met betrekking tot het lozen in het oppervlaktewater, gesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, worden gelijkgesteld met een vergunning voor het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet.

Artikel XXXIV

Wijzigt het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.

Artikel XXXV

De leggers, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet, voor andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk, kunnen uiterlijk drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel worden vastgesteld.

Artikel XXXVI

Dit besluit wordt aangehaald als: Invoeringsbesluit Waterwet.

Artikel XXXVII

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. De artikelen XXVII, onderdeel C, XXX, eerste lid, en XXXII kunnen terugwerken tot een bij dat besluit te bepalen tijdstip.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 17 februari 2009, nr. CEND/HDJZ-2009/133 sector WAT, Hoofddirectie Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de artikelen 39c, 39e, 39g en 39k van de Binnenvaartwet, artikel 2.14, tweede lid, van de Invoeringswet Waterwet, artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies, de artikelen 16, zesde lid, en 19d, vierde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998, de artikelen 6.2, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, 6.6, 6.7, 6.12, onderdeel e, 7.5, vijfde lid, en 10.1 van de Waterwet, artikel 4 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de artikelen 6, 7, 8, 12, 12a, 12b, 15, 17, 65, 67, 70, 71, 72 en 93 van de Wet bodembescherming, de artikelen 78, 79 en 80 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, artikel 2, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en de artikelen 1.1, derde lid, 5.1, 5.2b, 7.2, 8.1, 8.2, tweede lid, 8.5, 8.11, vierde lid, 8.22, 8.40, 8.41, 8.42, 8.45, 10.30, derde lid, 12.1, tweede lid, 12.4, tweede lid, 12.5 en 21.8 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 18 maart 2009, nr. W09.09.0045/IV);

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.