Regeling geluidniveaus aan boord van vissersvaartuigen

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 193b, vierde lid, van het Vissersvaartuigenbesluit;

Besluit:

§ 1. Omschrijvingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Maximaal toelaatbare grenswaarden

Artikel 2

In de navolgende ruimten worden de volgende grenswaarden voor geluidniveaus- A niet overschreden:

§ 3. Gehoorbescherming en waarschuwingen

Artikel 3
1.

In ruimten waarin het geluidniveau- A hoger is dan 85 dB(A) worden gehoorbeschermingsmiddelen gedragen.

2.

In ruimten waarin het geluidniveau- A meer dan 85 dB(A) doch minder dan 100 dB(A) bedraagt, mag de gehoorbescherming bestaan uit oorkappen of oordoppen.

3.

In ruimten waarin het geluidniveau- A 100 dB(A) of meer bedraagt, bestaat de gehoorbescherming uit oorkappen.

4.

Personen worden niet blootgesteld aan een geluidniveau-A hoger dan 110 dB(A).

Artikel 4
1.

Indien de toepassing van maatregelen ter bestrijding van geluid bij de bron het geluidniveau-A in een ruimte niet vermindert tot maximaal 85 dB(A), worden aan de personen die deze ruimten betreden doeltreffende aan hun persoonlijke behoeften aangepaste gehoorbeschermingsmiddelen verstrekt.

2.

De verstrekking van gehoorbeschermingsmiddelen mag niet worden beschouwd als een vervangende maatregel voor de doeltreffende bestrijding van geluidhinder aan de bron.

Artikel 5
1.

Met gehoorbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 3 worden ten minste de in onderstaande tabel vermelde niveauverlagingen verkregen. De niveauverlaging, die getoetst wordt aan de waarde in de tabel, wordt verkregen door de gemiddelde waarde van de met de gehoorbeschermingsmiddelen verkregen niveauverlaging te verminderen met de standaardafwijking, gemeten volgens de ISO-Norm 4969.

Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz) Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz) Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz) Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz) Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz) Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz) Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz) Middenfrequentie van de octaafbanden (in Hz)
Type gehoorbeschermingsmiddel 125 250 500 1.000 2.000 3.150 4.000 6.300
Oordoppen 0 5 10 15 22 22 22 22
Oorkappen 5 12 20 30 30 30 30 30
2.

Bij de vaststelling van de in paragraaf 2 en artikel 4 voorgeschreven grenswaarden geldt als uitgangspunt dat gehoorbeschermingsmiddelen de volgende niveauverlagingen geven:

Artikel 6
1.

In ruimten waar het geluidniveau-A hoger is dan 85 dB(A), worden bij de toegangen tot die ruimten waarschuwingsborden aangebracht waarop duidelijk is aangegeven dat in de te betreden ruimte het dragen van gehoorbescherming verplicht is. Indien in een vrij klein gedeelte van een ruimte een dergelijk geluidniveau-A aanwezig is, wordt op de desbetreffende plaats of plaatsen op ooghoogte een waarschuwing aangebracht, zichtbaar vanuit elke toegangsrichting.

2.

Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan indien op het waarschuwingsbod een pictogram betreffende gehoorbescherming als bedoeld in NEN 3011:2015: Nederlandse norm voor Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte, is aangebracht.

Artikel 7

Indien handgereedschappen en andere draagbare apparatuur bij normaal bedrijf geluidniveaus-A veroorzaken hoger dan 85 dB(A), worden op deze gereedschappen of op de daarbij behorende verpakkingen waarschuwingen aangebracht.

§ 4. Geluidisolatie in ruimten voor accommodatie

Artikel 8
1.

In schotten en dekken in de ruimten voor accommodatie wordt luchtgeluidisolatie aangebracht die ten minste voldoet aan de geluidisolatieindex (Rw) overeenkomstig de ISONorm R717/1-1982:

2.

De montage van materialen en de constructie van ruimten voor accommodatie geschieden zorgvuldig teneinde zoveel mogelijk te voorkomen dat de in het eerste lid genoemde isolatiewaarden ongunstig worden beïnvloed.

Artikel 9

De luchtgeluidisolatie wordt ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bepaald met behulp van laboratoriumproeven volgens de ISO-Norm R 140/III.

§ 5. Meting

Artikel 10
1.

De vaststelling of aan de voor een werkruimte voorgeschreven grenswaarde is voldaan, geschiedt door meting van het constante, het fluctuerende, of het equivalente continue geluidniveau-A in deze ruimte. In de gevallen waarin het equivalente continue geluidniveau-A wordt gebruikt, zijn alle in de artikelen 13 tot en met 19 vereiste meetplaatsen daarin begrepen.

2.

Indien in ruimten voor machines, genoemd in artikel 2, de werking van een installatie of werktuig of een onderdeel van een werktuig leidt tot de afgifte van een waarneembaar hinderlijk geluid van hoge frequentie en het geluidniveau-A van 105 dB(A) wordt overschreden, wordt de ISONR- waarde bepaald. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie bepaalt de toelaatbaarheid van een ISO-NRwaarde tussen 105 en 110.

3.

In ruimten voor accommodatie waarin de dB(A)-grenswaarden worden overschreden en waarin een waarneembaar hinderlijk geluid van lage frequentie aanwezig is of duidelijk waarneembare tonen aanwezig zijn, wordt de ISO-NR-waarde bepaald. De ISO-NR-waarde bedraagt niet meer dan de voorgeschreven waarde volgens de A-schaal, verminderd met 5.

Artikel 11
1.

Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie of een door hem aangewezen akoestisch bureau stelt voor elk vissersvaartuig een onderzoeksrapport inzake geluidniveaus-A op. In het rapport wordt de afgelezen waarde op elk voorgeschreven meetpunt vermeld. De meetpunten zijn aangegeven op een algemeen plan of zijn anderszins kenbaar gemaakt.

2.

Het onderzoeksrapport bevat ten minste de volgende gegevens:

3.

Een kopie van het onderzoeksrapport wordt aan boord van het vissersvaartuig bewaard.

Artikel 12

Zo spoedig mogelijk na de bouw of verbouw van het vissersvaartuig worden de geluidniveaus-A in de ruimten, bedoeld in artikel 2, onder de bedrijfsomstandigheden, bedoeld in de artikelen 13 en 14, gemeten en overeenkomstig artikel 11 op passende wijze geregistreerd.

Artikel 13

Metingen op zee worden verricht onder de navolgende bedrijfsomstandigheden:

Artikel 14

Metingen in de haven worden verricht onder de navolgende bedrijfsomstandigheden:

Artikel 15
1.

Tijdens het meten is de toestand van de omgeving zodanig dat:

2.

De waterdiepte onder de kiel van het vissersvaartuig en de aanwezigheid van grote reflecterende oppervlakken in de nabijheid van het vissersvaartuig, worden vermeld in het onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 11.

Artikel 16

Op plaatsen met een hoog geluidniveau- A worden steekproeven genomen, waarbij de precisiegeluidniveaumeter wordt ingesteld op de stand «snel».

Artikel 17

De meetprocedures voldoen aan de volgende voorschriften:

Artikel 18

De geluidniveaumeter wordt geijkt met behulp van het ijkinstrument, bedoeld in artikel 21, direct voor en na afloop van de metingen.

Artikel 19
1.

Op de volgende plaatsen worden op de aangegeven wijzen metingen uitgevoerd:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.