Besluit van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging ter uitvoering van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 inclusief de afhandeling van bezwaar- en (hoger) beroepschriften dienaangaande (Mandaatbesluit beschermde stads- en dorpsgezichten)

Type Ministeriële regeling
Publication 2010-04-29
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9, eerste lid en 10:12 Awb;

Gelet op de schriftelijke instemming als bedoeld in artikel 10:4 Awb van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs, en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed d.d. 25 maart 2010 met kenmerk WJZ/2010/199614;

Gelet op het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008;

Gelet op de Regeling behandeling bezwaarschriften OCW;

Besluit:

Artikel 1
1.

Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend met betrekking tot:

2.

De secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, ondermandaat verlenen en zijn volmacht en machtiging doorverlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen, op de wijze zoals omschreven in het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008.

Artikel 2
1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1 wordt aan de directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en aan de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed mandaat, volmacht en machtiging verleend tot:

2.

De directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kunnen met betrekking tot hun bevoegdheden, genoemd in het eerste lid ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen.

3.

De directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs en de directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dragen zorg voor de onderlinge afstemming en werkafspraken bij de toepassing van de aan hen in het eerste lid toegekende mandaat, volmacht en machtiging.

Artikel 3

Bezwaarschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in artikel 35, eerste lid van de Monumentenwet 1988 worden behandeld overeenkomstig de Regeling behandeling bezwaarschriften OCW.

Artikel 4
1.

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit beschermde stads- en dorpsgezichten.

2.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.