Koninklijk besluit van 16 juni 1954 houdende overlevering inzake oorlogsmisdrijven Nederlandse Antillen

Type AMvB
Publication 2010-10-10
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op:

Artikel 48 , derde lid, Samenwerkingsregeling Nederlandse Antillen en Aruba

Artikel 8, Wet overlevering inzake oorlogsmisdrijven (Stb. 1954, 215)

Nederlands-Antilliaans Uitleveringsbesluit

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder

Artikel 2

De overlevering kan slechts aan een andere mogendheid geschieden, indien deze partij is bij het geschonden verdrag.

Artikel 3
1.

De overlevering wordt aangevraagd langs de diplomatieke weg.

2.

De Gouverneur als orgaan van het Koninkrijk is evenwel ook bevoegd om te beschikken op de aanvragen tot overlevering, welke van de zijde van andere mogendheden of van besturen van andere gebieden in Amerika rechtstreeks tot hem worden gericht.

3.

De overlevering wordt slechts toegestaan, indien de ander mogendheid of het bestuur van het andere gebied een met voldoende bewijzen gestaafde telastelegging, welke een vervolging rechtvaardigt, inbrengt.

Artikel 4
1.

Vreemdelingen, wier overlevering overeenkomstig artikel 1 wordt gevraagd, kunnen, voorzover zij zich niet reeds in verzekerde bewaring bevinden, worden aangehouden.

2.

Het bevel van aanhouding moet hun zo spoedig mogelijk worden betekend.

3.

De op en bij hen zijnde goederen kunnen worden in beslag genomen.

4.

Zo spoedig mogelijk na de aanhouding wordt daarvan kennis gegeven aan het openbaar ministerie bij het Hof van Justitie.

Artikel 5
1.

Alvorens over een aanvraag tot overlevering te beslissen, wordt het advies ingewonnen van het Hof van Justitie.

2.

Het Hof van Justitie beslist bij zijn advies, welke der in beslag genomen goederen in geval van overlevering aan de opgeëiste persoon zullen worden teruggegeven en welke, als stukken van overtuiging, zullen worden afgegeven.

3.

Overlevering vindt in geen geval plaats, indien het Hof van Justitie adviseert de overlevering niet toe te staan.

Artikel 6

De Gouverneur als orgaan van het Koninkrijk is bevoegd te vergunnen, dat een vreemdeling, wiens overlevering terzake van een ernstige schending van een der in artikel 1 genoemde verdragen door een andere mogendheid of het bestuur van een derde gebied is toegestaan, over het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten onder medegeleide van ambtenaren of beambten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt vervoerd, mits de mogendheid, aan welke de overlevering geschiedt of waartoe het bestuur, waaraan de overlevering geschiedt, behoort, partij is bij het geschonden verdrag.

Artikel 7

De artikelen 2, 4, 5, 7, 9, 10, 12-19, 23 en 25 van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit overlevering inzake oorlogsmisdrijven Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 1a

Onverminderd het bepaalde in met andere mogendheden gesloten verdragen ten aanzien van de uitlevering van vreemdelingen kunnen vreemdelingen aan een andere mogendheid ter berechting worden overgeleverd terzake van een der in Aruba, Curaçao of Sint Maarten strafbaar gestelde misdrijven van schending van de wetten en gebruiken van de oorlog dan wel van het opzettelijk toelaten dat een ondergeschikte zodanig feit pleegt, indien het feit een ernstige schending oplevert van een der navolgende verdragen van Genève van 12 augustus 1949:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.