Regeling van de Minister van Economische Zaken van 14 januari 2010, nr. WJZ/9218768, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2010 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010)

Type Ministeriële regeling
Publication 2013-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 31, negende lid, en 77c van de Elektriciteitswet 1998 en 7, 8, 10, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, zesde lid, 15, derde en vierde lid, 25, 27, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, derde lid, 42, 51, 52, eerste lid, 54, derde lid, 55, eerste lid, 56, eerste en derde lid, 61, eerste lid, en 63, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Hernieuwbare elektriciteit

§ 2.1. Windenergie op land

Artikel 2
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land:

2.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

3.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 3
1.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 937.000.000,–.

2.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 4
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 5
1.

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 1760 uren per jaar.

2.

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 2476 uren per jaar.

Artikel 6

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:

Artikel 7

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:

§ 2.2. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 8
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen:

2.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

3.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

4.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 31 mei 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur. Aanvragen, ingediend via www.agentschapnl.nl/sde in de periode van 18 mei 2010 tot en met 30 mei 2010, worden geacht te zijn ontvangen op 31 mei 2010.

5.

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

6.

Een gebundelde aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

7.

Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het vijfde lid en zesde lid, wordt geacht een aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te zijn, tenzij de aanvrager te kennen geeft een aparte aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te willen indienen of aangeeft geen voorschot te willen ontvangen.

Artikel 9

Voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 10
1.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, derde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld artikel 8, eerste lid, onderdeel a, € 69.000.000,–.

2.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, vierde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, € 24.000.000,–.

3.

De minister verdeelt de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 11

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.