← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat houdende regels inzake de meldingsplicht bij voorvallen in de luchtvaart en de informatieplicht bij luchtvaartongevallen (Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht)

Geldende tekst a fecha 2012-01-01

Gelet op de artikelen 6.60 en 6.61a van de Wet luchtvaart;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Vervallen

Hoofdstuk 2. Melding van voorvallen

Artikel 3
1.

Ieder incident of ongeval dient onverwijld te worden gemeld, ongeacht of de gevaarlijke stoffen in vracht, luchtpost, of bagage van passagiers of bemanning worden vervoerd.

2.

De melding van een incident of ongeval vindt elektronisch, per fax of schriftelijk plaats aan de Inspectie Leefomgeving en Transport.

3.

De melding wordt gedaan overeenkomstig het model zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

Artikel 4
1.

De melding vindt zo nauwkeurig mogelijk plaats en bevat alle met betrekking tot het incident of ongeval relevante informatie. De melding bevat, voor zover op het moment waarop de melding wordt opgesteld bekend, in ieder geval de volgende gegevens:

2.

De melding bevat de naam, de functie, het adres en het telefoonnummer van degene die de melding heeft gedaan.

3.

Afschriften van de relevante documenten en genomen foto's dienen met de melding te worden meegestuurd of in geval van elektronische melding hetzij elektronisch te worden meegezonden hetzij onverwijld te worden toegestuurd.

Artikel 5

Behoudens in geval van onmiddellijk gevaar mogen de gevaarlijke stoffen, waarop de melding betrekking heeft, alsmede de verpakking niet worden verplaatst dan na toestemming van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Hoofdstuk 3. Informatie geven aan hulpverlenende instanties

Artikel 6

In geval van

geeft de houder van het desbetreffende luchtvaartuig onverwijld alle informatie over de aan boord van dat luchtvaartuig vervoerde gevaarlijke stoffen aan de betrokken hulpverlenende instanties, eventueel door tussenkomst van de luchtvaart- of luchthavenautoriteiten of de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Artikel 7
1.

De houder van het desbetreffende luchtvaartuig verstrekt in de in artikel 6 genoemde gevallen tenminste de volgende informatie over de vervoerde gevaarlijke stoffen:

2.

De in het eerste lid bedoelde informatie kan worden gegeven door overhandiging van een duidelijk leesbare NOTOC betreffende de lading, of een afschrift daarvan.

Hoofdstuk 4. Diverse bepalingen

Artikel 8
1.

Een afschrift, daaronder begrepen een elektronisch afschrift, van de NOTOC wordt door de houder van het desbetreffende luchtvaartuig tot 12 uur na de vlucht bewaard op een zodanige plaats op de grond, dat te allen tijde terstond over de inhoud van de NOTOC beschikt kan worden.

2.

Het in het eerste lid bedoelde afschrift is

Artikel 9

De houder van het luchtvaartuig draagt er zorg voor, dat de inhoud van de artikelen 2 tot en met 8 in het vluchthandboek is opgenomen.

Artikel 10

Handelen in strijd met de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8 vormt een strafbaar feit.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 maart 2003.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling meldings- en informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht.

Bijlage. als bedoeld in artikel 3, derde lid

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.