Regeling van de Minister van Economische Zaken van 14 januari 2010, nr. WJZ/9218768, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2010 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010)
Gelet op de artikelen 31, negende lid, en 77c van de Elektriciteitswet 1998 en 7, 8, 10, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, zesde lid, 15, derde en vierde lid, 25, 27, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, derde lid, 42, 51, 52, eerste lid, 54, derde lid, 55, eerste lid, 56, eerste en derde lid, 61, eerste lid, en 63, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. minister: de Minister van Economische Zaken;
- –. besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
- –. algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;
- –. gewogen maandelijks rendement: het rendement, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;
- –. NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;
- –. overige vergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587, 592, 600, 610 en 620;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding: een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit de warmte die uitsluitend of in hoofdzaak is geproduceerd door:
- 1°. de verbranding van afvalstoffen,
- 2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
- 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties: een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd:
- 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of
- 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht: een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land: een productie-installatie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie en die geen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van het besluit;
- –. productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties: een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:
- 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of
- 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;
- –. valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;
- –. thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de NTA 8003: 2008, door middel van:
- 1°. verbranding,
- 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
- 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;
- –. vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, bijlage Aa, onderdeel IV;
- –. vergisting van groente-, fruit- en tuinafval: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de nummers 251, 252, 253, 254, 600, 610, 620 van de NTA 8003:2008;
- –. warmtebenuttingscoëfficiënt: de hoeveelheid gedurende een kalenderjaar door een productie-installatie geproduceerde en nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, gedeeld door de hoeveelheid gedurende hetzelfde kalenderjaar geproduceerde en op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit;
- –. STEG: een productie-installatie bestaande uit één of meerdere stoom- en gasturbines, waarbij de warmte uit de gasturbine uitsluitend of in hoofdzaak wordt aangewend voor de productie van stoom, waarmee achtereenvolgens een stoomturbine wordt aangedreven;
- –. industriële processen: een proces waarbij materiële goederen worden vervaardigd, met uitzondering van de teelt van gewassen.
§ 2. Hernieuwbare elektriciteit
§ 2.1. Windenergie op land
Artikel 2
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land:
- a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW;
- b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.
Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Artikel 3
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 937.000.000,–.
De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 4
Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Artikel 5
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 1760 uren per jaar.
Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 2476 uren per jaar.
Artikel 6
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:
- a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a: € 0,120 per kWh;
- b. artikel 2, eerste lid, onderdeel b: € 0,120 per kWh.
Artikel 7
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:
- a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a: € 0,049 per kWh;
- b. artikel 2, eerste lid, onderdeel b: € 0,050 per kWh.
§ 2.2. Fotovoltaïsche zonnepanelen
Artikel 8
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen:
- a. groter dan of gelijk aan 1,0 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp;
- b. groter dan 15 kWp en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp, welke zijn geplaatst op of tegen een gebouw als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Woningwet.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.
Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.
Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 31 mei 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur. Aanvragen, ingediend via www.agentschapnl.nl/sde in de periode van 18 mei 2010 tot en met 30 mei 2010, worden geacht te zijn ontvangen op 31 mei 2010.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Een gebundelde aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het vijfde lid en zesde lid, wordt geacht een aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te zijn, tenzij de aanvrager te kennen geeft een aparte aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te willen indienen of aangeeft geen voorschot te willen ontvangen.
Artikel 9
Voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.
Artikel 10
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, derde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld artikel 8, eerste lid, onderdeel a, € 69.000.000,–.
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, vierde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, € 24.000.000,–.
De minister verdeelt de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 11
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.